<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR389899_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing Havenschap Moerdijk 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen/download.aspx?qvi=55957">Provinciaal Blad, 2015, 167</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Havenschap Moerdijk 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke regeling Havenschap Moerdijk, art. 10</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 223</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>S0307286</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financieel beheer, leges, financieel kader</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vastgesteld door de Raad van Bestuur van het Havenschap Moerdijk.</al><al>Deze verordening vervangt de 'Verordening rioolrecht Havenschap Moerdijk 2015', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2014 per 1 januari 2016.</al><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2016.</al><al>Artikel 13 bevat een overgangsbepaling.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing Havenschap Moerdijk 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD VAN BESTUUR VAN HET HAVENSCHAP MOERDIJK;</vet></al><al>Gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 3 december 2015;</al><al>Gelet op artikel 10 van de gemeenschappelijke regeling Havenschap Moerdijk,
                        herziening 1997, zoals hierna gewijzigd op 8 april 2004, 8 juli 2004, 18
                        september 2007 en op 20 september 2013 en artikel 223 van de
                        Provinciewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de</al><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING HAVENSCHAP
                        MOERDIJK 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><vet>riolering </vet>de riolering van het Havenschap Moerdijk mede het voor
                        de openbare dienst bestemde water begrepen, voor zover gelegen binnen het
                        beheersgebied van het Havenschap Moerdijk;</al><al><vet>afvalwater</vet> water en stoffen die worden afgevoerd via de riolering
                        van het Havenschap Moerdijk;</al><al><vet>eigendom </vet>een roerende of een onroerende zaak;</al><al><vet>beheersgebied </vet>het gebied zoals omschreven in artikel 3 van de
                        Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Moerdijk, herziening 1997 en
                        laatstelijk gewijzigd op 20 september 2013, en aangegeven op de bij die
                        Gemeenschappelijke Regeling behorende kaart.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onder de naam “rioolheffing” wordt een recht geheven van de gebruiker
                            van een eigendom binnen het beheersgebied van waaruit afvalwater direct
                            of indirect op de riolering van het Havenschap Moerdijk wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid wordt als
                            gebruiker aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al> degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al
                                    dan niet krachtens zakelijk recht of persoonlijk recht
                                    gebruikt;</al></li><li nr="b."><al> ingeval een gedeelte van een eigendom – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 3 – ten gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte in gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Geen rioolheffing ingevolge deze verordening wordt geheven van een
                            eigendom in gebruik bij het Havenschap Moerdijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de heffing
                        geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande
                        dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden
                        gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De heffing als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het aantal
                            kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd en
                            naar de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het aantal kubieke meters afgevoerd water wordt gesteld op het aantal
                            kubieke meters water dat in de loop van het belastingjaar naar het
                            perceel is toegevoerd en/of opgepompt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een: </al><lijst><li nr="a."><al> watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of;</al></li><li nr="b."><al> bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al></li><li nr=""><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van
                                    de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige
                                    andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De op voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd en of
                            opgepompt water wordt, voor zover de hoeveelheid geloosd water ten
                            minste 3.000 m3 of ten minste 20% lager is dan de som van de
                            hoeveelheden toegevoerd of opgepompt water, verminderd met de
                            hoeveelheid water die niet als water is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Wijze van heffing</titel></kop><al>De heffing wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                            tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De heffing als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van
                            het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de
                            heffing als bedoeld in artikel 2 in de loop van het belastingjaar
                            aanvangt, is de heffing verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van
                            het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de
                            aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de
                            heffing als bedoeld in artikel 2 in de loop van het belastingjaar
                            eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                            van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het
                            einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnbedragen
                            waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een bestuurlijke boete is opgelegd, dan is deze invorderbaar in
                            twee gelijke termijnbedragen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag
                            van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden na de eerste
                            vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, in
                            geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            meer bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete
                            op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de
                            maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid geldt,
                            ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of
                            meer doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing
                        en invordering van rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Verhouding tot provinciale en gemeentelijke
                            verordeningen</titel></kop><al>Verordeningen van de provincie Noord-Brabant of de gemeente Moerdijk die
                        hetzelfde onderwerp regelen als de onderhavige verordening houden op te
                        gelden voor zover deze verordeningen tevens van toepassing zijn op het
                        beheersgebied van het Havenschap Moerdijk.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Toewijzen van bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Met betrekking tot de in artikel 2 bedoelde heffing gelden de
                            bevoegdheden en de verplichtingen van de in artikel 227a, lid 2
                            Provinciewet vermelde functionarissen, voor de daarachter genoemde
                            colleges of functionarissen: </al><lijst><li nr="a."><al> het college van gedeputeerde staten: het dagelijks bestuur van
                                    het Havenschap Moerdijk;</al></li><li nr="b."><al> de provincieambtenaar, belast met de heffing van provinciale
                                    belastingen: de ambtenaar van het Havenschap Moerdijk belast met
                                    de heffing van de in artikel 2 bedoelde heffing;</al></li><li nr="c."><al> de provincieambtenaar, belast met de invordering van
                                    provinciale belastingen: de ambtenaar van het Havenschap
                                    Moerdijk belast met de invordering van de in artikel 2 bedoelde
                                    heffing;</al></li><li nr="d."><al> de provincieambtenaren belast met de heffing of de invordering
                                    van provinciale belastingen: de ambtenaren van het Havenschap
                                    Moerdijk belast met de heffing of invordering van de in artikel
                                    2 bedoelde heffing;</al></li><li nr="e."><al> de als belastingdeurwaarder aangewezen provincieambtenaar: de
                                    daartoe aangewezen ambtenaar van het Havenschap Moerdijk;</al></li><li nr="f."><al> de provinciale staten: de Raad van Bestuur van het Havenschap
                                    Moerdijk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aangewezen ambtenaren als bedoeld in lid 1 belast met de heffing of
                            de invordering van de in artikel 2 bedoelde heffing, kunnen hun
                            bevoegdheden ter zake krachtens mandaat overdragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Inwerkingtreding en overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De 'Verordening rioolrecht Havenschap Moerdijk 2015, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 18 december 2014, sedertdien gewijzigd, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                            belastbare feiten die zich voor 1 januari 2016 hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De datum van ingang van heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                            Havenschap Moerdijk 2016".</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van Bestuur van 16
                        december 2015</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VAN BESTUUR VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, F.J. van den Oever. </ondertekening><ondertekening>de voorzitter, L.W.L. Pauli</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Tarieventabel bij de Verordening Rioolheffing Havenschap Moerdijk
                        2016</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al/><al>Behorende bij de Verordening Rioolheffing Havenschap
                                        Moerdijk 2016</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry><al>1</al></entry><entry><al>De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt
                                        voor een eigendom dat wordt gebruikt, per eigendom, per
                                        belastingjaar:</al></entry><entry><al/><al/></entry></row><row><entry><al>1.1.</al></entry><entry><al>voor de hoeveelheid afgevoerd afvalwater tot en met 500
                                        m<sup>3</sup></al></entry><entry><al>€ 395</al></entry></row><row><entry><al>1.2</al></entry><entry><al>voor de hoeveelheid afgevoerd afvalwater van
                                        501m<sup>3</sup> tot en met 1000 m<sup>3</sup> het onder 1.1
                                        vermelde bedrag verhoogd met </al></entry><entry><al/><al>€ 395</al></entry></row><row><entry><al>1.3 </al></entry><entry><al>voor de afgevoerde hoeveelheid afvalwater vanaf 1.001
                                        m<sup>3 </sup>de som van de onder 1.1 en 1.2 vermelde
                                        bedragen verhoogd met een bedrag per m<sup>3 </sup>boven de
                                        1.000 <sup>m3</sup>.</al></entry><entry><al/><al/><al>€ 0,84</al></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry nameend="col3" namest="col1"><al>Behoort bij het besluit van de Raad van Bestuur van 16
                                        december 2015</al><al/><al>De secretaris, </al><al/><al/><al/><al>F.J. van den Oever </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></bijlage><nota-toelichting><al>Toelichting bij de Verordening Rioolheffing Havenschap Moerdijk 2016</al><al>Algemeen</al><al>Door het Havenschap Moerdijk wordt een rioolheffing geheven, die een grondslag
                    heeft in de Verordening op de heffing en de invordering rioolheffing. De
                    invoering van deze rioolheffing is ingegeven door het gegeven voor Havenschap
                    Moerdijk een bekostigingsgrondslag te creëren voor het onderhoud en de
                    vervanging van het rioolstelsel dat op het terrein van Havenschap Moerdijk is
                    gelegen. De rioolheffing wordt gebaseerd op het aantal kubieke meters afvalwater
                    dat vanuit het eigendom direct of indirect wordt afgevoerd op het rioolstelsel
                    van het Havenschap Moerdijk.</al><al>Artikelsgewijs</al><al>Artikel 1</al><al>Met het opnemen van begripsomschrijvingen wordt beoogd de eenvoud en de
                    leesbaarheid van de verordening te bevorderen.</al><al>In het eerste onderdeel is aangegeven dat onder de riolering van het Havenschap
                    Moerdijk mede het voor de openbare dienst bestemde water wordt begrepen. Van
                    ‘voor de openbare dienst bestemd' is sprake indien de bezittingen, werken of
                    inrichtingen van het Havenschap Moerdijk strekken ten algemenen nutte. Zowel van
                    de rioolbuizen als van het oppervlaktewater kan dat worden gezegd. Het
                    oppervlaktewater zal veelal tevens een andere bestemming hebben, zoals die van
                    openbare waterweg, vaarweg of afwateringskanaal. Ook in die gevallen is het
                    gebruik van het openbare water voor rioleringsdoeleinden een gebruik
                    overeenkomstig de bestemming.</al><al>In het tweede onderdeel is aangegeven wat voor de toepassing van de verordening
                    wordt verstaan onder afvalwater. Het begrip afvalwater is zo ruim dat alle
                    stoffen die via de riolering worden afgevoerd daarmee onder de heffing gebracht
                    kunnen worden.</al><al>In het derde onderdeel is aangegeven dat onder eigendom wordt verstaan een
                    roerende of een onroerende zaak. In de fiscale wetgeving wordt met het begrip
                    eigendom nogal eens onroerende zaak bedoeld. De verordening beoogt echter ook
                    roerende eigendommen die op de riolering van Havenschap Moerdijk zijn
                    aangesloten in de heffing te betrekken. Bij roerende eigendommen die op de
                    riolering van Havenschap Moerdijk zijn aangesloten kan bijvoorbeeld worden
                    gedacht aan caravans, woonboten.</al><al>In het vierde onderdeel is aangegeven wat onder beheersgebied moet worden
                    verstaan. Dit betreft het beheersgebied van het Havenschap. Hier wordt dan ook
                    verwezen naar de tekening die is gevoegd bij de laatste wijziging van de
                    Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Moerdijk op 20 september 2013 bij besluit
                    van Provinciale Staten van Noord-Brabant met nummer 160/13.</al><al>Artikel 2</al><al>In dit onderdeel gaat het om de heffing die wordt geheven ter zake van het
                    gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde
                    bezittingen van of werken of inrichtingen die bij het Havenschap Moerdijk in
                    gebruik zijn. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom van
                    waaruit direct of indirect op de riolering van het Havenschap Moerdijk wordt
                    geloosd. De heffing heeft een juridische basis in artikel 10 (zoals laatstelijk
                    gewijzigd bij besluit van de Raad van Bestuur van 8 juli 2004) van de
                    gemeenschappelijke regeling Havenschap Moerdijk en artikel 223 van de
                    Provinciewet.</al><al>Eerste lid</al><al>Van de gebruiker van het eigendom wordt een heffing geheven wegens het afvoeren
                    van afvalwater vanuit het eigendom op de riolering van Havenschap Moerdijk. De
                    woorden 'direct of indirect' zijn om redenen van duidelijkheid opgenomen. Het
                    direct of indirect afvoeren van afvalwater hangt samen met het direct of
                    indirect aangesloten zijn van het eigendom op de riolering van Havenschap
                    Moerdijk.</al><al>Tweede lid</al><al>In het tweede lid is geregeld wie als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                    beperkt recht moet worden aangemerkt indien het eigendom een onroerende zaak
                    is.</al><al>Artikel 3</al><al>In dit artikel is bepaald dat, indien gedeelten van een eigendom zelfstandig
                    kunnen worden gebruikt, de rechten ter zake van ieder afzonderlijk gedeelte
                    worden geheven. Bedoeld worden dan gedeelten die ieder als zelfstandige en
                    onafhankelijke eenheid kunnen worden gebruikt. Wanneer dergelijke gedeelten, die
                    naar indeling zijn bestemd om ieder als afzonderlijk geheel te worden gebruikt
                    toch gezamenlijk als één geheel worden gebruikt, dan wordt de heffing ter zake
                    van de gezamenlijke gedeelten geheven, waarbij die gezamenlijke gedeelten dan
                    als één eigendom worden aangemerkt.</al><al>Artikel 4</al><al>Eerste lid</al><al>Deze afgevoerde hoeveelheid afvalwater wordt gesteld op de hoeveelheid water die
                    in een bepaalde periode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. De
                    hoeveelheid water wordt uitgedrukt in kubieke meters. Het begrip 'toevoeren'
                    dient ruim te worden opgevat. Ook hemelwater valt onder dit begrip.</al><al>Tweede lid</al><al>Behalve door toevoer van water kan het eigendom ook van water worden voorzien
                    door het oppompen van water. De hoeveelheid opgepompt water kan worden berekend
                    aan de hand van de gegevens van de pompinstallatie, waarover in het derde lid
                    nog een bepaling is opgenomen. Bij de berekening van de hoeveelheid toegevoerd
                    of opgepompt water wordt uitgegaan van de in het belastingjaar opgepompte en
                    toegevoerde kubieke meters water. .</al><al>Tevens is in dit artikellid een herleidingmogelijkheid opgenomen. Deze
                    herleiding dient er toe om vast te kunnen stellen hoeveel water naar een
                    eigendom is toegevoerd of is opgepompt in een periode van twaalf maanden indien
                    de verbruiksperiode niet gelijk is aan twaalf maanden. Bij die herleiding wordt
                    een gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend.</al><al/><al>Derde lid</al><al>Op grond van de Waterwet, is degene die grondwater onttrekt verplicht de
                    hoeveelheid onttrokken grondwater te meten en daarvan aantekening te houden.
                    Daarmee is een deel van de hoeveelheid opgepompt water bekend en kunnen deze
                    gegevens mede worden gebruikt voor de berekening van de hoeveelheid afgevoerd
                    water. Tevens kan water worden opgepompt waarop of wel het bepaalde in de
                    Waterwet niet van toepassing is (bijvoorbeeld bij het oppompen van
                    oppervlaktewater), of wel de Waterwet verplicht gestelde meting niet wordt
                    uitgevoerd.</al><al>Voor die gevallen is artikel 4, derde lid van de verordening geschreven. In een
                    dergelijke situatie kan de hoeveelheid opgepompt water worden berekend aan de
                    hand van een watermeter of een bedrijfsurenteller.</al><al>Vierde lid</al><al>Indien de belastingplichtige niet al het toegevoerde of opgepompte water als
                    afvalwater afvoert op de riolering van Havenschap Moerdijk, dient de op andere
                    wijze afgevoerde hoeveelheid in mindering gebracht te worden op de in het derde
                    lid berekende hoeveelheid. Het gaat in dit artikellid om berekenbare
                    hoeveelheden die op andere wijze worden afgevoerd. Hierbij kan het met name gaan
                    om waterverwerkende industrieën (bierbrouwerij, limonadefabriek) of afvoer van
                    water op niet openbaar water. Tevens kan zich de situatie voordoen dat water
                    wordt geïnfiltreerd. In dat geval geldt ook de verplichting dat deze hoeveelheid
                    dient te worden gemeten en dat daarvan aantekening wordt gehouden (artikel 6.11,
                    2e lid Waterbesluit).</al><al>Artikel 5</al><al>Het belastingjaar loopt gelijk met het kalenderjaar. Hiervoor is met name
                    gekozen omdat het heffen van de heffing dat van de eigenaar of (andere)
                    gebruiker wordt geheven gekoppeld is aan de rechtstoestand aan het begin van het
                    belastingjaar. Indien belastingjaar en kalenderjaar samenvallen, is de toestand
                    op 1 januari van belang.</al><al>Artikel 6</al><al>De wijze van heffing van de rioolheffing is in deze verordening bepaald op
                    heffing bij wege van aanslag.</al><al>Artikel 7</al><al>Eerste lid</al><al>In het eerste lid is de heffing verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                    of het begin van de belastingplicht.</al><al/><al>Tweede en derde lid</al><al>In de leden twee en drie zijn regels gegeven indien de belastingplicht in de
                    loop van het belastingjaar aanvangt of eindigt. Er dient een tijdsevenredige
                    herleiding plaats te vinden, waarbij gedeelten van een maand niet worden
                    meegerekend. Op deze wijze wordt bereikt dat iedere gebruiker voor de door hem
                    afgevoerde hoeveelheid afvalwater in de heffing wordt betrokken.</al><al>Artikel 8</al><al>In deze verordening is geopteerd voor betaaltermijnen die aansluiten bij de door
                    de Belastingsamenwerking West-Brabant gehanteerde betaaltermijnen voor de
                    aanslagen gemeentelijke- en waterschapsbelastingen.</al><al>Artikel 9</al><al>In dit artikel is de mogelijkheid gegeven voor het Dagelijks Bestuur – indien
                    daar noodzaak voor is - om nadere regels te geven met betrekking tot de heffing
                    en invordering van rioolheffing.</al><al>Artikel 10</al><al>Van de kwijtscheldingsbevoegdheid voor de rioolheffing wordt geen gebruik
                    gemaakt.</al><al>Artikel 11</al><al>Dit artikel regelt de verhouding tussen de bovenstaande verordening en overige
                    provinciale en gemeentelijke verordeningen die hetzelfde onderwerp regelen.</al><al>Artikel 12</al><al>Dit artikel regelt de toewijzing van bevoegdheden en de verplichtingen van de in
                    artikel 227a, lid 2 Provinciewet vermelde functionarissen, voor de daarachter
                    genoemde colleges of functionarissen.</al><al>Artikel 13</al><al>Eerste, tweede en derde lid</al><al>Bekendmaking van deze verordening geschiedt door middel van publicatie. De dag
                    na die van de bekendmaking treedt de verordening in werking. .</al><al>De Verordening 2015 wordt ingetrokken met dien verstande dat zij van toepassing
                    blijven op belastbare feiten die zich voor 1 januari 2016 hebben
                    voorgedaan.</al><al>Tarieventabel</al><al>De tarieven 2016 worden ten opzichte van 2015 niet met de verwachte CPI voor
                    2016 van 1,1% geïndexeerd.</al><al>Tarieven 2015</al><al>1 De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor een eigendom
                    dat wordt gebruikt, per eigendom, per belastingjaar: 1.1. voor de hoeveelheid
                    afgevoerd afvalwater tot en met 500 m3 € 395,00 1.2 voor de hoeveelheid
                    afgevoerd afvalwater van 501m3 tot en met 1000 m3 het onder 1.1 vermelde bedrag
                    verhoogd met € 395,00 1.3 voor de afgevoerde hoeveelheid afvalwater vanaf 1.001
                    m3 de som van de onder 1.1 en 1.2 vermelde bedragen verhoogd met een bedrag per
                    m3 boven de 1.000 m3. € 0,84</al><al>Tarieven 2016</al><al>1 De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor een eigendom
                    dat wordt gebruikt, per eigendom, per belastingjaar: 1.1. voor de hoeveelheid
                    afgevoerd afvalwater tot en met 500 m3 € 395 1.2 voor de hoeveelheid afgevoerd
                    afvalwater van 501m3 tot en met 1000 m3 het onder 1.1 vermelde bedrag verhoogd
                    met € 395 1.3 voor de afgevoerde hoeveelheid afvalwater vanaf 1.001 m3 de som
                    van de onder 1.1 en 1.2 vermelde bedragen verhoogd met een bedrag per m3 boven
                    de 1.000 m3. € 0,84</al><al>De Raad van Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Havenschap Moerdijk
                    ,</al><al>de secretaris, de voorzitter, F.J. van den Oever L.W.L. Pauli</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>