<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR390026_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-131140.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3d2016%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20151231%26epd%3d20151231%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dMill%2ben%2bSint%2bHubert%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=2&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad d.d. 31 december 2015, nr. 131140</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen Mill en Sint Hubert 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening onroerende-zaakbelastingen Mill en Sint Hubert 2016
                        </vet></al><al/><al/><al/><al>De raad van de gemeente Mill en Sint Hubert </al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 november
                        2015.</al><al/><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220 Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit</vet></al><al/><al>vast te stellen de :</al><al/><al><vet>“VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN
                            ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN 2016” </vet></al><al>(VERORDENING ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN MILL EN SINT HUBERT 2016)</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van binnen
                            onroerende zaken twee directe belastingen geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting; </al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                                    op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; </al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III waardering onroerende zaken; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV waardering onroerende zaken is vastgesteld
                            voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen
                            van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV waardering
                            onroerende onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar
                            bedoeld in artikel 1;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV waardering onroerende zaken wordt de
                            heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, waardering onroerende zaken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling buiten
                            aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de
                            bepaling dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten behoeve of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond,
                            daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van
                            glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt
                            van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                            gebruiken; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt
                            van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in
                            onderdeel a bedoelde grond; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                            eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                            levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van
                            zodanige onroerende zaken die dienen als woning; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet 1928
                            aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid,
                            onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering
                            voorkomende gebouwde eigendommen; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                            zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                            volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg
                            uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                            worden; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail,
                            een en ander met inbegrip van kunstwerken; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                            organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                            met uitzondering van zodanige werken die dienen als woning; </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater
                            en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
                            publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van zodanige werken
                            die dienen als woning; </al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder
                            dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en
                            die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. </al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
                            publieke dienst , met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                            zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven ; </al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen -
                            niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang
                            van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing , zoals
                            lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                            banken, abri's, hekken en palen; </al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij zijn of waarvan genot
                            heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van
                            delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; </al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen
                            van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid
                            bedoelde onroerende eigenarenbelasting geldt niet voor zover die zaken
                            niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling de
                            gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten
                            zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar
                            zijn aan woondoeleinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>1.Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                        heffingsmaatstaf. Het percentagebedraagt voor:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colwidth="77*"/><colspec colname="col3" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>De gebruikersbelasting</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>0,2099 %;</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de eigenarenbelasting</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1.voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning
                                            dienen </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>0,1553 %</vet>;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                            dienen</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>0,2610</vet><vet>%</vet>.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Belastingbedragen van € 9,00 of minder worden niet geheven of
                                ingevorderd. </al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet
                                verenigde verschuldigde bedragen onroerende-zaakbelastingen of
                                andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al> worden bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag volgende
                            op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                            totaalbedrag één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 35
                            of minder dan € 4.000,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in drie
                            gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag
                            volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In gevallen bedoeld in het tweede lid geldt in afwijking in zoverre van
                            het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso van de belastingschuldige kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in elf gelijke
                            termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag volgende
                            op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                            elk termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in vorige leden
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van onroerende-zaakbelastingen wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De “Verordening onroerende-zaakbelastingen Mill en Sint Hubert 2015”
                        vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2014, wordt ingetrokken met
                        ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang , met dien
                        verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                        voor die datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang dag na die </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening
                        onroerende-zaakbelastingen Mill en Sint Hubert 2016”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Mill en Sint Hubert in zijn
                        openbare vergadering van 17 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Drs. M.J.H.N. Collombon</ondertekening><ondertekening>griffier </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Ing. A.A.M.J. Walraven</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>