<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR390679_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN ABG-ORGANISATIE 2016 - GEMEENTE GILZE EN RIJEN</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-128699.html">Gemeenteblad, jaargang 2015, nr.128699, 30 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>VERORDENING COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN ABG-ORGANISATIE 2016 - GEMEENTE GILZE EN RIJEN</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN ABG-ORGANISATIE 2016 -
                            GEMEENTE GILZE EN RIJEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Agendapunt 16.</al><al>Vergadering</al><al>d.d. 21 december 2015.</al><al><vet>DE RAAD</vet><vet>, HET COLLEGE EN DE BURGEMEESTER</vet><vet> VAN
                        DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;</vet></al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 december
                        2015;</al><al>gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de
                        Gemeentewet;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ABG-gemeenten: de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze
                                    en Rijen </al></li><li nr="b."><al>ambtelijk horen: het horen van belanghebbenden als bedoeld in
                                    artikel 7:5 Algemene wet bestuursrecht en adviseren omtrent een
                                    beslissing op bezwaar;</al></li><li nr="c."><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht; </al></li><li nr="d."><al>belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit
                                    is betrokken;</al></li><li nr="e."><al>bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit
                                    heeft genomen en een besluit dient te nemen op het bezwaar;</al></li><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Gilze en Rijen;</al></li><li nr="g."><al>commissie: de commissie bezwaarschriften voor de
                                    ABG-organisatie;</al></li><li nr="h."><al>bestuur: het bestuur van de ABG-organisatie;</al></li><li nr="i."><al>bezwaarmaker: degene die een bezwaarschrift indient;</al></li><li nr="j."><al>(vice)voorzitter: de als zodanig benoemde (vice)voorzitter van
                                    de commissie;</al></li><li nr="k."><al>zittingsvoorzitter: de voorzitter, vicevoorzitter of een
                                    commissielid, die fungeert als dagvoorzitter op een zitting
                                    .</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Taken commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie ter advisering ten aanzien van de beslissingen
                                op bezwaren tegen besluiten van de gemeenteraad, het college en de
                                burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van:</al><lijst><li nr="-"><al>bezwaarschriften ingediend tegen besluiten op grond van een
                                        gemeentelijke belastingverordening;</al></li><li nr="-"><al>bezwaarschriften betreffende een personele
                                        aangelegenheid;</al></li><li nr="-"><al>bezwaarschriften die door de bestuursorganen op een andere
                                        wijze worden afgedaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het horen en adviseren omtrent een bezwaar door de commissie
                                kan, met betrekking tot door het verwerend orgaan bij afzonderlijk
                                besluit daartoe aangewezen categorieën van bezwaarschriften, het
                                horen ambtelijk plaatsvinden. Deze categorieën betreffen niet
                                bezwaarschriften tegen raadsbesluiten. Die worden steeds door de
                                commissie behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling en benoeming commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter, een vicevoorzitter en een
                                voldoende aantal leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter, vicevoorzitter en de leden worden benoemd, geschorst
                                en ontslagen door het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De functies van voorzitter, vicevoorzitter en lid zijn onverenigbaar
                                met het lidmaatschap van de gemeenteraad, met het ambt van
                                burgemeester of wethouder, met het werkzaam zijn, alsmede het in de
                                voorafgaande twee jaar werkzaam zijn geweest, onder
                                verantwoordelijkheid van een van de ABG-gemeenten . </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De benoeming van de voorzitter, vicevoorzitter en de leden van de
                                commissie is gebaseerd op de deskundigheid en onafhankelijkheid van
                                de kandidaat of kandidaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de vicevoorzitter en de leden van de commissie worden
                                benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer
                                herbenoemd te worden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter, de vicevoorzitter en de leden kunnen op elk moment
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende of ontslagnemende voorzitter, vicevoorzitter of leden
                                blijven hun functie vervullen totdat in hun opvolging is
                                voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Instellen van kamers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de
                                behandeling van bezwaarschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast
                                welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen
                                worden behandeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden:</al><lijst><li nr="a."><al>een zittingsvoorzitter overeenkomstig artikel 7:13 Awb,
                                        zijnde de voorzitter of vicevoorzitter of in uitzonderlijke
                                        gevallen één van de leden van de commissie;</al></li><li nr="b."><al>ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen
                                        uit haar midden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie en haar kamers worden ondersteund door één of meerdere
                                secretarissen die door het bestuur worden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris is voor zijn werkzaamheden inhoudelijk slechts
                                verantwoording schuldig aan de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt binnen
                                zeven werkdagen in handen van de commissie gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
                            voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de
                            (vice)voorzitter of zittingsvoorzitter van de commissie:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                                    termijn;</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
                                    tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="d."><al>artikel 7:4, tweede lid;</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6, vierde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bemiddeling</titel></kop><al>De commissie onderzoekt of de zaak in der minne kan worden geschikt.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsvoorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                leden van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen
                                inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe op de zitting te
                                verschijnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging nodig van
                                het betrokken bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten voor de inzet van een deskundige worden apart in rekening
                                gebracht bij het desbetreffende bestuursorgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                zitting waarin bezwaarmaker, eventuele belanghebbende(n) en het
                                verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de
                                commissie te laten horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per hoorzitting bestaat de commissie ten minste uit een
                                zittingsvoorzitter en twee leden genoemd onder artikel 3. Voor het
                                houden van de hoorzitting is vereist dat de meerderheid van het
                                aantal leden, waaronder in ieder geval de zittingsvoorzitter, ter
                                zitting aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De zittingsvoorzitter is belast met de leiding van de hoorzitting en
                                zorgt voor de handhaving van de orde ter zitting. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De zittingsvoorzitter en de leden van de commissie nemen geen deel
                                aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun
                                onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitnodiging hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsvoorzitter nodigt bezwaarmaker, eventuele
                                belanghebbende(n) en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor
                                de zitting schriftelijk uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen bezwaarmaker, eventuele
                                belanghebbende(n) en het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen
                                de zittingsvoorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te
                                wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de zittingsvoorzitter op dit verzoek wordt
                                uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan betrokkenen
                                medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De zittingsvoorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                wijken of afwijking toe te staan van termijnen die genoemd zijn in
                                het eerste tot en met het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde kunnen de deuren
                                worden gesloten indien de zittingsvoorzitter of een van de aanwezige
                                leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een
                                verzoek doet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen
                                aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten,
                                vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van hetgeen ter zitting is verhandeld wordt zakelijk verslag gedaan,
                                waarbij wordt vermeld de namen van de aanwezigen en hun
                                hoedanigheid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het verhandelde ter zitting kan voor administratieve doeleinden
                                een digitale opname worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren
                                plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun
                                gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt
                                het verslag hiervan melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar op de zitting overgelegde bescheiden, die
                                aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de zittingsvoorzitter en de
                                betrokken secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt
                                opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                zittingsvoorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere
                                commissieleden dit onderzoek houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt toegezonden
                                aan bezwaarmaker en in afschrift aan de leden van de commissie, het
                                verwerend orgaan en eventuele andere belanghebbenden. Op de
                                informatie kan schriftelijk worden gereageerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bezwaarmaker, leden van de commissie, het verwerend orgaan en
                                eventuele andere belanghebbenden kunnen binnen een week na
                                verzending van de nadere informatie aan de zittingsvoorzitter van de
                                commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
                                hoorzitting. De zittingsvoorzitter beslist op zo'n verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                                betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                brengen advies. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de
                                zittingsvoorzitter. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt,
                                indien de minderheid dat verlangt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en bevat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het advies wordt ondertekend door de zittingsvoorzitter en de
                                betrokken secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                                artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere
                                informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het
                                bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de (zittings)voorzitter van de commissie
                                de termijn van 12 weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de
                                Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een
                                advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend
                                orgaan tijdig de beslissing te verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en
                                belanghebbende(n) een afschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van de
                            gemeente verslag uit over haar werkzaamheden in het voorgaande
                            kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De (vice)voorzitter en commissieleden ontvangen een vergoeding voor hun
                            werkzaamheden. De hoogte van deze vergoeding wordt vastgesteld door het
                            college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Bezwaarschriften die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn
                            ingediend, maar nog niet zijn behandeld ter zitting of wel ter zitting
                            behandeld maar ter zitting aangehouden, worden behandeld door de
                            commissie overeenkomstig deze Verordening. Met betrekking tot
                            bezwaarschriften die voor de inwerkingtreding van deze Verordening zijn
                            ingediend, reeds ter zitting zijn behandeld en niet ter zitting zijn
                            aangehouden blijft de Commissie bezwaarschriften van de gemeente Gilze
                            en Rijen bevoegd totdat met betrekking tot die bezwaarschriften advies
                            is uitgebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening commissie
                            bezwaarschriften ABG-organisatie 2016 - Gilze en Rijen”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt na publicatie in werking met ingang van 1
                            januari 2016 dan wel zoveel later als de (vice)voorzitter en leden van
                            de commissie zijn benoemd. Op deze datum wordt de Verordening commissie
                            bezwaarschriften Gilze en Rijen 2012 ingetrokken.</al><al/><al/><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 21 december 2015.</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.W. Timmermans dr. A.J.W. Boelhouwer</ondertekening><ondertekening>HET COLLEGE,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>ir. G.J.F.M. Vlekke dr. A.J.W. Boelhouwer</ondertekening><ondertekening>BURGEMEESTER</ondertekening><ondertekening>de burgemeester</ondertekening><ondertekening>dr. A.J.W. Boelhouwer</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Deze verordening geeft een uitwerking van de behandeling van bezwaarschriften
                    door de commissie bezwaarschriften ABG.</al><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepaling</tussenkop><al>In dit artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn in de
                    verordening.</al><tussenkop>Artikel 2. Taken commissie</tussenkop><al>In artikel 2 wordt aangegeven dat een gemeentelijke adviescommissie is
                    aangewezen voor het horen en adviseren inzake bezwaarschriften. In artikel 1:5
                    van de Awb is omschreven wat onder het maken van bezwaar dient te worden
                    verstaan.</al><al>In het tweede lid worden categorieën van bezwaarschriften benoemd die niet door
                    de commissie worden behandeld, maar op een andere wijze worden behandeld. </al><al>In het derde lid is een bepaling opgenomen dat het mogelijk is voor bepaalde van
                    tevoren aan te wijzen categorieën te besluiten dat ambtelijk wordt gehoord. Deze
                    categorieën worden door het bevoegde bestuursorgaan separaat aangewezen. </al><tussenkop>Artikel 3. Samenstelling en benoeming van de commissie</tussenkop><al>Het eerste lid verwijst naar de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13
                    Awb.</al><al>De wet stelt als minimale eisen aan de samenstelling van een
                    adviescommissie:</al><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden
                            (artikel 7:13, eerste lid, onder a, van de Awb)</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter maakt geen deel uit en is niet werkzaam onder
                            verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (artikel 7:13, eerste lid,
                            onder b, van de Awb)</al></li></lijst><al>In het derde lid van artikel 3 is toegevoegd: De voorzitter en de leden van de
                    commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn (geweest) onder
                    verantwoordelijkheid van één van de ABG-gemeenten.</al><al>De commissie is ten behoeve van de behandeling van bezwaarschriften van de
                    ABG-gemeenten ingesteld. De voorzitter, vicevoorzitter en commissieleden worden
                    door het college benoemd. Het college kan mandaat verlenen aan het bestuur van
                    de ABG-organisatie.</al><tussenkop>Artikel 4 Zittingsduur</tussenkop><al>Na invoering van de mogelijkheid om bezwaarschriftencommissies in te stellen
                    (1994) zijn er diverse varianten ontstaan. De modelverordening van de VNG ging
                    aanvankelijk uit van een zittingstermijn van de bezwarencommissie die gelijk was
                    aan de zittingstermijn van de gemeenteraad. Nadeel van deze constructie was dat
                    met het aftreden van de raad ook de gehele bezwaarschriftencommissie aftrad en
                    opnieuw in al dan niet gewijzigde samenstelling moet worden benoemd. De VNG
                    adviseert inmiddels om de zittingstermijn niet meer gelijk te stellen met de
                    zittingstermijn van de gemeenteraad, maar de voorzitter en de leden van de
                    bezwaarschriftencommissie voor een bepaalde termijn te benoemen met de
                    mogelijkheid van eenmalige herbenoeming. Hierdoor ontstaat er een geleidelijke
                    wijziging in de samenstelling van de commissie en zijn niet alle plaatsen
                    tegelijk vacant. </al><al>In de nieuwe gezamenlijke commissie zullen circa 10 personen zitting hebben.
                    Wanneer zij allemaal tegelijk aftreden en vervangen moeten worden, is het bijna
                    onmogelijk om voor iedereen tegelijk vervanging te vinden. Daarom wordt
                    voorgesteld voor de nieuwe situatie uit te gaan van een benoemingstermijn van 4
                    jaar met een mogelijke herbenoeming voor 4 jaar (voor nieuwe leden). We achten
                    een maximale zittingstermijn van 8 jaar wenselijk omdat er anders te veel
                    verwevenheid tussen de commissie en de organisatie kan ontstaan waardoor de
                    onafhankelijkheid beïnvloed kan worden. </al><al>Voor de huidige leden zal een overgangsregeling getroffen worden inhoudende
                    dat</al><lijst><li nr="-"><al>leden die per 1 januari 2016 korter dan 4 jaar zitting hebben, worden
                            benoemd tot de datum waarop zij 8 jaar lid zijn en</al></li><li nr="-"><al>leden die per 1 januari 2016 langer dan 4 jaar maar korter dan 8 jaar
                            zitting hebben, worden benoemd tot 1 januari 2020 en</al></li><li nr="-"><al>leden die per 1 januari 2016 langer dan 8 jaar zitting hebben, worden
                            benoemd tot 1 januari 2018.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5. Instellen van kamers</tussenkop><al>Als bijvoorbeeld gelet op het grote aantal te behandelen bezwaren of in verband
                    met een wenselijke splitsing naar onderwerp, daaraan behoefte bestaat, kan de
                    commissie worden opgesplitst in kamers. Daartoe is artikel 5 opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 6. Secretaris</tussenkop><al>Hoewel in de Awb niet over een secretaris wordt gesproken, is het gebruikelijk
                    dat een commissie en haar kamers beschikken over een secretaris ter
                    ondersteuning van de werkzaamheden.</al><tussenkop>Artikel 7. Ingediend bezwaarschrift</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 8. Uitoefening bevoegdheden</tussenkop><al>Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist de commissie over onder andere de toepassing
                    van artikel 7:4, zesde lid, en 7:5, tweede lid. Dit uitdrukkelijke voorschrift
                    maakt het niet mogelijk dat deze bevoegdheid door de voorzitter (of een ander
                    lid) van de commissie wordt uitgeoefend. De hiervoor aangehaalde bepalingen zijn
                    in dit artikel dan ook niet genoemd.</al><al>De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de Awb luiden als
                    volgt.</al><tussenkop>artikel 2:1, tweede lid</tussenkop><al>Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging
                    verlangen.</al><tussenkop>Artikel 6:6</tussenkop><al>Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld
                    vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan dit
                    niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad
                    het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.</al><tussenkop>Artikel 6:17</tussenkop><al>Indien iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat bevoegd is op
                    het bezwaar te beslissen, de op de zaak betrekking hebbende stukken in elk geval
                    aan de gemachtigde.</al><tussenkop>Artikel 7:4, tweede lid</tussenkop><al>Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking
                    hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één week voor
                    belanghebbenden ter inzage.</al><tussenkop>Artikel 7:6, vierde lid</tussenkop><al>Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende,
                    toepassing van het derde lid achterwege laten, voorzover geheimhouding om
                    gewichtige redenen is geboden [...].</al><al>Het derde lid van dit artikel luidt:</al><al>Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de
                    hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn
                    aanwezigheid.</al><tussenkop>Artikel 9. Bemiddeling</tussenkop><al>Alternatieve geschillenbeslechting wordt bij de meeste bestuursorganen en
                    rechtbanken op een bepaalde manier toegepast. Veel voorkomende vormen zijn
                    (pre)-mediation of een andere aanpak.</al><al>Bij de andere aanpak wordt vaak na ontvangst van het bezwaarschrift meteen
                    gebeld naar de bezwaarde. Op deze manier kunnen misverstanden worden rechtgezet,
                    het besluit nader worden toegelicht etc. Dit kan leiden tot intrekking van het
                    bezwaarschrift.</al><al>Mediation is een formelere vorm. Hierbij kan onder begeleiding van een mediator
                    naar een oplossing gezocht worden waarmee beide partijen uit de voeten kunnen.
                    Belangrijk is dat beide partijen deze stap nemen en afspraken die hierbij horen
                    worden formeel in een overeenkomst vastgelegd.</al><al>De keuze om al dan niet tot mediation over te gaan is aan het bestuursorgaan,
                    dat ook de grenzen van de onderhandelingsruimte dient vast te stellen.</al><al>Door deze bepaling is procedureel vastgelegd dat de commissie kan onderzoeken of
                    een bemiddelingspoging mogelijk is in een bezwaarschriftenproces. Door de Wet
                    dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is het van belang dat, indien
                    gesproken wordt over mogelijke oplossingen buiten de bezwaarprocedure om,
                    formeel wordt vastgelegd dat de beslistermijn van het bezwaarschrift wordt
                    opgeschort tot het moment dat aan de secretaris wordt meegedeeld wat de uitkomst
                    van de bemiddelingspoging is.</al><tussenkop>Artikel 10. Vooronderzoek</tussenkop><al>Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te
                    dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het
                    bezwaarschrift voldoende voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de
                    gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen -
                    als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de bezwaarde in contact te treden
                    om nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke
                    niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te
                    trekken.</al><al>De activiteiten van de commissie of haar voorzitter bij de voorbereiding van de
                    te behandelen zaken kunnen kosten met zich meebrengen. Daarbij vallen gewone en
                    bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan
                    bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van externe
                    deskundigen zal bijzondere kosten met zich meebrengen. Deze kosten komen ten
                    laste van de gemeentebegroting. Normaal gesproken is er in de begroting voorzien
                    in de normale kosten van een commissie. Dat kan anders liggen als het om
                    bijzondere kosten gaat.</al><al>Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt het
                    voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat het
                    desbetreffende bestuursorgaan de gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een
                    begrotingspost. Om deze reden is in onderhavige bepaling voor de kosten voor
                    getuigen of deskundigen een machtiging vooraf geïntroduceerd. Uiteraard mag het
                    niet zo zijn dat het bestuursorgaan door zo'n toetsing het werk van de commissie
                    frustreert en haar onafhankelijke positie daardoor aantast.</al><al>In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het
                    bestuursorgaan (al dan niet op verzoek) de gegevens ter beschikking stelt aan de
                    adviescommissie die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak.</al><tussenkop>Artikel 11. Hoorzitting</tussenkop><al>In artikel 11 is bepaald dat de voorzitter van de commissie gaat over plaats en
                    tijdstip van de zitting. Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het
                    bestuursorgaan, voor zover niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of
                    het horen in het openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid Awb wordt
                    deze bevoegdheid aan de commissie toegekend.</al><al>In artikel 11, tweede lid wordt verwezen naar artikel 7:3 van de Awb. Dit
                    artikel geeft aan in welke gevallen van het horen van belanghebbenden kan worden
                    afgezien. Voor een ingediend bezwaarschrift is dat indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;</al></li><li nr="b."><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord, of</al></li><li nr="d."><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                            belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                            geschaad.</al></li></lijst><al>Ad d) Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van
                    appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de commissie
                    contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen op artikel 6:19 Awb. In
                    artikel 6:19 Awb wordt bepaald dat het bezwaar of beroep van rechtswege mede
                    betrekking heeft op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het
                    bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. </al><al>De bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend
                    aan de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het
                    bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook
                    niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid Awb, waarin onder andere
                    is bepaald dat de commissie, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is
                    bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3 Awb.</al><al>De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie,
                    die ingevolge artikel 16 van de verordening achter gesloten deuren
                    plaatsheeft.</al><tussenkop>Quorum</tussenkop><al>Het derde lid is opgenomen voor die gevallen waarin het vergaderquorum wel
                    aanwezig is, maar de commissie door afwezigheid van een of meer leden dan wel
                    hun plaatsvervangers (of als gevolg van de toepassing van artikel 13) tijdens de
                    besluitvorming uit een even aantal personen bestaat.</al><al>Het horen kan plaatsvinden door een niet-voltallige commissie; de advisering
                    dient plaats te vinden door een commissie die voldoet aan de eisen van artikel
                    7:13, eerste lid, onder a van de Awb. Hoe het advies tot stand komt, is niet
                    voorgeschreven. Schriftelijke consultatie is mogelijk (CRvB 21 oktober 1999, AB
                    2000/42 en Rb. Haarlem 5 januari 2001, ongepubliceerd, zaaknummer Awb 00/8620 en
                    00/8621).</al><al>Advisering door de voorzitter en één lid van de hoorcommissie is in strijd met
                    artikel 7:13, eerste lid, onder a Awb (Raad van State, Afdeling
                    bestuursrechtspraak 19-10-98, JB 1998/257). Uit het derde lid van dit artikel
                    (mogelijkheid voor de commissie om het horen op te dragen aan de voorzitter of
                    een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder
                    verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan) volgt niet dat de gehele advisering
                    kan worden opgedragen aan de voorzitter en één lid.</al><al>Het vierde en vijfde lid spreken voor zich.</al><tussenkop>Artikel 12. Uitnodiging hoorzitting</tussenkop><al>Het verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de
                    oproeping en de zitting zelf. In het algemeen moet gedacht worden aan een
                    zodanige termijn dat de bezwaarde en de overige belanghebbenden voldoende
                    gelegenheid krijgen om zich behoorlijk op de zitting voor te bereiden.
                    Bezwaarden kunnen geattendeerd worden op de mogelijkheid om hun toelichting op
                    schrift te stellen dat bij het verslag wordt gevoegd. </al><al>Bij de uitnodiging van de hoorzitting wordt in ieder geval mededeling gedaan
                    dat: </al><lijst><li nr="1."><al>Tot 10 dagen voor het horen belanghebbenden nadere stukken kunnen
                            indienen.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan het bezwaarschrift en alle verder op de zaak
                            betrekking hebbende stukken, voorafgaand aan het horen, gedurende ten
                            minste één week voor belanghebbenden ter inzage legt.</al></li></lijst><al>Indien bezwaarmaker om uitstel van de hoorzitting vraagt dan hoeft dit niet
                    altijd te worden verleend. Betrokkene dient wel tijdig uitsluitsel over zijn
                    verzoek om uitstel te krijgen. Indien een bezwaarde verzoekt om uitstel en
                    hiermee ingestemd wordt, dan is het uitgangspunt dat daarmee de beslistermijn
                    met eenzelfde periode wordt opgeschort en dit op papier te bevestigen.</al><tussenkop>Artikel 13. Openbaarheid hoorzitting</tussenkop><al>In dit artikel is vastgelegd dat de hoorzitting in principe in het openbaar
                    plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft mogelijk, bijvoorbeeld indien
                    bijzonder persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard of
                    andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen.</al><tussenkop>Artikel 14. Schriftelijke verslaglegging </tussenkop><al>Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                    gemaakt. Dit verslag staat opgenomen in het commissieadvies. Voor
                    administratieve doeleinden kan daarnaast een digitale opname worden gemaakt.
                    Deze opname is niet beschikbaar. De wijze waarop en de inhoudelijke vereisten
                    aan het verslag worden niet door de Awb geregeld. </al><tussenkop>Artikel 15. Nader onderzoek</tussenkop><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om
                    belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige
                    bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een
                    nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 Awb wordt bepaald dat indien het in het
                    hier bedoelde geval feiten of omstandigheden betreft die voor de op bezwaar te
                    nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden
                    wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden
                    gehoord (rechtsbeginsel hoor en wederhoor). Is de nieuwe informatie niet van
                    aanmerkelijk belang dan kan er voor gekozen worden om de belanghebbenden in de
                    gelegenheid te stellen schriftelijk te reageren. Na de hoorzitting gehouden
                    telefoongesprekken kunnen gezien worden als nader onderzoek (Nationale ombudsman
                    9 juli 2001, AB 2001/263). Een zorgvuldige procedure houdt ook in dat het
                    bestuursorgaan zich niet rechtstreeks tot de adviescommissie kan wenden zonder
                    dat de andere belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om hun standpunt
                    dienaangaande kenbaar te maken (Rb. Rotterdam, 10 november 1999, JB, 1999/311). </al><tussenkop>Artikel 16. Raadkamer en advies</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 17. Uitbrengen advies en verdaging</tussenkop><al>Volgens artikel 7:13, zesde lid Awb maakt in de bezwaarschriftprocedure het
                    verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt het
                    schriftelijk uitgebracht.</al><al>De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 12 weken, behoudens
                    in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van
                    verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de voorzitter van de commissie
                    dat indien hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald,
                    hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te
                    verdagen.</al><tussenkop> Artikel 18. jaarverslag</tussenkop><al>De bezwaarschriftencommissie brengt jaarlijks een integraal verslag uit aan de
                    raden, colleges en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten over haar
                    werkzaamheden. De invulling van dit verslag is aan de commissie gelaten. Voor de
                    hand ligt dat wordt aangegeven welke aantallen bezwaren per gemeente zijn
                    ingediend, hoeveel adviezen zijn uitgebracht, wat de adviezen inhielden
                    (niet-ontvankelijk, (deels) gegrond etc.) of het desbetreffende bestuursorgaan
                    contrair heeft besloten, in welke gevallen beroep wordt ingediend en wat de
                    uitkomst van dit beroep is.</al><al>In geval een klacht is ingediend tegen de bezwaarschriftencommissie wordt dit in
                    het jaarverslag vermeld.</al><al>Het jaarverslag is ook een instrument voor de commissie om aan de
                    bestuursorganen adviezen te geven over de verbeterpunten op het gebied van
                    juridische kwaliteit.</al><tussenkop>Artikel 19. Vergoeding </tussenkop><al>Het college kan deze bevoegdheid mandateren aan het bestuur van de
                    ABG-organisatie.</al><tussenkop>Artikel 20. Overgangsbepaling</tussenkop><tussenkop>Artikel 21. Citeertitel </tussenkop><al>De artikelen 19 tot en met 21 spreken voor zich.</al><tussenkop>Artikel 22. Inwerkingtreding</tussenkop><al>In artikel 139 tot en met 144 Gemeentewet zijn de bekendmaking en
                    inwerkingtreding van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden
                    geregeld. Besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende
                    voorschriften inhouden, verbinden niet dan wanneer ze bekendgemaakt zijn. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>