<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR390238_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Gennep</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gennep</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gennep</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-184280.html">Gemeenteblad, nr. 184280</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen gemeente Gennep</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=art. 229 lid 1">Gemeentewet, art. 229 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=art. 15.33">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging art. 2, art. 3,art. 4, art. 21 en de tarieventabel</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>229693</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De wijzigingsverordening van 12 december 2016 bevat overgangsrecht.</al><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="1.1:CVDR125500_4">Verordening reinigingsheffingen 2012 </extref></al><al>Artikel 12 bevat overgangsrecht</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-10457</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-10458</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-10459</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                reinigingsrechten gemeente Gennep </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad van de gemeente Gennep: </al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10
                        november 2015; </al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                            reinigingsrechten gemeente Gennep </vet></al><al><vet>(Verordening reinigingsheffingen gemeente Gennep).</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="1."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="2."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>minicontainer: een vanwege de gemeente verstrekt inzamelmiddel
                                    met een bepaald volume;</al></li><li nr="b."><al>verzamelcontainer: een vanwege de gemeente geplaatste
                                    inzamelvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>gft-afval: groente, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="d."><al>restafval: huishoudelijk afval niet zijnde gft-afval;</al></li><li nr="e."><al>grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met
                                    enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch
                                    die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere
                                    huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te
                                    worden aangeboden;</al></li><li nr="f."><al>grof tuinafval: tuinafval dat met enige regelmaat in een
                                    particulier huishouden vrijkomt, doch dat te groot of te zwaar
                                    is om op dezelfde wijze als gft-afval aan de periodieke
                                    inzameldienst te worden aangeboden.</al></li><li nr="g."><al>gft-bedrijfsafval: gft-afval afkomstig van bedrijven en
                                    instellingen, dat aan de periodieke inzameldienst in
                                    minicontainers wordt aangeboden en tegelijkertijd met de
                                    inzameling van huishoudelijke afvalstoffen kan worden
                                    meegenomen;</al></li><li nr="h."><al>bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig van bedrijven en
                                    instellingen, niet zijnde gft-bedrijfsafval, die naar aard,
                                    omvang en samenstelling gelijk zijn te stellen aan
                                    huishoudelijke afvalstoffen, aan de periodieke inzameldienst in
                                    minicontainers worden aangeboden en tegelijkertijd met de
                                    inzameling van de huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden
                                    meegenomen;</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet
                                    milieubeheer.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt
                            van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en
                            10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                            huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt
                                geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende
                                schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling,
                                dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor
                                de jaarlijks verschuldigde belasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in de onderdelen 1.1.1, onderscheidenlijk 1.1.3
                                en 1.1.4 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van het
                                belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting bedoeld in de onderdelen 1.1.1, onderscheidenlijk
                                1.1.3 en 1.1.4 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel
                                twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als
                                er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat voor de belasting bedoeld in de onderdelen 1.1.1,
                                onderscheidenlijk 1.1.3 en 1.1.4 van de tarieventabel aanspraak op
                                ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de heffing ter zake van de
                                niet met de periodieke inzameldienst ingezamelde
                                afvalstoffen</titel></kop><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is
                            verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel><vet>Termijnen van betaling</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel
                                als volgt worden betaald:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij niet automatische incasso: in twee gelijke termijnen
                                        waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                                        maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                        aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn één maand
                                        later.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Bij automatische incasso: in zoveel gelijke termijnen als er
                                        na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet
                                        geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien
                                        verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en
                                        maximaal tien bedraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, onder b, geldt dat de aanslagen
                                moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het
                                totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
                                het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze
                                aanslag hoger is dan € 20.000,00. De eerste termijn vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand
                                later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 worden betaald ingeval de
                                kennisgeving bedoeld in artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                        kennisgeving;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken
                                        van de kennisgeving, dan wel, ingeval van toezending
                                        daarvan, uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op
                                        de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is
                                        vermeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorafgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn,
                            zoals omschreven in de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De reinigingsrechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                            opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot het recht dat per jaar wordt geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1 en 2.2 van de tarieventabel worden
                            geheven bij wege van aanslag</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor
                                het jaarlijks verschuldigde recht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht bedoeld in onderdeel 2.1 van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is het recht bedoeld in onderdeel 2.1 van de tarieventabel
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                                verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat voor het recht bedoeld in onderdeel 2.1 van de tarieventabel
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige zich elders binnen de gemeente vestigt en aldaar
                                het in artikel 11 bedoelde genot of gebruik voortgang vindt</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel
                                als volgt worden betaald: </al><lijst><li nr="a."><al>Bij niet automatische incasso: in twee gelijke termijnen
                                        waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                                        maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                        aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn één maand
                                        later.</al></li><li nr="b."><al>Bij automatische incasso: in zoveel gelijke termijnen als er
                                        na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet
                                        geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien
                                        verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en
                                        maximaal tien bedraagt.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing
                            en de reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening reinigingsheffingen 2012' van 22 november 2011
                            (2011/4680), laatst gewijzigd op 15 december 2014 (162954) wordt
                            ingetrokken met ingang van de in artikel 20 genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening reinigingsheffingen
                            gemeente Gennep'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 7 december 2015. De raad
                        voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Gennep/i265226.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Gennep/i283744.pdf">Tarieventabel behorende bij de Verordening Reinigingsheffingen gemeente Gennep (belastingjaar 2017)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Gennep/i283745.pdf">Berekening limietopbrengst reinigingsheffingen</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>