<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3905_1</dcterms:identifier><dcterms:title>nr 12.11 Reintegratieverordening Wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, 19-12-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reintegratieverordening Wet werk en bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand artikel 8 lid 1 sub a, art 9 en art 10.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>07-102</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg, welzijn en instellingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>vervangt de Reintegratieverordening van 2004</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>nr 12.11 Reintegratieverordening Wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar;</al></li><li nr="c."><al>de gemeente: de gemeente Zevenaar;</al></li><li nr="d."><al>vrijwilligerswerk: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle</al></li></lijst><al>activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of zelfstandige</al><al>maatschappelijke participatie;</al><al>e.werken met behoud van uitkering; als bedoeld in artikel 9 van deze</al><al>verordening;</al><al>f.opstapbaan: een arbeidsplaats die door de gemeente gesubsidieerd wordt</al><al>op grond van afdeling 2 van hoofdstuk 4 van deze verordening;</al><al>g.vangnetbaan: een arbeidsplaats die door de gemeente gesubsidieerd</al><al>wordt op grond van afdeling 3 van hoofdstuk 4 van deze verordening;</al><al>h.alleenstaande: de alleenstaande zoals bedoeld in artikel 4 onder a. van de</al><al>wet;</al><lijst><li nr="i."><al>alleenstaande ouder: de alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4 onder</al></li><li nr="b."><al>van de wet;</al></li><li nr="j."><al>gezin: het gezin als bedoeld in artikel 4 onder c. van de wet;</al></li><li nr="k."><al>gehuwden: gehuwden of degenen die daarmee gelijk te stellen zijn</al></li></lijst><al>volgens artikel 3 van de wet;</al><lijst><li nr="l."><al>kind: een kind als bedoeld in artikel 4 onder d. van de wet;</al></li><li nr="m."><al>de doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7 eerste lid onder</al></li><li nr="a."><al>van de wet door de gemeente ondersteuning kan worden geboden, met</al></li></lijst><al>uitzondering van Anw-ers en niet-uitkeringsgerechtigden met een</al><al>vermogen boven de in de wet geldende vermogensgrens, waarbij eigen</al><al>huis en auto niet tot het vermogen worden gerekend. Bovendien mag het</al><al>inkomen van de partner niet meer bedragen dan 2 keer het wettelijk</al><al>minimumloon;</al><al>n.degene die bijstand ontvangt, ook wel uitkeringsgerechtigde: degene die</al><al>algemene bijstand ontvangt op grond van de wet. Met degene die bijstand</al><al>ontvangt wordt gelijkgesteld degene die een uitkering ontvangt op grond</al><al>van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk</al><al>arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of op grond van de Wet</al><al>inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen</al><al>zelfstandigen (Ioaz);</al><al>o.de belanghebbende: Het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt op</al><al>ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden;</al><al>p.de werknemer: het lid van de doelgroep dat een dienstverband heeft met</al><al>een werkgever die daarvoor subsidie ontvangt op grond van deze</al><al>verordening;</al><lijst><li nr="q."><al>ondersteuning: ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de wet;</al></li><li nr="r."><al>een traject: een aaneenschakeling van reïntegratie-instrumenten;</al></li><li nr="s."><al>reïntegratie-instrumenten: de instrumenten die het college ter beschikking</al></li></lijst><al>heeft voor het bieden van ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de</al><al>wet;</al><lijst><li nr="t."><al>arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 6 onder</al></li><li nr="b."><al>van de wet;</al></li><li nr="u."><al>wettelijk minimumloon: Het wettelijk minimumloon dat van toepassing is op</al></li></lijst><al>de werknemer, exclusief werkgeverslasten. Als op de werknemer een</al><al>minimumjeugdloon van toepassing is, geldt dat als het voor hem geldende</al><al>minimumloon;</al><al>v.arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Met</al><al>een arbeidsovereenkomst wordt gelijk gesteld een aanstelling op grond</al><al>van het ambtenarenrecht;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt ondersteuning aan leden van de doelgroep.</al></li><li nr="2."><al>Het college zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van reïntegratieinstrumenten.</al></li></lijst><al>Het college houdt daarbij rekening met de aard en omvang</al><al>van door het college te bepalen doelgroepen en de instrumenten die het</al><al>meest geschikt zijn voor de leden van die doelgroepen.</al><al>3.Het college kan bij het bepalen van het aanbod aan reïntegratieinstrumenten</al><al>prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden</al><al>en met maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen.</al><al>4.Het college bevordert de beschikbaarheid van voorzieningen voor de</al><al>opvang van kinderen jonger dan 12 jaar voor leden van de doelgroep, voor</al><al>zover die opvang nodig is voor het volgen van een traject of voor deelname</al><al>aan een reïntegratie-instrument, of voor het bereiken van het doel van een</al><al>traject of een reïntegratie-instrument.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Hoofdstuk 2 Doel en doelgroep</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel van de ondersteuning</titel></kop><al>Het college kan aan een lid van de doelgroep ondersteuning bieden bij het</al><al>vinden van algemeen geaccepteerde arbeid, of als dat doel niet bereikbaar is,</al><al>bij zelfstandige maatschappelijke participatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vorm van de ondersteuning</titel></kop><al>1.Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden een traject,</al><al>waarbij zonodig reïntegratie-instrumenten kunnen worden ingezet, of door</al><al>het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar andere</al><al>instanties.</al><al>2.Bij de inzet van reïntegratie-instrumenten wordt gekozen voor dat</al><al>instrument dat beschikbaar is en dat adequaat en toereikend is voor het</al><al>doel dat beoogd wordt.</al><al>3.Reïntegratie-instrumenten die gericht zijn op de arbeidsinschakeling</al><al>worden alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen</al><al>geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.</al><al>4.Van het vorige lid kan worden afgeweken als het college van oordeel is dat</al><al>dat nodig is om duurzame uitstroom te realiseren en het college dat</al><al>gewenst acht.</al><al>5.Personen uit de onder artikel 1, lid m genoemde doelgroep kunnen</al><al>aanspraak maken op:</al><al>-Begeleidingsactiviteiten om reïntegratietrajecten goed te laten verlopen.</al><al>-Bemiddelingsactiviteiten ten behoeve van de het realiseren van uitstroom.</al><al>-Plaatsingsactiviteiten ten behoeve van het verkrijgen van een reguliere</al><al>baan, gesubsidieerde baan, een vrijwilligersbaan, werken met behoud van</al><al>uitkering of een stageplek.</al><al>-Nazorgactiviteiten om de uitstroom een duurzaam karakter te geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><al>Het college kan voordat besloten wordt tot een traject en/of tot de inzet van</al><al>reïntegratie-instrumenten een onderzoek (laten) doen naar de mogelijkheden</al><al>van de belanghebbende en naar de geschiktheid voor hem van de</al><al>reïntegratie-instrumenten of andere vormen van begeleiding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>Onverminderd andere verplichtingen die gelden op grond van de wet of van</al><al>andere wetten, bijvoorbeeld in verband met een uitkering die de</al><al>belanghebbende ontvangt, gelden voor de belanghebbende de volgende</al><al>verplichtingen:</al><al>a.het verstrekken van de inlichtingen aan het college die nodig zijn voor</al><al>het bepalen van een geschikt traject en/of een geschikt reïntegratieinstrument;</al><al>b.het verlenen van medewerking aan een onderzoek als bedoeld in het</al><al>vorige artikel;</al><al>c.het naar vermogen uitvoering geven aan de verschillende onderdelen</al><al>van het traject;</al><al>d.na te laten wat de realisatie van het doel van het traject of van de</al><al>reïntegratie-instrumenten belemmert.</al><al>e.Indien een belanghebbende gebruik maakt van de in artikel 4</al><al>genoemde ondersteuning en niet voldoet aan het gestelde in de</al><al>voorgaande leden, kan het college de in verband met de ondersteuning</al><al>gemaakte kosten geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Hoofdstuk 3 Werk als instrument voor reïntegratie</label></kop><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 1 Werken met behoud van uitkering</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Proefplaatsing</titel></kop><al>1.Bemiddeling naar een proefplaatsing kan een onderdeel zijn van een traject</al><al>gericht op arbeidsinschakeling.</al><al>2.De proefplaatsing heeft als doel de belanghebbende, met behoud van een</al><al>bijstandsuitkering, te laten wennen aan aspecten die samenhangen met het</al><al>verrichten van betaalde arbeid.</al><al>3.Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand</al><al>van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte of</al><al>(middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en een</al><al>proefplaatsing geïndiceerd is.</al><al>4.De proefplaatsing kan maximaal zes maanden duren. Wanneer door het</al><al>college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de</al><al>belanghebbende op korte of middellange termijn een reëel perspectief</al><al>heeft op regulier werk, en de proefplaatsing in combinatie met een</al><al>opstapbaan wordt ingezet, duurt de proefplaatsing maximaal drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Leerwerkstage</titel></kop><al>1.Een leerwerkstage kan een onderdeel zijn van een traject gericht op</al><al>arbeidsinschakeling.</al><al>De leerwerkstage heeft als doel de belanghebbende, met behoud van een</al><al>bijstandsuitkering, door middel van een stage werkervaring en</al><al>vaardigheden op te laten doen in een bepaald vakgebied.</al><al>3.Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand</al><al>van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte of</al><al>(middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en een</al><al>leerwerkstage geïndiceerd is.</al><al>4.De leerwerkstage duurt maximaal negen maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Terugkeerbanen (participatiebanen)</titel></kop><al>1.Een terugkeerbaan kan een onderdeel zijn van een traject gericht op</al><al>arbeidsinschakeling</al><al>2.De terugkeerbaan heeft als doel de belanghebbende, met behoud van</al><al>een bijstandsuitkering, te laten wennen aan aspecten die</al><al>samenhangen met het verrichten van betaalde arbeid.</al><al>3.Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan de</al><al>hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op</al><al>(middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en</al><al>een terugkeerbaan geïndiceerd is.</al><lijst><li nr="4."><al>Een terugkeerbaan kan maximaal 2 jaar duren.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden op een terugkeerbaan een</al></li></lijst><al>tijdelijke subsidie verlenen.</al><al>6.Het college stelt nadere regels vast over de voorwaarden voor die</al><al>subsidie en de hoogte daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vrijwilligerswerk</titel></kop><al>1.Vrijwilligerswerk kan een onderdeel zijn van een traject gericht op</al><al>arbeidsinschakeling of, als dat vooralsnog niet mogelijk is, zelfstandige</al><al>maatschappelijke participatie.</al><al>2.Vrijwilligerswerk heeft als doel de belanghebbende, met behoud van</al><al>uitkering, werkritme op te laten doen en/of behouden, danwel een zinvolle</al><al>en nuttige bijdrage te laten leveren aan de lokale samenleving.</al><al>3.Vrijwilligerswerk wordt alleen verricht bij organisaties zonder winstoogmerk.</al><al>In afwijking daarvan kan vrijwilligerswerk ook verricht worden bij een</al><al>organisatie die ten behoeve van de gemeente reïntegratieactiviteiten</al><al>verricht als bedoeld in deze verordening, of een instelling of organisatie</al><al>gelieerd aan de gemeente met als doel sociale activering en activiteiten.</al><al>4.Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand</al><al>van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende geen</al><al>perspectief, of op (middel)lange termijn een reëel perspectief, heeft op</al><al>regulier werk en dat inzet van het instrument wenselijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><al>1.Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van een</al><al>activeringstraject- of project, activiteiten aanbieden in het kader van</al><al>sociale activering.</al><al>2.Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van</al><al>maatschappelijk nuttige activiteiten, eventueel ter voorbereiding op een</al><al>traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het voorkomen van</al><al>sociaal isolement, in ieder geval gericht op het participeren in de lokale of</al><al>regionale samenleving.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 2 Betaald werk</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Opstapbanen</titel></kop><al>1.Bemiddeling naar een opstapbaan kan een onderdeel zijn van een traject</al><al>gericht op arbeidsinschakeling.</al><al>2.De opstapbaan heeft als doel de belanghebbende, door betaald werk,</al><al>sneller op regulier werk te plaatsen.</al><al>3.Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand</al><al>van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte of</al><al>middellange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en een</al><al>opstapbaan geïndiceerd is.</al><al>4.Het instrument wordt niet ingezet als de belanghebbende gehuwd is en het</al><al>bruto-inkomen van de partner hoger is dan twee maal het wettelijk</al><al>minimum loon.</al><al>5.De opstapbaan duurt maximaal twee jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vangnetbanen</titel></kop><al>1.Bemiddeling naar een vangnetbaan kan een onderdeel zijn van een traject</al><al>gericht op arbeidsinschakeling.</al><al>2.De vangnetbaan heeft als doel de belanghebbende, door betaald werk, een</al><al>zodanige werkervaring op te laten doen dat het perspectief op regulier werk</al><al>vergroot wordt.</al><al>3.Dit instrument kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand</al><al>van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende die bijstand</al><al>ontvangt op lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en</al><al>een vangnetbaan geïndiceerd is.</al><al>4.Het instrument wordt niet ingezet als de belanghebbende gehuwd is en het</al><al>bruto-inkomen van de partner hoger is dan twee maal het wettelijk</al><al>minimum loon.</al><al>6.De vangnetbaan kan maximaal drie jaar duren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Detacheringsbanen uitgevoerd door een reïntegratiebedrijf</titel></kop><al>1.Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde een dienstverband bij een</al><al>reïntegratiebedrijf aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling;</al><al>2.De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een</al><al>onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke</al><al>overeenkomst.</al><al>3.Met het reïntegratiebedrijf worden in ieder geval schriftelijke afspraken</al><al>gemaakt over de van toepassing zijnde rechtspositie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Hoofdstuk 4 Subsidies voor de werkgever</label></kop><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 1 Algemene voorwaarden voor subsidies aan werkgevers</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Doel van de subsidies voor de werkgever</titel></kop><al>Het college kan een subsidie verstrekken voor de loonkosten en aanverwante</al><al>kosten van bepaalde werknemers, om zo werkgevers te stimuleren</al><al>arbeidsplaatsen beschikbaar te stellen voor bepaalde categorieën werkloos</al><al>werkzoekenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Werkingssfeer</titel></kop><al>Subsidie aan werkgevers is alleen mogelijk ten behoeve van arbeidsplaatsen</al><al>die worden vervuld door leden van de doelgroep.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Samenloop van subsidies</titel></kop><al>Geen subsidie wordt verstrekt voor kosten waarvoor, al dan niet door de</al><al>gemeente, reeds een andere subsidie wordt verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Definitieve vaststelling</titel></kop><al>Als de subsidie voor een bepaalde periode geldt, wordt het recht op die</al><al>subsidie telkens na afloop van het kalenderjaar vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><al>1.Het college kan in de situatie die bedoeld wordt in het vorige lid</al><al>voorafgaande aan de subsidievaststelling voorschotten verstrekken als aan</al><al>de andere voorwaarden voor subsidie is voldaan.</al><al>2.Voorschotten worden eerst verrekend met de definitief vastgestelde</al><al>subsidie of met voorschotten over een zelfde of een volgend kalenderjaar.</al><al>Als een werkgever meerdere subsidies ontvangt, kunnen voorschotten op</al><al>de ene subsidie met een definitief vastgestelde andere subsidie op grond</al><al>van deze verordening of met voorschotten op een andere subsidie op</al><al>grond van deze verordening worden verrekend.</al><lijst><li nr="3."><al>Verstrekking van voorschotten kan worden gestaakt, als:</al><lijst><li nr="a."><al>de werkgever in staat van faillissement verkeert;</al></li><li nr="b."><al>als ten aanzien van de werkgever surséance van betaling is</al></li></lijst></li></lijst><al>aangevraagd;</al><al>c.als een schuldeiser van de werkgever executoriaal of conservatoir</al><al>beslag heeft gelegd op goederen van de werkgever.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>1.Het college kan aanvullende regels stellen met nadere voorwaarden voor</al><al>subsidies aan werkgevers.</al><al>2.Het college kan regels stellen waarin categorieën van werkgevers of</al><al>werknemers worden aangewezen waarvoor voor aan bepaalde</al><al>voorwaarden voor subsidie of de hoogte of de duur daarvan niet hoeft te</al><al>worden voldaan.</al><al>3.Het college kan een subsidieplafond vaststellen voor de subsidies aan</al><al>werkgevers.</al><lijst><li nr="4."><al>Het college kan in dit hoofdstuk genoemde subsidiebedragen aanpassen.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan besluiten de subsidie voor de werkgever hoger vast te</al></li></lijst><al>stellen als de werknemer in dienst treedt bij een niet commerciële instelling</al><al>of organisatie.</al><al>Aan de subsidie kunnen verplichtingen worden verbonden met de strekking</al><al>dat de werkgever de medewerking verleent die nodig is voor het realiseren</al><al>van de reintegratiedoelstellingen ten aanzien van de werknemer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>1.De subsidie voor loonkosten moet worden aangevraagd uiterlijk drie</al><al>maanden na de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst.</al><al>2.De subsidie bij doorstroom naar regulier werk moet worden aangevraagd</al><al>binnen drie maanden na het verstrijken van de periode van zes maanden</al><al>na beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de</al><al>werknemer.</al><al>3.Van de termijn bedoeld in vorige leden kan worden afgeweken als de</al><al>termijnoverschrijding verschoonbaar is.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 2 Subsidie voor opstapbanen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Voorwaarden bij subsidie voor opstapbanen</titel></kop><al>1.Het college kan aan een werkgever een subsidie geven voor de loonkosten</al><al>van een werknemer die in het kader van een traject gericht op reïntegratie</al><al>in de arbeid ten behoeve van de werkgever werkt.</al><al>2.De subsidie wordt alleen verstrekt als de werkgever een</al><al>arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werknemer van wie vooraf</al><al>door of namens het college is vastgesteld dat deze tot de doelgroep voor</al><al>een opstapbaan behoort.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Duur van de subsidie voor opstapbanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie geldt voor een periode van:</al><lijst><li nr="a."><al>één jaar als door het college aan de hand van een onderzoek is</al></li></lijst></li></lijst><al>vastgesteld dat er bij aanvang van het dienstverband op korte termijn een</al><al>reëel perspectief is op arbeidsinschakeling en hij tot de aanvang van de</al><al>arbeidsovereenkomst bijstand ontving;</al><al>b.twee jaar als door het college aan de hand van een onderzoek is</al><al>vastgesteld dat er bij aanvang van het dienstverband op middellange</al><al>termijn een reëel perspectief is op arbeidsinschakeling en hij tot de</al><al>aanvang van de arbeidsovereenkomst bijstand ontving;</al><al>2.De subsidie wordt na rato verlaagd als het dienstverband korter heeft</al><al>geduurd dan de periode waarvoor hij geldt.</al><al>3.De subsidie geldt voor dienstverbanden van 32 uren per week. Het</al><al>subsidiebedrag wordt naar rato verlaagd bij een dienstverband van minder</al><al>dan 32 uren per week.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 3 Subsidie voor vangnetbanen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Voorwaarden bij subsidie voor vangnetbanen</titel></kop><al>1.Het college kan aan een werkgever een subsidie geven voor de loonkosten</al><al>van een werknemer die in het kader van een traject gericht op reïntegratie</al><al>in de arbeid ten behoeve van de werkgever werkt.</al><al>2.De subsidie wordt alleen verstrekt als de werkgever een</al><al>arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werknemer waarvan vooraf</al><al>door of namens het college is vastgesteld dat deze tot de doelgroep voor</al><al>een vangnetbaan behoort.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Hoogte en duur van de subsidie voor vangnetbanen</titel></kop><al>1.De subsidie bedraagt ten hoogste een percentage van het wettelijk</al><al>minimumloon, zoals dat zou gelden bij een dienstverband van 32 uren per</al><al>week. Dit percentage is niet afhankelijk van de leeftijd en gezinssituatie van</al><al>de werknemer en bedraagt 104% van het bruto wettelijk minimum loon.</al><lijst><li nr="2."><al>De subsidie wordt gedurende maximaal drie jaar verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>De subsidie wordt naar rato verlaagd bij een dienstverband van minder dan</al></li></lijst><al>32 uren per week.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>Het college kan categorieën van werknemers of categorieën van werkgevers</al><al>aanwijzen waarvoor de subsidie in afwijking van het vorige artikel hoger kan</al><al>worden vastgesteld of voor een langere duur kan worden verstrekt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Afdeling 4 Subsidie bij doorstroom naar regulier werk</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Voorwaarden voor subsidie bij doorstroom naar regulier werk</titel></kop><al/><al>1.Het college kan aan een werkgever een subsidie geven als een werknemer</al><al>reguliere arbeid heeft aanvaard bij dezelfde of een andere werkgever.</al><al>2.De subsidie wordt alleen verstrekt als de werkgever voor de loonkosten van</al><al>de werknemer een subsidie ontvangt of heeft ontvangen op grond van deze</al><al>verordening.</al><al>3.De subsidie wordt alleen verstrekt als de in het eerste lid bedoelde</al><al>werkaanvaarding is geschied binnen de duur waarvoor de</al><al>loonkostensubsidie geldt.</al><al>4.De subsidie wordt alleen verstrekt als de werknemer bij de aanvang van de</al><al>arbeidsovereenkomst bijstand ontving.</al><al>5.De subsidie wordt alleen verstrekt als de werknemer aansluitend op het</al><al>gesubsidieerde dienstverband voor zijn nieuwe baan een</al><al>arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft gesloten.</al><al>6.De subsidie wordt alleen verstrekt als de werknemer na zes maanden na</al><al>de datum met ingang waarvan het gesubsidieerde arbeidsverband is</al><al>beëindigd nog arbeid in loondienst verricht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>Het college stelt de hoogte van de subsidie nader vast.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Hoofdstuk 5 Subsidies voor de werknemer</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Vrijwilligerssubsidie</titel></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kennen een vrijwilligerssubsidie toe aan de</al><al>uitkeringsgerechtigde die minimaal 8 uur per week vrijwilligerswerk</al><al>verricht.</al><al>2.De subsidie wordt aan het einde van het jaar vastgesteld en gerelateerd</al><al>aan het aantal gewerkte maanden.</al><al>3.De vrijwilligerssubsidie wordt jaarlijks aangepast aan de hand van het</al><al>prijsindexcijfer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Persoonsgebonden reïntegratiebudget</titel></kop><al>1.Het college kan aan de cliënt een subsidie verstrekken in de vorm van</al><al>een op arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget.</al><al>2.Onder een persoonsgebonden reïntegratiebudget wordt verstaan een</al><al>subsidie ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van</al><al>werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling.</al><al>3.Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels met betrekking tot de</al><al>uitvoering van dit artikel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Subsidie voor buitengewone verwervingskosten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kennen een subsidie voor buitengewone</al><al>verwervingskosten toe aan:</al><al>1.De uitkeringsgerechtigde die buitengewone verwervingskosten heeft. De</al><al>hoogte van de subsidie is in dit geval gelijk aan de buitengewone</al><al>verwervingskosten.</al><al>2.De uitkeringsgerechtigde die een inkomen boven bijstandsniveau geniet,</al><al>doch in verband met buitengewone verwervingskosten onder dit niveau</al><al>geraakt. De hoogte van de subsidie is in dit geval gelijk aan het verschil</al><al>tussen het inkomen minus de buitengewone verwervingskosten en de van</al><al>toepassing zijnde bijstandsnorm.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Hoofdstuk 6 Slotbepalingen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>1.Het college kan categorieën van personen aanwijzen aan wie een subsidie</al><al>verstrekt kan worden ter bevordering van de aanvaarding of het behoud</al><al>van werk gericht op arbeidsinschakeling.</al><al>2.Het college stelt nadere regels vast over de voorwaarden voor die subsidie</al><al>en de hoogte daarvan.</al><al>3.In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college</al><al>van Burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeerwijze en inwerkingtreding</titel></kop><al>1.Deze verordening kan worden aangehaald als: de Reïntegratieverordening</al><al>Wet werk en bijstand.</al><lijst><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening vervangt de "Reïntegratieverordening Wet werk en</al></li></lijst><al>bijstand", vastgesteld op 7 juli 2004”.</al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 28 november 2007.</al><al>De griffier, de burgemeester,</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>