<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR389538_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, 24-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afval en reiniging 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer, art 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>233</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>INTEGRALE VERORDENING</al><al>Behoort bij raadsvoorstel 233 titel: b. Verordening op de heffing en de
                        invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016.</al><al>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;</al><al>Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;</al><al>BESLUIT</al><al>Over te gaan tot vaststelling van de volgende verordening:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                        reinigingsrechten 2016 (Verordening afval en reiniging 2016).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inhoudelijke bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="1."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="2."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>-‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in
                            de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; </al><al>-grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken,
                            afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of
                            hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.</al><al>- </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><al>1Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994,
                            80).</al><al>2De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                            behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter
                            zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens
                            artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
                            inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht, gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                            verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al><al>2Ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: wordt
                            als gebruiker aangemerkt degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
                            afgestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>1 De belastingplichtige als bedoeld in artikel 4 van de Verordening
                            Afvalstoffenheffing kan in aanmerking komen voor vrijstelling van de
                            toeslag voor het gebruik van een 240 liter container voor restafval
                            indien hij/zij als gevolg van chronische ziekte, handicap, of chronische
                            ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden,
                            extra restafval moet aanbieden aan de gemeentelijke inzameldienst.</al><al>2 De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor deze
                            vrijstelling dient een daartoe strekkend verzoek in bij de
                            heffingsambtenaar. Bij dit verzoek dient een bewijsstuk te worden
                            gevoegd waaruit blijkt dat als gevolg van een chronische ziekte of
                            handicap extra afval wordt aangeboden. Als geldig bewijsstuk wordt,
                            behalve een schriftelijke verklaring van een huisarts,
                            wijkverpleegkundige of verzekeraar, ook de factuur van de apotheek of de
                            pakbon van het gebruikte materiaal, geaccepteerd.</al><al>3 De vrijstelling gaat in op de eerste dag van de maand volgend op het
                            ontvangen van het verzoek, en is geldig voor het lopende kalenderjaar.
                            Voor het nieuwe jaar moet het verzoek opnieuw, met een actueel
                            bewijsmiddel zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, worden ingediend. </al><al>4 De vrijstelling wordt voor slechts één container voor restafval per
                            perceel verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, zoals
                            opgenomen in hoofdstuk 1 en 3 van de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden geheven
                            bij wege van aanslag.</al><al>2.De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven
                            door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende
                            kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><al>1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al><al>4Indien het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel in de loop
                            van het jaar wijziging ondergaat, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
                            als er in dat jaar na de wijziging nog volle kalendermaanden
                            overblijven. Deze ontheffing bestaat uit het verschil in tarief over die
                            periode, tussen de eerder vastgestelde belastingschuld en de
                            belastingschuld na wijziging.</al><lijst><li nr="5"><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een
                                    ander perceel gebruik maakt.</al></li><li nr="6"><al>Aanslagen van € 10,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de
                                    toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
                                    aanslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
                                betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                                dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De
                                eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven voor het genot
                            van door het gemeentebestuur verstrekte diensten zoals bedoeld in deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen
                                in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende
                                tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden
                                geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar
                                feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke
                                gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><al>1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn
                            verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is,
                            bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                            is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                            dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in feitelijk gebruik neemt.</al><al>5.Aanslagen van € 10,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van op één
                            aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd
                            bij de aanvang van de dienstverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
                                betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                                dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De
                                eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechten zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van hoofdstuk 3 van de
                                bij deze verordening behorende tarieventabel moeten worden voldaan
                                binnen 1 maand na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving
                                zoals bedoeld in Hoofdstuk II, artikel 7 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rechten zoals bedoeld in artikelen 3.1.2 tot en met 3.1.4 van
                                hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel
                                moeten terstond, na het doen van de kennisgeving zoals bedoeld in
                                artikel 14, lid 2, contant betaald worden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>1.Bij de invordering van reinigingsrechten, als bedoeld in artikel 1,
                            aanhef, onderdeel b, wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
                            en reinigingsrechten 2015 vastgesteld door de gemeenteraad van de
                            Utrechtse Heuvelrug op 15 december 2014, wordt ingetrokken met ingang
                            van de in artikel 21, tweede lid genoemde datum van ingang van de
                            heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afval en reiniging
                            2016”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 december 2015</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>TARIEVENTABEL</titel></kop><al>W.Behorende bij de “Verordening op de heffing en de invordering van de
                    afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Utrechtse Heuvelrug 2016”.</al><al>HOOFDSTUK 1 MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING</al><lijst><li nr="1.1.1."><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 191,88</al></li><li nr="1.1.2."><al>De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt indien het perceel op
                            1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later
                            aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, word gebruikt door meer
                            dan één persoon vermeerderd met € 48,00</al></li><li nr="1.1.3."><al>De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 wordt
                            vermeerderd voor het in bruikleen hebben van: 1. een 240 liter Rest
                            container € 95,00;</al></li><li nr="2."><al>een extra GFT container € 66,84; 3. een extra Rest container € 228,00
                        </al></li></lijst><al><vet>HOOFDSTUK 2 </vet><vet> MAATSTAVEN EN JAARLIJKSE TARIEVEN
                        REINIGINGSRECHTEN</vet></al><lijst><li nr="2.1.1."><al>Het recht bedraagt per belastingjaar voor het periodiek verwijderen van
                            bedrijfsafval, exclusief het hoge btw-tarief € 239,88</al></li><li nr="2.1.2."><al>De belasting als bedoeld in de onderdeel 2.1.1 wordt vermeerderd voor
                            het in bruikleen hebben van: 1. een 240 liter Rest container €
                            95,00;</al></li><li nr="2."><al>een extra GFT container, exclusief het hoge btw-tarief € 66,84; 3. een
                            extra Rest container, exclusief het hoge btw-tarief € 228,00 </al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 3 MAATSTAVEN EN TARIEVEN OVERIGE AFVALSTOFFENHEFFING EN
                    REINIGINGSRECHTEN</al><lijst><li nr="3.1."><al>Het recht bedraagt voor: 3.1.1. vervangen afvalpasje bij verlies,
                            diefstal of beschadiging binnen 5 jaar € 15,85</al></li><li nr="3.1.2."><al>bij een defect zonder schuld of pasje ouder dan 5 jaar kosten nihil,
                            indien oude pasje retour.</al></li><li nr="3.1.3."><al>het achterlaten van asbestplaten met een maximum van 20 platen, per m2 €
                            2,60</al></li><li nr="3.1.4."><al>autobanden met velg tot 16 inch € 5,15</al></li></lijst><al>W.Behoort bij raadsbesluit van 17 december 2015.</al><al>W.De raad voornoemd,</al><al>W.de griffier, de voorzitter,</al><al>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</al></bijlage></regeling></body></cvdr>