<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR390937_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-127536.html">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AB/017058 Z/029652</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening rioolheffing 2016</vet></al><al/><al/><al><vet>Raadsbesluit </vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Boekel; </al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 oktober
                        2015;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al/><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING
                        2016</vet><vet>(VERORDENING RIOOLHEFFING 2016)</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al><vet>perceel</vet>: een roerende of onroerende zaak of een
                                zelfstandig gedeelte daarvan; </al></li><li nr="b."><al><vet>gemeentelijke riolering</vet>: een voorziening of combinatie
                                van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in
                                beheer of in onderhoud bij de gemeente; </al></li><li nr="c."><al><vet>verbruiksperiode</vet>: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft; </al></li><li nr="d."><al><vet>water</vet>: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater,
                                hemelwater of grondwater;</al></li><li nr="e."><al><vet>horeca</vet>: een perceel met de bestemming horeca dat ook als
                                zodanig in gebruik is;</al></li><li nr="f."><al><vet>horeca/sport</vet>: een perceel dat in gebruik is als
                                verenigingsgebouw van een sportvereniging;</al></li><li nr="g."><al><vet>melkveehouderij</vet>: Een perceel waar bedrijfsmatig melkvee
                                gehouden wordt;</al></li><li nr="h."><al><vet>agrarisch bedrijf met dieren</vet>: een perceel waar
                                bedrijfsmatig dieren gehouden worden;</al></li><li nr="i."><al><vet>overige bedrijven/woningen</vet>: alle percelen die niet vallen
                                in een categorie conform lid e t/m h.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als gebruiker wordt aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt; </al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
                                vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin
                                van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
                                is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk
                                is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
                                door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt
                                een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
                            </al></li><li nr="3."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen</al></li></lijst></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                        hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                        bepaling.</al><lijst><li nr="4."><al>De op voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt alleen verminderd met de hoeveelheid water die
                                aantoonbaar niet als afvalwater is afgevoerd indien sprake is van
                                een bedrijf.</al></li><li nr="5."><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede, derde en vierde
                                lid van dit artikel niet bekend zijn, wordt het de hoeveelheid
                                afgevoerd water door de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a van
                                de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van het
                                waterverbruik van vergelijkbare huishoudens en bedrijven.</al></li><li nr="6."><al>In afwijking van het tweede lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water
                                van een perceel in de categorie horeca gesteld op 70% van het aantal
                                kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het
                                begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het
                                perceel is toegevoerd of opgepompt.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van het tweede lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water
                                van een perceel in de categorie horeca/sport gesteld op 85% van het
                                aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste
                                aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode
                                naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.</al></li><li nr="8."><al>In afwijking van het tweede lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water
                                van een perceel in de categorie agrarisch bedrijf met dieren gesteld
                                op het totaal van het huishoudelijk afvalwater. Het huishoudelijk afvalwater wordt berekend op basis van 50 m3
                        per jaar per persoon woonachtig op het perceel. Voor de bepaling van het
                        aantal personen wordt uitgegaan van de situatie op 1 januari van het
                        betreffende belastingjaar.</al></li><li nr="9."><al>In afwijking van het achtste lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water van
                        een perceel in de categorie melkveehouderij vermeerderd met het
                        bedrijfsafvalwater van de melkinstallatie. Het bedrijfsafvalwater van de
                        melkinstallatie wordt berekend op basis van 3,50 m3 per jaar per
                        melkkoe.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief bedraagt bij een hoeveelheid afgevoerd water, afgerond op hele
                        m³:</al><al>minder dan 51 m<sup>3</sup><sup/>€ 147,00</al><al>van 51 m³ tot en met 150 m³ € 171,00</al><al>van 151 m³ tot en met 250 m³ € 204,00</al><al>van 251 m³ tot en met 500 m³ € 237,00</al><al>Indien per verbruiksperiode meer dan 500 m³ water wordt afgevoerd, is
                        daarboven een tarief verschuldigd voor elke volle eenheid van 1 m³ afgevoerd
                        water. Het tarief bedraagt per volle eenheid van 1 m³ afgevoerd water:</al><al>van 501 m³ tot en met 5.000 m<sup>3</sup><sup/>€ 1,05</al><al>van 5.001 m³ tot en met 10.000 m³ € 0,76</al><al>boven 10.000 m³ € 0,49</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd, over zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                            dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing over zoveel twaalfde gedeelten van het
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na het einde
                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            belastingobject in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee
                            gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de
                            maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid moeten, indien een machtiging
                            voor automatische incasso is afgegeven, en zolang de verschuldigde
                            bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de
                            aanslag(en) en bestuurlijke boete(s) worden betaald in tien gelijke
                            maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van
                            de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de
                            volgende termijn telkens een maand later. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid is betaling via automatische incasso
                            alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                            verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan €
                            3.000,00. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere
                        regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        rioolheffing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015”
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 11 december 2014, wordt ingetrokken
                                met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                                heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016. </al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                                2016'. </al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Boekel, gehouden op 10 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.R.P. Philipse P.M.J.H. Bos</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>