<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR389572_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van markt- en reclamegelden Oosterhout 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-125673.html">gmb-2015-125673</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening marktgeld Oosterhout 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentewet art. 229, lid 1, aanhef en ond. a en b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BI.0150527</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening marktgeld Oosterhout 2015 per 1 januari 2016.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van markt- en reclamegelden Oosterhout
            2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>nr.</al><al/><al>De raad van de gemeente Oosterhout:</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van 17 november 2015;</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b, van de
                        gemeentewet;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN MARKT- EN
                            RECLAMEGELDEN</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a)"><al><cursief>standplaats</cursief>: de ruimte die voor de duur van de markt is
                                aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel, bestaande uit één
                                of meerdere op grond van artikel 3 van de Marktverordening te
                                bepalen eenheden;</al></li><li nr="b)"><al><cursief>vaste standplaats</cursief>: de standplaats die voor onbepaalde
                                tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;</al></li><li nr="c)"><al><cursief>dagplaats</cursief>: de standplaats die per marktdag ter
                                beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet
                                als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;</al></li><li nr="d)"><al><cursief>standwerkerplaats</cursief>: de standplaats die per marktdag ter
                                beschikking wordt gesteld om te standwerken;</al></li><li nr="e)"><al><cursief>seizoensplaats</cursief>: de standplaats waarop tijdens een
                                gedeelte van het jaar seizoensgebonden producten worden
                                verkocht;</al></li><li nr="f)"><al><cursief>vergunninghouder</cursief>: degene aan wie door het college van
                                burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het innemen
                                van een standplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de rechten/belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam van ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor het gebruik
                            maken van een standplaats op de markt;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de naam ‘reclamegeld’ wordt een recht geheven voor het gebruik
                            maken van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten ten
                            behoeve van reclame- en promotieactiviteiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie een standplaats als
                            bedoeld in artikel 2, eerste lid, ter beschikking is gesteld .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het reclamegeld wordt geheven van de vergunninghouder aan wie een
                            standplaats ter beschikking is gesteld als bedoeld in artikel 2, tweede
                            lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grondslag, waarnaar het marktgeld wordt geheven, is het aantal
                            vierkante meters dat is opgenomen in de verleende vergunning voor het
                            innemen van de standplaats dan wel wanneer geen vergunning is verleend
                            het aantal vierkante meters dat met de standplaats wordt ingenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De grondslag, waarnaar het reclamegeld wordt geheven, is de aanwezigheid
                            van een vergunning voor het ter beschikking krijgen van een standplaats
                            op de woensdagse en zaterdagse weekmarkt op grond van de
                            Marktverordening Oosterhout.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Indien de betaling
                            als bedoeld in artikel 6 per kwartaal geschiedt is het belastingtijdvak
                            gelijk aan het kwartaal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien gedurende een kortere periode dan een kalenderjaar een
                            standplaats als bedoeld in artikel 1 wordt toegewezen, is het
                            belastingtijdvak gelijk aan deze kortere periode van toewijzing</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van betaling en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Het marktgeld bedraagt voor het op kramen, tenten, tafels, in wagens
                            of anderszins uitstallen of ter verkoop voorhanden hebben van waren,
                            goederen en andere voorwerpen van handel op de marktterreinen binnen de
                            gemeente Oosterhout per dag of een gedeelte van een dag:</al><lijst><li nr="a."><al>per m² ingenomen ruimte volgens de verleende vergunning: € 0,75
                                    voor de zaterdagse weekmarkt;</al></li><li nr="b."><al>per m² ingenomen ruimte volgens de verleende vergunning: € 0,70
                                    voor de woensdagmiddagmarkt.</al></li></lijst><al>Bij de berekening van het marktgeld wordt een gedeelte van een m² voor
                            een gehele m² gerekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het reclamegeld bedraagt een vast bedrag van € 120,00 per jaar. Indien
                            de vergunninghouder vooraf schriftelijk heeft aangegeven het
                            verschuldigde reclamegeld per kwartaal te willen betalen bedraagt het
                            reclamegeld € 30,00 per kwartaal.</al><al>Reclamegeld voor dagplaatshouders en standwerkers bedraagt € 2,50 per
                            marktdag en wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijk
                            kennisgeving waarop het gevorderde bedrag en een kwitantienummer is
                            vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan vergunninghouders, die vooraf schriftelijk aangeven het
                            verschuldigde marktgeld per kwartaal te willen betalen, wordt per
                            kwartaal twaalf maal het tarief, als verschuldigd op grond van het
                            eerste lid van dit artikel, in rekening gebracht. Aan vergunninghouders,
                            die vooraf schriftelijk aangeven het verschuldigde marktgeld per jaar te
                            willen betalen, wordt per jaar 45 maal het tarief, als verschuldigd op
                            grond van het eerste lid van dit artikel, in rekening gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 6 bedoelde marktgelden en reclamegelden worden geheven bij
                            wege van aanslag, voor zover deze rechten per kwartaal of per jaar in
                            rekening worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het marktgeld en reclamegeld voor een dagplaats, een seizoensplaats en
                            een standwerkerplaats wordt geheven door middel van een gedagtekende
                            schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag en een
                            kwitantienummer is vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Tijdstip van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van <extref doc="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=9" struct="BWB">artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet
                                1990</extref> moeten de in artikel 7, eerste lid, bedoelde aanslagen
                            worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de
                            maand, volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                            is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in artikel 7, tweede lid, bedoelde marktgeld en reclamegeld moet
                            worden betaald op het moment dat de schriftelijke kennisgeving wordt
                            uitgereikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en bepalingen omtrent aanvang en
                            einde belastingplicht in de loop van het tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid zijn de bij wege van
                            schriftelijke kennisgeving geheven rechten verschuldigd bij de aanvang
                            van het in artikel 2 bedoelde gebruik.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bij wege van aanslag geheven rechten zijn verschuldigd bij de aanvang
                            van het kwartaal of jaar of, zo dit later is, bij de aanvang van het in
                            artikel 2 bedoelde gebruik.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvang van de belastingplicht in de loop van het kwartaal is het
                            recht verschuldigd over zoveel derde gedeelten van het voor dat kwartaal
                            verschuldigde recht als er in dat kwartaal, na het tijdstip van de
                            aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de aanvang van de belastingplicht in de loop van het jaar is het
                            recht verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                            verschuldigde recht als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang
                            van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het kwartaal eindigt, in
                            verband met het overlijden van de belastingplichtige of door
                            schriftelijke opzegging door belastingplichtige dan wel door intrekken
                            van een vergunning door het college, wordt ontheffing verleend over
                            zoveel derde gedeelten van het voor dat kwartaal verschuldigde recht als
                            er in dat kwartaal, na het tijdstip van de beëindiging van de
                            belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, in verband
                            met het overlijden van de belastingplichtige of door schriftelijke
                            opzegging door belastingplichtige dan wel door intrekken van een
                            vergunning door het college, wordt ontheffing verleend over zoveel
                            twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in
                            dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht nog
                            volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van het markt- en reclamegeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van marktgeld en reclamegeld wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Verordening marktgeld Oosterhout 2015’, vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 16 december 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde
                            lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                            van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum
                            hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening marktgeld Oosterhout
                        2016’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><label>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van </label><dagtekening><datum isodatum="2015-12-15">15 december 2015.</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening><functie>De griffier</functie></ondertekening><ondertekening><functie>De voorzitter</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>