<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR391270_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen gemeente Berkelland 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berkelbericht, 12 januari 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen gemeente Berkelland 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 6, 7, 8, 13 en 14, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 31 van de Invorderingswet 1990 in verbinding met artikelen 231, tweede lid en 237 van de Gemeentewet, op artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet en op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-34015</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen gemeente Berkelland
            2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland;</al><al>gelet op de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14, eerste lid van de Algemene wet
                        inzake rijksbelastingen, artikel 31 van de Invorderingswet 1990 in
                        verbinding met artikelen 231, tweede lid en 237 van de Gemeentewet, op
                        artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet en op artikel 4:81
                        van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>Besluit </al><al/><al>vast te stellen de volgende regeling:</al><al/><al>Uitvoeringsregeling met betrekking tot de heffing en invordering van de
                        gemeentelijke belastingen van de gemeente Berkelland 2016 </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de
                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 31 van de Invorderingswet
                            1990, artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, artikel
                            4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze regeling worden rechten aangemerkt als
                            gemeentelijke belastingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen bedoeld in artikel
                            233 van de Gemeentewet, worden voor de toepassing van deze regeling
                            aangemerkt als bij wege van aanslag geheven belastingen, met dien
                            verstande dat wordt verstaan onder de aanslag of de voorlopige aanslag:
                            het gevorderde, onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde bedrag.
                            Artikel 2 blijft bij de op andere wijze geheven belastingen buiten
                            toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aangifte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belastingplichtige voor de:</al><lijst><li nr="a."><al>onroerende-zaakbelastingen;</al></li><li nr="b."><al>rioolheffing;</al></li><li nr="c."><al>toeristenbelasting;</al></li></lijst></li></lijst><al>aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of
                        kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is
                        gehouden binnen een maand na afloop van die zes maanden bij de in artikel
                        231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
                        een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een
                        aangiftebiljet.</al><lijst><li nr="2."><al>Als formulier van het aangiftebiljet onroerende-zaakbelastingen
                                wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in
                                de bijlage opgenomen model.</al></li><li nr="3."><al>Als formulier van het aangiftebiljet rioolheffing wordt vastgesteld
                                het formulier dat in overeenstemming is met het in de bijlage
                                opgenomen model.</al></li><li nr="4."><al>Als formulier van het aangiftebiljet toeristenbelasting wordt
                                vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in de
                                bijlage opgenomen model.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Registratieverplichting toeristenbelasting</titel></kop><al>Bij de vaststelling van feiten ten behoeve van de heffing van
                        toeristenbelasting kan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde
                        gemeenteambtenaar het door belastingplichtige bijgehouden
                        nachtverblijfregister raadplegen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorlopig aanslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde
                            gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag
                            waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening
                            van voorheffingen en al opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn
                            mening rechtvaardigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt
                            vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel
                            na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan kan:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de toeristenbelasting geschieden op grond van 80% van het
                                    gemiddelde dat voortvloeit uit de gegevens die hebben gediend
                                    ter vaststelling van de meest recente belastingaanslag over elk
                                    van de twee voorafgaande jaren;</al></li><li nr="b."><al>Bij de bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag op
                                    grond van het bepaalde in het vorige lid kan op benaderende
                                    wijze rekening worden gehouden met wijzigingen in de wettelijke
                                    bepalingen betreffende de heffing van de gemeentelijke
                                    belastingen alsmede met andere wijzigingen die voor de heffing
                                    van de gemeentelijke belastingen van belang kunnen zijn. Ingeval
                                    de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de aanslag
                                    vermoedelijk lager zal worden vastgesteld dan het op voet van de
                                    vorige volzin berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag
                                    gesteld op dit lagere bedrag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Rente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen vindt de
                            ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van de in het eerste lid bedoelde regeling wordt geen
                            invorderingsrente in rekening gebracht indien deze totaal een bedrag van
                            € 23,-- niet te boven gaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Gereserveerd</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2016. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als “Uitvoeringsregeling gemeentelijke
                        belastingen gemeente Berkelland 2016”.</al><al/><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten op 22 december 2015,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van Berkelland,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.A. Wildeman. drs. J.H.A. van Oostrum.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlagen:</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Berkelland/i265622.pdf">bijlagen aangiftebiljetten</extref></al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>