<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR38993_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening, houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vianen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-08-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vianen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt, 17-06-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Vianen 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de ruimtelijke ordening, art. 42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-05-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Exploitatieverordening 1997</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Exploitatieverordening</vet></al><al>De raad der gemeente Vianen;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 mei 2003;</al><al>Gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en artikel 42 van de
                        Wet op de Ruimtelijke Ordening;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de volgende verordening, houdende de voorwaarden waaronder
                        de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden (exploitatieverordening).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen van
                                        gronden:</cursief> het door of met medewerking van de
                                    gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor de
                                    in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaken worden
                                    gebaat.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Exploitatiegebied:</cursief> een als zodanig aangewezen
                                    gebied, waarbinnen de onroerende zaken zijn gelegen die worden
                                    gebaat door de voorzieningen van openbaar nut die door of met
                                    medewerking van de gemeente worden getroffen.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Exploitant:</cursief> de eigenaar of rechthebbende van
                                    een in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaak die als
                                    gevolg van het door of met medewerking van de gemeente treffen
                                    van voorzieningen van openbaar nut wordt gebaat.</al></li><li nr="d."><al><cursief>kostenbegroting:</cursief> begroting van kosten en
                                    opbrengsten op basis waarvan de door een exploitant
                                    verschuldigde exploitatiebijdrage wordt vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend:</al><lijst><li nr="1."><al>De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
                                    werken en werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            met inbegrip van het egaliseren, ophogen en
                                            afgraven;</al></li><li nr="b."><al>riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                            rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                                            tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg van deze
                                            voorzieningen van openbaar nut en kunstwerken verband
                                            houdende werken;</al></li><li nr="d."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en de inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                            voorzover het de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut betreft en voorzover de daarmee verband
                                            houdende kosten niet op andere wijze kunnen worden
                                            verhaald;</al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
                                            maatregelen en voorzieningen van openbaar nut ter
                                            uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                            nut.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden
                                    buiten het exploitatiegebied, voorzover de binnen het
                                    exploitatiegebied liggende onroerende zaken hierdoor direct
                                    danwel indirect worden gebaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II:</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                                kostenverhaalsbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke
                                wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                                zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de
                                        daarin gelegen en gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van
                                        de onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals
                                        bedoeld in artikel 5. In afwijking van het bepaalde in de
                                        vorige volzin kan in het besluit zoals bedoeld in het eerste
                                        lid, worden bepaald dat de kostenbegroting op een later
                                        tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit tot vaststelling van
                                        de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                        artikel 139 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zo veel mogelijk
                                plaatsvindt via de gronduitgifte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening.</al><al>Tevens wordt bepaald dat, ingeval op enigerlei wijze niet kan worden
                                gekomen tot het aangaan van een overeenkomst zoals bedoeld in
                                artikel 7 van deze verordening, het kostenverhaal in daarvoor in
                                aanmerking komende gevallen kan plaatsvinden door middel van de
                                vaststelling van een baatbelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="1."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten,
                                        te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied
                                                gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond
                                                vermeerderd met de waarde van de opstallen die voor
                                                de verwezenlijking van de bestemming niet
                                                gehandhaafd kunnen worden, en met de kosten van
                                                vrijmaken van opstallen – met inbegrip van de zich
                                                in de grond bevindende resten, zoals funderingen,
                                                leidingen en kabels – persoonlijke rechten en
                                                lasten, eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijke
                                                lasten alsmede de kosten van
                                                schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding,
                                                -beheer en -toezicht. Onder deze kosten wordt ten
                                                minste verstaan: de kosten verband houdende met het
                                                opstellen van structuur- en bestemmingsplannen, het
                                                opstellen van planmatige uitwerkingen of
                                                wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het
                                                verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                                                alsmede van overige planologische maatregelen voor
                                                zoveel deze nodig zijn voor het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het
                                                exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                                van openbaar nut, voorzover deze verband houden met
                                                het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het exploitatiegebied,
                                                alsmede de daarmee verband houdende kosten van
                                                onderzoeken, voorbereiding en toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover
                                                dit rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van
                                                gronden kan worden toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige
                                                lasten verminderd met renteopbrengsten;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                                grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende
                                        opbrengsten, bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen
                                                van openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                                baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De wijze van toerekening van de totale onder sub 1. en 2.
                                        van dit artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de
                                        onroerende zaken in het exploitatiegebied naar de mate van
                                        de baat die de onroerende zaken hebben van het samenhangend
                                        geheel van voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in
                                        artikel 2 van deze verordening.</al><al>De mate van baat wordt aangeduid met inachtneming van
                                        hetgeen hieromtrent in artikel 6 is bepaald.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan dat
                                het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                zal worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                                danwel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
                                herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1 sub a. is niet van
                                toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
                                en gebate gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar
                                nut niet geschikt worden voor bebouwing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                                eerste lid, onder 1 sub a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden
                                beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake is van een
                                exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
                                nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                                bebouwing van onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende zaken,
                                waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de
                                baat van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar
                                nut tot uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader in de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel
                                5, te bepalen grondslag die voorziet in de aanwezige verschillen in
                                baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, wat betreft de in het exploitatiegebied liggende
                                onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente, indien
                                dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand
                                doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel
                                uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte
                                opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst nadat een kostenbegroting zoals bedoeld in
                                artikel 5, is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de omvang van de door de gemeente te treffen
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                        volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                                        gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        c.q. aanpassing van voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                                de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken een
                                        aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij de gemeente
                                        als opdrachtgever en de exploitant als aannemer wordt
                                        aangemerkt, en de directievoering en het toezicht op de door
                                        de exploitant uit te voeren werken geschieden door of
                                        vanwege de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt
                                        vastgesteld op een pro-formabedrag van € 1,-, zulks met
                                        inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid is
                                        bepaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1., onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn bestemd voor
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant
                                aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen.</al><al>Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen
                                overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen deskundigen
                                tezamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de meest gerede
                                partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter in
                                het kanton waartoe de gemeente behoort, kan verzoeken deze
                                deskundige te benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en
                                        6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                        toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand
                                        van de in artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden
                                        vallende en de kosten van kadastrale uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                                        exploitant behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid
                                        van dit artikel is van overeenkomstige toepassing;</al></li><li nr="2."><al>het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals
                                        bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1 onder b. tot en met
                                        f., voorzover de uitvoering van de daarmee verband houdende
                                        werken en werkzaamheden voor risico en rekening komt van de
                                        exploitant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                                heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende
                                bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid onder b, sub 1.
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III:</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan burgemeester en wethouders verzoeken tot het
                                verlenen van medewerking met betrekking tot het in exploitatie
                                brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                        van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft
                                        verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de
                                beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij
                                wordt een door burgemeester en wethouders vast te stellen aanduiding
                                van het exploitatiegebied en kostenbegroting aan de exploitant
                                bekendgemaakt. Het bepaalde in artikel 5, met uitzondering van het
                                bepaalde in de slotzin van het derde lid, is van overeenkomstige
                                toepassing. Tevens wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een
                                aanvraag in te dienen bij burgemeester en wethouders voor
                                medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van
                                gronden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes maanden na ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                                verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens
                                een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat
                                de in artikel 7 bedoelde kostenbegroting en de daarmee verband
                                houdende aanduiding van het exploitatiegebied wordt vastgesteld door
                                burgemeester en wethouders. De kostenbegroting en de aanduiding van
                                het exploitatiegebied worden bekendgemaakt aan de exploitant. Het
                                bepaalde in artikel 5, derde lid, slotzin is niet van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
                                        gebied waarvoor een bestemmingsplan, gericht op de
                                        voorgenomen exploitatie van gronden, geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden
                                        leiden tot strijd met de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                                        overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden
                                        tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding
                                        van bebouwing en/of herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote
                                        kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
                                        doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare
                                        verlichting, riolering, etc.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                        zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
                                        afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van
                                        het bestemmingsplan of de herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                        belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                        weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                        weggenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied
                                reeds een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is
                                genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant
                                bekend.</al><al>Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant tevens
                                een ontwerp-overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7,
                                aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV:</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in
                                artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een overeenkomst
                                zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden
                                bepaald dat met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                                overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                desbetreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst,
                                maken burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting,
                                zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het
                                kostenverhaalsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst totstandgekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen
                                niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen kostenverhaalsbesluit of
                                afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen
                                van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voorzover nodig, op
                                een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt
                                daarbij dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen tot
                                een exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, de
                                vaststelling van de daarin op te nemen financiële bijdrage geschiedt
                                op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                vastgesteld, blijft de ‘Exploitatieverordening gemeente Vianen 1997’
                                van toepassing tot twee jaren nadat de ten behoeve van dat
                                exploitatiegebied getroffen en/of te treffen voorzieningen van
                                openbaar nut geheel zijn voltooid met dien verstande dat, voorzover
                                van belang in afwijking van de Exploitatieverordening gemeente
                                Vianen 1997, het aangaan van overeenkomsten geschiedt door
                                burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan
                                het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft de
                                ‘Exploitatieverordening gemeente Vianen 1997’ van toepassing tot op
                                de aanvraag is beslist, met dien verstande dat, indien tot het
                                treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt besloten,
                                laatstgenoemde verordening van toepassing blijft tot twee jaren
                                nadat de te treffen voorzieningen van openbaar nut geheel zijn
                                voltooid en, voorzover van belang in afwijking van de
                                Exploitatieverordening gemeente Vianen 1997, het aangaan van
                                overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgende op die waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de
                                Gemeentewet heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de ‘Exploitatieverordening gemeente
                                Vianen 1997’ zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 26 juni 1997,
                                met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor de gevallen
                                zoals bedoeld in artikel 13, tweede en derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Exploitatieverordening
                            gemeente Vianen 2003’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Vianen
                        op 22 mei 2003.</al></slotformulering><ondertekening><functie>de secretaris</functie><naam><voornaam> A.J.M.</voornaam><achternaam>Kerstens</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de voorzitter </functie><naam><voornaam>mw. drs. D.A.M.</voornaam><achternaam>Koreman</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Exploitatieverordening gemeente Vianen 2003</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al-groep><al>Steeds meer wordt de gemeente geconfronteerd met het niet-volledig uit
                        kunnen voeren van actieve grondpolitiek. Dit houdt in dat naast de door de
                        gemeente te verwerven gronden, die vervolgens bouwrijp worden gemaakt en ten
                        slotte worden uitgegeven, steeds meer
                            <onderstreept>partic</onderstreept><onderstreept>u</onderstreept><onderstreept>liere</onderstreept>
                        initiatieven tot grondexploitatie ontstaan.</al><al>In dergelijke situaties, waarbij zowel gemeentelijke als particuliere
                        grondexploitatie plaatsvindt, is de gemeente verantwoordelijk voor de aanleg
                        van de benodigde infrastructurele werken zoals wegen, straten, riolering,
                        enzovoort.</al><al>Door middel van de actieve grondpolitiek worden deze kosten doorberekend aan
                        de netto uitgeefbare bouwterreinen. In geval van particuliere
                        grondexploitatie is een dergelijke doorberekening niet mogelijk, simpelweg
                        vanwege het feit dat de grond niet in eigendom is van de gemeente.</al><al>Toch is het uit een oogpunt van gelijkheid en rechtszekerheid rechtvaardig
                        dat ook particuliere grondexploitanten een (financiële) bijdrage leveren in
                        de kosten van de eerdergenoemde voorzieningen. Deze bijdrage wordt dan
                        bepaald op basis van de baat die deze (bouw)gronden hebben bij de aanleg van
                        genoemde werken.</al></al-groep><al>In artikel 42 WRO is bepaald dat de gemeenteraad een verordening behoort vast te
                    stellen die de <cursief>voorwaarden</cursief> bevat waaronder de gemeente
                    medewerking verleent aan het in exploitatie brengen van gronden. Deze
                    verordening wordt “Exploitatieverordening” genoemd.</al><al>De verordening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="a."><al>Voorafgaande aan de realisatie van een bestemmingsplan moet
                            duidelijkheid ontstaan omtrent de risico’s die zijn verbonden aan het
                            niet-volledig kunnen verwerven van de desbetreffende gronden. Aan de
                            hand van deze risico’s zal door middel van een raadsbesluit moeten
                            worden vastgesteld of, en zo ja op welke wijze kostenverhaal zal
                            plaatsvinden. Op deze wijze ontstaat vooraf duidelijkheid voor alle
                            betrokkenen.</al><al>Deze werkwijze sluit aan bij de op 26 juli 1991 in werking getreden
                            wijziging van de gemeentewet-oud, i.c. de wijziging van de bouwgrond- en
                            baatbelasting (Stb. 394). In deze wet wordt het nemen van een
                            bekostigingsbesluit <cursief>voordat</cursief> wordt aangevangen met de
                            voorzieningen van openbaar nut, verplicht gesteld. Deze verplichting is
                            eveneens van toepassing op de baat- en bouwgrondbelasting zoals
                            opgenomen in de artikelen 221 respectievelijk 222 van de Gemeentewet
                            zoals deze gold tot 1 januari 1995. Ten slotte is de vaststelling van
                            een bekostigingsbesluit ook van toepassing op de baatbelasting (nieuwe
                            stijl), die in de Gemeentewet is opgenomen ter vervanging van de
                            voorheen geldende baat- en bouwgrondbelasting (zie artikel 222 van de
                            Gemeentewet zoals dat luidt per 1 januari 1995). Het opnemen van een
                            kostenverhaalsbesluit in de exploitatieverordening verduidelijkt dan ook
                            de samenhang tussen het kostenverhaal via exploitatieovereenkomst
                            enerzijds en het verhaal op basis van een baatbelasting anderzijds.</al></li><li nr="b."><al>Op basis van het onder a. genoemde uitgangspunt wordt de wijze van
                            toerekening van baat via de methoden van exploitatieovereenkomst en
                            baatbelasting zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Dit betekent, dat de
                            in de exploitatieverordening opgenomen systematiek van baattoerekening
                            is aangepast en gerelateerd aan de fiscale verhaalsmethode.</al></li><li nr="c."><al>Het onder a. genoemde uitgangspunt brengt met zich mee dat de
                            exploitatieovereenkomst zowel op initiatief van de gemeente als op basis
                            van een verzoek van exploitant kan worden aangegaan.</al><al>Gelet op de thans opgenomen werkwijze zal een aanvraag tot het sluiten
                            van een exploitatieovereenkomst in de regel alleen nog voorkomen in
                            situaties waarbij incidentele voorzieningen moeten worden getroffen,
                            vaak speciaal ten behoeve van exploitant. In de meeste overige gevallen
                            zal immers steeds sprake zijn van de werking van een
                            kostenverhaalsbesluit.</al></li><li nr="d."><al>De opsomming van de verschillende voorzieningen van openbaar nut is
                            uitgebreid met die werken die als gevolg van onder meer de
                            milieuwetgeving noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een
                            bestemmingsplan.</al></li></lijst><al>Tot slot wordt opgemerkt dat de verordening is aangepast aan de gevolgen van de
                    invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur per 7 maart 2002.</al><al>Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting.</al><tussenkop>Afdeling I: Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al-groep><al>De exploitatieverordening is van toepassing indien medewerking wordt
                        verleend aan het in exploitatie brengen van gronden. Hieronder wordt
                        verstaan: het van gemeentewege treffen van voorzieningen van openbaar nut,
                        waardoor een onroerende zaak wordt gebaat.</al><al>Met deze definitie wordt aangesloten bij de definitie van de baatbelasting.
                        Dit betekent, dat ook in gevallen waarbij voorzieningen worden getroffen
                        waardoor een reeds bebouwde onroerende zaak wordt gebaat, het sluiten van
                        een exploitatieovereenkomst mogelijk is.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2. Voorzieningen van openbaar nut</tussenkop><al-groep><al>In de omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut is, gelet op de
                        vigerende jurisprudentie, de aanleg van rioolwaterzuiveringsinstallaties
                        niet opgenomen. Dergelijke inrichtingen worden – vanwege het doel van deze
                        werken – niet gerekend tot die werken welke nodig zijn voor het in
                            <cursief>exploitatie</cursief> brengen van gronden.</al><al>Als voorzieningen van openbaar nut worden verder aangemerkt het uitvoeren
                        van bodemonderzoek en -sanering, voorzover dit betrekking heeft op de
                        ondergrond van voorzieningen van openbaar nut en voorzover de daarmee
                        verband houdende kosten niet op een andere wijze kunnen worden verhaald.
                        Hierbij moet met name worden gedacht aan het verhaal van kosten
                        bodemsanering, zoals onder meer is bepaald in de Wet bodembescherming.</al><al>Ingeval kostenverhaal op derden echter niet (geheel) mogelijk is, is het
                        redelijk om de ten laste van de gemeente blijvende nettokosten te verhalen
                        via een gemeentelijke en particuliere grondexploitatie.</al><al>Dit geldt ook voor de maatregelen die op basis van de vigerende
                        milieuwetgeving nodig zijn voor de realisatie van bestemmingsplannen.
                        Gedacht moet worden aan het treffen van geluidwerende voorzieningen, maar
                        ook aan het verwijderen van bedrijvigheid die stankoverlast of andersoortige
                        hinder veroorzaakt.</al><al>Ten slotte is aangegeven dat ook werken die als zogenaamde bovenwijkse
                        voorzieningen worden beschouwd, kunnen worden aangemerkt als voorzieningen
                        van openbaar nut, voorzover deze werken direct danwel indirect baat
                        opleveren voor de in het exploitatiegebied liggende onroerende zaken.</al><al>De kosten van bovenwijkse voorzieningen worden in de regel via een
                        fondsopslag in de kostprijs verwerkt. Het is daarbij van belang dat een
                        dergelijke omslag van kosten steeds op een juiste wijze beleidsmatig wordt
                        onderbouwd. Dit kan bijvoorbeeld, indien de gemeente beschikt over een
                        structuurplan, reeds geschieden bij de vaststelling van het structuurplan.
                        De beleidsmatige onderbouwing kan echter zonder bezwaren tevens plaatsvinden
                        op basis van een beleidsnota, waarin de toerekening van de kosten van
                        bovenwijkse voorzieningen over de diverse toekomstige en eventuele bestaande
                        bestemmingsplannen wordt onderbouwd.</al></al-groep><tussenkop>Afdeling II: Exploitatie op initiatief van de
                    gemeente</tussenkop><tussenkop>Artikel 3. Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</tussenkop><al-groep><al>Hoewel het sluiten van een exploitatieovereenkomst nimmer zal kunnen en
                        mogen worden afgedwongen, wordt in dit artikel bepaald dat de eerdergenoemde
                        voorzieningen van openbaar nut alleen door of met medewerking van de
                        gemeente kunnen worden aangelegd. Het primaat met betrekking tot de aanleg
                        van voorzieningen van openbaar nut ligt dus bij de gemeente.</al><al>In sommige gevallen zal een particuliere exploitant in staat en bereid
                        kunnen zijn tot het <cursief>zelf</cursief><cursief>standig</cursief>
                        treffen van dergelijke voorzieningen van openbaar nut op de gronden die in
                        eigendom zijn van de exploitant.</al><al>Aangezien het daarbij steeds gaat om <cursief>openbare</cursief>
                        voorzieningen, zal deze particuliere uitvoering alleen dan mogelijk zijn,
                        indien garanties aanwezig zijn voor met name de kwaliteit van de uitvoering.
                        De door de gemeente te stellen kwaliteitseisen zullen overeen moeten komen
                        met die eisen die zij zichzelf steeds stelt bij de aanleg van dergelijke
                        voorzieningen. Wel zijn garanties nodig in de vorm van tijdige uitvoering,
                        kwaliteitseisen, garantieregeling in geval van wanprestatie, overdracht van
                        voorzieningen van openbaar nut aan gemeente, enzovoort. Dergelijke
                        aanvullende eisen zijn opgenomen in artikel 7, vierde lid van deze
                        verordening.</al><al>De uitvoering van openbare voorzieningen door de exploitant zal niet
                        betekenen dat geen financiële bijdrage aan de gemeente is verschuldigd. Ook
                        indien wordt gekomen tot het zelf uitvoeren van bepaalde werken, is het
                        redelijk dat alsnog een financiële bijdrage wordt verleend in de kosten van
                        onder meer planvoorbereiding, ambtelijk apparaat, bovenwijkse voorzieningen
                        alsmede in de (extra) kosten van voorbereiding en toezicht. In het derde lid
                        van dit artikel alsmede in artikel 8, derde lid is hiervoor een regeling
                        opgenomen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 4. Vaststelling kostenverhaalsbesluit</tussenkop><al-groep><al>Kostenverhaal bij bouwgrondexploitatie is in de meeste gevallen aan de orde
                        bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan. In de meeste gevallen
                        gaat de gemeente ervan uit alle gronden in een dergelijk plan te zullen
                        verwerven. Deze gronden zullen vervolgens bouwrijp worden gemaakt en worden
                        uitgegeven.</al><al>Steeds meer wordt, <cursief>vaak pas lopende de realisatie van een
                            bestemmingsplan</cursief>, duidelijk dat niet alle gronden in eigendom
                        zullen kunnen worden verkregen.</al><al>Ter voorkoming van problemen met betrekking tot het kunnen uitvoeren van
                        kostenverhaal (bijvoorbeeld voorzieningen zijn reeds twee jaar geleden
                        getroffen) en in het belang van de rechtszekerheid is de bepaling opgenomen
                        dat voordat met de uitvoering van werken wordt begonnen, door de
                        gemeenteraad wordt bepaald volgens welke strategie de te maken kosten worden
                        verhaald.</al><al>Daarbij wordt via een kostenbegroting aangegeven welke voorzieningen worden
                        getroffen en wat de omvang zal zijn van het gebied dat door deze
                        voorzieningen zal worden gebaat. In sommige gevallen kan dit baatgebied
                        afwijken van het gebied zoals dat is bepaald via de gangbare
                        exploitatieopzet.</al></al-groep><al-groep><al>Belangrijk bij het nemen van een kostenverhaalsbesluit is de
                            <cursief>strategie</cursief> die toegepast zal gaan worden bij het
                        verhaal van kosten. Uitgangspunt zal daarbij blijven dat de gemeente de
                        voorkeur uitspreekt voor het zelf aankopen en vervolgens uitgeven van deze
                        gronden. Mocht dit niet lukken, dan zullen de particuliere exploitanten in
                        eerste instantie een exploitatieovereenkomst voorgelegd krijgen, waarmee op
                        basis van wilsovereenstemming tot kostenverhaal kan worden gekomen.</al><al>Mocht men hiertoe niet bereid zijn, dan zal in het besluit worden aangegeven
                        dat aanvullend kostenverhaal via baatbelasting kan plaatsvinden. Onder
                        baatbelasting wordt in deze verordening verstaan: de baatbelasting (nieuwe
                        stijl) die ter vervanging van de tot 1 januari 1995 geldende baat- en
                        bouwgrondbelasting in de Gemeentewet is opgenomen (zie artikel 222 van de
                        Gemeentewet zoals dat luidt na de inwerkingtreding van de Invoeringswet van
                        de wet materiële belastingbepalingen Gemeentewet (Stb. 1994, 420)). Hiermee
                        zal dan tevens zijn voldaan aan de in artikel 222 Gemeentewet opgenomen
                        verplichting tot het vaststellen van een bekostigingsbesluit.</al><al>Het kostenverhaalsbesluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139
                        Gemeentewet.</al></al-groep><al>Op grond van het bepaalde in het tweede lid, sub c. maakt de kostenbegroting
                    onderdeel uit van het kostenverhaalsbesluit. In de praktijk is het niet in alle
                    gevallen mogelijk de begrotingscijfers ten tijde van de vaststelling van het
                    kostenverhaalsbesluit geheel gereed te hebben. Om deze reden is onder c. bepaald
                    dat de kostenbegroting ook later kan worden vastgesteld. In dat geval dient de
                    kostenbegroting nog afzonderlijk te worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel
                    139 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 5. De kostenbegroting</tussenkop><al>In de kostenbegroting zijn opgenomen de kosten en opbrengsten verband houdende
                    met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden.
                    Benadrukt is dat er een directe relatie aanwezig dient te zijn tussen de
                    verschillende kosten- en opbrengstelementen en het exploitatiegebied. Gezien de
                    diversiteit van de werken en werkzaamheden is het niet mogelijk een limitatieve
                    opsomming van de met de medewerking verband houdende kosten te geven. Dit zal
                    van geval tot geval kunnen verschillen. De wijze van toerekening zal
                    plaatsvinden op basis van de baat die alle in het exploitatiegebied opgenomen
                    onroerende zaken zullen hebben van de te treffen voorzieningen van openbaar nut.
                    Dit geldt derhalve zowel voor de gronden die bestemd zijn voor gemeentelijke
                    gronduitgifte, als de gronden die bestemd zijn voor particuliere exploitatie. De
                    mate van baat kan daarbij onderling variëren als gevolg van verschillen in
                    ligging, bestemming en <cursief>objectieve</cursief> gebruiksmogelijkheid van de
                    desbetreffende onroerende zaak. Het uitgangspunt bij de opstelling van de
                    kostenbegroting zal steeds zijn dat het <cursief>totale</cursief> gebied door de
                    gemeente in exploitatie zal worden gebracht. Hiermee wordt de afstemming bereikt
                    met de uitgangspunten die zijn neergelegd in de gemeentelijke
                    exploitatieopzet.</al><al>Opgemerkt wordt dat de in artikel 5 opgenomen eisen gelden voor zowel een
                    kostenbegroting behorende bij een kostenverhaalsbesluit, als een begroting die
                    naar aanleiding van een aanvraag om medewerking (gebaseerd op afdeling III van
                    de Exploitatieverordening) wordt vastgesteld.</al><al-groep><al>Uitgangspunt voor de opstelling van de kostenbegroting is dat de
                        inbrengwaarde van alle gebate onroerende zaken en de gronden bestemd voor de
                        aanleg van voorzieningen van openbaar nut, in de kostenbegroting wordt
                        opgenomen. Deze inbrengwaarde kan daarmee ook betrekking hebben op
                        onroerende zaken die wel door de voorzieningen gebaat worden maar niet als
                        gevolg van die voorzieningen geschikt worden voor bebouwing. Hierbij kan
                        bijvoorbeeld worden gedacht aan bestaande te handhaven bebouwing binnen een
                        exploitatiegebied.</al><al>Op grond van het gestelde in het vierde lid wordt bereikt dat de
                        inbrengwaarde van deze gronden niet in de kostenbegroting behoeft te worden
                        opgenomen.</al><al>De aanduiding “geschikt worden voor bebouwing” is afkomstig van de tot 1
                        januari 1995 geldende bouwgrondbelasting en maakte onderdeel uit van de drie
                        voor deze belastingen bestaande rechtsgronden (nl. het geschikt worden voor
                        bebouwing, het beter geschikt worden voor bebouwing alsmede het in een
                        voordeligere positie komen te verkeren van onroerende zaken als gevolg van
                        de te treffen voorzieningen).</al></al-groep><al>Naast de toepassing in de grondexploitatie is de Exploitatieverordening eveneens
                    van toepassing op het verhaal van kosten van baatopleverende voorzieningen die
                    geen onderdeel uitmaken van de grondexploitatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld
                    gaan om de herinrichting van centrumgebieden of de aanleg van riolering in het
                    buitengebied. In het vijfde lid is bepaald dat de inbrengwaarde van de gebate
                    objecten niet in de kostenbegroting behoeft te worden opgenomen, indien de te
                    treffen voorzieningen in hoofdzaak niet gericht zijn op het geschikt maken voor
                    bebouwing van onroerende zaken. Wel is het mogelijk de inbrengwaarde van de tot
                    voorzieningen van openbaar nut bestemde gronden in de begroting op te
                    nemen.</al><al>De toepassing van het vierde en vijfde lid kan met zich meebrengen dat de in de
                    beide artikelleden beschreven situaties zich gelijktijdig kunnen voordoen. Dit
                    zal het geval zijn, indien er sprake is van bijvoorbeeld de aanleg van niet tot
                    de grondexploitatie behorende voorzieningen voor onder meer bestaande
                    bebouwing.</al><tussenkop>Artikel 6. Grondslag voor toerekening baat</tussenkop><al-groep><al>Om de aansluiting te verkrijgen met de systematiek van vaststelling van de
                        kostprijs bij gronduitgifte is gekozen voor de rekeneenheid van de vierkante
                        meter grondoppervlakte van de gebate onroerende zaken (zowel bebouwd als
                        onbebouwd). Met toepassing van liggings-, bestemmings- en gebruiksfactoren
                        is het mogelijk in nagenoeg alle gevallen te komen tot een verantwoorde
                        baatomslag ter bepaling van de omvang van de exploitatiebijdrage.</al><al>Ingeval de grondoppervlaktemethode in bepaalde gevallen niet tegemoetkomt
                        aan de aanwezige baatverschillen, biedt de verordening de mogelijkheid tot
                        vaststelling van een afwijkende grondslag. Omdat de omslagmethode onderdeel
                        uitmaakt van de kostenbegroting, dient ook een afwijkende grondslag in de
                        begroting te worden vermeld.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 7. Inhoud exploitatieovereenkomst</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat, in navolging van het reeds genomen
                        kostenverhaalsbesluit, het sluiten van een exploitatieovereenkomst als
                        eerste en centrale methode van kostenverhaal is aan te merken.</al><al>Benadruk wordt dat het sluiten van een exploitatieovereenkomst – evenals
                        iedere andere overeenkomst – is gebaseerd op wilsovereenstemming. Dit
                        betekent, dat een exploitant niet kan worden verplicht tot het sluiten van
                        een exploitatieovereenkomst. De bevoegdheid tot het aangaan van een
                        exploitatieovereenkomst ligt, ingevolge artikel 160, eerste lid onder e van
                        de (herziene) Gemeentewet, bij burgemeester en wethouders. In dit kader
                        wordt voorts verwezen naar artikel 169, vierde lid van de (herziene)
                        Gemeentewet: burgemeester en wethouders dienen de raad vooraf in te lichten
                        over de uitoefening van de bevoegdheid tot het aangaan van een overeenkomst,
                        in het geval de raad daarom verzoekt of indien het aangaan van die
                        overeenkomst ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In dit
                        laatste geval nemen burgemeester en wethouders geen besluit dan nadat de
                        raad zijn wensen en bedenkingen terzake aan burgemeester en wethouders ter
                        kennis heeft kunnen brengen.</al></al-groep><al>Hoewel de kostenbegroting later kan worden vastgesteld, dient in alle gevallen
                    de in een overeenkomst opgenomen exploitatiebijdrage te worden vastgesteld op
                    basis van de kostenbegroting. Om deze reden is in artikel 7, tweede lid bepaald
                    dat burgemeester en wethouders pas kunnen besluiten tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, nadat de desbetreffende kostenbegroting is vastgesteld.
                    De vaststelling van de kostenbegroting geschiedt, als onderdeel van het
                    kostenverhaalsbesluit, door de gemeenteraad.</al><al>Gezien het bepaalde in artikel 10, eerste lid van de Exploitatieverordening
                    geldt deze voorwaarde ook ingeval de overeenkomst totstandkomt op basis van een
                    aanvraag, met dien verstande dat ingeval er sprake is van een aanvraag, de
                    kostenbegroting dan wordt vastgesteld door burgemeester en wethouders.</al><al-groep><al>Indien wordt overgegaan tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst,
                        bevat artikel 7 een aantal voorwaarden waaraan deze overeenkomst in alle
                        gevallen moet voldoen. Naast de vaststelling van een financiële bijdrage is
                        in voorkomende gevallen de bepaling opgenomen dat gronden die bestemd zijn
                        als ondergrond voor voorzieningen van openbaar nut, via deze overeenkomst
                        worden afgestaan aan de gemeente. In de situatie dat er sprake is van een
                        overdracht van gronden, is in het eerste lid de bepaling opgenomen dat van
                        de overeenkomst een notariële akte wordt opgemaakt.</al><al>In het vierde lid zijn aanvullende bepalingen opgenomen, die kunnen worden
                        toegepast indien de werken geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd door de
                        particuliere exploitant.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 8. Vaststelling exploitatiebijdrage</tussenkop><al-groep><al>Essentieel bij de vaststelling van de financiële bijdrage is het feit dat
                        overeenkomstig artikel 5, tweede lid de kostentoerekening is opgesteld, met
                        het uitgangspunt dat het totale exploitatiegebied door de gemeente in zijn
                        geheel in exploitatie zal worden gebracht.</al><al>Dit betekent, dat in de kostenbegroting gerekend wordt met een
                            <cursief>gemiddelde</cursief> prijs van de inbrengwaarde van alle
                        gronden (ook die van de particuliere eigenaren). Op deze wijze komt een
                        gemiddelde kostprijs tot stand, die daarna – waar nodig – zal worden
                        gecorrigeerd voor verschillen in ligging, enzovoort.</al><al>Het zal duidelijk zijn dat de particuliere exploitant op deze prijs de
                        waarde van de hem toebehorende gronden (zowel ten behoeve van de exploitatie
                        als ten behoeve van de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) in
                        mindering zal mogen brengen. Omdat deze vermindering kan afwijken van de
                        eerdergenoemde gemiddelde grondinbrengprijs, is een regeling nodig voor
                        bindende vaststelling van deze inbrengwaarde.</al><al>In het derde lid is bepaald op welke wijze de financiële bijdrage wordt
                        vastgesteld, indien de exploitant overgaat tot het geheel of gedeeltelijk
                        zelf uitvoeren van voorzieningen van openbaar nut. In een dergelijke
                        situatie blijft de financiële bijdrage in de regel beperkt tot de kosten die
                        de gemeente maakt of zal maken in verband met de planuitvoering,
                        -voorbereiding, -beheer en -toezicht, maar ook met betrekking tot
                        voorzieningen die voor het totale plan gelden danwel een bovenwijks karakter
                        hebben. De omslag van deze voor rekening van de gemeente blijvende kosten
                        vindt plaats overeenkomstig de in artikel 5 en 6 beschreven methode, onder
                        verrekening van de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                        exploitant behorende gronden. Daarnaast vindt een vermindering plaats van de
                        daarin opgenomen kosten voor voorzieningen, voorzover deze voorzieningen
                        door de exploitant worden gerealiseerd.</al></al-groep><al>Als gevolg van de het bepaalde in artikel 5, vierde en vijfde lid dient de wijze
                    van berekening van de exploitatiebijdrage in die situaties dienovereenkomstig te
                    worden aangepast. Aan artikel 8 is een vierde lid toegevoegd, waarin is bepaald
                    dat, indien de in artikel 5, vierde en/of vijfde lid beschreven situatie
                    toepassing heeft verkregen, de wijze van berekening van de bijdrage wordt
                    gehandhaafd, met dien verstande dat de correctie van de inbrengwaarde is beperkt
                    tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen en door de
                    exploitant aan de gemeente in eigendom worden afgestaan.</al><tussenkop>Afdeling III: Exploitatie op verzoek van
                    exploitant</tussenkop><tussenkop>Artikel 9. De aanvraag</tussenkop><al-groep><al>Naast het door de gemeente zelf treffen van voorzieningen van openbaar nut
                        kan het voorkomen dat een particuliere exploitant de gemeente verzoekt tot
                        het treffen van voorzieningen. Vaak zullen dit dan incidentele op zichzelf
                        staande voorzieningen zijn, die specifiek betrekking hebben op de onroerende
                        zaak van een of enkele exploitanten.</al><al>Gedacht moet hierbij bijvoorbeeld worden aan de situatie waarin een bedrijf
                        de gemeente verzoekt op basis van artikel 19 WRO mee te werken aan de
                        uitbreiding van de winkelruimte door middel van een wijziging van een
                        bestemmingsplan. In dergelijke gevallen kan het voorkomen dat van
                        gemeentewege wordt gewezen op de noodzaak van uitbreiding van
                        parkeergelegenheid en bijvoorbeeld de aanleg van een in- en uitvoegstrook
                        vanaf de openbare weg. Dergelijke voorzieningen kunnen onder de werking van
                        afdeling III van deze verordening worden gebracht.</al><al>Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb.
                        2002, 111) berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij
                        burgemeester en wethouders. Om die reden is dan ook bepaald dat aanvragen om
                        medewerking dienen te worden gericht aan burgemeester en wethouders, alsmede
                        dat door burgemeester en wethouders op de aanvraag wordt beslist.</al></al-groep><al-groep><al>In het derde lid van dit artikel is de bepaling opgenomen dat, indien een
                        aanvraag voor een bouwvergunning (eventueel gecombineerd met een verzoek om
                        vrijstelling ex artikel 19 WRO) wordt ingediend waarbij in geval van
                        verlenen van een vrijstelling c.q. bouwvergunning van gemeentewege
                        voorzieningen van openbaar nut moeten worden uitgevoerd, dit
                            <cursief>voordat over de bouwaanvraag wordt beslist</cursief>, aan de
                        aanvrager bekend wordt gemaakt.</al><al>De exploitant (aanvrager) zal daarbij tevens een afschrift ontvangen van de
                        door burgemeester en wethouders vast te stellen kostenbegroting en de
                        daarmee verband houdende aanduiding van het exploitatiegebied. De
                        bekendmakingseis zoals opgenomen in artikel 139 Gemeentewet is in dit kader,
                        nu er geen sprake is van een kostenverhaalsbesluit, niet van
                        toepassing.</al></al-groep><al>Aan de hand van deze gegevens is aanvrager in staat voorafgaand aan de
                    beslissing over de bouwaanvraag een financiële afweging te maken van de aan deze
                    exploitatie verbonden kosten. De aanvrager wordt op dat moment in staat gesteld
                    alsnog een aanvraag in te dienen tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst.</al><tussenkop>Artikel 10. Beslissing op de aanvraag</tussenkop><al-groep><al>Aangegeven is dat de medewerking tot het treffen van voorzieningen alleen
                        kan worden verleend door middel van het sluiten van een overeenkomst op
                        basis van artikel 7 van de verordening. Als gevolg van de invoering van de
                        Wet dualisering gemeentebestuur berust de bevoegdheid tot het aangaan van
                        overeenkomsten bij burgemeester en wethouders.</al><al>In het eerste lid is bepaald dat een overeenkomst eerst kan worden
                        aangegaan, nadat burgemeester en wethouders een kostenbegroting en de
                        aanduiding van het exploitatiegebied hebben vastgesteld. De vastgestelde
                        kostenbegroting en aanduiding van het exploitatiegebied worden aan de
                        exploitant bekendgemaakt.</al><al>Omdat er geen sprake is van een kostenverhaalsbesluit, is de
                        bekendmakingseis zoals opgenomen in artikel 139 Gemeentewet, niet van
                        toepassing.</al></al-groep><al>De kostenbegroting kan derhalve onderdeel uitmaken van een
                    kostenverhaalsbesluit, in welk geval de vaststelling van die begroting geschiedt
                    door de gemeenteraad. Indien er sprake is van een aanvraag (in welke situatie
                    dus geen kostenverhaalsbesluit is genomen), geschiedt de vaststelling van de
                    kostenbegroting en de aanduiding van het exploitatiegebied door burgemeester en
                    wethouders.</al><al-groep><al>Daarnaast is een viertal facultatieve gronden opgenomen, waaronder de
                        medewerking kan worden geweigerd. Tevens is een mogelijkheid tot aanhouding
                        van de aanvraag opgenomen in gevallen waarin de procedure van de
                        vaststelling/goedkeuring van een onderliggend bestemmingsplan nog niet is
                        afgerond.</al><al>Ten slotte is de bepaling opgenomen dat, ingeval een aanvraag is ontvangen
                        voor een gebied waarvoor reeds een kostenverhaalsbesluit is genomen door de
                        gemeenteraad, laatstgenoemd besluit aan de exploitant bekend wordt
                        gemaakt.</al><al>Deze bekendmaking zal mede inhouden, dat de gemeenteraad reeds eerder heeft
                        aangegeven dat de onderhavige onroerende zaak wordt gebaat door het treffen
                        van voorzieningen van openbaar nut en het om die reden gerechtvaardigd is
                        dienaangaande kostenverhaal toe te passen. Derhalve zou ook zonder het
                        insturen van een aanvraag de gemeente reeds op eigen initiatief zijn gekomen
                        met een exploitatieovereenkomst.</al><al>Een en ander betekent, dat de reeds voorgenomen aanbieding van een
                        ontwerp-exploitatieovereenkomst direct kan plaatsvinden, gebaseerd op de
                        kostenbegroting behorende bij het vastgestelde kostenverhaalsbesluit.</al></al-groep><tussenkop>Afdeling IV: Relatie gronduitgifte en andere
                    kostenverhaalsinstrumenten</tussenkop><tussenkop>Artikel 11. Relatie baatbelasting</tussenkop><al-groep><al>In het eerste lid wordt uit een oogpunt van rechtszekerheid aangegeven, dat
                        in een te sluiten exploitatieovereenkomst de bepaling wordt opgenomen dat
                        met betrekking tot de uitvoering van die werken geen aanvullend fiscaal
                        verhaal zal plaatsvinden. Een dergelijke bepaling is niet in strijd met de
                        Grondwet (i.c. privilegeverbod bij belastingen), omdat de wijze van
                        toerekening via exploitatieovereenkomst overeenstemt met de wijze van
                        toerekening bij een eventueel toe te passen fiscaal verhaal.</al><al>Aan de andere kant is het uit een oogpunt van rechtszekerheid gewenst dat,
                        indien een exploitant niet bereid is tot het aangaan van een
                        exploitatieovereenkomst, hem wordt meegedeeld dat overeenkomstig het eerder
                        genomen kostenverhaalsbesluit de gemeenteraad kan overgaan tot het instellen
                        van een baatbelasting.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 12. Relatie andere overeenkomsten</tussenkop><al-groep><al>Steeds meer komt het voor dat door de gemeente overeenkomsten worden
                        gesloten met meerdere marktpartijen tot samenwerking in een bepaald project.
                        We spreken dan van een publiek-private samenwerking (PPS).</al><al>Dergelijke overeenkomsten omvatten naast elementen van kostenverhaal van
                        voorzieningen van openbaar nut vaak nog totaal andere elementen. Ter
                        voorkoming van onnodig complexe contracten worden deze elementen vaak alle
                        tezamen in één overeenkomst opgenomen.</al><al>In dit artikel is bepaald dat het sluiten van dergelijke overeenkomsten geen
                        bezwaar behoeft op te leveren, mits de vaststelling van de door exploitant
                        verschuldigde exploitatiebijdrage maar geschiedt op basis van het gestelde
                        in deze exploitatieverordening.</al></al-groep><tussenkop>Afdeling V: Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 13. Overgangsbepalingen</tussenkop><al-groep><al>De overgangsbepaling in het eerste lid is bedoeld voor die situaties waarbij
                        op het moment van inwerkingtreding van de exploitatieverordening reeds een
                        aanvang is gemaakt met de uitvoering van voorzieningen van openbaar nut.
                        Artikel 4 gaat ervan uit dat het nemen van een kostenverhaalsbesluit moet
                        plaatsvinden <cursief>voordat</cursief> met de aanleg van voorzieningen van
                        openbaar nut wordt aangevangen.</al><al>Bepaald is dat de verordening ook van toepassing is in exploitatiegebieden
                        waarin op de datum van inwerkingtreding de te treffen voorzieningen van
                        openbaar nut niet zijn voltooid, en voor welke gebieden geen
                        kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is genomen. Hetzelfde geldt
                        voor exploitatiegebieden waarvoor geen kostenverhaalsbesluit maar, indien de
                        voorheen geldende exploitatieverordening daarin voorzag, een afzonderlijke
                        kostenbegroting (op grond van het in de voorheen geldende verordening
                        opgenomen overgangsrecht) is vastgesteld.</al><al>De toepassing van de bepaling in het eerste lid zal bijvoorbeeld aan de orde
                        zijn in exploitatiegebieden waarvoor vóór de datum van inwerkingtreding van
                        de verordening een bekostigingsbesluit (zoals bedoeld in artikel 222 van de
                        Gemeentewet) ten behoeve van een mogelijk in te stellen baatbelasting is
                        vastgesteld.</al><al>Daarnaast voorziet de bepaling in het eerste lid erin dat de verordening ook
                        kan worden toegepast voor in uitvoering zijnde exploitatiegebieden waarvoor
                        ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening niet reeds een
                        bekostigingsbesluit was vastgesteld.</al><al>Om in dergelijke situaties (bij het ontbreken van een kostenverhaalsbesluit
                        of afzonderlijke kostenbegroting) toch te kunnen komen tot het aangaan van
                        een exploitatieovereenkomst, is bepaald dat de regels van deze verordening
                        op een zo veel mogelijk aan deze afwijking aangepaste wijze van toepassing
                        zijn. Hierbij geldt in ieder geval, dat de hoogte van de in de overeenkomst
                        op te nemen bijdrage wordt bepaald op basis van een door de gemeenteraad
                        vast te stellen kostenbegroting die voldoet aan de in artikel 5 gestelde
                        eisen. In navolging op het gestelde in artikel 4, eerste lid dient ook de
                        vast te stellen kostenbegroting bekend te worden gemaakt overeenkomstig
                        artikel 139 Gemeentewet.</al></al-groep><al-groep><al>In het tweede lid is bepaald dat de exploitatieverordening zoals deze gold
                        voor de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, van toepassing
                        blijft voor exploitatiegebieden waarvoor eerder een kostenverhaalsbesluit
                        of, voorzover (het overgangsrecht van) de voorheen geldende verordening
                        daarin voorzag, een afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld.</al><al>Dit heeft tot gevolg dat op basis van dergelijke kostenverhaalsbesluiten of
                        afzonderlijke kostenbegrotingen te sluiten overeenkomsten worden gebaseerd
                        op de bepalingen zoals opgenomen in de voorheen geldende
                        exploitatieverordening. De duur van de toepassing is bepaald tot twee jaren
                        nadat de getroffen en/of te treffen voorzieningen van openbaar nut geheel
                        zijn voltooid. Deze termijn komt overeen met de termijn waarbinnen uiterlijk
                        tot een baatbelasting zoals bedoeld in artikel 222 van de Gemeentewet, dient
                        te worden besloten.</al></al-groep><al>Ten aanzien van voor de datum van inwerkingtreding van de onderhavige
                    exploitatieverordening ontvangen aanvragen tot het verlenen van medewerking aan
                    het in exploitatie brengen van gronden waarop niet voor de inwerkingtreding is
                    beslist, is voor de behandeling van de aanvraag de exploitatieverordening zoals
                    deze gold voor de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, van
                    toepassing. De duur van de toepassing is bepaald totdat op de aanvraag is
                    beslist. In het geval de beslissing leidt tot het treffen van voorzieningen, is
                    de duur van de toepassing bepaald tot twee jaren nadat de te treffen
                    voorzieningen geheel zijn voltooid. Ook in dat geval geldt dat een op basis van
                    een zodanige aanvraag te sluiten overeenkomst wordt gebaseerd op de bepalingen
                    zoals opgenomen in de voorheen geldende exploitatieverordening.</al><al>Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur berust de
                    bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij burgemeester en wethouders.
                    In het tweede en derde lid is dienaangaande bepaald dat, voorzover van belang in
                    afwijking van de voorheen geldende exploitatieverordening, het aangaan van
                    overeenkomsten in alle gevallen is voorbehouden aan burgemeester en
                    wethouders.</al><al/><al>Behoort bij raadsbesluit van 22 mei 2003.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>