<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR391262_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 23 december 2015, nr. 125643</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening staangeld 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 156, eerste en tweede lid, onderdeel h en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/46686 en 2015/46687</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Alphen aan den Rijn;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelet op artikel 156, eerste en tweede lid, onderdeel h en artikel 229,
                        eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T vast te stellen de volgende:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van staangeld
                            2016</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a"><al><cursief>standplaats</cursief>: een kavel, bestemd voor het plaatsen
                                van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het
                                leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van
                                gemeenten kunnen worden aangesloten ( artikel 1, onderdeel j, van de
                                Wet op de huurtoeslag); </al></li><li nr="b"><al><cursief>woonwagen</cursief>: een voor bewoning bestemd gebouw dat
                                is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen
                                kan worden verplaatst (artikel 1, onderdeel l, van de Wet de
                                huurtoeslag); </al></li><li nr="c"><al><cursief>huurovereenkomst</cursief>: de overeenkomst tussen de
                                huurder en de verhuurder van de standplaats met toebehoren, waarin
                                de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld;</al></li><li nr="d"><al><cursief>maand</cursief>: kalendermaand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het hebben van een
                        standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de
                        standplaats verband houden. Het recht wordt tevens geheven voor de
                        mogelijkheid tot het gebruik van voorzieningen die met een standplaats
                        verband houden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de
                        standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft, wordt aangemerkt de
                        hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt
                        naar de omstandigheden beoordeeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de
                        standplaats een huurovereenkomst geldt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 bedraagt per maand: € 110 ,-</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al> Het belastingtijdvak loopt van 1 januari tot en met 31 december.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al> Het recht wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het
                            belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is het recht
                            verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak
                            verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het
                            voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat
                            belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twaalf maandelijkse termijnen. De
                            eerste termijn vervalt 14 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet
                            en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in gevallen, waarbij
                            de belastingplichtige aan de gemeente een automatische incasso heeft
                            verstrekt, automatisch in termijnen worden voldaan. De eerste termijn
                            vervalt daarbij op de laatste dag van de maand, die op de aanslag is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al> Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Machtiging tot overdracht van bevoegdheden</titel></kop><al> Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van
                        de tarieven staangeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van staangeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening staangeld 200’, van 31 mei 2007, wordt ingetrokken
                                met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                                heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.”</al></li><li nr="2"><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                                de bekendmaking. </al></li><li nr="3"><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4"><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening staangeld 2016'.
                            </al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van Alphen aan den Rijn in de openbare
                        raadsvergadering van 17 december 2015,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. J.A.M. Timmerman, mr. drs. J.W.E. Spies</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>