<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388951_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RECLAMEBELASTING 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-130689.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dheffing%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20151231%26epd%3d20151231%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dCuijk%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=7&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad d.d. 30 december 2015, nr. 130689</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reclamebelasting Cuijk 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RECLAMEBELASTING 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening reclamebelasting Cuijk 2016 </vet></al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 november
                        2015.</al><al/><al>gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de </al><al/><al><vet>“VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RECLAMEBELASTING 2016”
                        </vet></al><al>(VERORDENING RECLAMEBELASTING CUIJK 2016)</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>reclameobject</vet>: een openbare aankondiging in letters,
                                symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de
                                openbare weg;</al></li><li nr="b."><al><vet>bouwwerk</vet>: elke constructie van enige omvang van hout,
                                steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming
                                hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe
                                of indirecte steun vindt in of op de grond;</al></li><li nr="c."><al><vet>vestiging</vet>: </al><lijst><li nr="1."><al>een onroerende zaak als bedoeld in hoofdstuk III van de Wet
                                        waardering onroerende zaken of een deel daarvan, dat door
                                        één organisatie of bedrijf wordt gebruikt;</al></li><li nr="2."><al>verschillende onroerende zaken, als bedoeld in artikel 16
                                        van de Wet waardering onroerende zaken, die direct naast
                                        elkaar gelegen zijn en door één organisatie of bedrijf
                                        tezamen voor één doel worden gebruikt;.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al><vet>voorziening</vet>: specifiek hulpmiddel bestemd voor het
                                aanbrengen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare
                                aankondigingen;</al></li><li nr="e."><al><vet>jaar</vet>: een kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gebiedsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente Cuijk,
                        zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel
                        uitmakende kaart </al><al>(Bijlage 1).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de titel ‘reclamebelasting’ wordt, onder de bij deze verordening
                        gestelde voorwaarden, binnen het gebied als bedoeld in artikel 2 een directe
                        belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de
                        openbare weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging, waarop
                        en/of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Grondslag van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De reclamebelasting wordt geheven per vestiging.</al></li><li nr="2."><al>Indien de vestiging gelijk is aan de onroerende zaak, als bedoeld in
                                artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, bedraagt de
                                heffingsmaatstaf een vast bedrag, vermeerderd met een bedrag dat
                                afhankelijk is van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                WOZ-waarde voor het betreffende kalenderjaar.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid, bedraagt de heffingsmaatstaf,
                                indien de vestiging deel uitmaakt van één onroerende zaak, als
                                bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, een
                                vast bedrag vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van het
                                deel van de WOZ-waarde van de onroerende zaak dat aan de vestiging
                                voor het betreffende kalenderjaar kan worden toegerekend.</al></li><li nr="4."><al> In afwijking van het tweede lid, bedraagt de heffingsmaatstaf voor
                                een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, sub 2, een vast
                                bedrag vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de
                                gezamenlijke WOZ-waarde zoals deze op de voet van hoofdstuk IV van
                                de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaken die
                                samen de vestiging vormen, is vastgesteld voor het betreffende
                                kalenderjaar.</al></li><li nr="5."><al>Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot
                                woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></li><li nr="6."><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen WOZ-waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet
                                waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="7."><al>Het tarief voor de reclamebelasting bedraagt € 200,00 per
                                vestiging.</al></li><li nr="8"><al>Indien de WOZ-waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 50.000,00,
                                wordt het in het vorige lid genoemde tarief vermeerderd met een
                                bedrag ad € 2,18 per € 1.000,00 WOZ-waarde boven de € 50.000,00 tot
                                een maximum van € 581,00. </al></li><li nr="9."><al>Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar
                                beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd
                                indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor
                                de reclamebelasting.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
                            aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van
                            de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na
                            het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting
                            als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: </al><lijst><li nr="a."><al>die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare
                                aankondigingen zijn aangebracht in een voorziening waarin, waaraan
                                of waarop wisselende openbare aankondigingen worden aangebracht, die
                                individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de
                                verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer
                                aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt
                                gediend, kunnen worden aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al>die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of
                                aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt
                                ter uitvoering van de publieke taak; </al></li><li nr="d."><al>die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee
                                gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn
                                aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een
                                cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang
                                dienen;</al></li><li nr="e."><al>aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of
                                centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit
                                een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of
                                het centrummanagement;</al></li><li nr="f."><al>aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften
                                rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering
                                zijnde bouwwerkzaamheden;</al></li><li nr="g."><al>die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel
                                belang dienen;</al></li><li nr="h."><al>die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde
                                artikelen en producten in een etalage of in de winkel;</al></li><li nr="i."><al>bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze
                                aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te
                                verhuren zaak;</al></li><li nr="j."><al>aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en
                                moskeeën, en die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het
                                gebouw. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de
                            maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                            is vermeld;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 35
                            of minder dan € 4.000,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in drie
                            gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag
                            van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In gevallen bedoeld in het tweede lid geldt in afwijking in zoverre van
                            het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in elf gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Termijnenwet is niet van toepassing op de in vorige leden gestelde
                            termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de reclamebelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De “Verordening reclamebelasting Cuijk 2013” vastgesteld bij raadsbesluit
                        van 17december 2012, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 15 december
                        2014, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid genoemde
                        datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                        blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Cuijk
                        2016'. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Cuijk in zijn openbare
                        vergadering van 14 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>R.M. van der Weegen</ondertekening><ondertekening>griffier </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Mr. W.A.G. Hillenaar</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 bij de Verordening reclamebelasting Cuijk 2016 </titel></kop><al>Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 2 van de verordening, geldt het op de
                    bijgevoegde kaart gearceerde gedeelte. </al><al>De afbakening is gebaseerd op de bezoekersstromen. Het argument is dat
                    ondernemers met een reclame-uiting profiteren van de toenemende bezoekersstromen
                    vanuit de parkeervoorzieningen én het station Cuijk. Het verhogen van het aantal
                    bezoekers is een van de doelstellingen van het centrummanagement.</al><al>De belangrijkste parkeervoorzieningen (buiten de straten zelf) zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Stationsomgeving</al></li><li nr="2."><al>Zwaanplein</al></li><li nr="3."><al>Maasburg Parkeergarage</al></li><li nr="4."><al>Deken van den Ackerhof</al></li><li nr="5."><al>Maasboulevard</al></li><li nr="6."><al>Markt</al></li></lijst><al/><al>Behoort bij raadsbesluit van 14 december 2015</al><al>De griffier van de gemeente Cuijk</al><al/></bijlage><bijlage><al><plaatje><illustratie id="i98676432-5324-4fe8-9998-eb2a94f33450" naam="i264694i98676432-5324-4fe8-9998-eb2a94f33450.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.1cm"/></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>