<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR390105_1</dcterms:identifier><dcterms:title>de Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Langedijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Langedijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-130900.html">gemeenteblad, 2015 nr 130900</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Langedijk 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=33&amp;g=2016-01-01">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-04-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>de Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gemeente Langedijk</al><al>De raad van de gemeente Langedijk;</al><al>gelezen het voorstel van de griffier van 20 november 2015, nummer 64;</al><al>gelet op artikel 33 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>de Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning
                        2016.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1.</nr><titel>AMBTELIJKE BIJSTAND</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                    verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                            zijn;</al></li></lijst><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                    moties of andere bijstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of
                                            b, wordt door de griffier, een medewerker van de griffie
                                            of een ambtenaar gegeven.</al></li><li nr="3."><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking
                                            heeft op informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                                            a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De
                                            secretaris neemt het besluit.</al></li><li nr="4."><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c,
                                            wordt verleend door de griffier of een medewerker van de
                                            griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de
                                            griffier of een medewerker van de griffie kan worden
                                            verleend kan de griffier de secretaris verzoeken één of
                                            meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand
                                            zo spoedig mogelijk verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2a.</nr><titel>Organisatorische en inhoudelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ondersteuning van de gemeenteraadsvergaderingen, fora, (ad hoc)
                                adviescommissies en onderzoekscommissies in de vorm van organisatie
                                van de vergaderingen, vragenafhandeling, agenderen, notuleren,
                                plannen en verzending van stukken wordt verzorgd door of namens de
                                griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek van de gemeenteraad en de fora, (ad hoc)
                                adviescommissies en onderzoekscommissies om inhoudelijke
                                ondersteuning in de vorm van informatievoorziening, het ontwerpen
                                van beleidsstukken, kaders en verordeningen wordt in beginsel
                                neergelegd bij de griffier. De griffier zal in overleg met de
                                gemeentesecretaris bezien welke ambtelijke ondersteuning hiervoor
                                moet worden ingeschakeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2b.</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke
                                bijstand aan een raadslid tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                                raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het
                                college desgewenst een afschrift van het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien (leden van) het college informatie wensen over een verzoek om
                                ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij
                                zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester.</al><al>De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar
                                verleende ambtelijke bijstand kan hiervan mededeling worden gedaan
                                aan de secretaris;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de
                                kwestie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2.</nr><titel>FRACTIEONDERSTEUNING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Recht op financiële vergoeding</titel></kop><al><cursief>Lid 1 en 2: Vervallen.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Besteding financiële vergoeding 2015</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen)
                                        geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een
                                        gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen
                                        die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                        burgerraadsleden toekomen;</al></li><li nr="e."><al>algemene opleidingen voor raads- en burgerraadsleden tenzij
                                        deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke
                                        uitgangspunten van de deelnemers.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Voorschot bijdrage fractieondersteuning</titel></kop><al><cursief>Lid 1 en 2: Vervallen.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Tijdstip verstrekken voorschot in verkiezingsjaar</titel></kop><al><cursief>Vervallen. </cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Gevolgen splitsen fractie</titel></kop><al><cursief>Lid 1 t/m 3: Vervallen</cursief><cursief>.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Reserve</titel></kop><al><cursief>Lid 1 t/m 6: Vervallen</cursief><cursief>.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verantwoording en controle bijdrage 2015</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elke fractie legt in het eerste kwartaal van 2016 verantwoording
                                    af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning
                                    2015 onder overlegging van een verslag en bijbehorende
                                    nota’s.</al></li><li nr="2."><al>Controle van het verslag vindt plaats door team Planning &amp;
                                    Control. Team Planning &amp; Control brengt door toedoen van de
                                    griffier advies uit aan de raad. De verantwoording maakt
                                    onderdeel uit van de accountantscontrole van de
                                    jaarrekening.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt na ontvangst van het advies van de accountant de
                                    bedragen van de uitgaven van een fractie over 2015 vast. Het
                                    niet-gebruikte gedeelte over 2015 vloeit terug in de
                                    gemeentekas.</al></li></lijst><al><cursief>b t/m d: Vervallen. </cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Toepassing Awb</titel></kop><al>Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de
                            financiële middelen</al><al>die een fractie ontvangt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning vastgesteld
                            op 30 november 2010 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning Langedijk 2016.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de</ondertekening><ondertekening>gemeente Langedijk in zijn openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 15 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. J.F.N. Cornelisse</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. G.C.I. Kager </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>TOELICHTING</vet></al><al/><al><vet>ALGEMEEN</vet></al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit
                            artikel is in 2002 door de inwerkingtreding van de Wet dualisering
                            gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de
                            raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben.
                            Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast een recht op
                            fractieondersteuning in de vorm van een financiële bijdrage. Bij het
                            vaststellen van de Begroting 2016 heeft de gemeenteraad de financiële
                            bijdrage voor fractieondersteuning geschrapt. Deze verordening is
                            aangepast op dit besluit (paragraaf 2). </al><al>In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij of zij is
                            het eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De
                            griffier vervult ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de
                            reguliere ambtelijke organisatie.</al><al>De burgemeester vervult ook een rol in het proces. Indien er een
                            conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                            bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie
                            van de burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als
                            bruggenbouwer en als degene die uiteindelijk het laatste woord
                            heeft.</al><al>Gezien de duale verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op het
                            punt van de ambtelijke bijstand heldere scheidslijnen worden getrokken
                            tussen werkzaamheden voor de raad en voor het college. De ambtenaar mag
                            niet onder druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad
                            verricht. Daarom zal een collegelid dat toch informatie wenst over het
                            verzoek om ambtelijke bijstand, zich moeten wenden tot het betrokken
                            raadslid en niet tot de behandelend ambtenaar.</al><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien
                            het de verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere
                            ambtelijke organisatie, is behoefte aan duidelijke regels. De ambtenaren
                            werken doorgaans namelijk voor het college. Artikel 103 Gemeentewet laat
                            dit scherp zien. Vóór de invoering van de Wet dualisering
                            gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de secretaris (en daarmee de
                            onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het college
                            terzijde stond. In de duale verhoudingen staat de secretaris het college
                            terzijde en wordt de raad bijgestaan</al><al>door de griffier.</al><al>Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er
                            geen behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere
                            ambtelijke organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere
                            organisatie beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het
                            gebied van het maken van amendementen, moties en regelingen zal een
                            beroep op deze organisatie dan ook nodig blijven. Dit geldt ook voor
                            specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie
                            beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend en het recht op deze
                            vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet</al><al>vastgelegd. Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al>De formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                            individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de
                            raad, recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus
                            door alle raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>Tevens is een nieuw artikel 12 aan deze verordening toegevoegd waarin
                            titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing wordt
                            verklaard op de fractievergoeding.</al><al/><al/><al/><al><vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                            verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat
                            om het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of
                            afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met
                            de griffier die het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de
                            reguliere ambtelijke organisatie. Maar een raadslid kan – als het gaat
                            om een verzoek als bedoeld in lid 1 sub a en sub b ook rechtstreeks
                            contact opnemen met de behandelend ambtenaar. Het begrip document wordt
                            hier overigens gebruikt in de betekenis die het in de Wet openbaarheid
                            van bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin van de
                            Wet openbaarheid van bestuur. Op niet-openbare documenten is het
                            bepaalde in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet van toepassing.
                            Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het Reglement van orde voor de
                            vergaderingen van de raad, het Reglement van orde voor de vergaderingen
                            van het college en de Verordening op de raadscommissies.</al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in
                            de verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de
                            verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De
                            griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te
                            brengen tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over
                            ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere
                            ambtelijke organisatie bedoeld die onder het gezag van het college
                            vallen en dus niet onder de noemer “griffiemedewerkers”. Dit neemt niet
                            weg dat medewerkers van de griffie ook ambtenaren in de zin van de
                            Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                            weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in
                            het eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2a.</nr></kop><al>In dit artikel wordt de positie van de griffier ten opzichte van de raad
                            bepaald.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2b.</nr></kop><al>In het vierde lid wordt gewezen op het belang dat de betrokken
                            portefeuillehouder heeft van het op de hoogte zijn van het feit dat
                            bijstand is verleend door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende
                            ambtenaren. Gezien de afstand tussen raad en college is het logisch dat
                            desgewenst melding wordt gemaakt van het verlenen van ambtelijke
                            bijstand. Het college en de secretaris kunnen afspreken in welke
                            gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><al>Het vijfde lid voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat
                            tussen raad en college terecht komt. Indien een raadslid om ambtelijke
                            bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij
                            het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk opereert van het
                            college. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder
                            druk wordt gezet om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek
                            van een raadslid is in het vijfde lid bepaald dat wethouders of de
                            burgemeester zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid
                            wenden en niet tot de behandelend</al><al>ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de onafhankelijke
                            behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel
                            onderdeel van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van
                            ambtelijke bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak.
                            Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent behoudt het
                            college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich
                            voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als
                            hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. Artikel 3 regelt dat de
                            uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand
                            is voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij
                            hierover overleg voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig
                            ook het betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke
                            weg hierover de burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen
                            (artikel 180 Gemeentewet).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan
                            zijn of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een
                            hogere instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn
                            eigenstandige positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen
                            instantie voor. Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover
                            eerst overleg te voeren met de secretaris.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De
                            hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de
                            gemeentebegroting moeten worden opgenomen en dus door de raad worden
                            vastgesteld. De fractieondersteuning bestaat uit een vast en een
                            variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke fractie de kans krijgt
                            zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat grote fracties
                            meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat zij
                            voor dergelijke kosten een hogere vergoeding krijgen. Bij de
                            vaststelling van de begroting 2016 is de financiële bijdrage geschrapt.
                            Hiermee is het artikel komen te vervallen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><al>Voor wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning
                            wordt de fracties grotendeels de vrijheid gelaten. Minimumvoorwaarde is
                            wel dat de bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een
                            aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden.
                            Daarmee wordt onder andere voorkomen dat met de bijdrage
                            verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat raadsleden hun eigen
                            vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het rechtspositiebesluit
                            raads- en burgerraadsleden, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95
                            en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                            fractieondersteuning. Algemene opleidingen voor raadsleden,
                            burgerraadsleden die meestal worden georganiseerd door de griffie(r)
                            dienen bekostigd te worden uit de gemeentelijke bedrijfsvoering en
                            dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Deze
                            cursussen worden veelal verzorgd door politiek neutrale instituten.</al><al>De Verordening rechtspositie Raads- en burgerraadsleden gemeente
                            Langedijk bepaalt in artikel 7 resp. 29 voor raads- resp.
                            burgerraadsleden hoe om te gaan met de kosten voor cursussen,
                            congressen, seminars of symposia, al dan niet door de gemeente zelf
                            georganiseerd. Kern is dat de kosten, verbonden aan deelname, voor
                            rekening van de gemeente kunnen komen, en niet ten laste van het
                            fractiebudget. Als de gemeente zelf organiseert: dan kosten rechtstreeks
                            ten laste van de gemeente. Als de gemeente niet zelf organiseert: dan
                            eerst een gemotiveerd verzoek aan het presidium, en ingeval van
                            instemming kunnen de kosten ten laste van de gemeente worden
                            gebracht.</al><al>Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat kan deze
                            inhoudelijk niet te zeer gedetailleerd geregeld worden. Algemene
                            opleidingen voor raads- en burgerraadsleden die meestal worden
                            georganiseerd door de griffie(r) dienen bekostigd te worden uit de
                            gemeentelijke bedrijfsvoering en dientengevolge niet uit de bijdrage
                            voor fractieondersteuning. Deze cursussen worden veelal verzorgd door
                            politiek neutrale instituten. Politiek georiënteerde cursussen zijn een
                            aangelegenheid van de fracties en dienen door de fracties en hun leden
                            zelf bekostigd te worden.</al><al><vet>Artikelen 7, 8, 9 en 10 </vet></al><al>Omdat in de begroting geen bijdrage voor fractieondersteuning is
                            opgenomen, zijn deze artikelen komen te vervallen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr></kop><al>De controle van het verslag vindt in eerste instantie plaats door team
                            Planning &amp; Control, maar kan vanzelfsprekend door de accountant
                            meegenomen worden met de controle op de jaarrekening. Bestedingen in
                            strijd met deze verordening kunnen worden teruggevorderd voor zover na
                            de dag waarop de subsidie is vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn
                            verstreken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr></kop><al>Indien fractieondersteuning de vorm heeft van financiële middelen is
                            sprake van een subsidie als bedoeld in titel 4.2 Awb.</al><al><vet>Artikelen 13. t/m 15. </vet></al><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>