Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hellendoorn

Financiële verordening gemeente Hellendoorn 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHellendoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingFinanciële verordening gemeente Hellendoorn 2015
CiteertitelFinanciële verordening gemeente Hellendoorn 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 212

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201601-01-2018Nieuwe regeling

15-12-2015

Gemeenteblad 2015, 128665

15INT03945

Tekst van de regeling

Intitulé

Financiële verordening gemeente Hellendoorn 2015

De raad van de gemeente Hellendoorn;

Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 17 november 2015;

Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

B e s l u i t vast te stellen:

de Financiële verordening gemeente Hellendoorn 2015

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van infor­matie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Hellendoorn en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

  • b.

    financieel beheer: het sturing geven aan en toezicht op het beheer van middelen en het uitoe­fenen van rechten van de gemeente Hellendoorn;

  • c.

    rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met de programmabegroting en van toepassing zijnde wettelijke regelingen;

  • d.

    doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;

  • e.

    doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.

Paragraaf 2 Begroting en verantwoording

Artikel 2 Programmabegroting

  • 1.

    De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een programma‑indeling vast.

  • 2.

    De raad stelt per programma vast:

    • a.

      de beoogde maatschappelijke effecten (wat willen we bereiken);

    • b.

      de prestaties (wat doen we);

    • c.

      de baten en lasten (wat kost het);

    • d.

      de investeringskredieten.

  • 3.

    Met het vaststellen van de programmabegroting autoriseert de raad het college tot het doen van uitgaven per programma tot de bedragen van het overzicht van baten en lasten voor het betreffende begrotingsjaar.

  • 4.

    Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde maatschappe­lijke effecten en de te leveren goederen en diensten.

  • 5.

    De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het vierde lid, vast.

  • 6.

    Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en doeltref­fendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.

Artikel 3 Producten

  • 1.

    Bij de programmabegroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van de toedeling van de producten aan de programma's.

  • 2.

    De onderverdeling van de programma's in producten staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de programmabegroting expliciet vermeld.

Artikel 4 Uitvoering programmabegroting

  • 1.

    Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de programmabegroting rechtmatig, doelma­tig en doeltreffend verloopt.

  • 2.

    Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor dat:

    • a.

      de lasten en baten eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de productraming;

    • b.

      de budgetten uit de productraming en kredieten voor investeringen passen binnen de kaders, zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële positie;

    • c.

      de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma onder druk komt.

  • 3.

    Het college draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat de lasten van de programma's, zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) programmabegroting, niet worden overschreden.

  • 4.

    Het college kan besluiten tot het doen van eenmalige, niet begrote uitgaven die onvoorzien zijn en brengt deze ten laste van de post onvoorzien. Het college informeert de raad daarover.

Artikel 5 Tussentijdse rapportage en informatie

  • 1.

    Het college informeert de raad ten minste één maal per jaar door middel van een bestuursrapportage over de realisatie van de programmabegroting en het daaraan ten grondslag liggende beleid van de gemeente. Deze rapportage betreft minimaal de eerste zes maanden van het lopende boekjaar.

  • 2.

    Deze bestuursrapportage wordt in het derde kwartaal afgerond en aan de raad aangeboden overeenkomstig de gemaakte planning voor raads- en commissievergaderingen voor het betreffende jaar.

  • 3.

    De raad kan bij aanvang van het begrotingsjaar aangeven dat hij dat betreffende jaar een extra bestuursrapportage wil. Een besluit daartoe moet voor 15 februari van dat jaar worden genomen.

  • 4.

    De inrichting van de bestuursrapportage sluit aan bij de indeling van de programmabegroting.

  • 5.

    De rapportage gaat in op afwijkingen, zowel wat betreft de baten, de lasten, de geleverde goederen en diensten en, indien daar aanleiding voor is, de maatschappelijke effecten.

Artikel 6 Jaarstukken

  • 1.

    Het college draagt zorg voor een adequate verantwoording van gevoerd beleid en beheer in de gemeenterekening.

  • 2.

    Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma's. In de verantwoor­ding geeft het college aan:

    • a.

      wat is bereikt;

    • b.

      wat de kosten zijn;

    • c.

      hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen.

  • 3.

    De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma's of de beleidsdoelen van de programma's voor het lopende jaar bijstelling behoeven.

Paragraaf 3 Financieel beleid

Artikel 7 Financiële positie

  • 1.

    Het college draagt er zorg voor, dat het beleid waartoe de raad heeft besloten, in de uiteen­zetting van de financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen.

  • 2.

    Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen wordt bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.

Artikel 8 Waardering en afschrijving vaste activa

  • 1.

    Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota investeren en afschrijvingen aan de raad aan.

  • 2.

    Afschrijvingen vinden plaats conform de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

  • 3.

    In de programmabegroting wordt een raming van de investeringen gegeven met daarbij de gehanteerde afschrijvingstermijnen.

  • 4.

    Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

Artikel 9 Voorziening voor oninbare vorderingen

  • 1.

    Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd.

  • 2.

    Indien de openstaande vordering groter is dan € 25.000,-- wordt op basis van een individuele beoordeling de inbaarheid bepaald.

  • 3.

    Voor de overige vorderingen wordt een percentage meegenomen in de voorziening:

    • -

      Jaar t-4 en ouder: 100% dubieus;

    • -

      Jaar t-3: 75% dubieus;

    • -

      Jaar t-2: 50% dubieus;

    • -

      Jaar t-1: 25% dubieus.

Artikel 10 Reserves en voorzieningen

  • 1.

    Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan.

  • 2.

    De nota behandelt:

    • a.

      de vorming en besteding van reserves;

    • b.

      de vorming en besteding van voorzieningen;

    • c.

      de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de voorzieningen;

    • d.

      de minimale en maximale omvang van de reserves en voorzieningen.

Artikel 11 Kostprijsberekening

  • 1.

    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente Hellendoorn, die geleverd worden aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken die rechtstreeks samen­hangen met de door de gemeente verleende diensten.

  • 2.

    Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves en voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele BTW en de kosten van kwijtscheldingsbeleid.

  • 3.

    Voor de inzet van materiële activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling van de programmabegroting vastgesteld.

Artikel 12 Prijzen economische activiteiten

  • 1.

    Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en bijbehorende activiteiten waarmee de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.

  • 2.

    Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd.

  • 3.

    Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.

  • 4.

    Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:

    • a.

      leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;

    • b.

      een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;

    • c.

      een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;

    • d.

      een bevoordeling van sociale werkplaatsen;

    • e.

      een bevoordeling van onderwijsinstellingen;

    • f.

      een bevoordeling van publieke media-instellingen;

    • g.

      een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 13 Financieringsfunctie

  • 1.

    Het college draagt bij de uitoefening van de treasuryfunctie zorg voor:

    • a.

      het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de begrotingshoofdstukken binnen de door de raad vastgestelde kaders van de programmabegroting uit te kunnen voeren;

    • b.

      het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

    • c.

      het beheersen van de risico's verbonden aan de treasuryfunctie zoals renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's.

  • 2.

    Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder lid 1 en legt deze regels, alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurybesluit. Het college zendt het besluit ter kennisneming aan de raad.

  • 3.

    Het college evalueert de bepalingen inzake de treasuryfunctie minimaal één keer per vier jaar en doet van het resultaat daarvan melding aan de raad.

Paragraaf 4 Paragrafen

Artikel 14 Lokale heffingen

  • 1.

    Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in ieder geval:

    • a.

      de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen;

    • b.

      de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse bevolkingsgroepen en soorten belastingplichtigen;

    • c.

      de kostendekkendheid van de heffingen;

    • d.

      de druk van de lokale belastingen en heffingen;

    • e.

      het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.

  • 2.

    Bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Artikel 15 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

  • 1.

    Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicobeheersing aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico's door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt tevens de gewenste weerstandscapaciteit bepaald.

  • 2.

    In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

    • a.

      de solvabiliteitsratio;

    • b.

      de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;

    • c.

      de ontwikkeling van de som van de voorraden bouwgrond, de voorraden onderhanden werk en overige voorraden;

    • d.

      de ontwikkeling van de som van de leningen aan derden en de leningen aan verbonden partijen.

  • 3.

    Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen.

Artikel 16 Onderhoud kapitaalgoederen

  • 1.

    Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde)nota onderhoud openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsni­veau voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair en het meerjarig budgettair beslag.

  • 2.

    Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu en het meerjarig budgettair beslag.

  • 3.

    Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota onderhoud gebouwen aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen en eveneens het meerjarig budgettair beslag.

  • 4.

    Bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

    • a.

      de voortgang van het geplande onderhoud;

    • b.

      de omvang van het achterstallig onderhoud.

Artikel 17 Financiering

In de paragraaf financiering bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

  • a.

    de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage;

  • b.

    de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar;

  • c.

    de rentevisie voor de komende vier jaar.

Artikel 18 Bedrijfsvoering

In de paragraaf bedrijfsvoering bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

  • a.

    de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;

  • b.

    de informatiebeveiliging en privacy.

Artikel 19 Verbonden partijen

  • 1.

    Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota verbonden partijen aan.

  • 2.

    De nota bevat de kaders voor het beleid aangaande (het aangaan van nieuwe) participa­ties, met name de condities waaronder het publiek belang is gediend met behartiging door verbonden partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen en de financiële voorwaarden.

  • 3.

    Bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Artikel 20 Grondbeleid

  • 1.

    Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed aan:

    • a.

      de relatie met de programma's van de programmabegroting;

    • b.

      de strategische visie van het toekomstige grondbeleid van de gemeente;

    • c.

      de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;

    • d.

      de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;

    • e.

      de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van erfpachtvergoedingen.

  • 2.

    In de paragraaf grondbeleid bij de programmabegroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

    • a.

      het verloop van de grondvoorraad;

    • b.

      de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.

Artikel 21 Verstrekking subsidies

Het college biedt ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelij­ke subsidies aan. De nota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke subsidies.

Paragraaf 5 Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 22 Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

  • a.

    het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de diensten;

  • b.

    het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met econo­misch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden, enzo­voorts;

  • c.

    het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken van kostencalcula­ties;

  • d.

    het bevorderen van en het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de programmabegroting en ter zake geldende wet‑ en regelgeving;

  • e.

    de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltref­fendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.

Artikel 23 Financiële organisatie

  • 1.

    Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast:

    • a.

      een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de verschillende organisatieonderdelen;

    • b.

      een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids‑ en beheersorganen is gewaarborgd;

    • c.

      de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

    • d.

      de te maken afspraken met de organisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

    • e.

      het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

    • f.

      het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;

    • g.

      het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

  • 2.

    Het college zendt het besluit ter kennisneming aan de raad.

Artikel 24 Interne controle

  • 1.

    Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

  • 2.

    Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste één maal in de vier jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Paragraaf 6 Slotbepalingen

Artikel 25 Nadere regelgeving en hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan in voorkomende gevallen om bijzondere redenen, ge­hoord de commissie algemene bestuurlijke zaken en middelen, besluiten tijdelijk af te wijken van de in deze verordening opgenomen regels.

  • 2.

    Het college kan regels vaststellen, waarbinnen nadere uitvoering wordt gegeven aan de in deze verordening gestelde bepalingen.

Artikel 26 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

  • 2.

    Met ingang van dezelfde datum vervalt de Financiële verordening gemeente Hellendoorn 2005 (raadsbesluit van 15 november 2005, nummer 05.10239).

Artikel 27 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: "Financiële verordening gemeente Hellendoorn 2015".­

De raad voornoemd,

de griffier de voorzitter