<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR389550_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 24-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>233</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>INTEGRALE VERORDENING</al><al>Behoort bij raadsvoorstel 233. (titel: h. Verordening op de heffing en de
                        invordering van precariobelasting 2016.</al><al>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;</al><al>Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al>BESLUIT</al><al>Over te gaan tot vaststelling van de volgende verordening:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2016
                        (Verordening precariobelasting 2016)</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inhoudelijke bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Voorwerp van belasting, belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter
                            zake van het hebben van voorwerpen, onder de voor de openbare dienst
                            bestemde gemeentegrond bedoeld of genoemd in deze verordening en de
                            daarbij behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer
                                voorwerpen onder de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond
                                heeft, dan wel ten behoeve van wie de voorwerpen worden
                                aangetroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente
                                een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                                voorwerpen onder de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond,
                                degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger
                                aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat
                                hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder de voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                            opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                            inachtneming van het overige zoals in deze verordening is bepaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Begripsomschrijvingen en ontstaan belastingplicht</titel></kop><al>Voor de toepassing vande tarieventabel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>Week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li><li nr="c."><al>Maand: een kalendermaand;</al></li><li nr="d."><al>Jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr="e."><al>Vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
                                    gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan
                                    een persoon een of meer voorwerpen onder de voor de openbare
                                    dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;</al></li><li nr="f."><al>Kabels en leidingen: kabels, leidingen en buizen of daarmee
                                    gelijk te stellen voorwerpen bedoeld voor het transport van
                                    energie of andere materialen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het
                                belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar waarin de voorwerpen
                                aanwezig zijn. In de overige gevallen is het belastingtijdvak de
                                maand, de week of de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met
                                dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk
                                kan plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor
                                het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder de voor de
                                openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de
                                periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat
                                bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de
                                vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven, dan wel
                                door een gedagtekende nota of andere schriftelijke kennisgeving
                                waarop het gevorderde bedrag is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingbedragen minder dan € 10,00 worden niet opgelegd, met dien
                                verstande dat voor de toepassing van het eerste zinsdeel het totaal
                                van de op één aanslagbiljet, gedagtekende nota of andere schriftuur
                                verenigde aanslagen aangemerkt wordt als één belastingaanslag, nota
                                of andere schriftuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Teruggaven in verband met ontheffingen van € 10,00 of minder, worden
                                niet verleend. Voor de toepassing van de vorige volzin, wordt het
                                totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als
                                één aanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij aanvang van het belastingtijdvak
                                of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een
                                voorwerp een aanvang neemt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en het
                                hebben van voorwerpen aanvangt in de loop van het tijdvak, beloopt
                                de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar te betalen
                                bedrag als er na het aanvangstijdstip nog volle maanden van het
                                tijdvak resteren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de
                                voorwerpen zijn verwijderd voor het verstrijken van het
                                belastingtijdvak, wordt op aanvraag van de belastingplichtige naar
                                evenredigheid ontheffing verleend voor zoveel twaalfden van het over
                                een jaar te betalen bedrag na de verwijdering resterende volle
                                maanden van het belastingtijdvak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al><vet>1.</vet> De aanslag moet worden betaald binnen één maand na de
                            dagtekening van de aanslag, nota of andere schriftuur.</al><al><vet>2</vet>. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in
                            het voorgaande lid gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            precariobelasting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
                            2015 vastgesteld door de gemeenteraad van de Utrechtse Heuvelrug op 15
                            december 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede
                            lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                            zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>1.Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening precariobelasting
                            2016”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 december 2015.</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>TARIEVENTABEL VERORDENING PRECARIOBELASTING 2016</titel></kop><al>Behoort bij raadsvoorstel van 17 december 2015,</al><al><vet>A. Leidingen, kabels en buizen</vet></al><al>Voor het gebruik of genot van of voor het hebben van kabels, leidingen en buizen
                    onder de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedraagt het tarief €
                    0,78 per strekkende meter per jaar, met inachtneming van het overige zoals in
                    deze verordening is bepaald.</al><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2015.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>de griffier, de voorzitter,</al><al>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</al></bijlage></regeling></body></cvdr>