<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR390104_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegemoetkoming kosten peuter- en kinderopvang 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Langedijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Langedijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-130899.html">gemeenteblad, 2015 nr 130899</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening tegemoetkoming kosten peuter- en kinderopvang</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=220 t/m 220h&amp;g=2016-01-01">artikelen 220 t/m 220h Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0017017">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegemoetkoming kosten peuter- en kinderopvang 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gemeente Langedijk</vet></al><al>De raad van de gemeente Langedijk;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10
                        november 2015 nummer 60;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al>gelet op de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;</al><al>gelet op de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie; </al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening tegemoetkoming kosten peuter- en kinderopvang
                        2016</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>Bsn-nummer</al><al>Het burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt die
                        ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens
                        (GBA)</al><al>Het college</al><al>Het college van burgemeester en wethouders</al><al>Doelgroepkinderen </al><al>Kinderen die in aanmerking komen voor een VVE-kindplaats en VVE-programma,
                        op indicatie van een door het college aan te wijzen instantie. Hiertoe
                        behoren ook de kinderen met een SMI-indicatie</al><al>Houder (aanbieder van voorschoolse voorziening) </al><al>Degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet
                        toebehoort en die met die onderneming een voorschoolse voorziening
                        exploiteert </al><al>IB60 inkomensverklaring</al><al>Een officiële verklaring van de Belastingdienst met daarop de
                        inkomensgegevens van een bepaald belastingjaar</al><al>Kinderdagverblijf</al><al>Opvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar</al><al>Kinderopvang</al><al>Het bedrijfsmatig of anders verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de
                        ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het
                        voortgezet onderwijs voor die kinderen begint</al><al>Kinderopvangtoeslag </al><al>De tegemoetkoming van de Belastingdienst aan ouders bedoeld als
                        gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRKP geregistreerde
                        kinderopvang</al><al>LRKP </al><al>Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. Register waarin kinder-
                        en peuteropvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke
                        kwaliteitseisen</al><al>Ouderbijdrage</al><al>Financiële vergoeding die de ouder(s)/verzorger(s) moeten betalen bij afname
                        van een peuterplaats of een VVE-kindplaats of kinderopvang</al><al>Ouderbijdragetabel</al><al>VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk 2016</al><al>Ouder(s)/verzorger(s)</al><al>De bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de adoptief- of pleegouder van
                        een kind dat opgevangen wordt in een kindplaats bij een voorschoolse
                        voorziening</al><al>Peuteropvang </al><al>Educatieve opvang voor kinderen van 2 en 3 jaar gericht op
                        ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool (instoom vanaf 2
                        jaar en 3 maanden wat gangbaar is in Langedijk)</al><al>Peuterplaats</al><al>Peuteropvang van 2 dagdelen van 3 uur per week gedurende 40 weken per
                        jaar</al><al>SMI </al><al>Sociaal Medische Indicatie. Indicaties voor 0 tot 4 jarigen en voor
                        naschoolse opgang voor kinderen van 6 tot 12 jaar op basis van
                        sociaal-emotionele ontwikkeling en/of op basis van ondersteuningsbehoefte
                        van ouders. De SMI-indicaties in deze verordening vallen onder het begrip
                        VVE.</al><al>Tegemoetkoming kosten kindplaats</al><al>Een financiële bijdrage van de gemeente voor de ouder(s)/verzorger(s) in de
                        kosten van een kindplaats bij een voorschoolse voorziening</al><al>Tegemoetkoming kosten VVE-kindplaats </al><al>Een financiële bijdrage van de gemeente voor de ouder(s)/verzorger(s) in de
                        kosten van een VVE-kindplaats bij een voorschoolse voorziening, naschoolse
                        voorziening of kinderopvang</al><al>Toezichthouder</al><al>De door het college aangewezen directeur van de GGD belast met het houden
                        van toezicht op de kwaliteit van kinderopvang en peuteropvang</al><al>Voorschoolse voorziening </al><al>Peuteropvang en kinderdagverblijven, die ingeschreven staan in het
                        Landelijke Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) die werkzaam
                        zijn in de gemeente Langedijk </al><al>VVE (SMI) </al><al>Voor- en vroegschoolse educatie. Opvang voor kinderen van 2 en 3 jaar waarin
                        op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden
                        gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van
                        rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. </al><al>VVE-kindplaats</al><al>Kinderopvang van 10 uur verdeeld over 3 of 4 dagdelen per week gedurende 40
                        weken per jaar. Deze opvang is voor kinderen vallend onder de VVE en
                        SMI</al><al>VVE-programma</al><al>Een erkend programma voor voorschoolse educatie gericht op vier
                        ontwikkelingsdomeinen, dat is opgenomen in de databank Effectieve
                        Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut</al><al>VVE-vergoeding</al><al>Een vergoeding aan de instelling voor een ingevulde VVE-kindplaats</al><al>Wet Oke</al><al>Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (2010)</al><al>Wko</al><al>Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (2004)</al><al>De in de verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben
                        dezelfde betekenis als bedoeld in de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit
                        en Educatie, de Algemene wet bestuursrecht en in de Algemene wet
                        inkomensafhankelijke regelingen, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze
                        verordening wordt afgeweken.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.</nr><titel>Bepalingen van de vergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel en toepassingsbereik</titel></kop><al>Deze verordening voorziet in het verstrekken van tegemoetkomingen in de
                        kosten van gebruikmaking van peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen.</al><al>Het verstrekken van een vergoeding krachtens deze verordening heeft
                        betrekking op het beleidsterrein voorschoolse voorzieningen en voor- en
                        vroegschoolse educatie.</al><al>Deze verordening heeft tot doel het financieel toegankelijk maken van
                        voorschoolse voorzieningen voor peuters uit Langedijk.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vereisten aanvrager vergoeding</titel></kop><al>Aanvragen kunnen worden ingediend door een aanbieder van een voorschoolse
                        voorziening, die staat ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang
                        en Peuterspeelzalen (LRKP) en voldoet aan de vereisten uit de wet
                        Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie en de hieruit voortvloeiende
                        regelgeving.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Te vergoeden
                        activiteiten</titel></kop><al>Er wordt een vergoeding verstrekt voor een peuterplaats of een
                        VVE-kindplaats voor ouders/verzorgers die niet in aanmerking komen voor de
                        kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst.</al><al>Er wordt een VVE-vergoeding verstrekt aan een voorschoolse voorziening voor
                        een ingevulde VVE-kindplaats bedoeld om tegemoet te komen in de extra kosten
                        die de instelling maakt voor een VVE aanbod.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Er wordt geen vergoeding verstrekt indien:</al><al>de opvanglocatie, waar de ouder(s)/verzorger(s) het kind een peuter- of
                        VVE-arrangement laten volgen, niet geregistreerd is in het LRKP;</al><al>de ouder(s)/verzorger(s) niet gevestigd is (zijn) in de gemeente
                        Langedijk;</al><al>het kind dat gebruik maakt van een VVE-kindplaats geen VVE of SMI indicatie
                        heeft; of</al><al>in het geval van een peuterplaats het door de gemeenteraad vastgestelde
                        budgetplafond is bereikt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte van de vergoeding</titel></kop><al>De hoogte van de vergoeding voor een peuterplaats is afhankelijk van de
                        soort opvang (VVE/SMI of regulier), de mate waarin ouder(s) recht hebben op
                        een eventuele kinderopvangtoeslag van de belastingdienst en de hoogte van
                        het verzamelinkomen van de ouder(s)/verzorger(s).</al><al>De hoogte van een VVE-vergoeding aan de instelling wordt jaarlijks
                        vastgesteld door het college zoals geregeld in artikel 8.7 van deze
                        verordening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorwaarden vergoeding peuterplaats en
                            VVE-kindplaats</titel></kop><al>In aanvulling op de voorwaarden uit de wet worden aan de vergoeding voor
                        peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen de volgende voorwaarden gesteld:</al><al>De houder zorgt ervoor dat de beroepskrachten voorschoolse educatie, die
                        werkzaam zijn in de VVE-groep, beschikken over een certificaat van een met
                        goed gevolg afgelegd erkend VVE-programma.</al><al>De houder legt in het pedagogisch plan vast op welke wijze het VVE-programma
                        door de hiervoor gecertificeerde beroepskrachten wordt uitgevoerd, hoe de
                        vier onderscheiden ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, sociaal-emotionele
                        ontwikkeling en motoriek zijn ingericht en met welke frequentie kinderen aan
                        het taal intensieve aanbod kunnen deelnemen.</al><al>De houder registreert per dagdeel de aanwezigheid van de kinderen in een
                        aanwezigheidsregistratiesysteem.</al><al>De houder legt de vorderingen van de kinderen op VVE-kindplaatsen vast in
                        een erkend kind volgsysteem, zoals opgenomen in de databank Effectieve
                        Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut.</al><al>De houder legt in een protocol vast hoe hij zorgt voor de overdracht van de
                        VVE geïndiceerde peuter naar de basisschool. Bij de overdracht is er
                        persoonlijk contact tussen de beroepskracht en de leerkracht, met als doel
                        de school te informeren over de ontwikkeling en de leefsituatie van het
                        kind, de pedagogische en didactische aansluiting en de zorgbehoefte van het
                        kind.</al><al>De houder legt bij inschrijving van het kind op een VVE-kindplaats met de
                        ouders vast:</al><al>dat zij deelnemen aan de ouderactiviteiten, zoals die omschreven zijn in het
                        pedagogische plan van de organisatie;</al><al>dat zij instemmen met overdracht van gegevens over hun kind aan de door hen
                        gekozen basisschool.</al><al>De houder hanteert dezelfde tarieven voor peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen
                        als de geldende kinderopvangtoeslagregeling van het Ministerie van sociale
                        zaken en werkgelegenheid.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bevoegdheden college</titel></kop><al>Het college beslist op aanvragen voor vergoeding, dit met inachtneming van
                        het bepaalde in de wet en deze verordening.</al><al>Het college kan jaarlijks een financieel plafond vaststellen voor de
                        vergoeding van peuterplaatsen. Voor VVE-kindplaatsen, vallend onder de Wet
                        OKE, bestaat geen financieel plafond. </al><al>Het college kan jaarlijks de normtarieven voor peuterplaatsen en
                        VVE-kindplaatsen vaststellen, evenals de ouderbijdragentabel die door de
                        houder toegepast moet worden.</al><al>Het college kan aanvullende kwaliteitseisen stellen in de vorm van
                        voorwaarden en verplichtingen inzake de uitvoering van peuterplaatsen en
                        VVE-kindplaatsen en deze vastleggen in nadere regelgeving. </al><al>Het college kan een toezichthouder aanwijzen voor de controle op de in deze
                        verordening en in de nadere regels gestelde eisen aan de uitvoering en de
                        kwaliteit van peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen. </al><al>Het college kan de vergoeding lager vaststellen dan wel intrekken indien
                        niet is voldaan aan de uitvoerings- en kwaliteitseisen voor peuterplaatsen
                        en VVE-kindplaatsen zoals vermeld in deze verordening. Hiertoe stelt het
                        college een afwegingsmodel vast. </al><al>Het college heeft de bevoegdheid om jaarlijks de tarieven vast te stellen
                        waarop de gemeentelijke vergoeding van peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen is
                        gebaseerd. </al><al>Het college stelt jaarlijks de VVE-vergoeding vast die instellingen
                        ontvangen voor een ingevulde VVE-kindplaats.</al><al>Het college kan nadere uitvoeringsregels opstellen voor de toewijzing van de
                        verschillende SMI-doelgroepen (0-2 jarigen; 4-12/13 jarigen)</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3.</nr><titel>Procedurele bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanvraag vergoeding</titel></kop><al>Een aanvraag voor vergoeding van peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen kan door
                        de houder worden ingediend. </al><al>Een aanvraag voor een VVE-vergoeding kan door de houder worden ingediend in
                        combinatie met de aanvraag genoemd in artikel 9.1.</al><al>De aanvraag bevat de naam en het adres van de houder, de locatie waar de
                        opvang plaatsvindt, de wijze waarop de opvang is vermeld in het LRKP met het
                        bijbehorende registratienummer en daarnaast het bankrekeningnummer van de
                        organisatie. </al><al>Bij de aanvraag voor vergoeding wordt een begroting gevoegd waaruit
                        blijkt:</al><al>de periode waarvoor vergoeding wordt aangevraagd; </al><al>het bedrag van de aanvraag, totaal en verdeeld over het aantal
                        peuterplaatsen en de soort opvang (peuter- of VVE/SMI) waarvoor vergoeding
                        wordt gevraagd, met in de toelichting de opbouw en motivering van de
                        aantallen en bedragen;</al><al>het aantal peuterplaatsen dat wordt bezet door peuters van ouders met een
                        fiscale regeling; </al><al>de openstelling, aantal groepen en bezetting voor elke locatie.</al><al>De houder beschikt over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst,
                        binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat
                        daarbij onder meer om: </al><al>een door de ouder(s) ondertekende aanvraag met daarin de naam en adres en
                        bsn-nummer van de ouder(s);</al><al>indien van toepassing: de naam en het bsn-nummer van de partner en, indien
                        dit een ander adres is dan het adres van de ouder, het adres van de partner.
                        De aanvraag is dan ook mede ondertekend door de partner; </al><al>naam en bsn-nummer en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                        aanvraag betrekking heeft; </al><al>inkomensgegevens van de ouder(s) en, indien van toepassing IB60-verklaring
                        of een kopie van de definitieve aangifte van de inkomstenbelasting van het
                        voorgaande jaar. </al><al>de wijze waarop de ouderbijdragentabel is toegepast;</al><al>een plaatsingsovereenkomst van de voorschoolse voorziening die de opvang
                        gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: de naam en het adres
                        van de instelling, de soort opvang, het aantal uren opvang per kind, de
                        kostprijs per uur, de aanvangsdatum en (verwachte) einddatum van de opvang; </al><al>indien het gaat om een VVE-kindplaats, een bewijs van indicatiestelling voor
                        VVE van het Consultatiebureau JGZ (Jeugdgezondheidszorg) van de GGD Hollands
                        Noorden of voor een SMI-indicatie van de Jeugd- en gezinscoaches van de
                        gemeente Langedijk, met daarin een opgave van de geldigheidsduur.</al><al>In aanvulling op lid 3 en 4 kan het college overige gegevens opvragen die
                        het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag. </al><al>Het college kan bepalen dat aanvraag voor vergoeding geschiedt met behulp
                        van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                        aanvraagformulier.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verlening van de vergoeding</titel></kop><al>Het college besluit over de aanvraag voor peuterplaatsen, VVE-kindplaatsen
                        en VVE-vergoedingen binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde
                        gegevens.</al><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste zes weken verdagen. Het college
                        stelt de houder hiervan schriftelijk in kennis.</al><al>De beschikking van de vergoeding voor peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen
                        bevat in ieder geval: </al><al>de soort opvang waarvoor de vergoeding wordt gegeven;</al><al>de periode en het aantal peuterplaatsen waarvoor de vergoeding wordt
                        gegeven; </al><al>de vergoeding en het normtarief per peuterplaats en/of VVE-kindplaats; </al><al>de voorwaarden en verplichtingen waaraan de aanvrager moet voldoen; </al><al>de wijze waarop de vergoeding wordt betaald; </al><al>de wijze waarop de vergoeding wordt vastgesteld.</al><al>De beschikking houdende vaststelling van de VVE-vergoeding aan de instelling
                        bevat de in het vorige lid bedoelde gegevens, met uitzondering van die
                        genoemd in lid a.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vaststelling van de vergoeding</titel></kop><al>De vaststelling van de tegemoetkoming voor peuterplaatsen en/of
                        VVE-kindplaatsen vindt plaats op grond van het aantal bezette peuterplaatsen
                        en het door de Belastingdienst vastgestelde gemiddelde gezinsinkomen van de
                        ouder(s) wiens/wier kind een peuterplaats heeft bezet.</al><al>De vaststelling van de hoogte van de VVE-vergoeding vindt plaats op grond
                        van het aantal bezette VVE-kindplaatsen.</al><al>De houder dient binnen acht weken na afloop van het kalenderjaar waarvoor is
                        verleend een aanvraag tot vaststelling in bij het college en verstrekt
                        hierbij een overzicht van het feitelijke aantal bezette peuterplaatsen en/of
                        VVE-kindplaatsen over het voorbije kalenderjaar, de wijze waarop de
                        ouderbijdragentabel voor peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen is toegepast en
                        de overige gegevens die het college nodig heeft om de vergoeding vast te
                        stellen.</al><al>Het college stelt de vergoeding vast binnen acht weken na ontvangst van de
                        aanvraag en de gegevens zoals bedoeld in het tweede lid. Het college kan dit
                        besluit met ten hoogste zes weken verdagen. Het college stelt de houder
                        hiervan schriftelijk in kennis (zie Artikel 10).</al><al>Het college kan voor de vaststelling van de vergoeding een protocol
                        opstellen en de genoemde data of termijnen hierop aanpassen.</al><al>De beschikking vermeldt het bedrag van de vergoeding en de wijze waarop
                        verrekening van betaalde voorschotten plaatsvindt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>In afwijking van artikel 5 onder a geldt dat kinderen die voor ingangsdatum
                        van deze verordening al deelnemen aan een VVE-traject op een voorschoolse
                        voorziening het lopende VVE-traject mogen afmaken tot het moment dat de
                        indicatiestelling eindigt (uiterlijk totdat de peuter naar de basisschool
                        gaat).</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Plafond in begroting</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een plafond vaststellen voor de
                        peuterplaats-vergoedingen. De wijze van verdeling van de
                        peuterplaatsvergoedingen geschiedt op volgorde van binnenkomst van de
                        aanvragen.</al><al>Een vergoeding ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of
                        goedgekeurd, wordt niet verleend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Gevallen waarin deze verordening niet
                            voorziet</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot de
                        uitvoering van deze verordening, in gevallen waarin deze verordening niet
                        voorziet.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken
                        van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van deze
                        verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op 1 januari 2016.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: verordening tegemoetkoming kosten
                        peuter- en kinderopvang.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de </ondertekening><ondertekening>gemeente Langedijk in zijn openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 15 december 2015.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. J.F.N. Cornelisse</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. G.C.I. Kager</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de Verordening tegemoetkoming kosten peuter- en
                            kinderopvang 2016</vet></al><al/><al/><al><vet>§ 1. Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Definities</vet></al><al>De begripsbepalingen in de artikelen 1.1 en 1.1a en 2.1 van de Wet
                        kinderopvang en kwaliteitsregels peuterspeelzalen zijn van toepassing op
                        deze verordening. Begrippen die niet in deze artikelen zijn gedefinieerd
                        zijn omschreven en opgenomen in art 1.</al><al/><al><vet>§ 2. Bepalingen van de vergoeding</vet></al><al/><al><vet>Artikel 3 Vereisten aanvrager vergoeding</vet></al><al>De houder van een voorschoolse voorziening kan bij de gemeente een
                        vergoeding aanvragen als tegemoetkoming in de kosten voor een peuterplaats
                        of VVE-kindplaats gedurende een bepaalde periode. De houder moet ervoor
                        zorgen dat (de inrichting van) de locatie en de opvang voldoen aan de
                        wettelijke kwaliteitseisen en dat de locatie geregistreerd staat in het
                        LRKP. De opvanglocatie waar VVE plaats vindt moet ook voldoen ook aan de
                        vereisten uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voor- en vroegschoolse
                        educatie.</al><al>Ouders kunnen hun kind aanmelden bij de opvangorganisatie. Het is dan aan de
                        houder om de gegevens van de ouder(s)/verzorger(s) op te vragen (zie artikel
                        9 lid 4 over de aanvraag van de vergoeding) en te beoordelen of de
                        betreffende ouder aanspraak kan maken op een vergoeding voor
                        kinderopvangtoeslag.</al><al>Aan de hand van de bij de ouder(s)/verzorger(s) opgevraagde gegevens en de
                        ouderbijdragentabel (indien van toepassing) bepaalt de houder in hoeverre de
                        ouder(s)/verzorger(s) gebruik kan/kunnen maken van een gemeentelijke
                        vergoeding.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Te vergoeden activiteiten</vet></al><al>De vergoeding is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van peuterplaatsen
                        en VVE-kindplaatsen om de toegankelijkheid voor alle peuters op Langedijk te
                        borgen. Doel daarvan is de peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen betaalbaar te
                        houden voor de ouder(s)/ verzorger(s) van het kind dat daarvan gebruik
                        maakt.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Voorwaarden vergoeding peuterplaats en
                            VVE-</vet><vet>kind</vet><vet>plaats</vet></al><al>De houders van een voorschoolse voorziening zijn verplicht de locatie te
                        laten registreren in het Landelijk Register Kinderopvang en
                        Peuterspeelzalen. De opvang dient te voldoen aan de eisen van de Wet
                        kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de hieruit
                        voortvloeiende regelgeving.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Bevoegdheden college</vet></al><al>Het college heeft de bevoegdheid om in aanvulling op deze verordening nadere
                        regels te stellen aan onder meer de uitvoering en kwaliteit van
                        peuterplaatsen en VVE-kindplaatsen en de uitvoering SMI-indicaties.</al><al/><al><vet>§ 3. Procedurele bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 9 Aanvraag vergoeding</vet></al><al>Een aanvraag voor een vergoeding moet worden ingediend bij het college van
                        burgemeester en wethouders. Deze aanvraag dient te voldoen aan de eisen
                        zoals genoemd in dit artikel.</al><al>De vergoeding wordt voor de duur van een kalenderjaar verstrekt aan de
                        houder die de vergoeding heeft aangevraagd, met daarbij de door de gemeente
                        gevraagde onderbouwing. De VVE-vergoeding is een jaarlijkse vergoeding die
                        de instelling ontvangt voor de extra kosten van een ingevulde
                        VVE-plaats.</al><al>Het Consultatiebureau JGZ (Jeugdgezondheidszorg) van de GGD Hollands Noorden
                        begeleidt alle kinderen op Langedijk bij hun groei, gezondheid en opvoeding.
                        De consultatiebureauarts is degene die de behoefte aan VVE bij het kind, op
                        basis van door de gemeente vastgestelde criteria, kan herkennen en middels
                        indicatiestelling vastlegt. Ook de jeugd- en gezinscoaches van de gemeente
                        Langedijk kunnen een indicatie stellen op basis van sociaal-medische
                        factoren. Deze indicatiestelling vormt de grondslag voor de tegemoetkoming
                        in de kosten voor VVE van de gemeente. Het kan dan gaan om een
                        geldigheidsduur voor een beperkte termijn, maar ook om een geldigheidsduur
                        voor onbepaalde tijd. In het indicatieadvies zal hierover een uitspraak
                        moeten worden gedaan.</al><al/><al><vet>Artikelen 10 en 11 Verlening en vaststelling van de
                        vergoeding</vet></al><al>De beschikking is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Dit
                        betekent dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan
                        worden ingesteld.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Plafond in de begroting</vet></al><al>De gemeenteraad stelt jaarlijks in de begroting een plafond vast voor
                        peuterplaatsen. Als het plafond bereikt is, worden er geen aanvragen meer
                        toegekend. Het financieel plafond betreft niet de VVE-kindplaatsen aangezien
                        dat een gemeentelijke verplichting betreft vanuit de wet Ontwikkelingskansen
                        door Kwaliteit en Educatie (2010).</al></nota-toelichting><bijlage><al>Inhoud</al><al>§ 1. Algemene bepalingen 3</al><al>Artikel 1 Definities 3</al><al>§ 2. Bepalingen van de vergoeding 4</al><al>Artikel 2 Doel en toepassingsbereik 4</al><al>Artikel 3 Vereisten aanvrager vergoeding 4</al><al>Artikel 4 Te vergoeden activiteiten 4</al><al>Artikel 5 Weigeringsgronden 5</al><al>Artikel 6 Hoogte van de vergoeding 5</al><al>Artikel 7 Voorwaarden vergoeding peuterplaats en VVE-kindplaats 5</al><al>Artikel 8 Bevoegdheden college 5</al><al>§ 3. Procedurele bepalingen 6</al><al>Artikel 9 Aanvraag vergoeding 6</al><al>Artikel 10 Verlening van de vergoeding 6</al><al>Artikel 11 Vaststelling van de vergoeding 7</al><al>Artikel 12 Overgangsrecht 7</al><al>Artikel 13 Plafond in begroting 7</al><al>Artikel 14 Gevallen waarin deze verordening niet voorziet 7</al><al>Artikel 15 Hardheidsclausule 7</al><al>Artikel 16 Inwerkingtreding 7</al><al>Artikel 17 Citeertitel 8</al><al>Toelichting op de Verordening tegemoetkoming kosten peuter- en kinderopvang
                    2016 </al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>