<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR389476_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten van het financiële beleid, het financiële beheer            en de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente            Leidschendam-Voorburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leidschendam-Voorburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leidschendam-Voorburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-178324.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAnderePeriode%26spd%3d20161201%26epd%3d20170111%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dLeidschendam-Voorburg%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10%26_page%3d2%26sorttype%3d1%26sortorder%3d4&amp;resultIndex=12&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 2016, 178324</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Leidschendam-Voorburg 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-04-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 6 en 10, toelichting</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1693527 / 1699285</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de "Financiële beheersverordening gemeente Leidschendam-Voorburg 2013".</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten van het financiële beleid, het financiële beheer
            en de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente
            Leidschendam-Voorburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg;</al><al>gelezen het desbetreffende voorstel van het college;</al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit begroting en
                        verantwoording provincies en gemeenten;</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de Verordening op de uitgangspunten van het financiële
                        beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie
                        van de gemeente Leidschendam-Voorburg.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie, als bedoeld in artikel 1.1. van de
                                    Organisatieregeling Leidschendam-Voorburg 2014;</al></li><li nr="b."><al>de administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerven en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de gemeente Leidschendam-Voorburg en ten
                                    behoeve van de verantwoording die daarvoor moet worden
                                    afgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Planning</titel></kop><al>Jaarlijks stelt de raad een planning vast met op te leveren Planning
                            &amp; Control-producten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de maatschappelijke effecten van het
                                gemeentelijk beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inrichting en planning begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de baten en
                                lasten weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de
                                programma’s de gerealiseerde lasten en baten weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting
                                wordt van de nieuwe investeringen per investering het totale
                                benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het krediet met als peildatum lopende boekjaar
                                weergegeven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde kredieten en de actuele raming van de totale uitgaven
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt de begroting voor het volgend boekjaar voor 15
                                november van het lopende boekjaar vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad stelt de jaarstukken over het voorgaande boekjaar voor 15
                                juli van het lopende boekjaar vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Kaders ontwerpbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad jaarlijks een kadernota aan met een
                                voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de
                                ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar en de
                                meerjarenraming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de kadernota vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
                                lasten en de totale baten per programma.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nieuwe investeringen die in het eerstvolgende begrotingsjaar staan
                                gepland, worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van
                                de financiële positie geautoriseerd. Bij de begrotingsbehandeling
                                geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen het op een later
                                tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het
                                investeringskrediet wil ontvangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad doet
                                het college voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde
                                budgetten en investeringskredieten en bijstelling van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                                begroting zijn opgenomen legt het college voor het aangaan van
                                verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het
                                autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste vier maanden en de eerste acht maanden van het lopende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussentijdse rapportages bevatten een uiteenzetting over de
                                uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de
                                bijgestelde raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en lasten per programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van algemene dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c."><al>het saldo van baten en lasten volgend uit de onderdelen a en
                                        b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                        programma;</al></li><li nr="e."><al>het resultaat volgend uit de onderdelen c en d, alsmede de
                                        realisatie en raming van de uitputting van het
                                        investeringsniveau.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de tussentijdse rapportage worden (in ieder geval) afwijkingen op
                                de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en het
                                investeringsniveau in de begroting groter dan € 50.000
                                toegelicht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De materiële vaste activa met economisch nut worden annuïtair
                                afgeschreven in maximaal:</al><lijst><li nr="a."><al>40 jaar: nieuwbouw woonruimten en schoolgebouwen; </al></li><li nr="b."><al>40 jaar: kantoren en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="c."><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten;</al></li><li nr="d."><al>25 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="e."><al>15 jaar: veiligheidsvoorzieningen in bedrijfsgebouwen,
                                        telefooninstallaties, kantoormeubilair, schoolmeubilair,
                                        aanleg tijdelijke terreinen, nieuwbouw tijdelijke
                                        woonruimten en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="f."><al>10 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens;
                                        personenauto’s; lichte motorvoertuigen;
                                        automatiseringsapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>5 jaar: hard- en software;</al></li><li nr="h."><al>niet: gronden en terreinen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Materiele vaste activa met economisch nut, waarvoor ter bestrijding
                                van de kosten een heffing kan worden geheven, worden annuïtair
                                afgeschreven in maximaal:</al><lijst><li nr="a."><al>60 jaar: aanleg riolering;</al></li><li nr="b."><al>15 jaar: mechanische en elektrische componenten
                                        riolering;</al></li><li nr="c."><al>15 jaar: pompen en gemalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Materiele vaste activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk
                                nut worden annuïtair afgeschreven in maximaal:</al><lijst><li nr="a."><al>40 jaar: openbare verlichting;</al></li><li nr="b."><al>15 jaar: verkeersregelinstallaties;</al></li><li nr="c."><al>15 jaar: straatmeubilair;</al></li><li nr="d."><al>30 jaar: parken, sportvelden en groenvoorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>30 jaar: wegen, pleinen en rotondes;</al></li><li nr="f."><al>40 jaar: tunnels, viaducten en bruggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Materiele vaste activa met een verkrijgingsprijs van minder dan €
                                25.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen.
                                Deze worden altijd geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Materiele vaste activa, waarvan de waarde per actief beperkt is,
                                maar die in grote aantallen in één keer worden ingekocht, worden
                                geactiveerd indien de totale aanschafwaarde hoger is dan €
                                25.000.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Materiele vaste activa worden onder aftrek van bijdragen van derden
                                geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Kosten van onderzoek en ontwikkeling en kosten voor het afsluiten
                                van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie
                                gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten wordt een systeem van kostprijstoerekening gehanteerd. Bij
                                de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door
                                de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de overheadkosten, de
                                bijdragen en onttrekkingen aan voorzieningen voor de noodzakelijke
                                vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in
                                gebruik zijnde activa en voor de afvalstoffenheffing de compensabele
                                BTW en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid en voor de
                                rioolrechten de kosten van het kwijtscheldingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van
                                goederen, werken en diensten wordt uitgegaan van een opslag per
                                persoon, per uur welke is gebaseerd op het uurtarief van de
                                overheadkosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening aan de activa wordt bepaald
                                door de externe rentelasten en -baten van korte en lange
                                financiering en de bij begroting vastgestelde gecalculeerde rente
                                over het eigen vermogen en de voorzieningen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen
                                de volgende kaders in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het aantrekken van financiering met een looptijd van
                                        langer dan 1 jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="b."><al>Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als
                                        bedoeld in artikel 1, onder c, van de wet financiering
                                        decentrale overheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college informeert de raad als de wettelijke kasgeldlimiet,
                                bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale
                                overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1,
                                onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te
                                worden overschreden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college
                                indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit
                                het openbaar belang van dergelijke verstrekkingen van leningen,
                                garanties en risicodragend kapitaal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet jaarlijks bij de aanbieding van de begroting een
                                voorstel over de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor
                                belastingen, rioolrechten en de afvalstoffenheffing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt periodiek de raad een nota aan met de kaders voor
                                de prijzen voor de verhuur en verkoop van onroerende goederen en in
                                het bijzonder de prijzen voor de uitgifte van gronden en
                                erfpachtcanons. De raad stelt de nota vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het wijzigen
                                van de prijzen worden ter kennisneming aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Nota’s</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad periodiek de volgende nota’s aan: een nota
                                reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen, een nota verbonden
                                partijen en een nota grondbeleid. De raad stelt de nota’s vast.
                                Actualisering van de nota’s kan plaatsvinden op initiatief van de
                                raad of van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van een nieuwe raadsperiode verstrekt het college een
                                overzicht aan de raad met de vaststellingsdata van de vigerende
                                nota’s en op welke momenten het college voorstelt dat de raad
                                afweegt of herziening van een of meer van deze nota’s gewenst
                                is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is
                            voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en
                                    contracten.</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over de gemeentelijke productie
                                    van goederen en diensten;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                                    beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                    regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en de relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening
                            en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de
                            jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de
                            informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.
                            Bij afwijking neemt het college maatregelen tot herstel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>1.Het college zorgt voor en legt vast</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties
                                    en de bijbehorende informatievoorziening van de
                                    financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van activiteiten en
                                    uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    geraamde en werkelijke lasten en baten aan de gemeentelijke
                                    producten en diensten;</al></li><li nr="g."><al>Het beleid en de interne regels voor de inkoop en aanbesteding
                                    van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="h."><al>Het beleid en de interne regels voor de steunverlening en
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;</al></li><li nr="i."><al>Het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen;</al></li></lijst><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                            voldaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016 en werkt terug
                                tot 1 september 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De financiële beheersverordening gemeente Leidschendam-Voorburg 2013
                                wordt per 1 januari 2016 ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de begroting en jaarstukken 2015 blijft echter de financiële
                                beheersverordening 2013 van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam ‘Financiële
                            verordening gemeente Leidschendam-Voorburg 2016’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad </ondertekening><ondertekening>van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 15 december 2015.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. G.A. van Egmond, J.W. van der Sluijs</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Toelichting op de artikelen van de Financiële verordening gemeente
                        Leidschendam-Voorburg 2016. </vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Definities </vet></al><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet financiering decentrale overheid (Fido), het Besluit
                    begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en het Besluit
                    accountantscontrole Provincies en Gemeenten. De overige begrippen worden in
                    artikel 1 van de verordening gedefinieerd. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Planning</vet></al><al>De Raad stelt jaarlijks een bestuurlijke planning van de P&amp;C cyclus vast dat
                    aansluit op de voor dat jaar vastgestelde vergaderplanning van raad, commissies
                    en werkgroep.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Programma-indeling </vet></al><al>De raad heeft de mogelijkheid om de indeling van de programma’s te wijzigen. </al><al>Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad
                    neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen hij voor taken en activiteiten
                    op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op
                    grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de
                    begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die daarvoor
                    op de begroting zijn gebracht (vierde lid artikel 189 Gemeentewet). </al><al>In de voorliggende verordening vindt de autorisatie door de raad op
                    programmaniveau plaats.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Inrichting en planning begroting en jaarstukken </vet></al><al>In dit artikel wordt in lid 1 bepaald dat de baten en lasten op programmaniveau
                    worden opgenomen in begroting en jaarstukken. </al><al>In lid 2 en 3 is de verplichting uit het BBV om in de begroting en jaarstukken
                    aandacht te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt door te bepalen dat
                    er bij de uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van de
                    investeringen wordt gegeven. </al><al>In lid 4 en 5 is de planning opgenomen. De begroting dient voor 15 november en
                    de jaarrekening dient voor 15 juli ingediend te zijn bij de provincie. </al><al/><al><vet>Artikel 5. Kaders ontwerpbegroting </vet></al><al>In het voorjaar stelt de raad een kadernota vast met de (financiële) kaders voor
                    de ontwerpbegroting voor het volgend begrotingsjaar en de meerjarenraming. Bij
                    de behandeling van de kadernota vindt een integrale afweging plaats. De
                    ontwerpbegroting voor het volgend begrotingsjaar en de meerjarenraming zijn
                    uiteindelijk een technische uitwerking van de kadernota.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Autorisatie begroting en investeringskredieten en
                        begrotingswijzigingen </vet></al><al>Artikel 6 bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en
                    investeringskredieten. De autorisatie van de baten en lasten vindt plaats op
                    programmaniveau (lid 1).</al><al>Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen. Ook uitgaven voor
                    investeringen moeten worden geautoriseerd. De autorisatie van
                    investeringskredieten vindt plaats bij de begrotingsbehandeling (lid 2). Wel kan
                    de raad bij de begrotingsbehandeling aangeven welke investeringskredieten hij op
                    een later tijdstip wenst te autoriseren. Zo kan de raad de autorisatie van
                    politiek belangrijke investeringen combineren met de behandeling van de
                    inhoudelijke kant van het investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke
                    investering blijft wel op de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar de raad
                    autoriseert de uitgaaf nog niet. Het college is nog niet bevoegd verplichtingen
                    voor de investeringen aan te gaan. Het college geeft hiertoe overigens bij de
                    aanbieding van de begroting een voorzet. </al><al>Soms komt in de loop van het jaar een investeringsbehoefte naar voren die nog
                    niet bekend was bij de begrotingsbehandeling. Voor zulke incidentele
                    investeringsvoorstellen is lid 3 bedoeld. In principe wordt voor investeringen
                    een integrale afweging gemaakt bij het vaststellen van de kaders voor de
                    begroting. </al><al>De afwijkingen ten opzichte van de ramingen in de begroting leiden tot wijziging
                    van de begroting die door de raad wordt vastgesteld bij de tussentijdse
                    rapportages als bedoeld in artikel 7.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Tussentijdse rapportages </vet></al><al>Een belangrijk onderdeel van de planning en controlcyclus voor de raad zijn de
                    tussentijdse rapportages. Op basis van tussentijdse rapportages wordt de raad
                    geïnformeerd over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de
                    voortgang van het beleid. Gerapporteerd wordt over de eerste vier en de eerste
                    acht maanden van het begrotingsjaar. </al><al>Het derde lid bepaalt dat het college zich in de rapportage in ieder geval over
                    afwijkingen van de begroting van € 50.000 en hoger moet verantwoorden. Indien
                    daartoe aanleiding is, bijvoorbeeld bij nieuwe wetgeving of bij nog niet eerder
                    verwerkt nieuw beleid, kan dit ook gemeld worden, ook als er sprake is van
                    afwijkingen die lager zijn dan € 50.000. </al><al/><al><vet>Artikel 8 EMU-saldo</vet></al><al>Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze
                    aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit
                    gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten
                    overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of
                    tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het kan ook
                    zijn dat de overschrijding niet erg is. </al><al>Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk
                    aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt
                    te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is
                    gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel
                    EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts
                    bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken. </al><al>In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een
                    overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Als daarop
                    actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het wijzigen
                    van de begroting.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Waardering en afschrijving vaste activa </vet></al><al>In het tweede lid van artikel 212 Gemeentewet is onder letter a opgenomen dat de
                    financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving
                    van activa bevat. In artikel 9 zijn de methoden en de maximale
                    afschrijvingstermijnen als kader opgenomen. Van een maximale
                    afschrijvingstermijn kan naar beneden worden afgeweken. Reden hiervoor is dat de
                    economische levensduur van bijvoorbeeld nieuwe riolering langer is dan die van
                    oude riolering (door het gebruik van materialen die langer mee gaan). Door het
                    opnemen van de maximale afschrijvingstermijn kan voor oude riolering een korte
                    afschrijvingstermijn worden toegepast zonder hiervoor in de verordening een
                    aparte bepaling op te nemen.</al><al>Het BBV laat een aanzienlijke beleidsvrijheid aan gemeenten voor het zelf
                    vaststellen van de eigen afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen.
                    Natuurlijk geldt hierbij wel het criterium dat gemeenten de
                    afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijn van een actief moeten afstemmen
                    op de verwachte levensduur. Indien dit wordt nagelaten, wordt het getrouwe beeld
                    van de jaarrekening aangetast. In de verordening is er voor gekozen activa met
                    maatschappelijk nut te activeren in plaats van deze meteen ten laste van de
                    exploitatie te brengen.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Kostprijsberekening </vet></al><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, letter b dat de verordening
                    in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten. De
                    grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de samenstelling van de kostprijs
                    van de diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden gebracht. In
                    artikel 10 van de verordening staan de kaders voor de bepaling van de
                    kostprijzen van de gemeentelijke diensten. </al><al/><al><vet>Artikel 11 Financieringsfunctie </vet></al><al>Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de financiële verordening in elk
                    geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en
                    limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 11 geeft invulling aan deze
                    plicht. Het artikel bevat kaders voor het financieringsbeleid.</al><al>In aanvulling op de regels uit de wet Financiering decentrale overheden en
                    daaruit volgende besluiten en regelingen stelt het eerste lid een aantal
                    aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële derivaten. </al><al>Het tweede lid bepaalt dat het college de raad informeert als de kasgeldlimiet
                    of de renterisiconorm dreigt te worden overschreden. Artikel 4 respectievelijk 6
                    van de Wet financiering decentrale overheden geeft aan dat de toezichthouder
                    (provincie) wordt geïnformeerd als de gemeente voor het derde achtereenvolgende
                    kwartaal de kasgeldlimiet respectievelijk renterisiconorm overschrijdt en dat de
                    gemeente aan de toezichthouder een plan voorlegt om weer binnen deze limiet te
                    komen. Dit plan dient door de provincie goed gekeurd te worden. Indien hier niet
                    aan wordt voldaan, kan de toezichthouder correctieve maatregelen treffen. </al><al>Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekken en financiële
                    participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 Wet
                    Fido). Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet dat een
                    besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,
                    vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen
                    niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en
                    hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. </al><al>Het derde lid draagt het college op bij het verstrekken van leningen, garanties
                    en kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële risico
                    waaraan de gemeente bloot komt te staan te verminderen.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
                    </vet></al><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                    bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156
                    Gemeentewet). Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de raad de tarieven
                    voor de belastingen, rioolrechten en afvalstoffenheffing jaarlijks vaststelt.
                    Het college doet daarvoor bij de aanbieding van de begroting een voorstel. </al><al>Het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de levering van
                    goederen of werken (welke niet vallen onder artikel 229 Gemeentewet) is een
                    privaatrechtelijk besluit. Dergelijke besluiten zijn een bevoegdheid van het
                    college (eerste lid, letter e artikel 160 Gemeentewet). </al><al>Het tweede lid bepaalt dat het college aan de raad jaarlijks een nota aanbiedt
                    met daarin de kaders voor de te hanteren prijzen, huren en tarieven voor
                    erfpacht. De raad stelt deze nota vast. </al><al>Het derde lid bepaalt dat de besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen
                    en het wijzigen ter kennisneming aan de raad worden aangeboden. </al><al/><al><vet>Artikel 13 Nota’s </vet></al><al>Artikel 13 verplicht het college de volgende nota’s op te stellen en voor te
                    leggen aan de raad: een nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen, een
                    nota verbonden partijen en een nota grondbeleid. Actualisering van deze nota’s
                    kan zowel op initiatief van het college als van de raad. </al><al>Aan het begin van elke raadsperiode vervaardigt het college een lijst met alle
                    bestaande nota’s, hun ingangsdatum en de voorziene periode van herziening.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Administratie </vet></al><al>Onder artikel 14 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten
                    voldoen.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Interne controle </vet></al><al>De accountant toetst jaarlijks de gemeenterekening of deze een getrouw beeld
                    geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen
                    die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 15 draagt het
                    college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administratie
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten
                    en lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Financiële organisatie </vet></al><al>Artikel 16 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie. Volgens het
                    eerste lid letter a van artikel 160 Gemeentewet is het college bevoegd regels
                    vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente. De
                    Organisatieregeling Leidschendam-Voorburg 2014 voorziet daarin. Het college
                    wordt onder het eerste lid letters a tot en met i van dit artikel opgedragen
                    bepaalde van deze regels die de financiële organisatie betreffen, vast te leggen
                    in een besluit.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Inwerkingtreding </vet></al><al>Bij het inwerkingtreden van de Financiële verordening 2016 wordt de Financiële
                    beheersverordening 2013 ingetrokken. De Financiële verordening 2016 is van
                    toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar 2016 en
                    later. De Financiële beheersverordening 2013 is ondanks het intrekken nog wel
                    van toepassing op de begroting en jaarstukken 2015. Hiervoor is in artikel 17
                    een overgangsbepaling opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Citeerartikel </vet></al><al>Artikel 18 geeft de naam, waarmee in de gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening moet worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>