<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR390807_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-06-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="-"><al>algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat,
                                    zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften,
                                    persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers,
                                    toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke
                                    ondersteuning; </al></li><li nr="-"><al>algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet
                                    speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking en die
                                    algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan
                                    vergelijkbare producten;</al></li><li nr="-"><al>andere voorziening: voorzieningen op basis van een andere wet
                                    dan de wet;</al></li><li nr="-"><al>eigen bijdrage: de bijdrage die de cliënt zelf dient te betalen
                                    en bij de cliënt – of diens wettelijke vertegenwoordiger wordt
                                    geïnd;</al></li><li nr="-"><al>cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening,
                                    of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is
                                    verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als
                                    bedoeld in artikel 2;</al></li><li nr="-"><al>melding: de mededeling aan het college door of namens een
                                    persoon dat deze behoefte heeft aan maatschappelijke
                                    ondersteuning;</al></li><li nr="-"><al>hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; </al></li><li nr="-"><al>gesprek: het gesprek als bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="-"><al>persoonsgebonden budget (pgb): bedrag waarin namens het college
                                    betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen,
                                    woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een
                                    maatwerkvoorzieningen behoren, en die een cliënt van derden
                                    heeft betrokken; </al></li><li nr="-"><al>voorliggende voorziening: een andere voorziening die
                                    vergelijkbaar is met een voorziening op grond van de Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning 2015, waardoor geen voorziening
                                    op grond van deze verordening hoeft te worden verleend;</al></li><li nr="-"><al>voorziening in natura: een voorziening om de zelfredzaamheid of
                                    participatie van een ingezetene te verbeteren of te voorzien in
                                    de behoefte aan beschermd wonen of opvang;</al></li><li nr="-"><al>wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle overige begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                            niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet,
                            het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Melding hulpvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt kan een hulpvraag melden bij het college conform artikel
                            2.3.2 lid 1 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliënt kan voordat het onderzoek van start gaat, het college een
                            persoonlijk plan overhandigen waarin hij de omstandigheden, bedoeld als
                            in artikel 4, lid 1 van deze verordening, beschrijft en aangeeft welke
                            maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen.
                            Het college brengt de cliënt van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt
                            hem gedurende zeven dagen na de melding, bedoeld in het eerste lid, in
                            de gelegenheid het plan te overhandigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college wijst cliënten die een melding doen en hun mantelzorgers op
                            de mogelijkheid zich gedurende de procedure desgewenst te laten bijstaan
                            voor cliëntondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt – binnen de wettelijke termijn van zes weken - na
                            de melding in een gesprek met de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger, en
                            voor zover mogelijk met zijn mantelzorger, en desgewenst zijn familie zo
                            spoedig mogelijk en voor zover nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>zijn behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de
                                    cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp
                                    zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te
                                    voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; </al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen
                                    uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn
                                    zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn
                                    behoefte aan beschermd wonen of opvang.; </al></li><li nr="e."><al>de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de
                                    mantelzorger van de cliënt;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                    voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige
                                    activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid
                                    of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met
                                    gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn
                                    behoefte aan beschermd wonen of opvang; </al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheden om door middel van samenwerking met
                                    zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de
                                    Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke
                                    gezondheid, jeugdzorg, onderwijs, welzijn, wonen, werk en
                                    inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde
                                    dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van
                                    zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen
                                    of opvang;</al></li><li nr="h."><al>welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het
                                    bepaalde bij of krachtens artikel</al></li><li nr="i."><al>van de wet, verschuldigd zal zijn. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, lid
                            2 van de wet, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat
                            plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid van deze
                            verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het onderzoek wordt aan de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger
                            medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een
                            verstrekking van een persoonsgebonden budget. De cliënt dan wel diens
                            vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de
                            gevolgen van die keuze. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek,
                            diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt
                            toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het
                            bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien
                            van een gesprek als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 5 werkdagen na het gesprek verstrekt het college de cliënt een
                            schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld
                            in artikel 2.3.2, achtste lid, van de wet, tenzij de cliënt heeft
                            meegedeeld dit niet te wensen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag
                            toegevoegd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliënt tekent het verslag voor gezien of akkoord en zorgt ervoor dat
                            een getekend exemplaar binnen 5 werkdagen wordt geretourneerd aan de
                            contactpersoon waarmee hij het gesprek heeft gevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt kan – nadat het onderzoek is afgerond, of indien de
                            wettelijke termijn voor het onderzoek is verstreken - een aanvraag om
                            een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college
                            vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als
                            aanvraag als dat op het verslag is aangegeven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ambtshalve aanvraag op grond van artikel 2, vijfde lid van de
                            Verordening Jeugdhulp Krimpenerwaard 2015 wordt als aanvraag om een
                            maatwerkvoorziening aangemerkt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de aanvraag wordt binnen de wettelijke termijn van twee weken
                            beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het beoordelen van de aanvraag om een maatwerkvoorziening neemt het
                            college het verslag van het gesprek, indien dit is gemaakt, als
                            uitgangspunt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle mogelijkheden van de cliënt om op eigen kracht, met gebruikelijke
                            hulp en zorg, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het
                            sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene, algemeen
                            gebruikelijke of andere voorzieningen zijn zelfredzaamheid of
                            participatie te handhaven of te verbeteren, of te regelen dat hij geen
                            behoefte meer heeft aan beschermd wonen of opvang, worden bij de
                            beoordeling van de aanvraag betrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Of een cliënt voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de
                            beperking in de zelfredzaamheid of participatie, dan wel ter compensatie
                            van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving met psychische
                            of psychosociale problemen voor beschermd wonen of opvang in aanmerking
                            komt, wordt vastgesteld op basis van de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>De cliënt is ingezetene van de gemeente Krimpenerwaard;</al></li><li nr="b."><al>Dat door een maatwerkvoorziening een passende bijdrage wordt
                                    geleverd aan de zelfredzaamheid of participatiemogelijkheden,
                                    waardoor de cliënt zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
                                    blijven;</al></li><li nr="c."><al>Er geen voorliggende of algemeen gebruikelijke voorziening
                                    beschikbaar is; </al></li><li nr="d."><al>Er geen sprake is van voorzienbaarheid, waaronder kosten die de
                                    cliënt reeds voor het indienen van de aanvraag heeft gemaakt,
                                    tenzij: </al></li></lijst><lijst><li nr="·"><al>het college vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft
                                    gegeven; of </al></li><li nr="·"><al>het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de
                                    voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan
                                    beoordelen;</al><lijst><li nr="e."><al>indien de voorziening langdurig noodzakelijk is met
                                            uitzondering van het genoemd in artikel 2.3.3 van de
                                            wet;</al></li><li nr="f."><al>de situatie van de cliënt dient (goed) te kunnen
                                            beoordeeld hetgeen betekent dat de cliënt voldoet aan de
                                            medewerkingslicht bedoeld in artikel 2.3.8, derde lid,
                                            van de wet;</al></li><li nr="g."><al>de cliënt, bedoeld in artikel 2.3.5, zesde lid, en
                                            2.3.6, vijfde lid, van de wet, geen (mogelijke)
                                            aanspraak kan maken op grond van de Algemene Wet
                                            Bijzondere ziektekosten;</al></li><li nr="h."><al>de cliënt de voorziening niet vóór het indienen van de
                                            aanvraag heeft gerealiseerd of heeft geaccepteerd,
                                            tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming
                                            heeft verleend of tenzij achteraf nog valt vast te
                                            stellen dat de voorziening noodzakelijk was en als
                                            goedkoopste adequate voorziening aan te merken valt;
                                        </al></li><li nr="i."><al>voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag
                                            betrekking heeft niet eerder in het kader van enige
                                            wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de
                                            normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet
                                            verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte
                                            voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                            omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te
                                            rekenen, of tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk
                                            tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verstrekt geen voorziening in de woning:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de
                                    woning gebruikte materialen;</al></li><li nr="b."><al>ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters,
                                    tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen,
                                    ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een
                                    voorziening voor verhuizing en inrichting;</al></li><li nr="c."><al>voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten
                                    betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het
                                    verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen
                                    van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een
                                    opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke
                                    ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en
                                    inrichting;</al></li><li nr="d."><al>indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor
                                    geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de
                                    zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden
                                    voor verhuizing aanwezig is;</al></li><li nr="e."><al>indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen
                                    op dat moment meest geschikte woning, tenzij daar vooraf
                                    schriftelijk toestemming is verleend door het college.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet
                            een pgb. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verstrekt geen pgb als uit het onderzoek blijkt dat de
                            cliënt, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn
                            vertegenwoordiger niet in staat is de zorg in te kopen of niet in staat
                            is verantwoord met het budget om te gaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van een pgb – waarbij sprake is van levering door een
                            professional - wordt bepaald aan de hand van de in de betreffende
                            situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. In deze situatie
                            bedraagt het pgb maximaal 75% van de kostprijs als sprake is van de
                            levering van diensten. Het pgb bedraagt als sprake is van een hulpmiddel
                            of woningaanpassing maximaal de kostprijs die het college zou moeten
                            betalen bij een voorziening in natura. Het pgb is toereikend voor de
                            inkoop daarvan, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor
                            onderhoud en verzekering. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten en evt. andere
                            maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal
                            netwerk, onder de volgende voorwaarden betreffende het tarief:</al><lijst><li nr="a."><al>deze persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn diensten
                                    vergelijkbaar met het bruto uurloon conform de Wet Minimumloon
                                    of maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende
                                    pgb-uurtarief voor hulp van niet-professionele
                                    zorgverleners;</al></li><li nr="b."><al>de tussenpersonen of belangbehartigers worden niet uit het pgb
                                    betaald;</al></li><li nr="c."><al>dat het pgb wordt verstrekt bij langdurige ondersteuning tot
                                    maximaal de duur van de indicatie, tenzij anders besloten
                                    wordt;</al></li><li nr="d."><al>voldaan wordt aan de door het college nader op te stellen
                                    kwaliteitseisen ten aanzien van de persoon uit het sociaal
                                    netwerk die de ondersteuning levert en ten aanzien van de
                                    ondersteuning die door de persoon uit het sociaal netwerk wordt
                                    geleverd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van
                            een pgb voor een specifieke maatwerkvoorziening wordt vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op het pgb is een eigen bijdrage in de kosten van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een pgb wordt alleen ten behoeve van een persoon uit het sociaal netwerk
                            verstrekt als de cliënt niet afhankelijk is van de continuïteit van de
                            ondersteuning. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden
                            betreffende het tarief waaronder een cliënt de mogelijkheid heeft een
                            persoonsgebonden budget te besteden bij een persoon die behoort tot het
                            sociale netwerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Tegemoetkoming meerkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in overeenstemming artikel 2.1.7 van de wet, op aanvraag
                            aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale
                            problemen die daarmee verbanden houdende aannemelijke meerkosten hebben
                            een tegemoetkoming verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels opstellen over de wijze waarop en
                            voorwaarden waaronder zij de tegemoetkoming als bedoeld in het eerste
                            lid verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Regels voor bijdrage in de kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde
                                    cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage in de kosten is
                                    verschuldigd;</al></li><li nr="b."><al>wat per soort algemene voorziening de hoogte van de bijdrage in
                                    de kosten is;</al></li><li nr="c."><al>voor welke cliënten een daarbij aan te geven korting op de
                                    bijdrage in de kosten voor een algemene voorziening van
                                    toepassing is;</al></li><li nr="d."><al>op welke wijze de kostprijs van algemene voorzieningen wordt
                                    berekend;</al></li><li nr="e."><al>voor welke maatwerkvoorziening dan wel pgb een cliënt een
                                    bijdrage in de kosten volgens de landelijke inkomensafhankelijke
                                    eigen bijdrageregeling is verschuldigd;</al></li><li nr="f."><al>dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb
                                    afhankelijk is van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn
                                    echtgenoot; </al></li><li nr="g."><al>dat in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zesde lid, de
                                    bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door een andere
                                    instantie dan het CAK worden vastgesteld en geïnd;</al></li><li nr="h."><al>dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve
                                    van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd
                                    door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene
                                    tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk
                                    Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan
                                    als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een
                                    cliënt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de bijdragen verhogen of
                            verlagen aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie, zoals
                            bepaald in artikel 4.5, eerste lid, van het Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                            betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen,
                            door:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie en de eigen
                            mogelijkheden van de cliënt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg, specifiek de
                            inzet van mantelzorg en het sociaal netwerk van de cliënt; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het
                            kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met
                            de professionele standaard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden
                            gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de
                            deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders,
                            een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met
                            de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                            terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt op verzoek of
                            onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten
                            en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat
                            deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande
                            het recht op een maatwerkvoorziening of een pgb als bedoeld in artikel
                            2.3.5 respectievelijk artikel 2.3.6 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een besluit
                            genomen op grond van deze verordening herzien dan wel intrekken als het
                            college vaststelt dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                            verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou
                            hebben geleid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is
                            aangewezen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;
                        </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de cliënt niet voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of
                            het pgb;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel
                            gebruikt dan waarvoor het is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken indien
                            blijkt dat het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend
                            voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft
                            plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onder a, heeft
                            ingetrokken en verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                            plaatsgevonden, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde
                            vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten
                            onrechte genoten pgb.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een besluit tot verlening van een voorziening is ingetrokken, kan
                            op grond van artikel 2.4.1 van de wet een reeds uitbetaald pgb worden
                            teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                            ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                            ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggehaald.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al
                            dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse waardering
                        voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                            derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert
                            voor door derden te leveren diensten, rekening met in ieder geval:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte
                            van de functie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel
                            als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college houdt bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert
                            voor door derden te leveren overige voorzieningen, rekening met in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de marktprijs van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van
                                    de leverancier worden gevraagd, zoals:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1)</lidnr><al>aanmeten, levering en plaatsing van de voorziening;</al></lid><lid><lidnr>2)</lidnr><al>instructie over het gebruik van de voorziening;</al></lid><lid><lidnr>3)</lidnr><al>onderhoud van de voorziening;</al></lid><lid><lidnr>4)</lidnr><al>verplichte deelname in bepaald samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld
                            sociale wijkteams).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Betrekken van ingezetenen en belangenbehartigers bij het
                            beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente en vertegenwoordigers
                            van cliëntgroepen bij de voorbereiding van het beleid betreffende
                            maatschappelijke ondersteuning, op de wijze voorzien in de krachtens
                            artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde inspraakverordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de ingezetenen van de gemeente en de
                            vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid
                            voorstellen voor het beleid te doen, advies uit te brengen bij de
                            besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen, en voorziet hen
                            van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat de ingezetenen van de gemeente en de
                            vertegenwoordigers van cliëntgroepen kunnen deelnemen aan periodiek
                            overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat
                            zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg
                            benodigde informatie en ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels met betrekking tot welke organisaties
                            worden gerekend tot vertegenwoordigers van cliëntgroepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college handelt klachten af overeenkomstig de door de gemeente
                            gestelde klachtenregeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders met wie de gemeente een contract heeft gesloten of aan wie
                            subsidie is verleend door het college, hebben een regeling voor de
                            afhandeling van klachten van cliënten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                            ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college regelt dat de aanbieder, waar nodig naar het oordeel van het
                            college, een regeling voor medezeggenschap heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de voorwaarden
                            waaraan de medezeggenschap moet voldoen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van de medezeggenschapsregeling van aanbieders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van
                        de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot
                        onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd om nadere regels vast te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie en heeft
                            terugwerkende kracht tot 1 juni 2015. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning Krimpenerwaard 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De volgende verordeningen worden ingetrokken per 1 juni 2015:</al></li><li nr="-"><al>Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2015,
                                vastgesteld door de raad van de gemeente Bergambacht op 30 september
                                2014;</al></li><li nr="-"><al>Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2015,
                                vastgesteld door de raad van de gemeente Nederlek op 23 september
                                2014;</al></li><li nr="-"><al>Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2015,
                                vastgesteld door de raad van de gemeente Ouderkerk op 2 oktober
                                2014;</al></li><li nr="-"><al>Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2015,
                                vastgesteld door de raad van de gemeente Schoonhoven op 2 oktober
                                2014;</al></li><li nr="-"><al>Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2015,
                                vastgesteld door de raad van de gemeente Vlist op 30 september
                                2014.</al></li><li nr="2."><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond
                                van de onder lid 1 genoemde verordening totdat het college een nieuw
                                besluit heeft genomen.</al></li><li nr="3."><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de lid 1 genoemde verordening
                                maar waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van
                                Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2015,
                                worden afgehandeld krachtens de Verordening. </al></li><li nr="4."><al>Een krachtens de onder lid 1 genoemde verordening verleende
                                voorziening met betrekking tot huishoudelijke hulp blijft gelden tot
                                maximaal vijftien maanden na inwerkingtreding van deze
                                verordening.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van raad van de gemeente
                        Krimpenerwaard van 15 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. K.E. Driehuijs</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. T.P.J. Bruinsma</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>