<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3906_1</dcterms:identifier><dcterms:title>nr 12.12 Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Zevenaar</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, datum onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Zevenaar</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 149, Notitie peuterspeelzaalwerk Zevenaar</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-10-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>07-091</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn, instellingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>nr 12.12 Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Zevenaar</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al><vet>RAADSBESLUIT</vet></al><al>De raad van de gemeente Zevenaar;</al><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van de kwaliteit van</al><al>peuterspeelzalen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar:</al><al>Verordening kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk gemeente Zevenaar. 07-091</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet.</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende Verordening:</al><al><vet>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Zevenaar</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar</al><al>gedurende (meestal) twee of meer dagdelen per week van maximaal 3,5 uur met als doel de</al><al>ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen;</al><lijst><li nr="b."><al>peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>houder: degenen die een peuterspeelzaal exploiteert;</al></li><li nr="d."><al>beroepskracht: degenen die in een peuterspeelzaal werkzaamheden verricht die zijn opgenomen</al></li></lijst><al>in de voor het peuterspeelzaalwerk geldende CAO en die beschikt over een voor deze</al><al>werkzaamheden passende beroepskwalificatie;</al><al>e.begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen</al><al>bij een peuterspeelzaal.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><al>1.Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen binnen de gemeente</al><al>doet daarvan melding bij het college.</al><al>2.De melding vindt plaats met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld</al><al>formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</titel></kop><al>Uit het oogpunt van kwaliteitsverbetering van het peuterspeelzaalwerk en uit oogpunt van de rol die</al><al>het peuterspeelzaalwerk heeft in het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en in het</al><al>jeugdbeleid, dient de houder ambitieniveau 2 na te streven.</al><al>Ambitieniveau 2 staat voor: spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijn van en in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><al>1.Een peuterspeelzaal wordt niet in exploitatie genomen binnen drie maanden na het tijdstip van</al><al>de melding.</al><al>2.Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17, 1e lid , eerder is gebleken</al><al>dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen in</al><al>hoofdstuk van deze verordening, kan de exploitatie vanaf dat moment plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verbod op het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><al>Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien uit het onderzoek van de</al><al>toezichthouder, bedoeld in artikel 17, 1e lid, blijkt dat niet aan de eisen van de verordening wordt</al><al>voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Register</titel></kop><al>1.Het college houdt een register bij van gemelde peuterspeelzalen. In dit register worden na een</al><al>melding onmiddellijk de gegevens opgenomen die ingevolge artikel 2, 2e lid, en artikel 3 zijn</al><al>verstrekt.</al><al>2.Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de peuterspeelzaal in het register</al><al>heeft plaatsgevonden.</al><al>3.Het register ligt op het gemeentehuis kosteloos voor een ieder ter inzage en wordt vermeld op de</al><al>web-site van de gemeente Zevenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigingen van gegevens</titel></kop><al>1.De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de melding zijn verstrekt, direct</al><al>mededeling aan het college.</al><al>2.Het college deelt de houder schriftelijk mee dat de wijzigingen in het register zijn aangetekend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De Kwaliteitseisen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Algemene kwaliteitseisen</titel></kop><al>1.De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk aan dat bijdraagt aan een goede</al><al>en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.</al><al>2.De houder organiseert het peuterspeelzaalwerk op zodanige wijze, voorziet de peuterspeelzaal</al><al>zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materiaal, draagt zorg voor een</al><al>zodanige verantwoordelijkheidstoedeling en voert een zodanig pedagogisch beleid, dat een en</al><al>ander leidt of moet leiden tot verantwoord peuterspeelzaalwerk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid</titel></kop><al>De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen</al><al>kinderen in elk door hem geëxploiteerde peuterspeelzaal zoveel mogelijk is gewaarborgd. De</al><al>houder legt, voor zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en regelgeving, in een</al><al>risico-inventarisatie schriftelijk vast welke risico's de opvang van kinderen met zich meebrengt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oppervlakte speelruimte</titel></kop><al>1.Voor ieder kind is minimaal 3,5 m² bruto vloeroppervlakte aan binnenspeelruimte</al><al>beschikbaar.</al><al>2.Voor ieder kind is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de bruto-oppervlakte</al><al>minimaal 4 m² per kind bedraagt en die voor kinderen bereikbaar is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Groepen en groepsgrootte.</titel></kop><al>1.De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in passend ingerichte vaste</al><al>afzonderlijke ruimtes.</al><al>2.In een groep zijn ten hoogste 20 kinderen gelijktijdig aanwezig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep</titel></kop><al>Uitgaande van ambitieniveau 2 (spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen) is het</al><al>aantal beroepskrachten per groep twee.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overeenkomst tussen houder en ouder</titel></kop><al>Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de</al><al>houder en een ouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Informatieplicht aan de ouders</titel></kop><al>De houder van een peuterspeelzaal informeert de ouder voorafgaand aan het aangaan van deze</al><al>overeenkomst in ieder geval over:</al><lijst><li nr="a."><al>de plaatsingsprocedure en leveringsvoorwaarden;</al></li><li nr="b."><al>het ambitieniveau;</al></li><li nr="c."><al>het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid en gezondheid, alsmede het</al></li></lijst><al>pedagogisch beleid waarin vanuit de visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de omgang</al><al>met kinderen is beschreven;</al><al>d.de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na plaatsing van het kind bij de peuterspeelzaal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verklaring omtrent het gedrag</titel></kop><al>1.Personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal zijn in het</al><al>bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens.</al><al>2.Deze verklaring wordt aan de houder overlegt voordat een persoon zijn werkzaamheden</al><al>aanvangt. De verklaring is op het moment dat zij wordt overgelegd niet ouder dan twee</al><al>maanden.</al><al>3.Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat een persoon niet langer</al><al>voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de</al><al>houder dat die persoon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet ouder is dan</al><al>twee maanden. De desbetreffende persoon overlegt de verklaring binnen een door de houder</al><al>vast te stellen termijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Het gemeentelijk toezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanwijzing van toezichthouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders wijst toezichthouders aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><al>1.De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in artikel 2, 1e lid, binnen 8 weken of</al><al>de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften in</al><al>hoofdstuk 3 van deze verordening.</al><al>2.Onverminderd het 1e lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de exploitatie van elke</al><al>peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze</al><al>verordening.</al><al>3.Naast het onderzoek bedoeld in het 1e en 2e lid kan de toezichthouder incidenteel onderzoek</al><al>verrichten naar de naleving door een houder van de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze</al><al>verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Het inspectierapport</titel></kop><al>1.De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een</al><al>peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.</al><al>2.Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de voorschriften van deze verordening</al><al>niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al><al>3.Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de houder in de gelegenheid van het</al><al>ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De</al><al>toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.</al><al>4.De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschrift</al><al>daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke</al><al>plaats.</al><al>5.De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan</al><al>openbaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aanwijzing en bevel</titel></kop><al>1.Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven indien op basis van het</al><al>inspectierapport blijkt dat deze de voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoende mate</al><al>naleeft.</al><al>2.In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke punten de voorschriften</al><al>niet of in onvoldoende mate worden nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen</al><al>maatregelen.</al><al>3.Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang bij een peuterspeelzaal zodanig</al><al>tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de</al><al>toezichthouder het college adviseren om een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een</al><al>geldigheidsduur van veertien dagen, die door het college kan worden verlengd.</al><al>4.De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing onderscheidenlijk het bevel</al><al>gestelde termijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen 2, 1e lid, en de artikelen in hoofdstuk 3 van deze verordening wordt</al><al>gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>1.Het college neemt in het register de peuterspeelzalen op die op het tijdstip van inwerkingtreding</al><al>van deze verordening over een vergunning beschikken.</al><al>2.Een houder van een peuterspeelzaal als bedoeld in het eerste lid verstrekt desgevraagd aan het</al><al>college alle gegevens die nodig zijn voor het register.</al><al>3.Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening</al><al>werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal, leggen aan de houder binnen twee maanden na de</al><al>inwerkingtreding een verklaring omtrent het gedrag over.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk</al><al>gemeente Zevenaar.</al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar,</al><al>gehouden op 31 oktober 2007</al><al>De griffier, 								De voorzitter,</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>