<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR389053_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Hellendoorn 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-128665.html">Gemeenteblad 2015, 128665</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Hellendoorn 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIV/HoofdstukXIV/Artikel212">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15INT03945</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Hellendoorn 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hellendoorn;</al><al>Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 17
                        november 2015;</al><al>Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al>B e s l u i t vast te stellen:</al><al>de Financiële verordening gemeente Hellendoorn 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van infor­matie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de gemeente Hellendoorn en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd; </al></li><li nr="b."><al> financieel beheer: het sturing geven aan en toezicht op het
                                    beheer van middelen en het uitoe­fenen van rechten van de
                                    gemeente Hellendoorn; </al></li><li nr="c."><al> rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met de
                                    programmabegroting en van toepassing zijnde wettelijke
                                        regelingen<cursief>;</cursief></al></li><li nr="d."><al> doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een
                                    zo beperkt mogelijke inzet van middelen; </al></li><li nr="e."><al> doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                    effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een
                                programma‑indeling vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De raad stelt per programma vast: </al><lijst><li nr="a."><al> de beoogde maatschappelijke effecten (wat willen we
                                        bereiken);</al></li><li nr="b."><al> de prestaties (wat doen we);</al></li><li nr="c."><al> de baten en lasten (wat kost het);</al></li><li nr="d."><al> de investeringskredieten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Met het vaststellen van de programmabegroting autoriseert de raad
                                het college tot het doen van uitgaven per programma tot de bedragen
                                van het overzicht van baten en lasten voor het betreffende
                                begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot
                                de beoogde maatschappe­lijke effecten en de te leveren goederen en
                                diensten. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het vierde lid, vast.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltref­fendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad,
                                kunnen worden getoetst. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Bij de programmabegroting en jaarstukken wordt een overzicht
                                gegeven van de toedeling van de producten aan de programma's. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De onderverdeling van de programma's in producten staat voor de
                                raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de programmabegroting expliciet vermeld.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitvoering programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                programmabegroting rechtmatig, doelma­tig en doeltreffend verloopt.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor
                                dat: </al><lijst><li nr="a."><al> de lasten en baten eenduidig zijn toegewezen aan de
                                        producten van de productraming;</al></li><li nr="b."><al> de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                        investeringen passen binnen de kaders, zoals geautoriseerd
                                        bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële
                                        positie;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden
                                        dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde
                                        programma onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat de lasten van
                                de programma's, zoals geautoriseerd in de (gewijzigde)
                                programmabegroting, niet worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college kan besluiten tot het doen van eenmalige, niet begrote
                                uitgaven die onvoorzien zijn en brengt deze ten laste van de post
                                onvoorzien. Het college informeert de raad daarover.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad ten minste één maal per jaar door
                                middel van een bestuursrapportage over de realisatie van de
                                programmabegroting en het daaraan ten grondslag liggende beleid van
                                de gemeente. Deze rapportage betreft minimaal de eerste zes maanden
                                van het lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze bestuursrapportage wordt in het derde kwartaal afgerond en aan
                                de raad aangeboden overeenkomstig de gemaakte planning voor raads-
                                en commissievergaderingen voor het betreffende jaar. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De raad kan bij aanvang van het begrotingsjaar aangeven dat hij dat
                                betreffende jaar een extra bestuursrapportage wil. Een besluit
                                daartoe moet voor 15 februari van dat jaar worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De inrichting van de bestuursrapportage sluit aan bij de indeling
                                van de programmabegroting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De rapportage gaat in op afwijkingen, zowel wat betreft de baten,
                                de lasten, de geleverde goederen en diensten en, indien daar
                                aanleiding voor is, de maatschappelijke effecten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college draagt zorg voor een adequate verantwoording van
                                gevoerd beleid en beheer in de gemeenterekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                programma's. In de verantwoor­ding geeft het college aan: </al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt; </al></li><li nr="b."><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="c."><al> hoe de resultaten zich verhouden tot de in de
                                        programmabegroting gestelde doelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma's of
                                de beleidsdoelen van de programma's voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college draagt er zorg voor, dat het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten, in de uiteen­zetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen wordt bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een
                                (bijgestelde) nota investeren en afschrijvingen aan de raad aan.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Afschrijvingen vinden plaats conform de voorschriften van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In de programmabegroting wordt een raming van de investeringen
                                gegeven met daarbij de gehanteerde afschrijvingstermijnen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de openstaande vordering groter is dan € 25.000,-- wordt op
                                basis van een individuele beoordeling de inbaarheid bepaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Voor de overige vorderingen wordt een percentage meegenomen in de
                                voorziening: </al><lijst><li nr="-"><al>Jaar t-4 en ouder: 100% dubieus;</al></li><li nr="-"><al>Jaar t-3: 75% dubieus;</al></li><li nr="-"><al>Jaar t-2: 50% dubieus;</al></li><li nr="-"><al>Jaar t-1: 25% dubieus.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een
                                (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De nota behandelt: </al><lijst><li nr="a."><al> de vorming en besteding van reserves; </al></li><li nr="b."><al> de vorming en besteding van voorzieningen; </al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en
                                        de voorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>de minimale en maximale omvang van de reserves en
                                        voorzieningen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten van de gemeente Hellendoorn, die geleverd worden aan
                                overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van
                                kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast
                                de directe kosten de indirecte kosten betrokken die rechtstreeks
                                samen­hangen met de door de gemeente verleende diensten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves en
                                voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor
                                rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele BTW en de kosten
                                van kwijtscheldingsbeleid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Voor de inzet van materiële activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen.
                                De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling
                                van de programmabegroting vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en bijbehorende activiteiten waarmee de
                                gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste
                                de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking
                                doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk
                                een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij het verstrekken van leningen of garanties aan
                                overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde
                                integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf
                                een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                lening of garantie wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld
                                in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van: </al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen;</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college draagt bij de uitoefening van de treasuryfunctie zorg
                                voor:</al><lijst><li nr="a."><al> het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de
                                        begrotingshoofdstukken binnen de door de raad vastgestelde
                                        kaders van de programmabegroting uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al> het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële
                                        markten tegen acceptabele condities;</al></li><li nr="c."><al> het beheersen van de risico's verbonden aan de
                                        treasuryfunctie zoals renterisico's, koersrisico's,
                                        liquiditeitsrisico's en kredietrisico's.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
                                lid 1 en legt deze regels, alsmede de regels voor taken en
                                bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                informatievoorziening vast in een treasurybesluit. Het college zendt
                                het besluit ter kennisneming aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college evalueert de bepalingen inzake de treasuryfunctie
                                minimaal één keer per vier jaar en doet van het resultaat daarvan
                                melding aan de raad.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een
                                (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in
                                ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                        belastingen en heffingen;</al></li><li nr="b."><al>de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse
                                        bevolkingsgroepen en soorten belastingplichtigen;</al></li><li nr="c."><al>de kostendekkendheid van de heffingen;</al></li><li nr="d."><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al></li><li nr="e."><al>het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college in de
                                paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van
                                artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een
                                (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicobeheersing aan. In
                                deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van
                                risico's door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen
                                of anderszins. In de nota wordt tevens de gewenste
                                weerstandscapaciteit bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de
                                programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de
                                verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit
                                begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval
                                op: </al><lijst><li nr="a."><al>de solvabiliteitsratio;</al></li><li nr="b."><al>de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;</al></li><li nr="c."><al>de ontwikkeling van de som van de voorraden bouwgrond, de
                                        voorraden onderhanden werk en overige voorraden;</al></li><li nr="d."><al>de ontwikkeling van de som van de leningen aan derden en de
                                        leningen aan verbonden partijen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de
                                gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de
                                schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat
                                de uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke
                                voorzieningen in de knel komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een
                                    (bijgestelde)nota onderhoud openbare ruimte
                                aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het
                                onderhoud en het beoogde onderhoudsni­veau voor het openbaar groen,
                                water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair en het meerjarig
                                budgettair beslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een
                                (bijgestelde) nota rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer
                                voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau
                                en de uitbreiding van de riolering alsmede de kwaliteit van het
                                milieu en het meerjarig budgettair beslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een
                                (bijgestelde) nota onderhoud gebouwen aan. De nota geeft het kader
                                weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde
                                onderhoudsniveau voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende
                                kosten aan de gemeentelijke gebouwen en eveneens het meerjarig
                                budgettair beslag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college in de
                                paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen
                                op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten in ieder geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de voortgang van het geplande onderhoud;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het achterstallig onderhoud.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de programmabegroting en de jaarstukken
                            neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13
                            van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in
                            ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="b."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende vier jaar;</al></li><li nr="c."><al>de rentevisie voor de komende vier jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de programmabegroting en de
                            jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond
                            van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten in ieder geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en
                                    de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de informatiebeveiliging en privacy.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een
                                (bijgestelde) nota verbonden partijen aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De nota bevat de kaders voor het beleid aangaande (het aangaan van
                                nieuwe) participa­ties, met name de condities waaronder het publiek
                                belang is gediend met behartiging door verbonden partijen, de taken,
                                verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen en
                                de financiële voorwaarden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college in de
                                paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van
                                artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een
                                (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling
                                door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed aan: </al><lijst><li nr="a."><al> de relatie met de programma's van de
                                        programmabegroting;</al></li><li nr="b."><al> de strategische visie van het toekomstige grondbeleid van
                                        de gemeente; </al></li><li nr="c."><al> de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                        projecten;</al></li><li nr="d."><al> de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</al></li><li nr="e."><al> de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                                        erfpachtvergoedingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In de paragraaf grondbeleid bij de programmabegroting en de
                                jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op
                                grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten in ieder geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>het verloop van de grondvoorraad;</al></li><li nr="b."><al>de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><al>Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde)
                            nota verstrekking gemeentelij­ke subsidies aan. De nota bevat het kader
                            voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en een overzicht van de
                            toegekende gemeentelijke subsidies.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor: </al><lijst><li nr="a."><al> het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de diensten; </al></li><li nr="b."><al> het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met econo­misch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden, enzo­voorts; </al></li><li nr="c."><al> het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                    maken van kostencalcula­ties; </al></li><li nr="d."><al> het bevorderen van en het afleggen van verantwoording over de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    programmabegroting en ter zake geldende wet‑ en regelgeving;
                                </al></li><li nr="e."><al> de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltref­fendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al> een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en
                                        een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                        verschillende organisatieonderdelen;</al></li><li nr="b."><al> een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                        verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne
                                        controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
                                        verstrekte informatie aan beleids‑ en beheersorganen is
                                        gewaarborgd; </al></li><li nr="c."><al> de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan
                                        van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                        investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al> de te maken afspraken met de organisatie over de te leveren
                                        prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                        frequentie van rapportage over de voortgang van de
                                        activiteiten en uitputting van middelen;</al></li><li nr="e."><al> het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                        aanbesteding van goederen, werken en diensten;</al></li><li nr="f."><al> het beleid en de interne regels voor de steunverlening en
                                        de toekenning van subsidies aan ondernemingen en
                                        instellingen;</al></li><li nr="g."><al> het beleid en de interne regels voor het voorkomen van
                                        misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen
                                        en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid,
                                        controle en verantwoording wordt voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college zendt het besluit ter kennisneming aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de
                                opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                bedrijfsmiddelen tenminste één maal in de vier jaar. Bij afwijkingen
                                in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Nadere regelgeving en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in voorkomende gevallen om bijzondere redenen,
                                ge­hoord de commissie algemene bestuurlijke zaken en middelen,
                                besluiten tijdelijk af te wijken van de in deze verordening
                                opgenomen regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels vaststellen, waarbinnen
                                nadere uitvoering wordt gegeven aan de in deze verordening gestelde
                                bepalingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Met ingang van dezelfde datum vervalt de Financiële verordening
                                gemeente Hellendoorn 2005 (raadsbesluit van 15 november 2005, nummer
                                05.10239). </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Financiële verordening
                            gemeente Hellendoorn 2015".­</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>