<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR389875_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kabels en leidingen havenschap Moerdijk 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen/download.aspx?qvi=55959">Provinciaal Blad, 2015, 166</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Kabels en Leidingen Havenschap Moerdijk 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 122</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Moerdijk Herziening 1997, art. 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Moerdijk Herziening 1997, art. 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Moerdijk Herziening 1997, art. 9</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Het Delegatiebesluit van de Raad van Bestuur van het Havenschap Moerdijk</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">De Mandaatregeling Havenschap Moerdijk 2011</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Haven- en Terreinverordening Havenschap Moerdijk 2014</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>S0307286</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>kabels en leidingen, natuur en landschap, ruimtelijke ordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vastgesteld door de Raad van Bestuur van het Havenschap Moerdijk.</al><al>Alle eerdere verordeningen en/of voorschriften omtrent Kabels en Leidingen, vastgesteld door het Havenschap Moerdijk, worden ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening kabels en leidingen havenschap Moerdijk 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD VAN BESTUUR VAN HET HAVENSCHAP MOERDIJK</vet></al><al>Met verwijzing naar:</al><al>• Artikel 122 Provinciewet;</al><al>• Artikel 3 jo. artikel 8 jo. artikel 9 van de Gemeenschappelijke Regeling
                        Havenschap Moerdijk Herziening 1997, laatstelijk gewijzigd op 20 september
                        2013;</al><al>• Het Delegatiebesluit van de Raad van Bestuur van het Havenschap Moerdijk
                        van 14 november 2011 met kenmerk Staatscourant Nr. 20390;</al><al>• De Mandaatregeling Havenschap Moerdijk van 14 november 2011 met kenmerk
                        Staatscourant Nr. 20394;</al><al>• De Haven- en Terreinverordening Havenschap Moerdijk 2014;</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>Vast te stellen de</al><al>VERORDENING KABELS EN LEIDINGEN HAVENSCHAP MOERDIJK 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1: Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Beheerder havengebied Het Havenschap Moerdijk</al></li><li nr="b."><al> Bouwtekeningen Definitieve ontwerptekeningen met daarop een
                                    topografisch bovenaanzicht, een lengteprofiel en een
                                    gegevensstaat van alle doorgaande en kruisende Kabels en
                                    Leidingen.</al></li><li nr="c."><al> Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur van het Havenschap
                                    Moerdijk.</al></li><li nr="d."><al> Definitief Ontwerp Een door de K&amp;L Beheerder uitgewerkt
                                    tracé in de vorm van een uitgewerkte digitale tracétekening met
                                    daarop de geprojecteerde route in x-, y- en z- coördinaten van
                                    de aan te leggen Kabel of Leiding, de relevante topografie, een
                                    digitaal lengteprofiel en een gegevensoverzicht. In het digitale
                                    lengteprofiel dienen objecten op schaal te zijn weergegeven. De
                                    hoogte van het maaiveld, de nieuwe Leiding, kruisende Kabels en
                                    Leidingen en overige relevante objecten dienen te zijn
                                    weergegeven ten opzichte van het N.A.P.</al></li><li nr="e."><al> Digitaal profiel Een door het Havenschap Moerdijk vervaardigd
                                    lengteprofiel, waarin het maaiveld, de te kruisen Leidingen en
                                    overige relevante objecten op schaal metrisch zijn weergegeven.
                                    De hoogte van de weergegeven Leidingen en overige relevante
                                    objecten zijn weergegeven ten opzichte van het N.A.P.</al></li><li nr="f."><al> Gebruiker De persoon/rechtspersoon die voor of namens de
                                    K&amp;L beheerder of vergunningaanvrager/houder de Kabel of
                                    Leiding realiseert.</al></li><li nr="g."><al> GIS Geografisch Informatie Systeem.</al></li><li nr="h."><al> Grondreserve Industrial Park Bij het Havenschap Moerdijk in
                                    eigendom verkerende percelen grond binnen het Industrial
                                    Park.</al></li><li nr="i."><al> Havengebied Het beheersgebied van het Havenschap Moerdijk zoals
                                    weergegeven in het besluit van Provinciale Staten van
                                    Noord-Brabant d.d. 20 september 2013 nummer 160/13;</al></li><li nr="j."><al> Havenschap Moerdijk Het openbaar lichaam met
                                    rechtspersoonlijkheid Havenschap Moerdijk, gevestigd te
                                    Zevenbergen, kantoorhoudende te Moerdijk, aan de Plaza nr. 3, en
                                    ingesteld bij Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Moerdijk,
                                    herziening 1997 (laatstelijk gewijzigd op 20 september 2013),
                                    ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer
                                    51320274</al></li><li nr="k."><al> IPM Industrial Park. Dit gedeelte ligt in het meest westelijke
                                    deel van het industrieterrein. Het deel van de haven waar
                                    chemische en industriële bedrijven in de zwaarste
                                    milieucategorieën gevestigd zijn en/of zich nog kunnen vestigen.
                                    Hier worden op grote schaal grond- en reststoffen verwerkt. Het
                                    terrein grenst aan de gronden van de Buisleidingenstraat</al></li><li nr="l."><al> K.B. Kathodische bescherming, het KB-systeem/de KB-systemen
                                    binnen het beheersgebied van het Havenschap Moerdijk.</al></li><li nr="m."><al> K&amp;L Beheerder Degene met wie het Havenschap Moerdijk een
                                    overeenkomst heeft gesloten en/of aan wie toestemming/vergunning
                                    is verleend tot het gebruik van de gronden van het Havenschap
                                    Moerdijk tot exploitatie van een daarin gelegen of te leggen
                                    Kabel en/of Leiding.</al></li><li nr="n."><al> Kabel- of leidingeigenaar De (rechts-)persoon die het recht van
                                    eigendom heeft op een Kabel of Leiding, dit kan onder
                                    omstandigheden dezelfde (rechts-)persoon zijn als de K&amp;L
                                    Beheerder.</al></li><li nr="o."><al> KLIC-meeting Informatiebijeenkomst waarvoor de K&amp;L
                                    Beheerder alle belanghebbenden uitnodigt. In deze bijeenkomst
                                    informeert de K&amp;L Beheerder de aanwezigen over de wijze
                                    waarop hij het werk uitvoert en op welke wijze de belangen van
                                    derden door hem worden geborgd.</al></li><li nr="p."><al> Landmeetkundig bureau Het door het Havenschap Moerdijk
                                    aangewezen bureau dat alle uit te voeren inmeet- en
                                    uitzetwerkzaamheden binnen het kabel- of leidingtracé
                                    verricht.</al></li><li nr="q."><al> Leiding / Kabel Een aan te leggen, aangelegde of te verwijderen
                                    Kabel, buis of buisleiding met (Leiding)toebehoren.</al></li><li nr="r."><al> Leidingtoebehoren Toebehoren van een Leiding zoals appendages,
                                    hulpstukken, stations en constructies ten behoeve van de Leiding
                                    (zoals onder andere afsluiters, pompstations,
                                    versterkerstations, reduceerstations, handholes, manholes,
                                    moffen, mangaten, ontluchtingen, vloeistofvangers,
                                    inspectieputten, K.B.-meetpunten, AC- en/of DC-drainages).</al></li><li nr="s."><al> LIOR Leidraad Inrichting Openbare Ruimte</al></li><li nr="t."><al> LPM Logistiek Park Moerdijk, vallend binnen het havengebied van
                                    Havenschap Moerdijk;</al></li><li nr="u."><al> Multicore Pijpleidingenbundel</al></li><li nr="v."><al> N.A.P. Normaal Amsterdams Peil.</al></li><li nr="w."><al> Normen De laatste versie van alle van toepassing zijnde
                                    nationale en/of internationale normen, voorschriften en
                                    praktijkrichtlijnen betrekking hebbende op ontwerp, uitvoering
                                    en beheer van alle Kabel en Leidingen inclusief toebehoren.</al></li><li nr="x."><al> Programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer De functionaris
                                    van het Havenschap Moerdijk zoals die bij deze verordening
                                    bevoegd is verklaard tot het verstrekken van
                                    vergunning/toestemming/ontheffing betreffende Kabels en/of
                                    Leidingen.</al></li><li nr="y."><al> RD-stelsel Coördinatenstelsel conform de
                                    Rijksdriehoeksmeting.</al></li><li nr="z."><al> Tarieven Het jaarlijks door het Dagelijks Bestuur vastgestelde
                                    en door het Havenschap Moerdijk gepubliceerde Tarievenreglement
                                    o.a. betreffende Kabels en Leidingen, met onderscheid tussen
                                    LPM, IPM en Overig (reeds bestaand) terrein.</al></li><li nr="aa."><al> Topografische ondergrond Een uit een informatiesysteem
                                    gegenereerde Leidingenkaart en/of beheerskaart met daarop
                                    aangegeven de relevante terreingegevens inclusief alle aanwezige
                                    Kabels en Leidingen en overige relevante objecten.</al></li><li nr="bb."><al> Vergunninghouder De (rechts-)persoon die van het Havenschap
                                    Moerdijk toestemming/vergunning heeft verkregen tot het
                                    aanleggen, hebben, (onder-)houden en/of verwijderen van een
                                    Kabel of Leiding.</al></li><li nr="cc."><al> Voorlopig Ontwerp Een door de Gebruiker te vervaardigen ontwerp
                                    van het tracé in de vorm van een concept digitale tracétekening
                                    met daarop de geprojecteerde route in x- en y-coördinaten ten
                                    opzichte van de rijksdriehoeksmeting en in z ten opzichte van
                                    N.A.P. van de aan te leggen Kabel of Leiding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Toepassingsbereik</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorschriften voor het leggen, hebben, onderhouden en
                                verwijderen van Kabels en Leidingen uit deze Verordening zijn van
                                toepassing op alle werkzaamheden aan Kabels en Leidingen die binnen
                                het grondgebied van het Havenschap Moerdijk worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Deze voorschriften vervangen alle andere voorgaande versies.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Naast deze voorschriften zijn alle wettelijke regelingen,
                                verordeningen en richtlijnen onverminderd van kracht, ook als die in
                                deze voorschriften niet genoemd worden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Op een aanvraag ten behoeve van een aansluiting van een pand op de
                                riolering van het Havenschap Moerdijk is de geldende Verordening
                                Rioolheffing Havenschap Moerdijk van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Tarievenstructuur &amp; Kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan het Havenschap is door de K&amp;L beheerder een tarief
                                verschuldigd o.a. voor het hebben van voorwerpen in gronden van het
                                Havenschap. Dit tarief is van toepassing op Kabels en Leidingen en
                                toebehoren binnen de gronden van het Havenschap Moerdijk voor zover
                                dit niet is uitgesloten door regelgeving of geldende
                                overeenkomsten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor Kabels en Leidingen die met een vergunning zijn aangelegd,
                                maar waarvoor geen vergoeding wordt betaald zijn de kosten van het
                                verleggen, bijzondere omstandigheden daargelaten, voor rekening van
                                de Kabel- en/of Leidingeigenaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor het gebruik van gronden, eigendom van/beheerd door het
                                Havenschap Moerdijk, voor het aanleggen van Kabels of Leidingen zijn
                                door de vergunninghouder vergoedingen verschuldigd overeenkomstig
                                het jaarlijks door het Dagelijks Bestuur vastgestelde
                                Tarievenreglement.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij bijzondere voorwaarden wordt bepaald: </al><lijst><li nr="a."><al> de oppervlakte van de krachtens de vergunning aanwezige
                                        werken, welke als grondslag voor het berekenen van de
                                        vergoedingen geldt;</al></li><li nr="b."><al> het bedrag van de vergoeding;</al></li><li nr="c."><al> de ingangsdatum van de vergoedingen, welke zal worden
                                        bepaald op de eerste dag van de maand waarin met de
                                        uitvoering van de werken is aangevangen”.</al></li><li nr="d."><al> Er wordt onderscheid gemaakt in de tarieven voor </al><lijst><li nr="•"><al> Industrial park</al></li><li nr="•"><al> Logistiek park</al></li><li nr="•"><al> Overig (reeds bestaand) terrein</al></li></lijst></li><li nr="e."><al> De kosten voor het toezicht door de afdeling Infrastructuur
                                        en Beheer van het Havenschap Moerdijk komen voor rekening
                                        van de K&amp;L Beheerder, evenals de kosten voor het
                                        uitzetten en inmeten van de uitgevoerde werken.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2: Aanvraag, Toestemming &amp; Ontheffing</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf I: AANVRAAG</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4 Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voorafgaand aan het leggen van Kabels en/of Leidingen,
                                    inclusief toebehorende apparatuur binnen de grenzen van het
                                    Havenschap Moerdijk dient een aanvraag ingediend te worden bij
                                    de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het
                                    Havenschap Moerdijk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het
                                    Havenschap Moerdijk is bevoegd vergunningen/toestemmingen en
                                    ontheffingen te verlenen en daaraan beperkingen en voorschriften
                                    te verbinden. De beperkingen en voorschriften mogen slechts
                                    strekken tot bescherming van het belang in verband waarmee de
                                    vergunning is vereist.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De aanvraag voor een aan te leggen Kabel en/of leiding met
                                    eventuele toebehoren, dient schriftelijk te geschieden. In deze
                                    schriftelijke aanvraag dienen minimaal de volgende gegevens te
                                    worden opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al> Begin- en eindpunt van het tracé;</al></li><li nr="b."><al> De binnen- en buitendiameter diameter/afmetingen van de
                                            Kabel of Leiding;</al></li><li nr="c."><al> Het door een buisleiding te transporteren medium of
                                            spanningsniveau van een kabelverbinding;</al></li><li nr="d."><al> De te gebruiken kabel- en/of
                                            buisleidingmaterialen;</al></li><li nr="e."><al> De aanlegdatum (indicatie);</al></li><li nr="f."><al> De uitvoeringsperiode (indicatie).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Met het aanvaarden van een Instemming/toestemming/ontheffing
                                    tot gebruik van de gronden van het Havenschap Moerdijk en de
                                    daarin gelegen Leiding wordt een veilige en ongestoorde ligging
                                    van de Leiding beoogd. Hiertoe dient de K&amp;L Beheerder,
                                    minimaal eens per 3 jaar een conformiteitsverklaring af te geven
                                    aan de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het
                                    Havenschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Schriftelijke bescheiden</titel></kop><al>Alvorens de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer toestemming
                                verleent tot het verrichten van werkzaamheden, wordt de aanvraag,
                                getoetst op de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al> Of er een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten
                                        tussen de K&amp;L Beheerder en het Havenschap Moerdijk en/of
                                        de entreekosten en het eerste jaartarief, voortvloeiende
                                        daaruit zijn voldaan door de K&amp;L Beheerder;</al></li><li nr="b."><al> Of er afspraken zijn vastgelegd met betrekking tot de
                                        uitvoering van landmeetkundige werkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al> Of de uitvoeringsafspraken zijn vastgelegd in door de
                                        programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het
                                        Havenschap Moerdijk geaccepteerde (deel)werkplannen/
                                        -tekeningen;</al></li><li nr="d."><al> Of het Veiligheids-, Gezondheids- &amp; Milieuplan
                                        Uitvoeringsfase van de K&amp;L Beheerder door de
                                        programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het
                                        Havenschap Moerdijk is geaccepteerd;</al></li><li nr="e."><al> Of de besteks- en/of werktekeningen incl. de
                                        (deel)werkplannen door de programmamanager Infrastructuur
                                        &amp; Beheer van het Havenschap Moerdijk zijn
                                        geaccepteerd;</al></li><li nr="f."><al> Of de K&amp;L Beheerder een KLIC meeting heeft gehouden, en
                                        het verslag van de KLIC-meeting heeft verspreid samen met
                                        eventueel aangepaste (deel)werkplannen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Tijdstip &amp; Tijdsduur Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag dient 8 weken voorafgaand aan de werkzaamheden te
                                    worden ingediend bij de programmamanager Infrastructuur &amp;
                                    Beheer. Bij complexe werken en tracés langer dan 5000 meter
                                    dient de aanvrager rekening te houden met een langere
                                    behandeltijd. Met de uitvoering(aanleg) van de in dit artikel
                                    genoemde plannen mag niet worden aangevangen voordat
                                    schriftelijke goedkeuring van de plannen door de
                                    programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer verkregen is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij de aanvraag van een aanlegvergunning dient het tijdstip van
                                    uitvoering te worden vermeld. Om voor de programmamanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer moverende redenen kan hiervan worden
                                    afgeweken en zal in overleg met de aanvrager een nieuw tijdstip
                                    worden bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Na ontvangst van de aanvraag zal deze door de programmamanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer worden geregistreerd en in
                                    behandeling worden genomen. Een kopie van de verleende
                                    instemming/toestemming/ontheffing dient aanwezig te zijn op het
                                    werk.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor de behandeling van een aanvraag wordt een doorlooptijd van
                                    maximaal 8 weken gesteld. Het uitvoeren van de aangevraagde
                                    werkzaamheden dient binnen 12 maanden na de dagtekening van de
                                    instemming /toestemming /ontheffing aan te vangen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De instemming/toestemming/ontheffing wordt stilzwijgend
                                    ingetrokken wanneer er aan het werk binnen de gestelde tijd niet
                                    is begonnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Oriëntatiemelding</titel></kop><al>Bij de aanvraag dient door middel van een oriëntatiemelding alle
                                informatie m.b.t. de ligging van aanwezige ondergrondse netten te
                                worden geleverd volgens het in de grondroerdersregeling vastgestelde
                                formaat.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Tekening</titel></kop><al>Bij de aanvraag dient het voorgenomen te volgen tracé in tweevoud en
                                digitaal te worden aangeleverd met daarop een topografisch
                                bovenaanzicht, een lengteprofiel en een gegevensstaat van alle
                                doorgaande en kruisende Kabels en Leidingen uit de oriëntatiemelding
                                met een schaal van minimaal 1: 500.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Boven- en ondergrondse voorzieningen</titel></kop><al>Zowel boven- als ondergrondse voorzieningen, zoals schakelkasten,
                                lassen van telecommunicatiekabels en handholes dienen apart vermeld
                                te worden bij de aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Deelwerkplannen, Toezichtsplan &amp;
                                    VGM-plan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ter borging van een ongestoord/vrij genot van iedere K&amp;L
                                    Beheerder binnen het Havengebied van het Havenschap Moerdijk
                                    dient de K&amp;L Beheerder (deel) werkplannen, het toezichtsplan
                                    en een Veiligheids- en Gezondheidsplan, Ontwerpfase en
                                    Uitvoeringfase ter acceptatie in te dienen bij de programmanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap Moerdijk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In de (deel)werkplannen dienen de volgende specifieke
                                    onderdelen in ieder geval aan bod te komen: </al><lijst><li nr="a."><al> de wijze waarop het werk wordt gerealiseerd en hoe de
                                            veilige ligging van andere, reeds bestaande Leidingen
                                            wordt geborgd;</al></li><li nr="b."><al> de planning;</al></li><li nr="c."><al> de wijze van rapporteren;</al></li><li nr="d."><al> de contactpersonen;</al></li><li nr="e."><al> de risico-inventarisatie en evaluatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In het toezichtsplan van de K&amp;L Beheerder moet minimaal het
                                    volgende zijn vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al> De frequentie van het dagelijkse toezicht door of
                                            namens de K&amp;L Beheerder op de locaties waar de
                                            werkzaamheden worden uitgevoerd. Het dagelijks toezicht
                                            dient door de K&amp;L Beheerder zelf of door een
                                            onafhankelijke derde te worden verzorgd;</al></li><li nr="b."><al> De borging van naleving van de voorschriften uit dit
                                            document;</al></li><li nr="c."><al> De borging van naleving van de (door het Havenschap
                                            Moerdijk en overige K&amp;L Beheerders) geaccepteerde
                                            (deel)werkplannen tijdens/voor de uitvoeringsfase;</al></li><li nr="d."><al> De resultaten van het toezicht en de wijze van
                                            vastlegging van het uitgevoerde toezicht;</al></li><li nr="e."><al> Hoe omgegaan wordt met de door de toezichthouder(s)
                                            geconstateerde afwijkingen en/of tekortkomingen ten
                                            opzichte van de naleving van de voorschriften uit dit
                                            document en de door het Havenschap Moerdijk en overige
                                            K&amp;L Beheerders geaccepteerde (deel) werkplannen
                                            tijdens/voor de uitvoeringsfase.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In de VGM-plannen van de K&amp;L Beheerder dienen naast de
                                    wettelijke vereisten (Arbobesluit) de volgende specifieke
                                    onderdelen aan bod te komen: </al><lijst><li nr="a."><al> De werktijden van de K&amp;L Beheerder en zijn
                                            aannemer(s).</al></li><li nr="b."><al> De uitvoeringsplanning voor de uitvoering van de
                                            werkzaamheden door de K&amp;L Beheerder en/of zijn
                                            aannemer(s).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De volgende (deel)werkplannen ten behoeve van de uitvoering
                                    dienen in ieder geval te worden opgesteld door de K&amp;L
                                    Beheerder en aan de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer
                                    ter acceptatie te worden voorgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al> VGM-plan uitvoeringsfase;</al></li><li nr="b."><al> toezichtsplan;</al></li><li nr="c."><al> Kathodische bescherming;</al></li><li nr="d."><al> graven van proefsleuven inclusief rapportage;</al></li><li nr="e."><al> aanleggen en verwijderen van bronnering/ bemaling;</al></li><li nr="f."><al> graven en aanvullen van sleuven en putten;</al></li><li nr="g."><al> grondverbetering;</al></li><li nr="h."><al> wegkruisingen in open ontgraving;</al></li><li nr="i."><al> boringen en/of persingen;</al></li><li nr="j."><al> aanbrengen/verwijderen van damwanden en/of
                                            sleufbekisting;</al></li><li nr="k."><al> kruisen van Kabels en Leidingen bundels;</al></li><li nr="l."><al> grove en fijne clean up van het werkterrein als
                                            onderdeel van het cultuurtechnisch herstel.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Acceptatie Plannen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Pas na acceptatie van (deel)werkplannen en VGM-plannen door de
                                    programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap
                                    Moerdijk legt de K&amp;L Beheerder deze ter acceptatie voor aan
                                    de beheerders van bestaande Leidingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In aanvulling op hetgeen in deze Verordening is bepaald geldt
                                    tevens dat bij aanleg van een kabelverbinding de K&amp;L
                                    Beheerder gedurende de uitvoering, daar waar mogelijk, zal
                                    voldoen aan de bepalingen omtrent de uitvoering zoals deze zijn
                                    vermeld in de NEN3650-serie voor (buis) Leidingen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf II: TOESTEMMING &amp; ONTHEFFING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 Overleg en Toestemming derden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Indien het noodzakelijk is om met derden te overleggen kan
                                        de behandeling voor het afgeven van
                                        instemming/toestemming/ontheffing meer tijd vergen. Hiervan
                                        zal de aanvrager binnen de normale behandelingstijd van in
                                        kennis worden gesteld.</al></li><li nr="2."><al> Vergunning/toestemming dient ook door de K&amp;L Beheerders
                                        aangevraagd te worden waar belangen van derden van
                                        toepassing zijn, zoals provincie Noord-Brabant, gemeente
                                        Moerdijk, Waterschap Brabantse Delta en ProRail. De
                                        instemming/toestemming/ontheffing is pas geldig wanneer
                                        toestemming is verleend door deze belanghebbende waarbij
                                        tijdstip, plaats en manier van uitvoering overeenkomend zijn
                                        met de eisen van het Havenschap Moerdijk.</al></li><li nr="3."><al> De Gebruiker zorgt dat van alle door hem (van derden en ten
                                        behoeve van de te leggen Leiding(en)) vereiste en verkregen
                                        vergunningen, ontheffingen, toestemmingen kopieën op het
                                        werk aanwezig zijn ten aanzien van onder andere: </al><lijst><li nr="•"><al> ontwateringsplannen;</al></li><li nr="•"><al> bemalingsplannen;</al></li><li nr="•"><al> lozingen (op oppervlaktewateren);</al></li><li nr="•"><al> bouw van opstallen;</al></li></lijst></li></lijst><al>Deze kopieën dienen (met de resultaten van de graafmelding en de
                                toestemming) eveneens te worden toegezonden aan de programmamanager
                                Infrastructuur &amp; Beheer.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Weigering of intrekking
                                    instemming/toestemming/ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een instemming/toestemming/ontheffing kan worden geweigerd of
                                    ingetrokken, indien: </al><lijst><li nr="a."><al> het beoogde tracé schade / een belemmering kan vormen
                                            voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                            Havenschap;</al></li><li nr="b."><al> ter beoordeling van de programmamanager Infrastructuur
                                            &amp; Beheer er onvoldoende ruimte beschikbaar is;</al></li><li nr="c."><al> als het beoogde tracé een belemmering kan vormen voor
                                            toekomstige ontwikkelingen;</al></li><li nr="d."><al> bescherming van openbaar groen, waaronder bomen,
                                            noodzakelijk is;</al></li><li nr="e."><al> blijkt dat de instemming/toestemming/ontheffing op
                                            basis van onjuiste of onvolledige gegevens is
                                            verleend;</al></li><li nr="f."><al> in strijd met enig wettelijk voorschrift is
                                            afgegeven;</al></li><li nr="g."><al> de K&amp;L Beheerder de bij de
                                            instemming/toestemming/ontheffing gestelde voorschriften
                                            niet naleeft;</al></li><li nr="h."><al> de staat van onderhoud zo slecht is dat er schade
                                            ontstaat danwel zal gaan ontstaan;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de instemming/toestemming/ontheffing wordt opgezegd of
                                    op verzoek van de K&amp;L Beheerder wordt ingetrokken, moet de
                                    K&amp;L Beheerder voor het geval de programmamanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer zulks wenselijk acht, op eerste
                                    aanschrijving binnen de daarbij gestelde termijn de krachtens
                                    deze instemming/toestemming/ontheffing aanwezige werken opruimen
                                    en de eigendommen van het Havenschap Moerdijk in oude toestand
                                    terugbrengen. De K&amp;L Beheerder zal uit de bepaling, gesteld
                                    in het voorgaande, geen enkele aanspraak op schadeloosstelling
                                    kunnen doen gelden.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3: Voorschriften betreffende de inpassing van Kabels &amp;
                            Leidingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14 Bepaling tracé</titel></kop><al>De programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer bekijkt aan de hand van
                            een aantal criteria of het voorgestelde tracé gevolgd kan worden. Waar
                            geen bestaand tracé kan worden gevolgd geeft de programmamanager
                            Infrastructuur &amp; Beheer aanwijzingen en/of maatvoering aan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Alternatief tracé</titel></kop><al>Aan de hand van proefsleuven bepaalt de K&amp;L beheerder of het tracé
                            vrij is van belangen van derden. Indien het bij de aanvraag voorgestelde
                            tracé om redenen niet gehonoreerd kan worden zal een alternatief tracé,
                            in overleg met de aanvrager, worden vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Kruisen van een bestaande Leiding of Kabel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Wanneer bij het aanleggen van een Leiding openbare
                                nutsvoorzieningen of een bestaande Leiding in het tracé worden
                                gekruist, bedraagt de dagmaat van de aan te leggen Leiding tot de
                                nutsvoorziening of bestaande Leiding minimaal 0,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij het kruisen van Leidingen van derden kunnen door kabel- en
                                leidingeigenaren, in het kader van de Leidingintegriteit,
                                aanvullende eisen worden gesteld. De Gebruiker dient deze eisen op
                                te volgen voor zover dit niet strijdig is met de eisen zoals
                                opgenomen in deze Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Standaardprofiel</titel></kop><al>De diepteligging wordt bepaald aan de hand van de nodige kruisingen.
                            Wanneer er rekening gehouden dient te worden met middenspanningskabels,
                            hogedruk gasleidingen, persriolen e.d. kan een nieuw profiel worden
                            ontworpen door de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer. In
                            bestaande situaties dient, waar mogelijk, gebruik te worden gemaakt van
                            bestaande tracés ter beoordeling door de programmamanager Infrastructuur
                            &amp; Beheer. Ten behoeve van Kabels en Leidingen waarvoor andere normen
                            en voorschriften gelden, zal de maatvoering per geval worden
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Belemmeringenstrook</titel></kop><al>Voor de aanleg van Leidingen in het vrije veld wordt aan weerszijden van
                            de Leidingen een belemmeringenstrook aangehouden met een breedte van 5
                            meter aan iedere zijde.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Revisie</titel></kop><al>Ten behoeve van een veilig en doelmatig gebruik van de (ondergrondse)
                            ruimte door alle betrokken partijen houdt de programmamanager
                            Infrastructuur &amp; Beheer een informatiesysteem in stand. In dit
                            kabel- en leiding registratiesysteem vindt een precieze registratie van
                            het gebruik van de ondergrondse ruimte plaats. Als ondergrond hiervoor
                            dient de Grootschalige Basis Kaart Nederland. Het is in het belang van
                            alle partijen dat de informatie in dit systeem juist en actueel is. Voor
                            de instandhouding van dit systeem dient de K&amp;L Beheerder gegevens
                            over de gelegde en/of verwijderde Kabels en Leidingen (revisiegegevens)
                            aan de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer te leveren. Hiervoor
                            kunnen bij de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer geen kosten
                            in rekening gebracht worden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Termijn en vorm van de levering van
                                revisiegegevens</titel></kop><al>De K&amp;L Beheerder dient binnen 4 weken na het gereedkomen van de
                            werkzaamheden de revisiegegevens in bij de programmamanager
                            Infrastructuur &amp; Beheer. Voor een doelmatige verwerking dienen de
                            volgende gegevens aangeleverd te worden:</al><lijst><li nr="a."><al> In verband met het belang van een uniforme uitwisseling van de
                                    gegevens dienen de K&amp;L Beheerders gegevens aan te leveren
                                    gerelateerd aan de meest recente Grootschalige Basis Kaart
                                    Nederland op papier en in digitale vorm.</al></li><li nr="b."><al> Overhandiging van de stukken is als volgt: </al><lijst><li nr="•"><al> 1 х digitaal bestand, systeem Autocad in DWG format,
                                            laagindeling conform NLСS afspraken (Nederlandse
                                            CAD-standaard, zie ook www.nlcs-gww.nl);</al></li><li nr="•"><al> 1 x analoog in uitgewerkte vorm;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al> Metingen die digitaal zijn uitgevoerd en gekoppeld aan het
                                    Rijksdriehoeknet dienen beschikbaar gesteld te worden.
                                    Hoogtemetingen dienen te geschieden ten opzichte van N.A.P. dan
                                    wel aan het in het bestek als uitgangspunt genomen peil;</al></li><li nr="d."><al> Tekening(en) dienen te worden aangeleverd op schaal 1:500 of
                                    groter met daarop de maatvoering op basis waarvan de ligging van
                                    de nieuwe Kabel of Leiding over de gehele lengte met een
                                    standaardafwijking van 0,1 m gereconstrueerd kan worden;</al></li><li nr="e."><al> Vergunningen van c.q. verplichtingen aan derden betreffende
                                    Kabels en Leidingen dienen te worden vermeld;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Fixatie &amp; Inmeting</titel></kop><al>Met betrekking tot het accepteren van de aangebrachte nieuwe Kabel en of
                            Leiding door de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het
                            Havenschap Moerdijk gelden de volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="1"><al> Teneinde de gelegde Leiding te fixeren, zodat deze door het
                                    landmeetkundig bureau, door of namens het Havenschap, ingemeten
                                    kan worden, moet de Leiding, direct na het inloweren of
                                    aanbrengen in een droge sleuf, door middel van gronddammen
                                    worden vastgelegd.</al></li><li nr="2"><al> Geen enkel onderdeel van de constructie mag worden afgedekt
                                    voordat inmeting door een landmeetkundig bureau heeft
                                    plaatsgevonden.</al></li><li nr="3"><al> Door het landmeetkundig bureau worden (dagelijkse) metingen
                                    verricht ter controle op de ligging van de in aanleg zijnde
                                    Leiding. De inmeetresultaten van het landmeetkundig bureau
                                    worden, ter acceptatie, aan de programmamanager Infrastructuur
                                    &amp; Beheer van het Havenschap Moerdijk voorgelegd.</al></li><li nr="4"><al> De resultaten van de inmeting worden door de programmamanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap Moerdijk getoetst
                                    aan de hand van de volgende criteria: </al><lijst><li nr="a."><al> In het verstrekte tracé bedraagt de maximale toegestane
                                            afwijking in de zijdelingse richting 10 cm ten opzichte
                                            van de door Het Havenschap Moerdijk verstrekte
                                            lijn.</al></li><li nr="b."><al> In de veldstrekking bedraagt de maximale toegestane
                                            afwijking in de verticale richting, 10cm ten opzichte
                                            van de op de bestekstekeningen weergegeven hoogte van de
                                            bovenkant van de Kabel of Leiding.</al></li><li nr="c."><al> In alle gevallen dient de doorgaande Leiding minimaal
                                            1,0 meter dekking te hebben ten opzichte van het
                                            maaiveld.</al></li></lijst></li><li nr="5"><al> Voor buisleidingen welke thermisch voorgespannen dienen te
                                    worden voordat de sleuf aangevuld kan worden is het gestelde in
                                    dit artikel niet van toepassing. Gebruiker maakt voor thermisch
                                    voorgespannen buisleidingen specifieke afspraken met het
                                    Havenschap Moerdijk aangaande het inmeten en fixeren van de
                                    buisleiding.</al></li><li nr="6"><al> Het aanvullen van de sleuf, gevolgd door het terugzetten van de
                                    grond in de sleuf mag pas plaatsvinden nadat de inmeting van de
                                    Leiding door de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van
                                    het Havenschap Moerdijk is geaccepteerd. Het aanvullen van de
                                    sleuf dient plaats te vinden bij daarvoor geschikte
                                    weersomstandigheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Toepassing Besluit externe veiligheid
                                buisleidingen(Bevb)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object, veroorzaakt
                                door een buisleiding, mag niet hoger zijn dan 10-6 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De K&amp;L Beheerder voert de aanleg of vervanging van een
                                buisleiding zodanig uit dat het plaatsgebonden risico van de
                                buisleiding op een afstand van vijf meter gemeten vanuit het hart
                                van de buisleiding niet hoger is dan 10-6 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij regeling van Onze Minister kan voor een bepaalde categorie van
                                buisleidingen een andere afstand tot de buisleiding worden
                                vastgesteld waarbuiten het plaatsgebonden risico de norm van 10-6
                                niet mag overschrijden, of tijdelijk een hoger risico worden
                                geaccepteerd.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De aanleg of vervanging van een buisleiding is slechts toegestaan
                                indien die aanleg of vervanging in overeenstemming is met het ter
                                plaatse geldende bestemmingsplan of voor die aanleg of vervanging
                                een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.12 van
                                de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht tot afwijking van het
                                bestemmingsplan of de beheersverordening</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Nieuwe buisleidingen voor aardolieproducten worden overeenkomstig
                                artikel 6 van het Bevb aangelegd met een risicocontour voor het
                                plaatsgebonden risico binnen de belemmeringenstrook.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Bestemmingsplan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het bestemmingsplan Haven- en Industrieterrein Moerdijk geeft de
                                ligging weer van de in het plangebied aanwezige buisleidingen
                                alsmede de daarbij behorende belemmeringenstrook ten behoeve van het
                                onderhoud van de buisleiding. De belemmeringenstrook bedraagt ten
                                minste vijf meter aan weerszijden van een buisleiding, gemeten
                                vanuit het hart van de buisleiding.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4: Uitvoeringsvoorschriften betreffende het
                            Haventerrein</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf I: VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE INRICHTING EN GEBRUIK VAN
                                HET WERKTERREIN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24 Inrichting werkterrein</titel></kop><al>In overleg tussen het Havenschap Moerdijk en de K&amp;L Beheerder
                                zal worden bepaald of en zo ja, met ingang van welke datum en tot
                                wanneer, het werkterrein effectief ter beschikking wordt gesteld aan
                                de K&amp;L Beheerder.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Plaatsing materiaal</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Pompen, aggregaten, compressors en brandstofreservoirs mogen
                                    nooit boven of onder een Leiding worden geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Materieel anders dan ten behoeve van (bron)bemaling, mag nooit
                                    onbeheerd in draaiende toestand worden achtergelaten. Over
                                    uitzonderingen op deze regel kan met de programmamanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap Moerdijk worden
                                    overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Werkzaamheden derden in/op het werkterrein</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij werkzaamheden door derden in/op het werkterrein dient de
                                    K&amp;L Beheerder, na overleg met de betrokkenen, deze
                                    werkzaamheden te gedogen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij beëindiging van deze werkzaamheden dient het, door derden
                                    gebruikte, werkterrein te worden geschouwd door de K&amp;L
                                    Beheerder in aanwezigheid van de derde(n) en vertegenwoordigers
                                    van het Havenschap Moerdijk. Hiervan maakt de K&amp;L Beheerder
                                    een Proces Verbaal op, met daarin zo nodig een restpuntenlijst
                                    met afspraken voor de onderhoudsperiode. Dit Proces Verbaal
                                    wordt verstrekt aan de programmamanager Infrastructuur &amp;
                                    Beheer van het Havenschap Moerdijk en aan de derde(n).</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Oplevering en overdracht werkterrein aan het
                                    Havenschap Moerdijk</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Vóór het verstrijken van de onderhoudsperiode van de K&amp;L
                                    Beheerder vindt de definitieve eindoplevering van alle
                                    werkterreinen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De K&amp;L Beheerder moet bij de beëindiging van de
                                    werkzaamheden het gehele werkterrein overdragen aan het
                                    Havenschap Moerdijk in tenminste de oorspronkelijke staat van
                                    onderhoud.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een eerste opname van het werkterrein zal plaatsvinden als: </al><lijst><li nr="a."><al> de Leiding in gebruik is genomen;</al></li><li nr="b."><al> er door de K&amp;L Beheerder geen graafwerkzaamheden
                                            meer plaatsvinden;</al></li><li nr="c."><al> alle inmeetwerkzaamheden hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="d."><al> de inmeting van de Leiding is geaccepteerd door de
                                            programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het
                                            Havenschap Moerdijk</al></li><li nr="e."><al> de clean up heeft plaatsgevonden en het terrein door de
                                            K&amp;L Beheerder in oorspronkelijke staat is
                                            hersteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Van de opname van de werkzaamheden ten behoeve van de
                                    overdracht aan het Havenschap Moerdijk wordt door de K&amp;L
                                    Beheerder een ‘proces-verbaal van overdracht’ -met eventueel een
                                    restpuntenlijst- opgemaakt wat door zowel de K&amp;L Beheerder
                                    als het Havenschap Moerdijk voor akkoord wordt ondertekend.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf II: VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE GRONDWERKEN EN
                                BORINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 28 KLIC-meeting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De K&amp;L Beheerder organiseert minimaal een week voor de
                                    beoogde start van de uitvoering een KLIC-meeting. Hiertoe
                                    verstrekt de K&amp;L Beheerder minimaal twee weken voor de
                                    KLIC-meeting de benodigde voorbereidingsinformatie aan de
                                    belanghebbenden. De K&amp;L Beheerder (samen met zijn aannemer)
                                    presenteert tijdens de KLIC-meeting alle noodzakelijke
                                    (deel)werkplannen</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Tijdens de KLIC-meeting kunnen leidingbeheerders
                                    uitvoeringsgerelateerde voorwaarden stellen voor zover die niet
                                    in strijd zijn met de voorschriften van het Havenschap Moerdijk.
                                    Wanneer deze voorwaarden er redelijkerwijs toe bijdragen dat
                                    schade aan de eigendommen van de belanghebbenden wordt
                                    voorkomen, moet de K&amp;L Beheerder ervoor zorgen dat de
                                    voorwaarden worden verwerkt in een nieuwe versie van het
                                    (deel)werkplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Melding graafwerkzaamheden</titel></kop><al>Van alle graafwerkzaamheden dient minimaal 3 werkdagen voor aanvang
                                de datum aanvang alsmede de verwachte einddatum van de werkzaamheden
                                te worden gemeld bij de programmamanager Infrastructuur &amp;
                                Beheer. Door de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer wordt
                                een graafvergunning afgegeven. De afgegeven graafvergunning dient op
                                het werk aanwezig te zijn en op verzoek aan met het toezicht op het
                                industrieterrein belaste en zich als zodanig te kunnen legitimeren
                                personen te worden getoond.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Boorplan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor elke boring of persing dient een boorplan (werkplan) te
                                    worden gemaakt dat ter acceptatie moet worden voorgelegd aan de
                                    programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap
                                    Moerdijk en daarna aan de beheerder wiens voorzieningen worden
                                    gekruist of in wiens nabijheid de werkzaamheden als gevolg van
                                    de boring of persing plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij het verlopen van een boring en/of persing zal de K&amp;L
                                    Beheerder het Havenschap Moerdijk en de naastgelegen kabel-
                                    en/of leidingbeheerder hierover direct informeren. Nadat een
                                    persing / boring is uitgevoerd levert de K&amp;L Beheerder zo
                                    snel mogelijk de x-,y- en z-coördinaten aan van de uitgevoerde
                                    persing / boring. Bij een 'horizontaal gestuurde boring' (HDD)
                                    dient de K&amp;L Beheerder hiervoor de meetgegevens van het
                                    plaatsbepalingssysteem van de pilot boring te gebruiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Kaarten en Tekeningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In iedere kraan of machine waarmee dieper dan 0,40 meter in de
                                    grond wordt gewerkt dienen recente kopieën van de beheerkaarten
                                    van het Havenschap Moerdijk aanwezig te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De K&amp;L Beheerder stemt met de programmamanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap Moerdijk af of
                                    zijn werk- en/of bestekstekeningen hiervoor kunnen worden
                                    gebruikt. Indien deze tekeningen hiervoor niet kunnen worden
                                    gebruikt vraagt de K&amp;L Beheerder de benodigde beheerkaarten
                                    op bij het Havenschap Moerdijk en vermenigvuldigt deze zonodig.
                                    De K&amp;L Beheerder mag de werkzaamheden niet uitvoeren totdat
                                    de beheerkaarten op de werkplek aanwezig zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Proefsleuven</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De exacte ligging van aanwezige en uitgezette parallel lopende
                                    en kruisende bestaande Kabels en Leidingen, binnen het
                                    beheergebied van het Havenschap Moerdijk, dienen door het met de
                                    hand graven van proefsleuven te worden gelokaliseerd. Parallel
                                    lopende Kabels en Leidingen dienen om de 25 meter te worden
                                    gelokaliseerd. Ter plaatse van horizontale bochten moet een
                                    parallel lopende Kabel of Leiding om de 5 meter worden
                                    gelokaliseerd met een minimum van 3 plaatsen, namelijk het
                                    begin, het midden en het einde van de bocht. Kruisende Kabels en
                                    Leidingen dienen aan weerszijden van de toekomstige sleuf te
                                    worden gelokaliseerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De resultaten van de gegraven proefsleuven dienen aan de
                                    programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap
                                    Moerdijk te worden verstrekt. Eventueel gevonden afwijkingen
                                    groter dan 10 cm ten opzichte van de coördinaten waarmee de
                                    piketten zijn uitgezet, dienen direct gemeld te worden bij het
                                    Havenschap Moerdijk. Eventuele gevolgen voor de maatvoering van
                                    de nieuw te leggen Leiding moeten via een wijzigingsvoorstel ter
                                    acceptatie aan de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer
                                    van het Havenschap Moerdijk worden voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Sleufdiepte en –breedte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voorafgaand aan of tijdens het graven van een sleuf stelt de
                                    programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer in overleg met de
                                    aannemer de te graven sleufdiepte en -breedte vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op de vereiste sleufdiepte en -breedte is een positieve en een
                                    negatieve afwijking van elk 0,05 meter toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Aanvullen sleuf</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Tot het aanvullen van een sleuf wordt tevens gerekend het weer
                                    op de oorspronkelijke plaats aanbrengen van de bij het graven
                                    van die sleuf gescheiden gehouden graszoden en eventuele
                                    beplanting.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De dekking van een kabel, leiding, mantelbuis, kabelbuis of
                                    kabelkoker wordt bepaald door de verticale afstand tussen de
                                    bovenkant van de Kabel, Leiding, mantelbuis, kabelbuis of
                                    kabelkoker en de bovenkant van de sleufbedekking, de spoorstaaf
                                    of het maaiveld; ter plaatse van een talud wordt de dekking
                                    loodrecht op de taludhelling gemeten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Grondwerk</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De programmamanager Infrastructuur en Beheer van het Havenschap
                                    Moerdijk kan verlangen, indien hij dat noodzakelijk acht, dat de
                                    gehele Kabel/Leiding met de hand wordt gegraven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de te leggen Kabel/Leiding evenwijdig loopt met andere
                                    Leidingen, moet om de 10 meter de naastliggende Leiding worden
                                    opgegraven en moet de juiste plaats van de naastliggende
                                    Leidingen worden gemarkeerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De vergunninghouder dient alle nodige voorzieningen te treffen
                                    om beschadigingen aan bestaande Kabels/Leidingen te
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Te handhaven struiken en vaste planten, die in het kabel- of
                                    leidingtracé van een te graven sleuf voorkomen, dienen ruim te
                                    worden uitgestoken, gescheiden te worden gehouden van de te
                                    ontgraven grond en tegen uitdroging te worden beschermd.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Uit de sleuf komend zand wordt apart van de uitkomende
                                    verharding opgeslagen naast de sleuf.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Uitkomende grond, gelegen onder een verharding en niet zijnde
                                    zand, wordt door de K&amp;L Beheerder afgevoerd naar een erkende
                                    verwerkingsinrichting of naar een voor de grondkwaliteit
                                    (volgens milieueisen) geschikte locatie. De kosten voor het
                                    vervoeren, storten dan wel verwerken zijn voor rekening van de
                                    K&amp;L Beheerder.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Uitkomende verontreinigde grond wordt door de K&amp;L Beheerder
                                    afgevoerd naar een erkende verwerkingsinrichting. De kosten voor
                                    het vervoeren, zijn voor rekening van de K&amp;L Beheerder. De
                                    kosten van het storten dan wel verwerken zijn voor rekening van
                                    de vergunningverlener.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Uit de sleuf komende, nog herbruikbare funderingsmaterialen
                                    zoals, puin, kalksteen, lava en dergelijke worden apart
                                    opgeslagen naast de sleuf.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> Uit de sleuf komende, niet herbruikbare, funderingsmaterialen
                                    zoals zandcementstabilisatie, hoogovenslakken en dergelijke en
                                    asfalt worden door de K&amp;L Beheerder afgevoerd naar een
                                    erkende verwerkingsinrichting. De kosten voor het vervoeren,
                                    storten dan wel verwerken zijn voor rekening van de K&amp;L
                                    Beheerder.</al></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al> Overige uit de sleuf komende materialen welke niet herbruikbaar
                                    zijn in de sleuf of als sleufbedekking, worden door de K&amp;L
                                    Beheerder afgevoerd naar een erkende verwerkingsinrichting. De
                                    kosten voor het vervoeren, storten dan wel verwerken zijn voor
                                    rekening van de K&amp;L Beheerder.</al></lid><lid><lidnr>11</lidnr><al> Het naast de sleuf opslaan van uitgekomen zand,
                                    funderingsmateriaal en verharding dient op zodanige afstand van
                                    de sleuf te geschieden dat hierdoor geen inkalven ontstaat.</al></lid><lid><lidnr>12</lidnr><al> Er mag geen verharding/grond worden opgeslagen in te handhaven
                                    beplanting,</al></lid><lid><lidnr>13</lidnr><al> Indien er graafwerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd binnen
                                    een geval van bodemverontreiniging, dient te worden gehandeld
                                    conform de Wet bodembescherming in overleg met de
                                    Omgevingsdienst Midden en West-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>14</lidnr><al> Overtollige grond dient te worden afgevoerd naar een daartoe
                                    vergunde inrichting. Overtollige grond kan op basis van het
                                    Besluit bodemkwaliteit mogelijk elders worden toegepast. Indien
                                    grondverzet mogelijk is dan dient dit minimaal 5 werkdagen voor
                                    aanvang van de werkzaamheden te worden gemeld aan de
                                    Omgevingsdienst Midden en West-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36 Grondwerk: aanvulling van sleuven</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de sleuf zich in een beplantingszone bevindt of indien
                                    de sleufbedekking uit gras bestaat, dient een ontgraving te
                                    worden aangevuld met de uitgekomen grond. Deze aanvulling dient
                                    zodanig te worden uitgevoerd, dat de verschillende grondsoorten
                                    zoveel mogelijk op hun oorspronkelijke plaats terugkomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de sleuf zich onder een verharding bevindt, dient de
                                    sleuf te worden aangevuld met zand.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Tekort komend zand in de sleuf wordt geleverd, aangevoerd en
                                    verwerkt door en voor rekening van de K&amp;L Beheerder. Grond
                                    die van elders wordt aangevoerd dient kwalitatief te voldoen aan
                                    de eisen van het Besluit bodemkwaliteit.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bevroren grond en/of zand mag niet worden verwerkt in de
                                    aanvulling.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> In beplantingszones mag geen sneeuw in de aanvulgrond worden
                                    verwerkt.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Het aanvullen en het verdichten van de sleuf ter weerszijden
                                    van een kabel of leiding dient gelijktijdig en gelijkmatig te
                                    worden uitgevoerd; de aanvulling en verdichting van een
                                    voorgeschreven ontgraving onder een Kabel of Leiding gelijkmatig
                                    uitvoeren in overleg met de K&amp;L Beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37 Bemaling en Bronnering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij het aanbrengen van verticale filters ten behoeve van de
                                    bemaling en/of bronnering dient een spuitlans met teflon kop te
                                    worden toegepast. Indien het aanbrengen van verticale filters
                                    machinaal wordt uitgevoerd dient de K&amp;L Beheerder minimaal 1
                                    week voor het aanbrengen de coördinaten van de aan te brengen
                                    filters ter controle te verstrekken aan de programmamanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap Moerdijk. De
                                    betreffende coördinaten dienen vóór het aanbrengen van de
                                    verticale filters door de K&amp;L Beheerder met piketten in het
                                    veld uitgezet te worden. Indien de spuitlans wordt gebruikt in
                                    de nabijheid van Kabels en Leidingen behoeft het gebruik de
                                    goedkeuring van die leidingeigenaren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Met betrekking tot het afvoeren van bemalingwater gelden de
                                    volgende bepalingen: </al><lijst><li nr="a."><al> De afvoer van het bemalen water mag, waar dan ook, geen
                                            overlast bezorgen.</al></li><li nr="b."><al> Het bemalingwater mag nooit over het maaiveld worden
                                            afgevoerd.</al></li><li nr="c."><al> Afvoer van bemalingwater dient te geschieden met behulp
                                            van een aaneengesloten buizen- of slangenstelsel naar
                                            een door het Havenschap Moerdijk en het Waterschap
                                            Brabantse Delta geaccepteerde bestemming.</al></li><li nr="d."><al> Indien nodig treedt de K&amp;L Beheerder in overleg met
                                            de betreffende instanties, eigenaren, enzovoort en volgt
                                            de daardoor gestelde, evenals de door de
                                            programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het
                                            Havenschap Moerdijk gestelde, voorwaarden op.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 38 Maximale belasting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ter plaatse van bestaande Kabels en Leidingen, met inbegrip van
                                    een strook van 2 meter aan weerszijden daarvan, mag de belasting
                                    op het niveau van het maaiveld een belasting van 30kPa niet
                                    overschrijden. Bij kraanopstelling dient bij
                                    controleberekeningen, waarbij de belasting op de ondergrond
                                    tijdens werkzaamheden wordt berekend, ervan uit gegaan te worden
                                    dat tijdens het hijsen een kraan slechts via de helft van het
                                    aantal uitgezette steunen zijn gewicht afdraagt op de
                                    ondergrond.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bakken van kranen en andere grondverzetmachines mogen niet zijn
                                    voorzien van tanden en/of aansluitnokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 39 Bodemverontreiniging</titel></kop><al>Het is op grond van artikel 28 van de Wet bodembescherming verboden
                                om zonder instemming van het bevoegde gezag handelingen met
                                verontreinigde grond te verrichten. Voorafgaand aan
                                graafwerkzaamheden dient de K&amp;L Beheerder te controleren of er
                                een geval van bodemverontreiniging aanwezig is ter plaatse van het
                                te graven tracé. Voor inlichtingen met betrekking tot
                                bodemverontreiniging dient de K&amp;L Beheerder contact op te nemen
                                met de Omgevingsdienst Midden en West-Brabant en dient
                                overeenkomstig de voorschriften van de Omgevingsdienst te worden
                                gehandeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 40 Garantie/onderhoud na ingraving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na ingraving geldt voor de K&amp;L Beheerder een
                                    onderhoudsperiode van 3 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Graaft een K&amp;L Beheerder in de onderhoud/garantie periode
                                    op dezelfde plaats dan vervalt de lopende onderhoudstermijn en
                                    gaat voor deze K&amp;L Beheerder opnieuw een garantietermijn in
                                    van 3 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer registreert de
                                    onderhoud/garantie termijn, schouwt jaarlijks en meldt het
                                    moment van onderhoud.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien als gevolg van klachten, het onder lid 3 bedoelde
                                    onderhoud, eerder dient plaats te vinden, wordt dit door de
                                    programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer aan de K&amp;L
                                    Beheerder afzonderlijk gemeld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De onderhoudsverplichting is bindend. Voordat tot onderhoud
                                    wordt overgegaan wordt dit gemeld aan de programmamanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 41 Bouwstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De K&amp;L Beheerder is verantwoordelijk voor de uit het werk
                                    komende bouwstoffen. Verlies, vermissing of beschadiging van
                                    deze bouwstoffen is voor zijn rekening tot het moment van
                                    gereedmelding bij de programmamanager Infrastructuur &amp;
                                    Beheer.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De K&amp;L Beheerder dient na afloop van zijn werkzaamheden
                                    overtollig materiaal voor zijn rekening af te voeren en het
                                    werkterrein schoon op te leveren aan de programmamanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 42 Bovengrondse voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De plaatsing c.q. oprichting in van o.a. bovengrondse
                                    voorzieningen, verband houdende met Kabels en Leidingen, zoals
                                    putten, kasten e.d, mag slechts plaatsvinden in overleg met en
                                    met toestemming van de programmamanager Infrastructuur &amp;
                                    Beheer.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bovengrondse voorzieningen (bouwwerken) waarvoor een
                                    bouwvergunning of melding vereist is, dient te worden
                                    aangevraagd bij de gemeente (i.c. de gemeente Moerdijk).</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien bovengrondse voorzieningen in gazons worden geplaatst en
                                    boven het maaiveld uitsteken, dienen deze te worden omgeven of
                                    begrensd door een 40 cm brede verharding (tegel + band).
                                    Concentraties van voorzieningen worden in hun geheel omgeven
                                    door verharding.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf III: VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE WEGEN &amp;
                                GROEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 43 Herstelwerkzaamheden</titel></kop><al>Indien binnen 3 jaar na aanleg van een Kabel en of Leiding
                                herstelwerkzaamheden noodzakelijk zijn moet de K&amp;L Beheerder
                                deze herstel werkzaamheden uitvoeren. De programmamanager
                                Infrastructuur &amp; Beheer kan aanvullende eisen stellen aan de
                                K&amp;L Beheerder om de kwaliteit van het uit te voeren werk te
                                herstellen. De werkzaamheden worden uitgevoerd door de K&amp;L
                                Beheerder.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 44 Asfalt</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een asfaltconstructie bestaat uit een onderlaag en een tweetal
                                    tussenlagen (waarvan de bovenste van het hoog stabiele soort,
                                    Smin 11.000) volgens het verhardingsadvies met een minimale
                                    dikte van 160 mm (met een negatieve afwijking van 0 mm) en ten
                                    slotte een deklaag bestaande uit een laag SMA-NL 11 B met een
                                    dikte van 30 mm</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De asfaltsleuf voor herstelwerkzaamheden wordt aan beide kanten
                                    gezaagd door de K&amp;L Beheerder.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het aanbrengen van de verharding wordt verzorgd door de K&amp;L
                                    Beheerder volgens onderstaande werkwijze: </al><lijst><li nr="a."><al> klinkers worden aangebracht op zand op de
                                            fundering;</al></li><li nr="b."><al> na een zettingsperiode van minimaal 4 weken en maximaal
                                            3 maanden worden de klinkers vervangen door asfalt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De asfaltconstructie dient getrapt te worden gefreesd per laag
                                    met een overlap van 0,5m.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 45 Gebruik mantelbuizen bij asfaltwegen en overige
                                    locaties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij kruisingen van wegen of andere locaties kan de
                                    programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer het aanbrengen van
                                    mantelbuizen en het maken van doorpersingen of boringen
                                    eisen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien door de ligging van andere Kabels en Leiding of
                                    anderszins een boring/persing niet mogelijk is, kan in overleg
                                    met en na toestemming van de programmamanager Infrastructuur
                                    &amp; Beheer een sleuf in de asfaltweg worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De mantelbuizen onder het wegdek dienen zodanig van kwaliteit,
                                    uitvoering en afdichting te zijn en te blijven, dat nimmer zand
                                    van onder het wegdek in de koker wegloopt. Bij aanvulling van de
                                    sleuf dient tevens het zand goed te worden ingewaterd. Bij
                                    constatering van gebreken zullen de hieruit ontstane
                                    herstelkosten aan de verharding e.d. bij de K&amp;L Beheerder in
                                    rekening worden gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 46 Verkeersmaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Regelgeving met betrekking tot veilig werken op, in of langs de
                                    openbare Wegen van het CROW is van toepassing. Een aantal
                                    verkeersmaatregelen is vergunningplichtig, waarmee door de
                                    K&amp;L Beheerder rekening dient te worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De K&amp;L Beheerder draagt zorg voor een onbelemmerde
                                    bereikbaarheid van diverse locaties. Indien met de betrokkenen
                                    geen overeenstemming kan worden bereikt over de mate van
                                    bereikbaarheid, treedt de K&amp;L Beheerder vooraf in overleg
                                    met de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De K&amp;L Beheerder draagt zorg voor de bereikbaarheid voor de
                                    hulpdiensten gedurende de uitvoering van het werk.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De K&amp;L Beheerder dient zorg te dragen voor voldoende en
                                    adequate afzetting van de door hem veroorzaakte opbreking tot op
                                    het tijdstip waarop de opbreking is dichtbestraat.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De aansprakelijkheid voor schade of ongeval gaat pas over naar
                                    Het Havenschap nadat het definitieve herstel van de verharding
                                    is uitgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 47 Beplantingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Te rooien beplanting kan alleen worden terug gepland in het
                                    plantseizoen van oktober tot en met maart en dient zo nodig te
                                    worden ingewaterd. Terug planten kan na goedkeuring van de
                                    programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer en geschiedt door
                                    de K&amp;L Beheerder</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Te rooien beplanting die niet wordt herpland, wordt door de
                                    K&amp;L Beheerder afgevoerd naar een erkende
                                    verwerkingsinrichting. De kosten voor het vervoeren, storten,
                                    dan wel verwerken, zijn voor rekening van de K&amp;L
                                    Beheerder.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De afstand van een Kabel of Leiding tot een boom is minimaal
                                    1,5 m.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 48 Bermen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In bermen is het uitgangspunt om graszoden te steken en deze
                                    terug te leggen op de sleuf. De graszoden moeten minimaal 6 cm.
                                    dik worden gestoken. Graszoden dienen apart van de uitkomende
                                    grond te worden opgeslagen; graszoden dienen te worden
                                    teruggelegd door de K&amp;L Beheerder, tenzij andere afspraken
                                    zijn gemaakt met het havenschap.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gras in bermen en overig landschappelijk gras dient vooraf te
                                    worden gemaaid en afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Alle uitkomende grond moet terug in de sleuf in verband met
                                    nazakken. Na het aanvullen van de grond moet opnieuw gras van
                                    zoveel mogelijk overeenkomstige rassen worden ingezaaid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 49 Schaderegeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De K&amp;L Beheerder zal de redelijkerwijs noodzakelijke
                                    maatregelen nemen om te voorkomen dat het Havenschap, dan wel
                                    derden als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden schade
                                    lijden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ten aanzien van schade, ontstaan als gevolg van de
                                    werkzaamheden, zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek van
                                    toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf IV: OVERIGE VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE HET
                                HAVENTERREIN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 50 Stilleggen werk</titel></kop><al>De programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap
                                Moerdijk is bevoegd het werk van de K&amp;L Beheerder stil te leggen
                                indien de K&amp;L Beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al> de voorschriften uit deze Verordening niet opvolgt
                                        en/of;</al></li><li nr="b."><al> geaccepteerde documenten zoals (deel) werkplannen,
                                        tekeningen niet opvolgt en/of;</al></li><li nr="c."><al> de wet niet naleeft en/of;</al></li><li nr="d."><al> werkt zonder toestemming van de programmamanager
                                        Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap
                                        Moerdijk.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5: Uitvoeringsvoorschriften betreffende de Kabel(s) en/of
                            Leiding(en)</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 51 Ingebruikname nieuwe Leiding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Nadat de aanleg van een Kabel met een spanningsniveau vanaf 1kV is
                                voltooid en het beproeven/testen van de verbinding heeft
                                plaatsgevonden, dient vóór ingebruikname van de kabelverbinding een
                                spanning-opdrukproef en/of mantelproef te hebben plaatsgevonden. Dit
                                ter controle op mantelfouten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het Havenschap Moerdijk zal pas toestemming tot ingebruikname van
                                een kabelverbinding met een spanningsniveau vanaf 1kV verlenen als: </al><lijst><li nr="a."><al> de in lid 1 genoemde beproeving/test heeft plaatsgevonden
                                        en de resultaten hiervan ter acceptatie aan de
                                        programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het
                                        Havenschap Moerdijk zijn versterkt;</al></li><li nr="b."><al> verklaard is dat de Leiding conform het Definitief Ontwerp,
                                        rekening houdend met geaccepteerde afwijkingsrapporten en
                                        wijzigingsvoorstellen, is aangelegd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 52 Standaard Programma van Eisen t.b.v. Ondergrondse
                                Infrastructuur</titel></kop><al>De volgende uitgangspunten gelden voor alle ondergrondse infrastructuur
                            inclusief riolering, e.d:</al><lijst><li nr="a."><al> In te ontwikkelen plannen moet de grond, waar de Kabels en
                                    Leidingen en bijbehorende apparatuur doorheen lopen, vrij zijn
                                    van obstakels. Tot bijbehorende apparatuur van Kabels en
                                    Leidingen behoren onder andere trafo’s, reduceerstations,
                                    handholes, gemalen, centraal-antennekastjes e.d. Deze moeten
                                    altijd toegankelijk zijn. Bij (her)inrichtingen van gronden moet
                                    ruimte gereserveerd worden voor toekomstige ontwikkelingen
                                    m.b.t. het bij leggen van (glasvezel)Kabels en Leidingen.</al></li><li nr="b."><al> Reserve mantelbuizen dienen te worden aangebracht naar inzicht
                                    van de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer. Mogelijk
                                    moeten de bestaande mantelbuizen worden verplaatst of verlengd;
                                    dit in overleg met de programmamanager Infrastructuur &amp;
                                    Beheer.</al></li><li nr="c."><al> Er dient een maatvoeringtekening te worden gemaakt voor alle
                                    Kabels en Leidingen die gelegd dienen te worden, inclusief
                                    riolen en alle andere ondergrondse infrastructuur. Deze
                                    geschiedt door, of wordt getoetst door, de programmamanager
                                    Infrastructuur &amp; Beheer en is de basis van
                                    vergunningverlening/instemming aan de nutsbedrijven door de
                                    programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer.</al></li><li nr="d."><al> De engineering en het leggen van Kabels en Leidingen t.b.v.
                                    nutsvoorzieningen geschiedt door de verschillende nutsbedrijven
                                    in opdracht van de K&amp;L Beheerder. Het uitzetten van de
                                    tracés voor de nutsbedrijven geschied door en op kosten van de
                                    opdrachtgever/K&amp;L Beheerder/eigenaar</al></li><li nr="e."><al> Voorafgaand (minimaal drie maanden) aan de uitvoering van een
                                    project dient een nutsoverleg te worden belegd zulks ten
                                    beoordeling van de programmamanager Infrastructuur &amp;
                                    Beheer</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 53 Duur van de uitvoering</titel></kop><al>De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen de in de toestemming
                            vermelde termijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 54 Maatvoering</titel></kop><al>Bij de instemming/toestemming/ontheffing zal het voorgestelde tracé, of
                            een alternatief, door de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer
                            voorzien worden van maatvoering.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 55 Dekking</titel></kop><al>Leidingen dienen met een minimale dekking van 1,0 meter tot maaiveld te
                            worden aangebracht. Mangaten en andere voorzieningen op een Leiding
                            dienen altijd zodanig te worden geplaatst/ontworpen dat de gronddekking
                            boven de mangaten/voorziening ten opzichte van het maaiveld gehandhaafd
                            blijft op minimaal 1 meter. Kabels dienen met een minimale dekking van
                            1,0 meter tot maaiveld te worden aangebracht. Afwijking van de
                            aanlegdiepte is alleen toegestaan na overleg en met instemming van de
                            programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer. In bestaande tracés en in
                            nieuw aan te leggen tracés dienen de K&amp;L beheerders economisch om te
                            gaan met de toegewezen ruimte. Waar meerdere Kabels worden gelegd (of
                            mogelijk worden gelegd in de toekomst) dient de K&amp;L beheerder de
                            Kabels op voldoende diepte aan te leggen opdat uitbreiding van het
                            kabelbed in een verticale richting mogelijk is waarbij een dekking tot
                            maaiveld van minimaal 1,0 meter wordt gewaarborgd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 56 Labelen</titel></kop><al>Op Leidingen en Kabels moeten merkbanden worden aangebracht. Op het
                            vlaggetje van de merkband is een specifieke identificatie vermeld. De
                            maximale afstand tussen de merkbanden is 4 m.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 57 Kathodische bescherming</titel></kop><al>Indien de Leiding van een Kathodische bescherming wordt voorzien, moet
                            door de K&amp;L Beheerder overleg worden gepleegd met de eigenaren c.q.
                            K&amp;L Beheerders van de in de nabijheid gelegen Leidingen, waarbij aan
                            ieder der K&amp;L Beheerders, c.q. eigenaren een tekening van de uit te
                            voeren werken worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 58 Werkzaamheden buiten normale tijden &amp;
                                Storingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien werkzaamheden aan Kabels en/of Leidingen moeten worden
                                uitgevoerd buiten de normale werktijden dient dit te worden
                                afgestemd met de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In geval van storingen en bij dreigend gevaar voor de omgeving
                                waardoor werkzaamheden aan Kabels en/of Leidingen nodig zijn en
                                overleg met de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer niet kan
                                worden afgewacht, is het de K&amp;L Beheerder toegestaan om de
                                werkzaamheden te starten. Achteraf dient deze noodzaak alsnog te
                                worden aangetoond.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 59 Verwijderen van Kabels en Leidingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien Kabels en Leidingen buiten gebruik worden gesteld, dienen
                                deze verwijderd te worden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het beleid van het Havenschap is erop gericht om de buiten gebruik
                                gestelde Kabels en Leidingen zoveel mogelijk gelijktijdig met het
                                uitvoeren van werkzaamheden als vervanging of andere werkzaamheden
                                uit te voeren e.e.a. in overleg met de programmamanager
                                Infrastructuur &amp; Beheer</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In voorkomende gevallen dat het verwijderen van buiten gebruik
                                zijnde Kabels en Leidingen niet in verhouding staat tot de
                                inspanning die hiermee gemoeid zijn, kan besloten worden de Kabels
                                en Leidingen tijdelijk te laten liggen, zulks ter beoordeling van de
                                programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Buiten gebruik zijnde Kabels en/of Leidingen moeten op tekening
                                (revisie) worden aangegeven door de K&amp;L Beheerder.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het verwijderen van buiten gebruik zijnde Kabels en Leidingen zal
                                op eerste aanzeggen van de coördinator ondergrondse infrastructuur
                                door en op kosten van de K&amp;L Beheerders moeten
                                plaatsvinden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6: Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 60 Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Alle eerdere verordeningen en/of voorschriften omtrent Kabels en
                                Leidingen, vastgesteld door het Havenschap Moerdijk, worden
                                ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 61 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Kabels en Leidingen
                            Havenschap Moerdijk 2015".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van Bestuur van 16
                        december 2015.</al><al>DE RAAD VAN BESTUUR VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>de secretaris F.J. van den Oever</ondertekening><ondertekening>de voorzitter L.W.L. Pauli</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Verordening Kabels en Leidingen Havenschap
                        Moerdijk</titel></kop><al>Algemeen</al><al>In diverse havengebieden in Nederland wordt voor het aanleggen en gebruiken van
                    Kabels en Leidingen een vergoeding afgedragen aan de beheerder van het
                    havengebied. De tarieven bestaan veelal uit een jaarlijks te betalen tarief en
                    een eenmalig entreetarief. De basis hiervoor is het waarborgen van de
                    ongestoorde ligging van de Kabels en Leidingen. Indien de Kabels en of Leidingen
                    waarvoor het tarief wordt betaald, moeten worden omgelegd, wordt er een
                    vergoeding betaald die veelal is gebaseerd op de Nadeel compensatieregeling
                    Kabels en Leidingen (NKL). Ten einde de werken in de openbare ruimte
                    (ondergronds) zoveel mogelijk te stroomlijnen is door het Havenschap in de
                    afgelopen periode een aantal regels gemaakt voor diensten en bedrijven die
                    regelmatig binnen het industrieterrein aan het werk moeten. Deze regelingen
                    betreffen de samenwerking, coördinatie en voorwaarden voor en tussen deze
                    bedrijven en het Havenschap, als beheerder van het industrieterrein, doorgaans
                    benoemd als de programmamanager Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap
                    Moerdijk.</al><al>De bedrijven die met deze voorschriften worden geconfronteerd, zijn de bedrijven
                    die Kabels en Leidingen in de grond leggen en beheren (K&amp;L Beheerders). Ook
                    particulieren die, na aanvraag, ontheffing of vergunning verkregen te hebben om
                    Kabels en/of Leidingen in de grond te hebben, vallen onder de naam “K&amp;L
                    Beheerder”.</al><al>In deze "Verordening Kabels en Leidingen” zijn de voorschriften en werkafspraken
                    tussen het Havenschap Moerdijk en K&amp;L Beheerders vastgelegd in regelingen en
                    procedures voor zover het gaat om leggen, houden, onderhouden en verwijderen van
                    Kabels en Leidingen op /in het haven- en industrieterrein Moerdijk. Uitgangspunt
                    is dat voor alle K&amp;L Beheerders zoveel mogelijk dezelfde regels en afspraken
                    gelden.</al><al>Gezien de driedeling in Industrial park , Logistiek Park en Overig (reeds
                    bestaand) Terrein zullen er verschillen blijven ontstaan en bestaan betreffende
                    de specifieke werkzaamheden aan Kabels en Leidingen. Dit is een gegeven waarvan
                    het Havenschap Moerdijk zich terdege bewust is. Daar waar de gestelde
                    voorschriften niet of niet volledig uitvoerbaar zijn, moet er rekening worden
                    gehouden met het gedachtegoed achter deze voorschriften. De programmamanager
                    Infrastructuur &amp; Beheer van het Havenschap Moerdijk zal deze afwijkingen van
                    de voorschriften, mits goed beargumenteerd, zorgvuldig beoordelen.</al><al>Kabels en Leidingen beheerders (K&amp;L Beheerder):</al><al>Onder beheerders van Kabels en Leidingen op het terrein van het Industrie en
                    Havenschap Moerdijk in de gemeente Moerdijk worden o.a. (doch niet uitputtend)
                    de volgende diensten en bedrijven verstaan:</al><al>• De Nutsbedrijven (gas, elektra,etc.);</al><al>• Tennet;</al><al>• Brabant Water;</al><al>• Gasunie en Zebragas (hogedruk/gas);</al><al>• Waterschap Brabantse Delta (afvalwater);</al><al>• Eigenaren van buisleidingen voor gevaarlijke stoffen;</al><al>• Providers van telecommunicatie (beheerders van een openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk waarop de Telecommunicatiewet van toepassing is);</al><al>• Bedrijven(elektra, alarmering, telecommunicatie, rioolhuisaansluitingen,
                    restwarmtenetten e.d.);</al><al>• Eigen Kabels en Leidingen van bedrijven op het industrieterrein Moerdijk.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>