<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR390862_2</dcterms:identifier><dcterms:title>UITVOERINGSREGELING RECHTEN EN PLICHTEN BIJ ZIEKTE EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale uitvoeringsdienst Zeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borsele</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noord-Beveland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reimerswaal</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/">Elektronisch publicatieblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>UITVOERINGSREGELING RECHTEN EN PLICHTEN BIJ ZIEKTE EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel E.8 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      UITVOERINGSREGELING RECHTEN EN PLICHTEN BIJ ZIEKTE EN
            ARBEIDSONGESCHIKTHEID
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Deze onderstaande tekst is een exacte weergave van de afspraken die in het
                        Sectoraal Provinciaal Arbeidsoverleg gemaakt zijn over een
                        uitvoeringsregeling van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
                        Provincies. Deze regeling is door het Algemeen Bestuur van de RUD Zeeland
                        vastgesteld voor deze organisatie. De tekst moet daarom als volgt gelezen
                        worden. Voor "provincie" dient gelezen te worden RUD Zeeland", tenzij de
                        "cao provincies." Wordt bedoeld.</al>
          <al>Voor "Gedeputeerde Staten" dient gelezen te worden "het bestuur van de RUD
                        Zeeland".</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Besluit van het Algemeen Bestuur van de Regionale Uitvoeringsdienst
                            Zeeland, houdende de UITVOERINGSREGELING RECHTEN EN PLICHTEN BIJ ZIEKTE
                            EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID (krachtens artikel E.8 van de CAP)</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Het Algemeen Bestuur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland,</al>
          <al/>
          <al>Gelet op</al>
          <al>artikel E.8 van de Collectieve Arbheidsvoorwaardenregeling Provincies</al>
          <al/>
          <al>Besluit</al>
          <al>vast te stellen:</al>
          <al>
            <vet>de UITVOERINGSREGELING RECHTEN EN PLICHTEN BIJ ZIEKTE EN
                            ARBEIDSONGESCHIKTHEID</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel/>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1:</nr>
              <titel>Definities</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Definities</titel>
              </kop>
              <al>In deze uitvoeringsregeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>CAP: de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
                                        Provincies;</al></li>
                <li nr="b."><al>herplaatsingtoelage: een herplaatsingtoelage krachtens het
                                        pensioenreglement;</al></li>
                <li nr="c."><al>invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen krachtens
                                        het pensioenreglement; d. ZW-uitkering: ziekengeld als
                                        bedoeld in artikel 19 van de Ziektewet;</al></li>
                <li nr="d."><al>ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de
                                        Ziektewet;</al></li>
                <li nr="e."><al>WW-uitkering: een uitkering op grond van de
                                        Werkloosheidswet;</al></li>
                <li nr="f."><al>aanvullende werkloosheidsuitkering: een aanvullende
                                        uitkering krachtens de artikelen 2 en 4 van de Regeling
                                        aanvullende voorzieningen bij werkloosheid;</al></li>
                <li nr="g."><al>zijn arbeid: hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge
                                        artikel 19 van de Ziektewet;</al></li>
                <li nr="h."><al>IVA-uitkering: de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld
                                        in hoofdstuk 6 van de W IA;</al></li>
                <li nr="i."><al>WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk
                                        arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de WIA;</al></li>
                <li nr="j."><al>loongerelateerde uitkering, loonaanvullingsuitkering en
                                        vervolguitkering: de loongerelateerde uitkering,
                                        loonaanvullingsuitkering en vervolguitkering van de
                                        WGA-uitkering, bedoeld in hoofd- stuk 7 van de WIA;</al></li>
                <li nr="k."><al>resterende verdiencapaciteit: de resterende
                                        verdiencapaciteit, bedoeld in het Schattingsbesluit
                                        arbeidsongeschiktheidswetten;</al></li>
                <li nr="l."><al>ABP arbeidsongeschiktheidspensioen: het
                                        arbeidsongeschiktheidspensioen, bedoeld in hoofd- stuk 11
                                        van het pensioenreglement.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2:</nr>
              <titel>Aanspraken tijdens ziekte en arbeidsongeschiktheid</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Aanspraak van de ambtenaar</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De ambtenaar heeft over de uren waarop hij bij
                                        ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens
                                        ziekte zijn arbeid niet verricht recht op doorbetaling
                                        van</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>zijn volledige bezoldiging gedurende de eerste 52
                                                weken;</al></li>
                    <li nr="b."><al>70% van zijn bezoldiging gedurende de daarop
                                                volgende 52 weken.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode wordt
                                        verlengd met de duur van:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de vertraging indien de ambtenaar de aanvraag,
                                                bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de WIA op
                                                deugdelijke gronden later heeft gedaan dan in of op
                                                grond van dat artikel is voorgeschreven;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de verlenging van het tijdvak waarin recht bestaat
                                                op loon of bezoldiging op grond van artikel24,
                                                eerste lid, van de WIA dan wel met de duur van de
                                                verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19,
                                                zevende lid, van de WAO; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>het tijdvak dat het UWV op grond van artikel 25,
                                                negende lid, van de WIA dan wel artikel 71a, negende
                                                lid, van de WAO, heeft vastgesteld.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Bij verlenging op grond van het tweede lid bedraagt het in
                                        het eerste lid, onderdeel b, bedoelde tijdvak niet meer dan
                                        104 weken.</al></li>
                <li nr="4."><al>De ambtenaar geniet in de tijdvakken, bedoeld in het eerste
                                        lid, onderdeel b, en in het tweede lid, de volledige
                                        bezoldiging over de uren waarop hij bij ongeschiktheid tot
                                        het verrichten van zijn ar- beid wegens ziekte</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>zijn arbeid niet verricht en de ziekte, uit hoofde
                                                waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten,
                                                is veroorzaakt door een dienstongeval of een door
                                                het verrichten van zijn arbeid opgelopen
                                                beroepsziekte;</al></li>
                    <li nr="b."><al>in het belang van zijn genezing wenselijk geachte
                                                andere arbeid verricht;</al></li>
                    <li nr="c."><al>in opdracht een opleiding volgt ten behoeve van
                                                andere werkzaamheden die hem bij de provincie in het
                                                kader van zijn re-integratie worden aangeboden.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="5."><al>De ambtenaar die op grond van artikel E.7 van de CAP in een
                                        andere functie is benoemd voordat de termijn, bedoeld in
                                        artikel E.9, eerste lid, onderdeel a, en eventueel vierde
                                        lid, van de CAP, is verstreken, heeft tot het eind van
                                        genoemde termijn aanspraak op een aanvullende uitkering,
                                        indien zijn bezoldiging als gevolg van die benoeming
                                        vermindering ondergaat, ter grootte van het verschil
                                        tussen:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het bedrag waarop de ambtenaar op grond van dit
                                                artikel recht zou hebben gehad indien hem geen
                                                andere functie zou zijn opgedragen, maar in plaats
                                                daarvan voor dezelfde arbeidsduur zijn eigen
                                                functie; en</al></li>
                    <li nr="b."><al>zijn bezoldiging na die benoeming.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Aanspraak van de gewezen ambtenaar</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan vóór het
                                        tijdstip van ingang van zijn ontslag anders dan op grond van
                                        artikel E.9, artikel E.15 en artikel G.4, eerste lid,
                                        onderdeel e, van de CAP, na zijn ontslag nog ongeschikt is
                                        een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen,
                                        heeft zolang en voor zover hij ongeschikt is tot werken
                                        wegens ziekte recht op doorbetaling van</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>zijn laatstelijk genoten bezoldiging gedurende de
                                                eerste 52 weken;</al></li>
                    <li nr="b."><al>70% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging
                                                gedurende de daarop volgende 52 weken.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip
                                        van zijn ontslag als bedoeld in het eerste lid, wegens
                                        ziekte ongeschikt wordt een naar aard en omvang soortgelijke
                                        functie te vervullen heeft, indien hij gedurende ten minste
                                        twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in
                                        dienst is geweest, zolang en voor zover hij ongeschikt is
                                        tot werken wegens ziekte recht op doorbetaling van</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>zijn laatstelijk genoten bezoldiging gedurende de
                                                eerste 52 weken;</al></li>
                    <li nr="b."><al>70% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging
                                                gedurende de daarop volgende 52 weken.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>De in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid,
                                        onderdeel b, bedoelde periode wordt verlengd met de duur
                                        van:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de vertraging indien de gewezen ambtenaar de
                                                aanvraag, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de
                                                WIA op deugdelijke gronden later heeft gedaan dan in
                                                of op grond van dat artikel is voor-
                                                geschreven;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de verlenging van het tijdvak waarin recht bestaat
                                                op loon of bezoldiging op grond van artikel24,
                                                eerste lid, van de WIA dan wel met de duur van de
                                                verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19,
                                                zevende lid, van de WAO; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>het tijdvak dat het UWV op grond van artikel 25,
                                                negende lid, van de WIA dan wel artikel 71a, negende
                                                lid, van de WAO, heeft vastgesteld.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Bij verlenging op grond van het derde lid bedraagt het in
                                        het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel b,
                                        bedoelde tijdvak niet meer dan 104 weken.</al></li>
                <li nr="5."><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde gewezen ambtenaar
                                        geniet ook in de tijdvakken, genoemd in het eerste lid,
                                        onderdeel b, het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid,
                                        de laatstelijk genoten bezoldiging, indien de
                                        arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een dienstongeval
                                        of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen
                                        beroepsziekte.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Aanspraak van de ambtenaar die geen deelnemer is in de zin
                                    van het pensioenreglement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de artikelen 2 en 3 is niet van toepassing op de
                                    ambtenaar en de gewezen ambtenaar die geen deelnemer is in de
                                    zin van het pensioenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De ambtenaar die geen deelnemer is in de zin van het
                                    pensioenreglement, heeft over de uren waarop hij bij
                                    ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte
                                    zijn arbeid niet verricht recht op doorbetaling van</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zijn volledige bezoldiging gedurende de eerste 52
                                            weken;</al></li>
                  <li nr="b."><al>70% van zijn bezoldiging gedurende de daarop volgende 52
                                            weken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde periode wordt
                                    verlengd met de duur van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de vertraging indien de ambtenaar de aanvraag, bedoeld
                                            in artikel 64, eerste lid, van de WIA op deugdelijke
                                            gronden later heeft gedaan dan in of op grond van dat
                                            artikel is voorgeschre- ven;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de verlenging van het tijdvak waarin recht bestaat op
                                            loon of bezoldiging op grond van artikel 24, eerste lid,
                                            van de WIA dan wel met de duur van de verlenging van de
                                            wachttijd, bedoeld in artikel 19, zevende lid, van de
                                            WAO; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>het tijdvak dat het UWV op grond van artikel 25, negende
                                            lid, van de WIA dan wel artikel 71a, negende lid, van de
                                            WAO, heeft vastgesteld.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Bij verlenging op grond van het derde lid bedraagt het in het
                                    tweede lid, onderdeel b, bedoelde tijdvak niet meer dan 104
                                    weken.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>Geen aanspraak</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraken op
                                    grond van de artikelen 2 tot en met 4:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig
                                            overdreven is voorgesteld, dat reden voor verhindering
                                            niet kan worden aangenomen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de ziekte door opzet van betrokkene is
                                            veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn
                                            psychische toestand geen verwijt kan worden
                                            gemaakt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien de verhindering het gevolg is van een ziekte of
                                            gebrek waarover betrokkene bij zijn aanstelling
                                            opzettelijk valse inlichtingen aan de werkgever heeft
                                            verstrekt;</al></li>
                  <li nr="d."><al>voor de tijd gedurende welke betrokkene zonder
                                            deugdelijke grond de aanvraag, bedoeld in artikel 64,
                                            eerste lid, van de WIA later indient dan in of op grond
                                            van dat artikel is voorgeschreven.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op grond van artikel
                                    3, indien hij op grond van een aanvaarde andere functie
                                    aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon of
                                    bezoldiging, dan wel op een ZW-uitkering.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Nadere voorschriften inzake de tijdvakken in de artikelen 2,
                                    3 en 4</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het tijdvak gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar
                                    aanspraak hebben op doorbetaling van hun bezoldiging vangt aan
                                    op de eerste dag waarop:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet is
                                            gewerkt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk is
                                            gestaakt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet zou zijn
                                            gewerkt;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk zou zijn
                                            gestaakt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Bij buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging vangt het
                                    tijdvak, bedoeld in het eerste lid, aan op de dag, volgend op
                                    die waarop het buitengewoon verlof is geëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor het bepalen van het einde van de perioden waarin aanspraken
                                    bestaan op grond van de artikelen 2, 3 en 4 worden perioden van
                                    ongeschiktheid tot het verrichten van zijn of haar arbeid wegens
                                    ziekte samengeteld, indien de perioden van ongeschiktheid elkaar
                                    met een onderbreking van minder dan 4 weken opvolgen. Bij de
                                    vaststelling van de periode van 4 weken blijven perioden buiten
                                    beschouwing waarin zwangerschaps- en bevallingsverlof als
                                    bedoeld in artikel D.11 van de CAP wordt genoten.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7</nr>
                <titel>Einde van de uitkering</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De aanspraken, bedoeld in artikel 2, eerste tot en met vierde
                                    lid, en artikel 4 eindigen na afloop van de uitkeringsduur, maar
                                    in elk geval:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van
                                            artikel E.7 van de CAP in een an- dere functie is
                                            benoemd; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is
                                            verleend; of</al></li>
                  <li nr="c."><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar de
                                            AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>met ingang van de dag, volgende op die waarop de
                                            ambtenaar is overleden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De aanspraken, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, eindigen na
                                    afloop van de uitkeringsduur, maar in elk geval:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar niet meer
                                            voldoet aan de in bedoelde artikelen genoemde
                                            voorwaarden; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is
                                            verleend, waaronder het ontslag op grond van artikel E.9
                                            en artikel E.15 van de CAP; of</al></li>
                  <li nr="c."><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar de
                                            AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>met ingang van de dag, volgende op die waarop de
                                            ambtenaar is overleden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De aanspraken, bedoeld in artikel 3, eerste, tweede en vijfde
                                    lid, eindigen na afloop van de uitkeringsduur, maar in elk
                                    geval:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar in een
                                            andere functie is benoemd overeenkomstig artikel E.7 van
                                            de CAP;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de
                                            AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of</al></li>
                  <li nr="c."><al>met ingang van de dag, volgende op die waarop de gewezen
                                            ambtenaar is overleden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3:</nr>
              <titel>Verplichtingen en sancties</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8</nr>
                <titel>Verplichtingen en sancties gedurende de wachttijd van de WAO
                                    en de WIA</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De aanspraken op gehele of gedeeltelijke doorbetaling van
                                    bezoldiging op grond van de artikelen 2, 3 en 4 vervallen
                                    wanneer en voor zolang de ambtenaar of de gewezen
                                    ambtenaar:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek vanwege de
                                            bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen
                                            geneeskundige of, na voor zulk een onderzoek te zijn
                                            opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>weigert de volledige medewerking te verlenen aan een
                                            geneeskundig onderzoek, een observatie of een maatregel
                                            in het belang van het behoud, het herstel of de
                                            bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid, tenzij de
                                            maatregel een ingreep van heelkundige aard mocht
                                            zijn;</al></li>
                  <li nr="c."><al>zonder voldoende gronden nalaat zich onder behandeling
                                            van een geneeskundige te stellen of blijven stellen, dan
                                            wel zich niet houdt aan de voorschriften hem door de
                                            behandelende geneeskundige gegeven, met dien verstande
                                            dat te dezen voorschriften tot het verlenen van
                                            medewerking aan een ingreep van heelkundige aard zijn
                                            uitgezonderd;</al></li>
                  <li nr="d."><al>zich zodanig gedraagt dat zijn genezing wordt belemmerd
                                            of vertraagd;</al></li>
                  <li nr="e."><al>tijdens de verhindering dienst te verrichten, voor
                                            zichzelf of derden arbeid verricht tenzij dit door de
                                            bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen
                                            geneeskundige in het belang van zijn genezing wenselijk
                                            wordt geacht;</al></li>
                  <li nr="f."><al>in gebreke blijft op het door de bedrijfsgeneeskundige
                                            of een daarmee gelijk te stellen geneeskundige bepaalde
                                            tijdstip en in de door deze bepaalde mate zijn dienst te
                                            hervatten, tenzij hij daarvoor een inmiddels opgekomen,
                                            door deze als geldig erkende reden heeft op-
                                            gegeven;</al></li>
                  <li nr="g."><al>weigert passende arbeid te verrichten welke wordt
                                            opgedragen en waartoe hij door de bedrijfsgeneeskundige
                                            of een daarmee gelijk te stellen geneeskundige in staat
                                            wordt geacht;</al></li>
                  <li nr="h."><al>zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door
                                            deskundigen gegeven redelijke voorschriften of getroffen
                                            maatregelen die erop gericht zijn hem in staat te
                                            stellen passende arbeid te verrichten;</al></li>
                  <li nr="i."><al>zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het
                                            opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van
                                            aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA
                                            en artikel 71a, tweede lid, van de WAO.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De in het eerste lid bedoelde aanspraken kunnen geheel of ten
                                    dele vervallen worden verklaard indien de ambtenaar of de
                                    gewezen ambtenaar de voor hem ter zake van afwezigheid tijdens
                                    ziekte gestelde voorschriften overtreedt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het Dagelijks Bestuur van de RUD Zeeland kan op grond van
                                    bijzondere omstandigheden bepalen dat de in het eerste lid
                                    bedoelde aanspraken niet vervallen, maar geheel of ten dele aan
                                    anderen dan aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar worden
                                    uitbetaald.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Voor zover van de bevoegdheid in het derde lid geen gebruik is
                                    gemaakt, kunnen de niet uitbetaalde aanspraken alsnog aan de
                                    ambtenaar of de gewezen ambtenaar worden uitbetaald.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9</nr>
                <titel>Compensatie bij arbeidsongeschiktheid van minder dan
                                    35%</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De ambtenaar die door het UWV in het kader van de uitvoering
                                        van de WIA voor minder dan35% arbeidsongeschikt is verklaard
                                        en die als gevolg van de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
                                        inkomensverlies heeft, heeft aanspraak op compensatie van
                                        het inkomensverlies overeenkomstig het bepaalde in het
                                        tweede tot en met vijfde lid.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>De compensatie bedraagt:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid het
                                                gevolg is van een dienstongeval of een door het
                                                verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte:
                                                100%; en</al></li>
                    <li nr="b."><al>in overige gevallen: 70%;</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr=""><al>van het verschil tussen de bezoldiging in de oude functie en
                                        de bezoldiging in de aangepaste of nieuwe functie. Indien
                                        het in het eerste lid bedoelde inkomensverlies door
                                        verhoging van de be- zoldiging afneemt wordt de compensatie
                                        dienovereenkomstig verminderd, tenzij het een verhoging
                                        betreft van de bezoldiging wegens algemene
                                        salarismaatregelen of een salarisverhoging op grond van
                                        artikel C.7 van de CAP. De compensatie wordt als salaris
                                        aangemerkt.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="3."><al>Op de compensatie bestaat aanspraak vanaf de kalenderdag dat
                                        de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op minder dan 35%,
                                        maar niet voordat de periode van gehele of gedeeltelijke
                                        doorbetaling van bezoldiging bij ziekte is verstreken.</al></li>
                <li nr="4."><al>De compensatie eindigt op het moment waarop het
                                        dienstverband bij de provincie eindigt doch in het geval,
                                        bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, in ieder geval na 5
                                        jaar.</al></li>
                <li nr="5."><al>Bij samenloop van de compensatie met een uitkering krachtens
                                        de Werkloosheidswet of een aanvullende
                                        werkloosheidsuitkering uit hoofde van de dienstbetrekking
                                        waaruit de ambtenaar gedeeltelijk arbeidsongeschikt is
                                        verklaard, wordt de compensatie verminderd met het bedrag
                                        van deze uitkeringen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9a</nr>
                <titel>Aanvulling bij arbeidsongeschiktheid ingeval van
                                    dienstongeval of beroepsziekte</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De ambtenaar of gewezen ambtenaar die als gevolg van een
                                    dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid
                                    opgelopen beroepsziekte recht heeft op een IVA-uitkering uit
                                    hoofde van de provinciale dienstbetrekking en geen recht heeft
                                    op doorbetaling van de bezoldiging of de laatstelijk genoten
                                    bezoldiging, wordt de IVA-uitkering en het ABP
                                    arbeidsongeschiktheidspensioen, zolang daarop aanspraak bestaat,
                                    aangevuld tot 90% van de laatstelijk genoten bezoldiging.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De ambtenaar of gewezen ambtenaar die als gevolg van een
                                    dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid
                                    opgelopen beroepsziekte recht heeft op een WGA-uitkering uit
                                    hoofde van zijn provinciale dienstbetrekking wordt de
                                    WGA-uitkering en het ABP arbeidsongeschiktheidspensioen, zolang
                                    daarop aanspraak bestaat, aangevuld</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>tijdens de loongerelateerde uitkering: tot 90% van het
                                            verschil tussen de laatstelijk genoten bezoldiging en
                                            het nieuwe inkomen bij volledige invulling van de
                                            resterende verdiencapaciteit en tot 80% van dit verschil
                                            bij niet volledige invulling van de resterende
                                            verdiencapaciteit;</al></li>
                  <li nr="b."><al>tijdens de loonaanvullingsuitkering: tot 90% van het
                                            verschil tussen de laatstelijk genoten bezoldiging en
                                            het nieuwe inkomen dat bij volledige invulling van de
                                            resterende verdiencapaciteit zou kunnen worden
                                            verdiend;</al></li>
                  <li nr="c."><al>tijdens de vervolguitkering, doch niet langer dan 10
                                            jaar: tot 75% van de laatstelijk genoten bezoldiging
                                            maal het door het UWV vastgestelde
                                            arbeidsongeschiktheidspercentage.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Als de IVA-uitkering of de WGA-uitkering wordt geweigerd of
                                    verminderd in verband met toepassing van een sanctie op grond
                                    van de WIA wordt die sanctie op overeenkomstige wijze als voor
                                    het ABP arbeidsongeschiktheidspensioen doorvertaald naar de
                                    aanvulling op grond van dit artikel.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>4:</nr>
              <titel>Bijzondere situaties</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10</nr>
                <titel>Samenloop met andere inkomsten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Bij samenloop van een aanspraak krachtens deze
                                    uitvoeringsregeling met een ZW -uitkering, een WAO- of
                                    WIA-uitkering, een WW-uitkering of een aanvullende
                                    werkloosheidsuitkering op grond van dezelfde dienstbetrekking
                                    wordt deze aanspraak verminderd met het bedrag van deze
                                    uitkeringen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
                                    van de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de ZW-uitkering, de
                                    WAO- of WIA-uitkering, de WW-uitkering of de aanvullende
                                    werkloosheidsuitkering een vermindering ondergaat, dan wel de
                                    aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt
                                    deze uitkering voor de toepassing van het eerste lid geacht
                                    onverminderd te zijn genoten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien ten aanzien van de ZW-uitkering, die de ambtenaar of de
                                    gewezen ambtenaar geniet, een verplichting wordt opgelegd of een
                                    sanctie wordt toegepast legt het bevoegd gezag zoveel mogelijk
                                    dezelfde verplichting op dan wel passen zij zoveel mogelijk een
                                    overeenkomstige sanctie toe op de aanspraken krachtens deze
                                    uitvoeringsregeling waarop de ZW -uitkering in mindering is
                                    gebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De inkomsten die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet in
                                    verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing
                                    wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraken op grond van
                                    de artikelen 2, 3 en 4 in mindering gebracht, voor zover deze te
                                    samen met die aanspraken de bezoldiging te boven gaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden op het
                                    bedrag, waarop de gewezen ambtenaar ingevolge deze
                                    uitvoeringsregeling recht heeft, in mindering gebracht,
                                    tenzij:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de gewezen ambtenaar deze inkomsten reeds vóór het
                                            intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van
                                            zijn arbeid wegens ziekte genoot; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>de omvang van die arbeid niet is toegenomen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11</nr>
                <titel>Bevalling na ontslag</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De gewezen ambtenaar, wier bevalling waarschijnlijk is binnen
                                    vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag,
                                    ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging gedurende de
                                    periode die:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aanvangt op de 41e dag , voorafgaande aan de
                                            vermoedelijke datum van bevalling; en </al></li>
                  <li nr="b."><al>eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling
                                            heeft plaatsgevonden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De periode, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd tot 16
                                    weken, indien die periode door een voortijdige bevalling minder
                                    dan 16 weken heeft bedragen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De gewezen ambtenaar wier bevalling niet wordt verwacht binnen
                                    vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, maar
                                    die niettemin binnen die termijn bevalt, ontvangt haar
                                    laatstelijk genoten bezoldiging gedurende de periode die:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aanvangt op de datum van bevalling; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling
                                            heeft plaatsgevonden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de bezoldiging wordt via een inhouding in mindering gebracht
                                    een bedrag, gelijk aan de uitkering krachtens de Wet arbeid en
                                    zorg waarop de gewezen vrouwelijke ambtenaar gedurende het
                                    zwangerschaps- en bevallingsverlof recht heeft of gehad zou
                                    hebben als zij tijdig een aanvraag voor die uitkering zou hebben
                                    gedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Voor zolang de gewezen ambtenaar na beëindiging van de haar
                                    ingevolge het eerste of het derde lid toekomende uitkering nog
                                    wegens ziekte ongeschikt is tot werken, dan wel binnen een maand
                                    na deze beëindiging ongeschikt wordt tot werken, heeft zij
                                    gedurende 52 weken recht op doorbetaling van de bezoldiging
                                    overeenkomstig artikel 3. Deze termijn wordt geacht aan te
                                    vangen op de eerste dag na de bevalling.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Ongeschikt tot werken, geheel of gedeeltelijk, in de zin van het
                                    vijfde lid is de vrouwelijke gewezen ambtenaar die als
                                    rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van
                                    ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om
                                    een naar aard en omvang soortgelijke functie als zij vervulde,
                                    te vervullen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5:</nr>
              <titel>Overige bepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12</nr>
                <titel>Aanpassing bedrag / begrip bezoldiging en bovenwettelijke
                                    arbeidsongeschiktheidsuitkering</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld
                                        in de artikelen 3, 4 en 11 wordt in voorkomende gevallen
                                        gewijzigd overeenkomstig een algemene salariswijziging voor
                                        het personeel in provinciale dienst.</al></li>
                <li nr="2."><al>Indien onderdelen van de bezoldiging niet in een vast bedrag
                                        per maand zijn of kunnen worden uitgedrukt, wordt voor die
                                        onderdelen gerekend met het bedrag dat gemiddeld per maand
                                        is toegekend in de drie kalendermaanden, voorafgaande aan de
                                        maand waarin:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de ambtenaar ongeschikt is geworden tot het
                                                verrichten van zijn arbeid wegens ziekte;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is
                                                geworden een naar aard en omvang soortgelijke
                                                functie te vervullen.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Het bevoegd gezag kan van een langere periode dan de in de
                                        vorige volzin genoemde drie kalendermaanden uitgaan, indien
                                        toepassing van het bepaalde in de vorige volzin tot
                                        onredelijke uitkomsten leidt.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="3."><al>Voor zover de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geen drie
                                        kalendermaanden in dienst is ge- weest, wordt voor de
                                        toepassing van het tweede lid gerekend met het bedrag dat
                                        hem gemiddeld aan bezoldiging per maand is toegekend over
                                        het tijdvak waarin hij in dienst is geweest vóór het
                                        ontstaan van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn
                                        arbeid respectievelijk tot het vervullen van een naar aard
                                        en omvang soortgelijke functie.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13</nr>
                <titel>Vervallen</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14</nr>
                <titel>Overlijdensuitkering gewezen ambtenaar</titel>
              </kop>
              <al>Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn
                                overlijden op grond van artikel 3 in het genot was van doorbetaling
                                van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, is artikel B.14 van de CAP
                                van overeenkomstige toepassing.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15</nr>
                <titel>Aanvullende uitkering bij overlijden wegens dienstongeval /
                                    beroepsziekte</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien het overlijden van de ambtenaar is veroorzaakt door een
                                    dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid
                                    opgelopen beroepsziekte, wordt aan degene die in verband met dit
                                    overlijden krachtens het pensioenreglement een partnerpensioen
                                    of een wezenpensioen geniet, een uitkering toegekend ten bedrage
                                    van 18% van dit partnerpensioen, onderscheidenlijk dit
                                    wezenpensioen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene
                                    de AOW-gerechtigde leeftijd zou hebben bereikt dan wel met
                                    ingang van de maand, volgende op de datum waarop de weduwe of
                                    weduwnaar aan wie een partnerpensioen is toegekend, een nieuwe
                                    partner heeft.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op
                                    de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie artikel 9a toepassing
                                    heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg
                                    is van het dienstongeval of de door het verrichten van zijn
                                    arbeid opgelopen beroepsziekte, bedoeld in dat artikel.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Overgangsregeling</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Ten aanzien van de ambtenaar en gewezen ambtenaar wiens eerste dag van
                            ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is
                            gelegen vóór 1 september 2004 blijven de bepalingen van de
                            Uitvoeringsregeling rechten en plichten bij ziekte en
                            arbeidsongeschiktheid van toepassing, zoals deze op 30 april 2005
                            luidden.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Overgangsregeling<sup>5</sup></titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Artikel 2, zesde en zevende lid, en artikel 7, tweede lid, van
                                    de Uitvoeringsregeling rechten en plichten bij ziekte en
                                    arbeidsongeschiktheid, zoals die op de dag vóór inwerkingtreding
                                    van dit besluit luidden, blijven van toepassing op de ambtenaar
                                    die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit recht
                                    heeft op een aanvullende uitkering krachtens deze bepalingen,
                                    met dien verstande dat in artikel 2, zesde lid voornoemd, de
                                    zinsnede “vijfde lid” wordt vervangen door:vierde lid.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>Artikel 3, zesde tot en met achtste lid, artikel 7, vierde lid,
                                    en artikel 15, derde lid, van de Uitvoeringsregeling rechten en
                                    plichten bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, zoals die op de
                                    dag vóór inwerkingtreding van dit besluit luidden, blijven van
                                    toepassing op de gewezen ambtenaar die op het tijdstip van
                                    inwerkingtreding van dit besluit recht heeft op een aanvullende
                                    uitkering krachtens deze bepalingen.</al></li>
            </lijst>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de RUD Zeeland op 4 april
                        2016</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de voorzitter, A.G. van der Maas</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de secretaris, ing A. van Leeuwen MPA</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>5 Datum van inwerkingtreding van het in de overgangsregeling
                        bedoelde besluit is 1 juni 2007</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING OP UITVOERINGSREGELING RECHTEN EN PLICHTEN BIJ ZIEKTE EN
                        ARBEIDSONGESCHIKTHEID</titel>
        </kop>
        <tussenkop>
          <vet>Algemeen</vet>
        </tussenkop>
        <al/>
        <al>In deze uitvoeringsregeling van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
                    Provincies (CAP) zijn de rechten en plichten bij ziekte en arbeidsongeschiktheid
                    neergelegd. Op hoofdlijnen ziet het stelsel er vanaf 1 januari 2006 voor de
                    provincieambtenaar als volgt uit.</al>
        <al/>
        <al>De ambtenaar heeft over de uren waarop hij wegens ziekte zijn arbeid niet kan
                    verrichten ten laste van de werkgever in het 1e jaar recht op doorbetaling van
                    100% en in het 2e jaar van 70% van zijn bezoldiging. Bij dienstongevallen wordt
                    ook in het 2e ziektejaar de bezoldiging volledig doorbetaald. Een en ander is
                    geregeld in artikel 2 van de uitvoeringsregeling.</al>
        <al/>
        <al>In die 2 jaar zullen werkgever en ambtenaar zich optimaal inspannen om ervoor te
                    zorgen dat de ambtenaar weer aan het werk komt, hetzij in de eigen functie,
                    hetzij in andere passende arbeid. Onder voorwaarden komen ook gewezen ambtenaren
                    na ontslag bij ongeschiktheid om te werken wegens ziekte in aanmerking voor
                    gehele of gedeeltelijke doorbetaling van de (laatstelijk genoten) bezoldiging.
                    Hun aanspraken zijn geregeld in artikel 3. Een aparte voorziening is in artikel
                    4 te vinden voor zieke ambtenaren die niet deelnemen in de pensioenregeling van
                    het ABP.</al>
        <al/>
        <al>De ambtenaar die niet weer (volledig) aan het werk komt kan onder voorwaarden na
                    2 jaar (de wachttijd) in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Wet
                    Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).<sup>6</sup> Deze wachttijd kan in
                    een aantal gevallen worden verlengd met maximaal 52 weken, te weten op
                    gezamenlijk verzoek van de werkgever en de ambtenaar, als sanctie voor de
                    werkgever i.v.m. onvoldoende re-integratie-inspanningen of vanwege een te late
                    aanvraag van de WIA-uitkering. Een verlengde wachttijd betekent ook een
                    verlengde periode van (gedeeltelijke) door- betaling van de bezoldiging bij
                    ziekte. Bij een te late aanvraag van de WIA-uitkering is dat alleen het geval
                    als de ambtenaar daarvoor een deugdelijke grond heeft. In de WIA is uitgangspunt
                    dat werken altijd meer loont dan niet werken. De ambtenaar wordt door het UWV
                    voor de WIA gekeurd. Het UWV bekijkt dan wat de ambtenaar nog kan en hoeveel hij
                    nog kan verdienen. De ambtenaar die volgens het UWV meer dan 65% van het oude
                    inkomen kan verdienen heeft geen recht op een uitkering krachtens de WIA. De
                    ambtenaar zal in principe in provinciale dienst blijven. De
                    re-integratieinspanningen zullen worden voortgezet. Slechts bij een zwaarwegend
                    dienstbelang kan de ambte- naar wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid
                    ontslag worden verleend. De ambtenaar die blij- vend minder dan 20% van zijn
                    oude inkomen kan verdienen wordt door het UWV volledig en duurzaam
                    arbeidsongeschikt verklaard. Hij heeft, totdat hij de AOW-gerechtigde leeftijd
                    heeft bereikt, recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WIA,
                    de zogenaamde IVA-uitkering. De ambtenaar die nog 20% tot 65% van zijn oude
                    inkomen kan verdienen wordt door het UWV gedeeltelijk arbeidsgeschikt verklaard
                    en heeft onder voorwaarden recht op een werkhervattingsuitkering op grond van de
                    WIA, de zogenaamde WGA-uitkering.</al>
        <al/>
        <al>
          <sup>6</sup> De WIA geldt voor hen die vanaf 1 januari 2006 arbeidsongeschikt
                    zijn. Bestaande WAO-gevallen blijven onder de WAO. De WAO blijft ook van
                    toepassing op hen die vóór 1 januari 2006 arbeidsongeschikt waren en dat binnen
                    5 jaar weer worden met dezelfde oorzaak. De uitvoeringsregeling houdt ook met
                    deze gevallen rekening.</al>
        <al/>
        <al>Wie 50% of meer van zijn resterende verdiencapaciteit benut heeft
                    achtereenvolgens recht op een loongerelateerde WGA-uitkering gedurend maximaal 3
                    jaar en 2 maanden7 en op een WGA- loonaanvullingsuitkering (maximaal tot de
                    AOW-gerechtigde leeftijd). De ambtenaar die minder dan 50% van zijn resterende
                    verdiencapaciteit benut heeft achtereenvolgens recht op de loongerelateerde
                    WGA-uitkering en op een WGA-vervolguitkering (maximaal tot de AOW-gerechtigde
                    leeftijd).</al>
        <al/>
        <al>De loongerelateerde WGA-uitkering is, wanneer niet wordt gewerkt: 70% van het
                    oude inkomen (maar ten hoogste 70% van het maximum dagloon) en indien wel wordt
                    gewerkt: 70% van het verschil tussen het oude inkomen (tot het maximum dagloon)
                    en het nieuwe inkomen. De WGA- loon- aanvullingsuitkering is 70% van het
                    verschil tussen het oude inkomen (tot het maximum dagloon) en het nieuwe inkomen
                    bij volledige benutting van de resterende verdiencapaciteit. De WGA-
                    vervolguitkering bedraagt het WIA-arbeidsongeschiktheidspercentage maal het
                    minimumloon. De IVA-uitkering is 75% van het oude inkomen, maar ten hoogste 75%
                    van het maximum dagloon.<sup>8</sup> In aanvulling hierop ontvangt de ambtenaar
                    onder voorwaarden een arbeidsongeschiktheidspensioen van het ABP.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelgewijze toelichting</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>De bepaling inzake het recht op (gehele of gedeeltelijke) doorbetaling van
                    bezoldiging heeft betrekking op de uren van ongeschiktheid tot het verrichten
                    van zijn arbeid wegens ziekte. Over de uren waarop de ambtenaar zijn arbeid wel
                    verricht ontvangt hij uiteraard steeds de volle bezoldiging. Dat geldt ook over
                    de uren waarop betrokkene andere dan zijn eigen arbeid verricht. Het moet dan
                    reguliere, loonvormende arbeid betreffen die betrokkene verricht in het belang
                    van zijn genezing. Er wordt geen reguliere, loonvormende arbeid verricht als op
                    therapeutische basis wordt gewerkt. Daarvan is alleen sprake als wordt voldaan
                    aan alle daarvoor door het UWV geformuleerde criteria. Het UWV verstaat onder
                    arbeidstherapie het volgende: </al>
        <al>a. de activiteiten moeten binnen een tevoren aangegeven periode worden
                    uitgevoerd </al>
        <al>b. de periode mag niet langer zijn dan 6 weken </al>
        <al>c. de activiteiten moeten deel uitmaken van een opbouwend re-integratietraject </al>
        <al>d. het mag niet gaan om een bestaande omschreven functie </al>
        <al>e. het moet een gecreëerde functie zijn </al>
        <al>f. er moet te allen tijde begeleiding aanwezig zijn </al>
        <al>g. de betrokkene moet op elk moment weg kunnen gaan. </al>
        <al/>
        <al>Ingeval van werken op therapeutische basis bestaat in het 2e ziektejaar recht op
                    doorbetaling van 70% van de bezoldiging. </al>
        <al>Met werken wordt gelijk gesteld het in opdracht volgen van een opleiding ten
                    behoeve van andere werk-zaamheden die de provinciale werkgever hem in het kader
                    van zijn re-integratie aanbiedt. In dat geval wordt ook na het 1e ziektejaar de
                    bezoldiging volledig doorbetaald. </al>
        <al>In de algemene toelichting is al aangegeven dat bij dienstongevallen en
                    beroepsziekten ook na de eerste 52 weken de bezoldiging volledig wordt
                    doorbetaald. Dat is ook het geval als de werkgever in voldoende mate aan zijn
                    plicht als goed werkgever heeft voldaan. Wat onder beroepsziekte en
                    dienstongeval wordt verstaan is geregeld in artikel A.1 van de CAP. </al>
        <al>De provinciale werkgever zal nadrukkelijk rekening houden met individuele
                    gevallen van terminale ziekte en in die gevallen telkens de afweging maken of
                    onverminderde doorvoering van de korting van de bezoldiging na het 1e ziektejaar
                    uit een oogpunt van redelijkheid en billijkheid wenselijk is. Bij terminale
                    ziektes zal daarnaast alles in het werk worden gesteld om een vervroegde
                    WIA-keuring voor een IVA-uitkering te realiseren.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Voor een beperkte groep ambtenaren gelden bijzondere regels ten aanzien van de
                    aanspraken bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Het betreft de groep ambtenaren
                    die geen deelnemer zijn in de ABP-pensioenregeling. Wie dat zijn is geregeld in
                    de Wet privatisering ABP, het pensioenreglement ABP en de Regeling beperking van
                    het zijn van overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP.</al>
        <al/>
        <al>Het gaat daarbij, voor de provincies, vooral om mensen die in het kader van een
                    werkgelegenheidsmaatregel in tijdelijke provinciale dienst zijn genomen en om
                    personen die incidenteel en voor een beperkte periode als seizoenkracht in
                    dienst zijn genomen. Voor deze beperkte groep geldt artikel 4.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Hierin is geregeld in welke gevallen geen aanspraak bestaat op de (gehele of
                    gedeeltelijke) doorbetaling van bezoldiging bij ziekte. De gronden komen overeen
                    met die welke t.a.v. de wettelijke loondoorbetalingverplichting bij ziekte voor
                    het overheidspersoneel zijn geregeld in de vierde afdeling van de
                    Ziektewet.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>De bepaling van de eerste ziektedag in het eerste lid is conform het bepaalde
                    bij en krachtens de Ziektewet. Dat is bij aanvang van de ziekte tijdens het werk
                    de dag waarop de arbeid is gestaakt (onderdeel b) en ingeval betrokkene wegens
                    ziekte de werkdag niet heeft aangevangen, die werkdag (onderdeel a). De
                    onderdelen c en d zien op het ontstaan van ziekte tijdens algemeen en bijzonder
                    verlof.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 8</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Hierin zijn de verplichtingen en sancties geregeld in de (2 maximaal 3 jaar)
                    wachttijd voor de WIA/WAO. Zij sluiten aan bij die welke t.a.v. de wettelijke
                    loondoorbetalingverplichting bij ziekte voor het overheidspersoneel zijn
                    geregeld in de vierde afdeling van de Ziektewet.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 9</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Dit artikel bevat een compensatieregeling voor de groep gedeeltelijk
                    arbeidsongeschikten die geen recht op een WIA-uitkering hebben en in beginsel
                    ook na die 2 jaar in dienst van de provincie blijven. Het gaat hier om degenen
                    die door het UWV voor meer dan 65% arbeidsgeschikt zijn verklaard.
                    Werkhervatting kan hier leiden tot inkomensverlies, omdat de ambtenaar in een
                    aangepaste functie (bijvoorbeeld zijn eigen functie voor minder uren) of in een
                    andere functie op een lager salarisniveau gaat werken. Het inkomensverlies wordt
                    tijdelijk tot een redelijk niveau gecompenseerd. Bij dienston- gevallen en
                    beroepsziektes geldt een gunstiger compensatieregeling. Indien het
                    inkomensverlies door inkomensverbetering bij de provincie afneemt leidt dit
                    slechts tot een navenante verlaging van de compensatie als de
                    inkomensverbetering niet het gevolg is van algemene salarismaatregelen of van
                    salarisstappen op grond van artikel C.7 van de CAP. Overige verhogingen van de
                    bezoldiging worden wel in mindering gebracht. De compensatie wordt als salaris
                    aangemerkt, hetgeen betekent dat zij ook grondslag vormt voor de
                    vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering en meestijgt met de algemene
                    salarisontwikkeling van het provinciepersoneel.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 9a</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Bij dienstongevallen en beroepsziektes krijgt de ambtenaar een aanvulling op de
                    WIA-uitkering en het ABP arbeidsongeschiktheidspensioen. In artikel 9a is dat
                    uitgewerkt voor de verschillende situaties binnen de WIA, dus voor hen die recht
                    hebben op een IVA-uitkering, een WGA-loongerelateerde uitkering, een
                    WGA-loonaanvullingsuitkering of een WGA-vervolguitkering. In artikel 9 is de
                    aanvul- ling bij dienstongevallen en beroepsziektes geregeld voor hen die voor
                    minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn verklaard.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 10</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Hierin is geregeld dat de uitkeringen op grond van de ZW, WAO/WIA, WW of de
                    Regeling aanvullende voorzieningen bij werkloosheid in mindering worden gebracht
                    op de aanspraken krachtens de Uitvoeringsregeling rechten en plichten bij ziekte
                    en arbeidsongeschiktheid. Samenloop kan bijvoor- beeld spelen als vervroegd
                    (binnen de wachttijd van 2 jaar) recht op een IVA-uitkering bestaat vanwege
                    volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. De IVA-uitkering wordt in dat geval
                    in mindering gebracht op de doorbetaalde bezoldiging bij ziekte.</al>
        <al/>
        <al>Het tweede en derde lid voorzien in gevallen waarin deze uitkeringen een
                    vermindering ondergaan. Om te voorkomen dat de vermindering in de uitkering
                    ongedaan wordt gemaakt doordat de aanspra- ken op doorbetaling van bezoldiging
                    onverminderd worden uitbetaald, dienen op de eerste plaats deze uitkeringen als
                    onverminderd genoten te worden beschouwd. Dit wordt geregeld in het tweede lid.
                    Op de tweede plaats moet een aan een ambtenaar opgelegde wettelijke sanctie
                    evenzo worden toegepast op de aanspraken ingevolge de Uitvoeringsregeling
                    rechten en plichten bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Dat is in het derde lid
                    bepaald.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>