<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR390715_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Montferland 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 6 januari
                2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Montferland 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33, derde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Montferland 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</vet></al><al/><al><vet>De raad van de gemeente Montferland</vet></al><al/><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
                            2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een
                                                verzoek om:</al><al/><al>a.feitelijke informatie;</al><al/><al>b.inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                                zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek
                                                betrekking heeft op informatie bedoeld onder het
                                                eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                                                secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een
                                                verzoek om bijstand bij het opstellen van
                                                voorstellen, amendementen en moties of andere
                                                bijstand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt
                                                verleend door de griffier of een medewerker van de
                                                griffie. Indien de gevraagde bijstand niet of niet
                                                volledig door de griffie kan worden verleend kan de
                                                griffier de secretaris verzoeken één of meer
                                                ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand
                                                zo spoedig mogelijk verlenen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris
                                                ambtelijke bijstand aan een raadslid tenzij: </al><al/><al>a.het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                                bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                                raad;</al><al/><al>b.dit het belang van de gemeente kan schaden;</al><al/><al>c.de omvang van de gevraagde bijstand een
                                                onevenredig beslag legt op de capaciteit.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op
                                                grond van het eerste lid geweigerd wordt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt
                                                geweigerd deelt de secretaris dit met redenen
                                                omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat
                                                het verzoek heeft ingediend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De secretaris verstrekt de betreffende
                                                portefeuillehouder in het college desgewenst een
                                                afschrift van het verzoek.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien (leden van) het college informatie wensen
                                                over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud
                                                van het gegeven advies, wenden zij zich daartoe
                                                rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijk bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk op het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een raadslid niet tevreden is over de door
                                                een ambtenaar verleende ambtelijke bijstand kan
                                                hiervan mededeling worden gedaan aan de
                                                secretaris.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een
                                                voor beide partijen bevredigende oplossing, leggen
                                                zij de zaak voor aan de burgemeester. De
                                                burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de
                                                kwestie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoeveelheid ambtelijke bijstand</titel></kop><al>De secretaris houdt in een register bij hoeveel verzoeken om ambtelijke
                            bijstand als bedoeld in artikel 1, derde lid een raadslid per jaar
                            doet.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Financiële vergoeding</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De fracties als bedoeld in artikel 8 van het
                                                Reglement van orde voor de vergaderingen van de
                                                raad, kunnen jaarlijks een financiële bijdrage als
                                                tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren
                                                van de fractie ontvangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 500,--
                                                voor elke fractie. Daarnaast kan elke fractie een
                                                bedrag van € 100,-- per raadszetel ontvangen. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Besteding financiële vergoeding</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Fracties besteden de bijdrage om hun
                                                volksvertegenwoordigende, kaderstellende en
                                                controlerende rol te versterken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging
                                                van: </al><al/><al>a.uitgaven die in strijd zijn met wettelijke
                                                bepalingen en overige regelingen;</al><al/><al>b.betalingen aan politieke partijen, met politieke
                                                partijen verbonden instellingen of</al><al>natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van
                                                prestaties (diensten of goederen) geleverd ten
                                                behoeve van de fractie op basis van een
                                                gespecificeerde, reële declaratie;</al><al/><al>c.giften;</al><al/><al>d.uitgaven welke dienen bestreden te worden uit
                                                vergoedingen die de leden ingevolge het</al><al> rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                                toekomen;</al><al/><al>e.opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorschot bijdrage fractieondersteuning</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, op
                                                verzoek, voor 28 februari van een kalenderjaar als
                                                voorschot op dat kalenderjaar verstrekt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>In een jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen
                                                plaatsvinden wordt, op verzoek, het voorschot
                                                verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin
                                                de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden. In de
                                                eerste maand na de maand waarin de eerste
                                                vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt
                                                wordt, op verzoek, het voorschot verstrekt voor de
                                                overige maanden van dat jaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen
                                                voorschotten in jaren waarvoor de raad de bedragen
                                                heeft vastgesteld.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijziging van de bijdrage fractieondersteuning</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van
                                                verkiezingen verandert, wijzigt de bijdrage met
                                                ingang van de eerste maand na de maand waarin de
                                                eerste vergadering van de nieuw gekozen raad
                                                plaatsvindt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van
                                                artikel 6, tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de
                                                oorspronkelijke fractie, voor het resterende deel
                                                van het kalenderjaar, verdeeld over de betrokken
                                                fracties naar evenredigheid van het aantal bij
                                                splitsing betrokken leden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij splitsing van een fractie wordt het aan de
                                                oorspronkelijke fractie verstrekte voorschot
                                                verrekend overeenkomstig de verdeling die volgt uit
                                                het tweede lid. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij splitsing van een fractie wordt vanaf het nieuwe
                                                kalenderjaar, de op grond van artikel 6, tweede lid,
                                                vastgestelde bijdrage, eveneens volledig van
                                                toepassing op de nieuwe fractie. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verantwoording en controle</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Elke fractie legt, binnen twee maanden na het einde
                                                van het kalenderjaar, aan de raad verantwoording af
                                                over de besteding van de bijdrage voor
                                                fractieondersteuning, onder overlegging van een
                                                verslag aan de Auditcommissie met onderliggende
                                                originele betalingsbewijzen, facturen en
                                                declaraties. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Auditcommissie zal de controle over de
                                                rechtmatigheid van de bijdrage voor
                                                fractieondersteuning voorbereiden voor de raad en de
                                                raad dienaangaande van een advies voorzien.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Auditcommissie kan de verslagen laten controleren
                                                door de accountant, belast met de controle van de
                                                jaarrekening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De raad stelt de bedragen vast van de uitgaven van
                                                een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de
                                                bijdrage bekostigd zijn en stelt de door de fracties
                                                terug te storten bedragen vast. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bedrag voor fractieondersteuning welke niet is
                                                gebruikt, vloeit terug naar de algemene
                                                middelen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning
                            2005, gewijzigd bij besluit van 13 maart 2008 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Het jaar 2016 wordt aangemerkt als overgangsjaar voor de verstrekking
                            van de financiële bijdrage als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van
                            deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning 2016.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Montferland op 17 december
                        2015.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>D.Berends, C.C. Leppink-Schuitema</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP DE VERORDENING AMBTELIJKE BIJSTAND EN
                        FRACTIE-ONDERSTEUNING 2016 (ARTIKEL 33 GEMEENTEWET)</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is in 2002 door de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur
                    ingrijpend gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en individuele
                    raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke groeperingen
                    bestaat daarnaast een recht op fractieondersteuning. De uitwerking van deze
                    rechten moet bij verordening worden geregeld.</al><al>In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij of zij is het
                    eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult
                    ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.</al><al>Gezien de duale verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op het punt van de
                    ambtelijke bijstand heldere scheidslijnen worden getrokken tussen werkzaamheden
                    voor de raad en voor het college. De ambtenaar mag niet onder druk komen te
                    staan doordat hij werkzaamheden voor de raad verricht. Daarom zal een collegelid
                    dat toch informatie wenst over het verzoek om ambtelijke bijstand, zich moeten
                    wenden tot het betrokken raadslid en niet tot de behandelend ambtenaar.</al><al>Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen
                    behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie
                    beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken
                    van amendementen, moties en regelingen zal een beroep op deze organisatie dan
                    ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de
                    reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend
                    en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd.
                    Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al>De formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al>De modelverordening heeft in de afgelopen jaren zijn waarde bewezen. In
                    jurisprudentie wordt er regelmatig naar verwezen en de minister van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties gaf aan dat de modelverordening prima voldoet. Toch
                    is in de geactualiseerde versie een aantal bepalingen gewijzigd en heeft een
                    zekere “fine-tuning” plaatsgevonden. Waar het kon zijn artikelen samengevoegd en
                    zinsconstructies aangepast. Dat leidt tot een overzichtelijker geheel. Ook
                    hebben de diverse artikelen, conform de Aanwijzingen voor de decentrale
                    regelgeving, nu opschriften gekregen.</al><al/><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Verzoek om informatie</tussenkop><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier of een
                    ambtenaar. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis die
                    het in de Wet openbaarheid van bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. </al><al>Op niet-openbare documenten is het bepaalde in de artikelen 25, 55 en 86 van de
                    Gemeentewet van toepassing. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het Reglement
                    van orde voor de vergaderingen van de raad, het Reglement van orde voor de
                    vergaderingen van het college en de Verordening op de raadscommissies.</al><al>Er is voor gekozen de griffier te benoemen als centrale functionaris. Het
                    bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad
                    en het college, die bij de dualisering hun beslag hebben gekregen, leiden ertoe
                    dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijkerwijs tot een verdergaande
                    formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.</al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder het gezag van het college vallen en dus niet onder de noemer
                    “griffiemedewerkers”. Dit neemt niet weg dat medewerkers van de griffie ook
                    ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het tweede lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Verlenen van ambtelijke bijstand</tussenkop><al>In het vierde lid wordt gewezen op het belang dat de betrokken
                    portefeuillehouder heeft van het op de hoogte zijn van het feit dat bijstand is
                    verleend door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien
                    de afstand tussen raad en college is het logisch dat desgewenst melding wordt
                    gemaakt van het verlenen van ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris
                    kunnen afspreken in welke gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><al>Het vijfde lid voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen raad
                    en college terecht komt. Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt,
                    moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die
                    werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te verzekeren dat een
                    ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te
                    verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het vijfde lid bepaald dat
                    wethouders of de burgemeester zich voor informatie direct tot het betrokken
                    raadslid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een
                    extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke
                    bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Weigering verzoek ambtelijke bijstand</tussenkop><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Artikel 3 regelt dat de uiteindelijke
                    beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de
                    burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg voert met de
                    secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken raadslid).
                    Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de burgemeester
                    verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet).</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Geschil over ambtelijke bijstand</tussenkop><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren
                    met de secretaris.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Hoeveelheid ambtelijke bijstand</tussenkop><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om aan ieder raadslid een vaste hoeveelheid
                    uren of keren recht op ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie toe te kennen. Hiermee wordt een extra garantie geboden dat dit
                    recht ook geëffectueerd kan worden. Het biedt de ambtelijke organisatie
                    bovendien de mogelijkheid enigszins grip te houden op de omvang van de
                    werkzaamheden. Deze begrenzing geldt niet voor eenvoudige informatieverschaffing
                    als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a en b. Deze bijstand kan
                    onbeperkt geboden worden.</al><al>Het door de secretaris bij te houden register maakt het bovendien mogelijk na te
                    gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie. Tevens
                    kan het een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte aan
                    deze voorzieningen.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Financiële vergoeding</tussenkop><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte
                    van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten
                    worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De fractieondersteuning
                    bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke
                    fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat
                    grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat
                    zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding krijgen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Besteding financiële vergoeding</tussenkop><al>Voor wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning wordt de
                    fracties grotendeels de vrijheid gelaten. Minimumvoorwaarde is wel dat de
                    bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen
                    genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder
                    andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en
                    dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                    rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
                    artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Algemene opleidingen voor raads- en commissieleden die
                    meestal worden georganiseerd door de griffie(r) dienen bekostigd te worden uit
                    de gemeentelijke bedrijfsvoering (scholingsbudget voor raads- en commissieleden)
                    en dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning.</al><al>Om fracties enige houvast te geven bij de besteding van het fractiebudget, is in
                    onderstaande tabel (<onderstreept>niet</onderstreept> limitatief) aangegeven aan
                    welke uitgaven het budget wel of niet besteed mag worden. </al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Wel</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Niet</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·Raadswerkzaamheden</al></entry><entry colname="col2"><al>·Uitgaven in strijd met wettelijke bepalingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·Fractieondersteuning in de vorm van secretariële,
                                        procesmatige of inhoudelijke ondersteuning</al><al>·Administratiekosten t.b.v. de gehele fractie</al></entry><entry colname="col2"><al>·Bestedingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of </al><al>natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van
                                        prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van
                                        de fractie op basis van een gespecificeerde, reële
                                        declaratie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·Inhuren van externe deskundigen voor advies</al><al>·Financiële en facilitaire ondersteuning bij uitwerken van
                                        initiatieven m.b.t. volksvertegenwoordigende rol</al></entry><entry colname="col2"><al>·Bestedingen aan raadsleden of bedrijven van raadsleden voor
                                        werkzaamheden die zij als medewerker of anderszins op
                                        enigerlei wijze in opdracht van een fractie verrichten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·Opleidingen, cursussen en seminars die tot doel hebben de
                                        kwaliteit van het fractiewerk en het functioneren van de
                                        fractie als geheel te verhogen en daarmee verband houdende
                                        reiskosten en koffie- en theeverstrekking</al></entry><entry colname="col2"><al>·Individuele/persoonlijke onkosten raadsleden (cursussen,
                                        congressen en opleidingen)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·Organiseren bijeenkomsten met een bredere doelgroep dan de
                                        eigen leden</al><al>(zaalhuur, organisatie, publiciteit)</al></entry><entry colname="col2"><al>·Fractievergaderingen op locatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·Fractie excursie, werkbezoeken e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>·Herverkiezing raadsleden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>·Het opzetten en onderhouden van een website, waarmee een
                                        fractie zich aan de inwoners presenteert (geen
                                        verkiezingscampagne)</al></entry><entry colname="col2"><al>·Lief en leed</al><al>·Giften</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikel 8 Voorschot bijdrage fractieondersteuning</tussenkop><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het
                    voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast wordt
                    aan de nieuwe verhoudingen in de raad. Indien blijkt dat het geld onrechtmatig
                    is besteed kan dit aan het eind van het jaar verrekend worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Wijziging van de bijdrage fractieondersteuning</tussenkop><al>Het kan gebeuren dat de bijdrage aangepast moet worden aan veranderde
                    verhoudingen in de raad. Dit artikel is zo geformuleerd dat het zowel kan dienen
                    voor fracties die bij de verkiezingen blijken te verdwijnen dan wel na de
                    verkiezingen opkomen, maar het kan ook dienen om de mutaties in aantal op te
                    vangen van de zittende fracties.</al><al>Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct
                    verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de
                    oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot beschikken en zou het andere
                    deel van de oorspronkelijke fractie juist helemaal geen voorschot krijgen. Na
                    het kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is billijker de
                    verrekening in deze gevallen direct te laten plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Verantwoording en controle</tussenkop><al>De verantwoording van de besteding van de fractiebijdragen van de fracties zijn
                    openbare stukken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur. Het is een
                    verantwoording van de fracties hoe zij om gaan met de hun ter beschikking
                    gestelde politieke gelden. In dat kader is het niet vreemd dat er in den lande
                    nogal eens media-aandacht voor de bestedingen van deze gelden is. </al><al>De Auditcommissie kan de verslagen laten controleren door de accountant, belast
                    met de controle op de jaarrekening. Het format voor het verslag wordt door de
                    Auditcommissie vastgesteld.</al><al>Het bedrag voor fractieondersteuning welke niet is gebruikt, vloeit terug naar
                    de algemene middelen.</al><al/><tussenkop>Artikelen 11, 12, 13 en 14</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>