<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR389065_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Overlegverordening commissie voor Georganiseerd Overleg                gemeente Haren 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haren</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-125599.html">Gemeenteblad 2015 125599</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Overlegverordening commissie voor Georganiseerd Overleg gemeente Haren 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Hoofdstuk 12 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling-Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegebesluit 9842</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervallen van rechtswege</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Overlegverordening commissie voor Georganiseerd Overleg
                gemeente Haren 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Haren,</al><al>Gelet op het bepaalde in hoofdstuk 12 van de Collectieve
                        Arbeidsvoorwaardenregeling-Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO);</al><al>Gelet op de Algemene wet bestuursrecht, de Ambtenarenwet en het Algemeen
                        Ambtenarenreglement</al><al>Gehoord de commissie voor Georganiseerd Overleg op 14 december 2015;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de <vet>Overlegverordening commissie voor
                            Georganiseerd Overleg gemeente Haren
                            2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de commissie: het in artikel 12:2 van de CAR/UWO bedoelde
                                        commissie voor het Georganiseerd Overleg;</al></li><li nr="b."><al>de ambtenaren: ambtenaren in de zin van de CAR/UWO in dienst
                                        bij de gemeente Haren;</al></li><li nr="c."><al>het LOGA: Landelijk Overleg Gemeentelijke
                                        Arbeidsvoorwaarden;</al></li><li nr="d."><al>advies- en arbitragecommissie: de advies- en
                                        arbitragecommissie ingesteld door het College voor
                                        Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse
                                        Gemeenten.</al></li><li nr="e."><al>de organisaties: de plaatselijk werkende groeperingen van de
                                        landelijke verenigingen van overheidspersoneel, aangesloten
                                        bij de centrales die zijn toegelaten tot het centraal
                                        overleg met het College voor Arbeidszaken van de Vereniging
                                        van Nederlandse Gemeenten, voor zover deze verenigingen
                                        leden hebben bij de gemeente Haren;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aan het slot van het vorige lid bedoelde centrales zijn in
                                principe:</al><lijst><li nr="-"><al>ABVAKABO FNV;</al></li><li nr="-"><al>CNV Publieke Zaak.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is samengesteld uit een vertegenwoordiging van het
                                college van burgemeester en wethouders en een vertegenwoordiging van
                                de organisaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders wordt vertegenwoordigd
                                door de portefeuillehouder Personeel &amp; Organisatie of bij
                                afwezigheid zijn plaatsvervanger. Deze vertegenwoordiger treedt op
                                als voorzitter van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie kan zich laten bijstaan door één of
                                meerdere adviseurs. Deze adviseurs kunnen aan de besprekingen
                                deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de vertegenwoordiging van de organisaties worden per centrale,
                                bedoeld in artikel 1. lid 2, tenminste twee leden en hun
                                plaatsvervangers aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en uit
                                de organisaties die ten minste drie ambtenaren tot haar leden
                                tellen. Daarnaast maakt per organisatie een regiobestuurder c.q.
                                regioadviseur deel uit van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders wijst een ambtenaar, niet
                                behorende tot de vertegenwoordiging van de organisaties, aan tot
                                secretaris van de commissie, alsmede diens plaatsvervanger.
                                Daarnaast stelt het college een medewerker beschikbaar voor
                                secretariaatswerkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De secretaris neemt deel aan de besprekingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing door het gemeentebestuur geschiedt bij elke nieuwe
                                zittingsperiode van het college en voorts telkens ter vervanging van
                                hen die ophouden lid van het college te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in
                                artikel 2, lid 4, aan het college van burgemeester en wethouders
                                opgaaf van:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal van de op 1 januari van dat jaar bij haar
                                        aangesloten ambtenaren;</al></li><li nr="b."><al>de namen en adressen van de ambtenaren die, ingevolge
                                        artikel 2, lid 4 als leden en plaatsvervangers zijn
                                        aangewezen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die als lid of als plaatsvervanger door een organisatie is
                                aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid van de
                                organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de organisatie
                                schriftelijk aan het college van burgemeester en wethouders doet
                                weten dat zijn aanwijzing als vertegenwoordiger of plaatsvervanger
                                is ingetrokken. In deze gevallen wordt zo spoedig mogelijk een
                                opvolger aangewezen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt over alle aangelegenheden van algemeen
                                belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de
                                algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden
                                gevoerd, voor zover in het overleg niet wordt voorzien in het LOGA
                                tussen het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten en de centrales van overheidspersoneel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt over een onderwerp een regeling getroffen conform de
                                uitkomsten in het LOGA, dan doet het college daarvan mededeling aan
                                de commissie. Wordt geen regeling getroffen dan wordt ter zake
                                alsnog overlegt in de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vertegenwoordiging van het college en de vertegenwoordiging van
                                de organisaties kunnen een meerjarig contract sluiten over
                                werkgelegenheid en de aangelegenheden als bedoeld in lid 1.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Besluiten die vallen onder de werkingssfeer van een contract als
                                bedoeld in lid 3, worden door burgemeester en wethouders niet
                                genomen, nadat tussen de vertegenwoordigingen van het college en de
                                organisaties over de concept-besluiten respectievelijk voorstellen
                                overeenstemming is bereikt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Besluiten omtrent de overige in dit artikel bedoelde onderwerpen
                                worden door burgemeester en wethouders niet genomen, nadat de
                                commissie haar mening over de concept-besluiten, respectievelijk
                                voorstellen heeft kenbaar gemaakt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Besluiten over de in artikel 4 bedoelde onderwerpen worden door het
                            college van burgemeester en wethouders niet genomen dan nadat daarover
                            in de commissie overeenstemming is bereikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie, alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties, is
                                bevoegd aangaande de in artikel 4 bedoelde onderwerpen voorstellen
                                te doen aan het college van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluiten, die naar aanleiding van voorstellen van de commissie
                                worden genomen, worden aan de vertegenwoordiging van de organisaties
                                en aan de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde organisaties
                                meegedeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties zijn
                                bevoegd, aangaande de in artikel 4 bedoelde onderwerpen, voorstellen
                                te doen aan burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluiten, welke naar aanleiding van voorstellen van de commissie
                                worden genomen, worden aan de vertegenwoordiging van de organisaties
                                en aan de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde organisaties
                                meegedeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan, als dat voor de behandeling van een bepaald
                                onderwerp nodig wordt geacht, een subcommissie instellen bestaande
                                uit een door haar aan te wijzen voorzitter en leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de
                                subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan of vervangen door degenen,
                                die ingevolge artikel 2, lid 5, ter beschikking staan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan, indien dat voor de behandeling van een bepaald
                                onderwerp nodig wordt geacht, een technisch beraad instellen,
                                bestaande uit de secretaris, adviseurs en de vertegenwoordiging van
                                de organisaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vertegenwoordiging van de organisaties kunnen vragen stellen over
                                de documenten die tijdens de GO-vergadering aan de orde komen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het technisch beraad zal twee weken voor de GO-vergadering plaats
                                vinden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert, als de voorzitter dit nodig acht, op door
                                hem te bepalen tijdstippen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts belegt de voorzitter een vergadering als ten minste drie
                                leden van de commissie hem dit schriftelijk met opgaaf van redenen
                                verzoeken en wel uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het
                                verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie wordt tijdig, in de regel drie weken van tevoren, ter
                                vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel mogelijk
                                de te behandelen onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergadering kan slechts plaats hebben indien de voorzitter en
                                ten minste de helft van de organisaties is vertegenwoordigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het vorige lid een
                                vergadering niet kan plaats hebben, worden de aan de orde zijnde
                                onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een binnen
                                twee weken te houden nieuwe vergadering, in welke vergadering die
                                onderwerpen in elk geval kunnen worden behandeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken
                            door schriftelijke opgave aan de voorzitter. Deze stelt die onderwerpen
                            zo mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de orde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen zijn niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan de gemeentesecretaris, andere ambtenaren, alsmede
                                externe adviseurs, uitnodigen de vergadering bij te wonen. Deze
                                kunnen aan de besprekingen deelnemen. In elk geval worden de vaste
                                adviseurs, als bedoeld in artikel 2, uitgenodigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vertegenwoordiging van de organisaties is bevoegd de onderwerpen
                                van de agenda, binnen de grenzen van een doelmatige en
                                vertrouwelijke behandeling van zaken, aan een voorbespreking in
                                eigen kring te onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan omtrent het in de vergadering behandelde en
                                omtrent de inhoud van aan de commissie overgelegde stukken
                                geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt niet ten opzichte
                                van het college van burgemeester en wethouders, alsmede niet
                                tegenover de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde organisaties.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De voorzitter kan op verzoek van ten minste twee leden of zo dikwijls
                            hij dit nodig acht de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen
                            tijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien in de vergadering moet worden gestemd, brengt elke
                                vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 2, lid 1, een stem uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stem van de vertegenwoordiging van het college van burgemeester
                                en wethouders wordt bepaald door hoofdelijke stemming der aanwezige
                                leden in of buiten de vergadering. Bij staking van stemmen beslist
                                de stem van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De stem van de vertegenwoordiging der organisaties wordt bepaald
                                door stemming per vertegenwoordigde organisatie, waarbij voor iedere
                                organisatie zoveel stemmen worden uitgebracht als ambtenaren bij
                                haar zijn aangesloten op de eerste dag van het lopende jaar, met
                                dien verstande, dat voor het totaal aantal stemmen min één dat door
                                de andere organisaties gezamenlijk wordt uitgebracht. Bij staking
                                van stemmen wordt de vertegenwoordiging geacht te hebben
                                tegengestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de
                            notulen die zo spoedig mogelijk in afschrift aan de leden wordt
                            toegezonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergadering
                            wordt vastgesteld, behoeft dit de goedkeuring van het college van
                            burgemeester en wethouders. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Geschillen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordiging van het
                                    college van burgemeester en wethouders en de vertegenwoordigers
                                    van de organisaties genoemd in artikel 1, lid 1.</al></li><li nr="b."><al>Advies- en arbitragecommissie: de advies- en arbitragecommissie
                                    ingesteld door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging
                                    van Nederlandse Gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>De artikelen 20 tot en met 24 zijn slechts van toepassing op geschillen
                            inzake aangelegenheden als bedoeld in artikel 4, lid 1 voor zover deze
                            aangelegenheden uitsluitend de rechtstoestand van ambtenaren met
                            inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal
                            worden gevoerd, betreffen, alsmede op geschillen inzake aangelegenheden
                            als bedoeld in artikel 4, lid 3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Indien één of meer van de deelnemers aan het overleg tot het oordeel
                            komen dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst die de instemming
                            van alle deelnemers zal hebben, brengen zij dat oordeel binnen zes
                            dagen, nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben gegeven,
                            schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het overleg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen tien dagen na de kennisgeving in het vorige artikel schrijft
                                de voorzitter een vergadering van de commissie uit. De vergadering
                                wordt gehouden binnen zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij door de commissie wordt besloten het overleg voort te zetten
                                dan wel te beëindigen, wordt in de vergadering nagegaan of
                                overeenstemming bestaat over de vraag wat het onderwerp en de inhoud
                                van het geschil is en of een oplossing van dat geschil zal worden
                                onderzocht door voortzetting van het overleg nadat advies is
                                ingewonnen van de advies- en arbitragecommissie dan wel door
                                onderwerping van het geschil aan een arbitrale uitspraak van die
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inwinnen van advies zijn- ieder voor zich- de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de vertegenwoordiging
                                der organisaties bevoegd. Het bepaalde in artikel 15 is hierbij
                                onverkort van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is overeenstemming
                                vereist tussen alle deelnemers aan het overleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 21 wordt het
                                verzoek om advies ter kennis gebracht van de voorzitter van de
                                advies- en artitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend door de
                                deelnemers aan het overleg die zich voor inwinning van het advies
                                hebben uitgesproken en bevat ten minste het onderwerp en de inhoud
                                van het geschil. Indien in de vergadering bedoeld in artikel 21 geen
                                overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan het overleg
                                over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is,
                                brengen de overige deelnemers aan het overleg hun visie op het
                                onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen zes dagen na
                                eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van de
                                advies- en arbitragecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 20 wordt het
                                verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de voorzitter van de
                                advies- en arbitragecommissie. Het verzoek daartoe wordt ondertekend
                                door alle deelnemers aan het overleg en dient tenminste te
                                bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>Het onderwerp en de inhoud van het geschil;</al></li><li nr="b."><al>De standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent
                                        onderwerp en inhoud van het geschil.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het
                            geschil voortgezet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>De arbitrale uitspraak van de advies- en arbitragecommissie is
                            bindend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>In de gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college van burgemeester en wethouders na overleg met de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan niet worden gewijzigd dan nadat het voorstel
                                tot wijziging in de commissie is behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie heeft het recht voorstellen omtrent wijziging voor te
                                leggen aan het college van burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                        “<vet>Overlegverordening commissie voor Georganiseerd
                                        Overleg gemeente Haren 2015”.</vet></al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                                    bekendgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening
                                    vervalt de voorgaande verordening, in werking getreden op 20
                                    december 1993.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Haren, 15 december 2015</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>