<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR38980_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rheden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rheden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Regiobode, 13-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-09-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2006-09-21</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-10-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Rheden;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 augustus
                        2006;</al><al>gelet op artikel 147 gemeentewet en het RVV 1990;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de <vet>Parkeerverordening 2006</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In de verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stbl. 459;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990;</al></li><li nr="c."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Rheden;</al></li><li nr="d."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen, dan wel het onmiddellijk laden en lossen van
                                    goederen op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift verboden
                                    is;</al></li><li nr="e."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet (Stbl. 1994, 475) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvattingen overigens onder parkeerapparatuur wordt
                                    verstaan;</al></li><li nr="g."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die: </al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990;
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning waarmee
                                    het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het
                                parkeren door vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan
                                vergunninghouders is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                motorvoertuig wanneer deze:</al><lijst><li nr="a."><al>woont in een straat waar belanghebbendenparkeerplaatsen
                                        aanwezig zijn en niet beschikken over een eigen garage, een
                                        eigen parkeerplaats of een parkeerplaats op particulier
                                        terrein;</al></li><li nr="b."><al>een bedrijf uitoefent in een straat waar
                                        belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in
                                        het belang van diens bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in
                                        een straat, in de directe nabijheid van de vestiging, een
                                        motorvoertuig te parkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan
                                één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het gestelde in het tweede lid
                                nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning ook andere voorschriften
                                verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken
                                tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de
                                beschikbare parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende
                                leden van dit artikel, regels geven voor het aanvragen en verlenen
                                van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                hoogste acht weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 1 wordt verleend hetzij
                                tot wederopzegging, hetzij voor een bepaalde termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al> de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al> het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al> de naam of het adres van de vergunninghouder en/of het
                                        kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is
                                        verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al> wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefend beroep
                                    of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al> wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al> wanneer voor het betreffende gebied het stelsel voor
                                    vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al> wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al> wanneer blijkt dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn
                                    verstrekt;</al></li><li nr="g."><al> om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan op:</al><lijst><li nr="a."><al> een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al> een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een parkeermeter op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die in de kennisgeving op de
                                parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al> een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
                                        niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
                                        van het parkeren in werking wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al> een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al> zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al> zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
                                        voorzien van een vergunning;</al></li><li nr="c."><al> in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van
                            de eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Met de opsporing van de overtredingen van deze verordening zijn, behalve
                            de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen ambtenaren
                            belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Parkeerverordening 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking, één dag na bekendmaking
                                hiervan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                ‘Parkeerverordening 1994’.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 12 september 2006, nr. 11.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Steeg, 12 september 2006</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>