<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388871_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling ISHW</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Binnenmaas</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling ISHW</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, Awb, Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling ISHW</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Binnenmaas,
                        Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen na verkregen
                        toestemming door de raden van die gemeenten als bedoeld in artikel 1,
                        lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al/><al>Overwegende dat</al><lijst><li nr="-"><al>gemeenten worden overstelpt met ontwikkelingen met een
                                ICT-component en deze ontwikkelingen steeds minder vrijblijvend
                                zijn;</al></li><li nr="-"><al>gemeenten door wet- en regelgeving steeds meer gedwongen worden
                                grote ICT-vernieuwingen door te voeren;</al></li><li nr="-"><al>bovenstaande ontwikkelingen aanzienlijke investeringen in de
                                techniek vragen en ook om organisatorische
                                professionalisering;</al></li><li nr="-"><al>in de praktijk blijkt dat kleinere gemeenten (&lt;50.000
                                inwoners) niet of slechts tegen onevenredig hoge kosten in staat
                                zijn om invulling te geven aan deze ontwikkelingen;</al></li><li nr="-"><al>de oplossing hiervoor kan worden gevonden in het aangaan van een
                                samenwerkingsverband;</al></li><li nr="-"><al>de gemeenten in de Hoeksche Waard daarom een gezamenlijke
                                ICT-organisatie inrichten die stoelt op een volledige integratie
                                van de bestaande ICT-activiteiten;</al></li><li nr="-"><al>deze samenwerking moet leiden tot meer kwaliteit van de
                                dienstverlening en bedrijfsvoering, minder kwetsbaarheid en
                                minder (meer)kosten dan wanneer dit individueel zou
                                plaatsvinden;</al></li><li nr="-"><al>deze samenwerking wordt ingericht als een gemeenschappelijke
                                regeling met het uitgangspunt van een compact bestuur waarin
                                Algemeen Bestuur (AB) en Dagelijks Bestuur (DB) in elkaar zijn
                                geschoven en waarin de DB-taken worden uitgevoerd door het
                                regioMT ISHW, daartoe gemandateerd door het /DB.</al><al/></li></lijst><al>Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Algemene wet
                        bestuursrecht en de Gemeentewet</al><al/><al><vet>B E S L U I T E N:</vet></al><al/><al>De gemeenschappelijke regeling <vet>ICT-samenwerking Hoeksche Waard
                        (ISHW)</vet>te wijzigen en deze regeling te lezen als volgt.
                        </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a.
                                deelnemende gemeente: de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen,
                                Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen; b. Dienst: het openbaar
                                lichaam, bedoeld in artikel 2; c. gedeputeerde staten: gedeputeerde
                                staten van de provincie Zuid-Holland; d. Gemeentewet: de
                                Gemeentewet, met inachtneming van artikel VIIIa Wet dualisering
                                gemeentebestuur; e. ICT: informatie- en communicatietechnologie; f.
                                personeel: het personeel dat op basis van een ambtelijke aanstelling
                                dan wel een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is
                                bij ISHW; g. regeling: de gemeenschappelijke regeling ISHW; h.
                                regioMT ISHW: regionaal managementteam ICT-samenwerking Hoeksche
                                Waard, waarin de gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten
                                zitten; i. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze regeling gesproken wordt van de Gemeentewet, dient voor
                                raad, college en burgemeester gelezen te worden algemeen bestuur,
                                dagelijks bestuur en voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Openbaar lichaam</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam met de naam ICT-samenwerking Hoeksche
                                Waard (ISHW).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openbaar lichaam is gevestigd te Binnenmaas en heeft
                                rechtspersoonlijkheid volgens de wet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Doelstelling, taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel</titel></kop><al>De Dienst verzorgt voor de deelnemende gemeenten in brede zin de
                            ondersteuning op het terrein van de ICT en creëert de voorwaarden voor
                            een efficiënte bedrijfsvoering en een efficiënte en klantgerichte
                            dienstverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De dienst voert op ICT-gebied de volgende basistaken uit voor de
                                deelnemende gemeenten: a. systeem- en netwerkbeheer; b. beheer
                                werkplekken; c. beheer mobiele telefoons; d. beheer overige
                                apparatuur; e. servicedesk en storingsdienst; f. inkoop; g.
                                projectleiding; h. gegevensbeheer; i. applicatiebeheer; j.
                                informatiemanagement; k. technisch en functioneel beheer website; l.
                                beleid en beheer GIS (Geografische Informatie Systemen) m. het
                                ontwikkelen van beleid op ICT-gebied </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De basistaken worden vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst
                                en worden jaarlijks door het dagelijks bestuur in een bij de
                                begroting behorend jaarwerkplan nader uitgewerkt en vastgesteld. In
                                de dienstverleningsovereenkomst wordt voorts uitgewerkt hoe de
                                relatie tussen het ISHW en haar klanten is (strategisch, tactisch en
                                operationeel), welk niveau van de dienstverlening door het ISHW
                                wordt geleverd en op welke manier het ISHW invulling geeft aan de
                                uniforme (voor iedere klant geldende) toepassing van ICT. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het uitvoeren van de basistaken kan de Dienst ook aanvullende
                                dienstverlening voor één of meer van de deelnemende gemeenten
                                verzorgen, zolang deze verband houden met het doel zoals
                                geformuleerd in artikel 3 van deze regeling. Deze aanvullende
                                dienstverlening wordt apart in rekening gebracht. Ook deze
                                aanvullende dienstverlening wordt jaarlijks, voor zover
                                voorzienbaar, door het dagelijks bestuur in een bij de begroting
                                behorend jaarwerkplan vastgelegd. Tevens zal daarbij door het
                                dagelijks bestuur het overeengekomen tarief voor de aanvullende
                                dienstverlening worden vastgesteld. De Dienst sluit hiertoe een
                                aparte dienstverleningsovereenkomst met de betreffende gemeente of
                                gemeenten waarin tevens de gevolgen worden geregeld voor de
                                beëindiging van de dienstverlening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Naast de in het eerste, tweede en derde lid genoemde taakuitoefening
                                voor de deelnemende gemeenten kan de Dienst basistaken of
                                aanvullende dienstverlening verrichten voor andere organisaties die
                                zijn ingesteld ter uitvoering van aan de deelnemende gemeenten
                                opgedragen wettelijke taken. Deze dienstverlening wordt apart in
                                rekening gebracht tegen een door het dagelijks bestuur vastgesteld
                                tarief en deze wordt in het jaarwerkplan vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Overdracht bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                                gemeenten dragen hun taken en bevoegdheden die bij of krachtens de
                                Gemeentewet, waaronder artikel 160 lid 1 sub a aan hen zijn
                                opgedragen, over aan de ISHW voor zover deze nodig zijn om het doel
                                zoals genoemd in artikel 3 en de taken genoemd in artikel 4 te
                                verwezenlijken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>ISHW kan niet zelfstandig besluiten tot uitbreiding van de
                                overgedragen bevoegdheden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bestaat uit tien leden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                                gemeenten wijzen per gemeente twee leden uit hun midden aan. Voor
                                ieder lid wordt tevens een plaatsvervangend lid aangewezen door en
                                uit het college van burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip
                                waarop het lid ophoudt lid te zijn van het college van burgemeester
                                en wethouders dat hem heeft aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt,
                                wijst het betreffende college van burgemeester en wethouders van de
                                betreffende gemeente zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de
                                plaatsvervangende leden. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende
                                bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Elk lid heeft één stem. Besluiten worden genomen bij meerderheid van
                                stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts
                                zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of een lid van het
                                algemeen bestuur daarom vraagt onder schriftelijke opgave van te
                                behandelen onderwerpen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle
                                bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn
                                opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren in
                                ieder geval: a. Het aanwijzen en zo nodig ontslaan van de leden van
                                het dagelijks bestuur; b. Het aanwijzen van de voorzitter; c. Het
                                instellen van een commissie; d. Het geven van inlichtingen aan de
                                raden van de deelnemende gemeenten; e. Het vaststellen van de
                                begroting; f. Het vaststellen van de rekening; g. Het regelen van de
                                toetreding van andere gemeenten h. Het regelen van de uittreding van
                                gemeenten, en i. Het opstellen van een liquidatieplan bij opheffing.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in lid 3 genoemde taken en bevoegdheden zijn niet overdraagbaar.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het
                                algemeen bestuur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het
                                dagelijks bestuur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt op het tijdstip
                                waarop het lid ophoudt lid te zijn van het college van burgemeester
                                en wethouders dat hem heeft aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra men ophoudt
                                lid te zijn van het algemeen bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een
                                ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder
                                opgave van de te behandelen onderwerpen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan de uitoefening van een of meer van zijn
                                bevoegdheden in mandaat opdragen aan een of meer leden van dat
                                bestuur en aan de (roulerend) voorzitter van het regioMT ISHW zoals
                                bedoeld in artikel 15. Deze voorzitter is op zijn beurt bevoegd om
                                de gemandateerde bevoegdheden door te mandateren aan de manager van
                                de dienst. De manager is vervolgens bevoegd om, na verkregen
                                toestemming van de voorzitter van het regioMT ISHW, deze
                                bevoegdheden door te mandateren aan een medewerker. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De opgedragen bevoegdheid wordt uit naam en onder
                                verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur uitgeoefend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan in het kader van de opgedragen
                                bevoegdheden, bedoeld in het tweede en derde lid, alle aanwijzingen
                                geven die het nodig acht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn
                                vergaderingen vast, dat ter kennis wordt gebracht van het algemeen
                                bestuur. Artikel 58 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Elk lid heeft één stem. Besluiten worden genomen bij meerderheid van
                                stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Taak</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse leiding van de Dienst,
                            inclusief het nemen van rechtspositionele besluiten, behoudens de
                            rechtspositionele besluiten die krachtens deze regeling bij het algemeen
                            bestuur berusten. Tot de dagelijkse leiding van de dienst behoort in elk
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter
                                    overweging en beslissing zal worden voorgelegd;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur;</al></li><li nr="c."><al>het beheer van de gelden van de regeling;</al></li><li nr="d."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de
                                    controle op het geldelijke beheer en de boekhouding;</al></li><li nr="e."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in en buiten
                                    rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van
                                    verjaring en verlies van recht of bezit, voor zover het belangen
                                    en bevoegdheden betreft die aan de regeling zijn toegekend dan
                                    wel overgedragen;</al></li><li nr="f."><al>het houden van toezicht op alles wat de regeling aangaat;</al></li><li nr="g."><al>de algehele verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering over de
                                    organisatie van de Dienst.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De Voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Benoeming en taak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorzitterschap eindigt indien betrokkene ophoudt lid te zijn
                                van het algemeen bestuur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het
                                algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door een lid
                                van het dagelijks bestuur, aan te wijzen door het dagelijks bestuur.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het
                                dagelijks bestuur uitgaan, tenzij hij hiertoe een ander gemachtigd
                                heeft. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de Dienst in en buiten rechte. De
                                voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan
                                te wijzen gemachtigde.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>De manager</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Benoeming en taak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden bijgestaan door
                                een manager die in de vergaderingen van deze bestuursorganen een
                                adviserende taak heeft. De manager vervult ten behoeve van het
                                algemeen bestuur en het dagelijks bestuur de functie van ambtelijk
                                secretaris. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanstelling, de schorsing en het ontslag van de manager geschiedt
                                door het algemeen bestuur, het regioMT, bedoeld in artikel 15,
                                gehoord. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De manager is belast met de dagelijkse leiding van de Dienst. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De manager ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en
                                dagelijks bestuur uitgaan. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De manager legt verantwoording af aan het dagelijks bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Managementstatuut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt, het regioMT uit artikel 15 gehoord, een
                                managementstatuut vast waarin de taken, verantwoordelijkheden en
                                bevoegdheden in hoofdlijnen zijn vastgelegd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het managementstatuut wordt een bijlage gevoegd waarin de
                                bevoegdheden worden opgenomen die in ondermandaat aan de manager
                                zijn opgedragen door de voorzitter van het regioMT ISHW, die daartoe
                                is gemandateerd door het dagelijks bestuur of de voorzitter van het
                                bestuur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Commissies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan vaste commissies van advies instellen,
                                overeenkomstig artikel 24 van de Wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt op voorstel van het dagelijks bestuur, in
                                ieder geval een adviescommissie, genaamd Gebruikerscommissie, in ten
                                behoeve van het dagelijks bestuur, bestaande uit ambtelijke
                                functionarissen die door de deelnemende gemeenten zijn aangewezen.
                                Elke deelnemende gemeente vaardigt één functionaris af. Naast het
                                geven van advies aan het dagelijks bestuur zal deze commissie ook
                                advies geven aan de manager en fungeren als klankbord voor deze
                                functionaris. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het regioMT ISHW adviseert in de hoedanigheid van de Auditcommissie
                                het algemeen en dagelijks bestuur gevraagd en ongevraagd met
                                betrekking tot financiële aangelegenheden en is in die hoedanigheid
                                ook toezichthouder bij de Audits. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin de
                                samenstelling, taken en bevoegdheden en de werkwijze van de
                                Auditcommissie verder wordt uitgewerkt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Regionaal Managementteam ISHW</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Regionaal Managementteam ISHW</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een regionaal managementteam ICT-samenwerking Hoeksche Waard
                                (regioMT ISHW) bestaande uit de gemeentesecretarissen van de
                                deelnemende gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van het regioMT ISHW oefent de bevoegdheden uit die
                                hem op grond van de artikelen 7 lid 2 en 9 lid 2 kunnen worden
                                gemandateerd. Hij neemt geen besluit zonder het regioMT te hebben
                                gehoord. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het regioMT ISHW adviseert de voorzitter op basis van consensus ten
                                aanzien van de bevoegdheden benoemd in het tweede lid. Indien niet
                                tot een eensluidend advies kan worden gekomen en er dus geen
                                consensus is, maakt de voorzitter geen gebruik van het mandaat en
                                beslist de oorspronkelijke mandaatgever. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de door het algemeen bestuur op te stellen organisatieverordening
                                over de ambtelijke organisatie van de dienst worden ook de positie
                                en de taken van het RegioMT en de onderlinge verhoudingen binnen het
                                regioMT ISHW nader uitgewerkt. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Inlichtingen en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Naar de gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken zo spoedig
                                mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, schriftelijk aan de raden
                                van de deelnemende gemeenten de door hen, of de door een of meer van
                                hun leden, gevraagde inlichtingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen en het dagelijks bestuur geven daarnaast aan de raden
                                en colleges van burgemeester en wethouders ongevraagd alle
                                informatie die voor een juiste beoordeling van het door die
                                bestuursorganen gevoerde beleid nodig is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college van
                                burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen alle
                                inlichtingen die door het college, of een of meer leden daarvan,
                                worden verlangd. Het verschaffen van die inlichtingen geschiedt
                                volgens de door de betrokken deelnemende gemeente geregelde wijze.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur is aan het college van burgemeester
                                en wethouders dat hem heeft aangewezen, of een of meer leden
                                daarvan, verantwoording schuldig voor het door hem in het bestuur
                                gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens
                                de door de betrokken deelnemende gemeente geregelde wijze. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur kan door het college van
                                burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen worden ontslagen
                                indien dit lid niet meer het vertrouwen van dat college bezit. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten
                                aanzien van de raad van de gemeente van welk het college van
                                burgemeester en wethouders het betreffende lid heeft aangewezen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Intern</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor
                                het door hen gevoerde bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur of aan een
                                of meer leden daarvan alle informatie die voor een juiste
                                beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde
                                bestuur nodig is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur
                                worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het
                                algemeen bestuur bezit. Artikel 49 van de Gemeentewet is van
                                overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing
                                op de voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>Personeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Personeel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de Dienst is personeel werkzaam. </al></li><li nr="2."><al>Op het personeel in ambtelijke dienst is de collectieve
                                    arbeidsvoorwaardenregeling voor het gemeentepersoneel, de
                                    CAR/UWO, zoals geldend in de gemeente Binnenmaas, van
                                    toepassing. </al></li><li nr="3."><al>Naast het bepaalde in het tweede lid kan het dagelijks bestuur
                                    aanvullende rechtspositieregelingen vaststellen. </al></li><li nr="4."><al>Het dagelijks bestuur hoort de manager, alvorens een besluit tot
                                    aanstelling, schorsing of ontslag te nemen omtrent het personeel
                                    van de Dienst.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoodstuk</label><nr>XI</nr><titel>Archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Archief</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring en het beheer van de
                            archiefbescheiden van de Dienst. Ten aanzien van de archiefbescheiden
                            zijn de voorschriften die voor gemeenten gelden van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XII</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Financiën algemeen</titel></kop><al>Met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie, het
                            kasbeheer en de controle zijn de artikelen 212 tot en met 215 van de
                            Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op voor
                                het volgende kalenderjaar en zendt deze, voorzien van een
                                toelichting, voor 15 april toe aan de raden van de deelnemende
                                gemeenten. Tegelijkertijd zendt het dagelijks bestuur voor de
                                looptijd van de begroting een meerjarenbeleidsvisietoe aan de raden
                                van de deelnemende gemeenten. Deze visie beslaat een looptijd gelijk
                                aan de looptijd van de meerjarenbegroting. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begroting, de jaarrekening en het jaarverslag dienen te voldoen
                                aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen het dagelijks bestuur
                                van hun gevoelen over de ontwerpbegroting en over de
                                meerjarenbeleidsvisie doen blijken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk de opmerkingen van
                                de raden over de begroting, de opmerkingen over de
                                meerjarenbeleidsvisie en eventueel een nota van wijzigingen aan het
                                algemeen bestuur. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenbeleidsvisie
                                vast en zendt terstond afschriften aan de raden van de deelnemende
                                gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na
                                vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde
                                staten. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens deze
                                wet niet is afgeweken. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke
                                deelnemende gemeente voor dat jaar, waarop de begroting betrekking
                                heeft, verschuldigde bijdrage in de kosten voor de basistaken als
                                bedoeld in artikel 4 lid 1, voortvloeiende uit de regeling. Deze
                                bijdrage wordt voor alle deelnemende gemeenten bepaald naar het
                                aantal inwoners. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage naar
                                inwonersaantal wordt uitgegaan van het inwonersaantal op 1 januari
                                van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd
                                is. Voor de vaststelling van het inwonersaantal wordt aangehouden de
                                door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het
                                lopende jaar openbaar gemaakte cijfers. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten nemen de in de begroting geraamde bijdragen
                                voor hun gemeente op in de gemeentebegroting. </al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Indien aan het algemeen bestuur van het ISHW blijkt dat een
                                deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te
                                zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten
                                het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195
                                Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten zullen er steeds voor zorg dragen dat het
                                openbaar lichaam te allen tijden over voldoende middelen beschikt om
                                aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. </al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>Baten en lasten die verband houden met de uitvoering van taken als
                                bedoeld in artikel 4 leden 3 en 4 worden afzonderlijk in de
                                begroting van de ISHW opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks
                                vóór 16 januari en vóór 16 juli de helft van de in het achtste lid
                                bedoelde bijdrage. </al></lid><lid><lidnr>15.</lidnr><al>In een door het algemeen bestuur op te stellen Financiële
                                Verordening wordt de nadere financiële kaderstelling geregeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>De rekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt de rekening, na toevoeging van een
                                verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening,
                                ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet
                                aangewezen deskundige en van hetgeen het dagelijks bestuur te zijner
                                verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden ter
                                vaststelling aan het algemeen bestuur aan en zendt deze vóór 15
                                april ter kennisname aan de raden van de deelnemende gemeenten.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende
                                op het jaar waarop deze betrekking heeft. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de
                                vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende
                                op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan
                                gedeputeerde staten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vaststelling strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens
                                later in rechte gebleken onregelmatigheden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de
                                deelnemende gemeenten verdeeld naar het inwonersaantal op 1 januari
                                van het jaar, waarop de rekening betrekking heeft. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor de vaststelling van het inwonersaantal wordt aangehouden de
                                door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het
                                lopende jaar openbaar gemaakte cijfers. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 21
                                betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats na de
                                vaststelling van de rekening. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Facturering van de aanvullende dienstverlening geschiedt achteraf
                                per kwartaal. De basis hiervoor vormt de boekhouding die door de
                                Dienst ten aanzien van de aanvullende dienstverlening wordt
                                bijgehouden en de overeengekomen tarieven. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIII</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Toetreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding tot deze regeling kan geschieden bij besluit van het
                                college van burgemeester en wethouders van die gemeente, doch
                                slechts wanneer de colleges van burgemeesters en wethouders van alle
                                deelnemende gemeenten hiertoe besluiten, zulks na verkregen
                                toestemming van de gemeenteraden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een besluit bedoeld in lid 1, eerste zin, van dit artikel gaat
                                de volgende procedure vooraf: a. het verzoek tot toetreding wordt
                                ingediend bij het algemeen bestuur, dat zo spoedig mogelijk dit
                                verzoek behandelt in een vergadering; b. in deze vergadering stelt
                                het algemeen bestuur een advies op, gericht aan de colleges van
                                burgemeesters en wethouders en de raden der deelnemende gemeenten,
                                betreffende de gevraagde toetreding; c. het verzoek om toetreding
                                wordt, vergezeld van het onder b. bedoelde advies, doorgezonden aan
                                de colleges van burgemeesters en wethouders en de raden der
                                deelnemende gemeenten, die beslissen respectievelijk verzocht worden
                                te beslissen over de in het eerste lid bedoelde toestemming; d. het
                                dagelijks bestuur stelt de verzoekende gemeente in kennis van de
                                genomen besluiten, als bedoeld onder c. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toetreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
                                maand, volgende op die, waarin het gemeentebestuur dat daartoe bij
                                deze regeling is aangewezen de wijziging van de regeling aan
                                gedeputeerde staten heeft toegezonden, tenzij het besluit een latere
                                datum van ingang heeft en overigens de toetreding op de
                                gebruikelijke wijze is bekend gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toetredende gemeente is de in artikel 21 bedoelde bijdrage voor
                                het eerst verschuldigd met ingang van 1 januari van het jaar, waarin
                                het besluit tot toetreding is toegezonden aan Gedeputeerde staten,
                                tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een deelnemende gemeente kan uittreden door een besluit van het
                                college van burgemeester en wethouders van die gemeente, zulks na
                                verkregen toestemming van de raad van die gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van
                                een jaar, met dien verstande dat ten minste een opzegperiode van één
                                kalenderjaar na het besluit, bedoeld in het eerste lid in acht is
                                genomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De uittredende gemeente dient een door het algemeen bestuur vast te
                                stellen uittredingssom te betalen. Over de hoogte van deze
                                uittredingssom wordt geadviseerd door een in overleg met de
                                uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke
                                registeraccountant die een plan opstelt dat ten minste inzicht geeft
                                in alle kosten, die direct en indirect samenhangen met de
                                uittreding. De kosten van het plan komen voor rekening van de
                                uittredende deelnemer. Het algemeen bestuur betrekt dit plan, dat
                                dus ook een advies bevat over de hoogte van de uittredingssom, bij
                                het vaststellen van de uittredingssom. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Wijziging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zowel het dagelijks bestuur van het samenwerkingsorgaan als het
                                college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente
                                kunnen bij het algemeen bestuur voorstellen indienen inzake
                                wijziging van de regeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk
                                acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur
                                vastgestelde voorstel toekomen de colleges van burgemeester en
                                wethouders van de deelnemende gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een wijziging van deze regeling vindt slechts plaats wanneer de
                                colleges van burgemeesters en wethouders van alle deelnemende
                                gemeenten hiertoe besluiten, zulks na verkregen toestemming van de
                                gemeenteraden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wijziging gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die
                                waarin de wijziging openbaar is bekendgemaakt op de wijze zoals
                                bedoeld in artikel 26 van de wet, tenzij het besluit tot wijziging
                                een latere datum van ingang heeft. Het gemeentebestuur dat daartoe
                                bij deze regeling is aangewezen zend de wijziging van de regeling
                                aan gedeputeerde staten toe.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Opheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van burgemeester en
                                wethouders van alle deelnemende gemeenten daartoe besluiten, zulks
                                na verkregen toestemming van gemeenteraden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die
                                waarin de opheffing openbaar is bekendgemaakt, tenzij het besluit
                                tot opheffing een latere datum van ingang heeft. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur
                                tot liquidatie en het stelt daarvoor regels vast. Hierbij kan van de
                                bepalingen in de regeling worden afgeweken. Alle rechten en plichten
                                van de regeling zijn in het liquidatieplan verdeeld over de
                                deelnemers. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden
                                van de deelnemende gemeenten gehoord zijn, vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in de financiële gevolgen van de
                                opheffing. Op de liquidatierekening is het bepaalde ten aanzien van
                                de jaarlijkse rekening zoveel mogelijk van toepassing. Het
                                liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die opheffing heeft voor
                                het personeel. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De bestuursorganen van de regeling blijven zo nodig ook na het
                                tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is
                                beëindigd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIV</nr><titel>Geschillen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Geschillen</titel></kop><al>Ten aanzien van geschillen omtrent de toepassing van de regeling in de
                            ruimste zin, geldt het gestelde in artikel 28 van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XV</nr><titel>Extern klachtrecht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Klachten</titel></kop><al>De externe beoordeling van verzoekschriften als bedoeld in titel 9:2 van
                            de Algemene wet bestuursrecht is opgedragen aan de Ombudscommissie
                            Hoeksche Waard. De werkwijze zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke
                            regeling Ombudscommissie Hoeksche Waard is op de behandeling van deze
                            verzoekschriften van toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XVI</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Inwerkingtreding en duur van de regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
                                maand volgende op die van opname in de registers als bedoeld in
                                artikel 27 lid 1, van de wet en de regeling op de gebruikelijke
                                wijze als bedoeld in artikel 26 van de wet is bekend gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders van Binnenmaas draagt
                                zorg voor de inzending van de regeling aan gedeputeerde staten, als
                                bedoeld in artikel 26 eerste lid van de wet, binnen een maand na
                                vaststelling van de regeling en voor de bekendmaking als bedoeld in
                                artikel 26 tweede lid van de wet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Titel</titel></kop><al>De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling ISHW.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders van de gemeente Binnenmaas op 22 september 2015, de
                        secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening> Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders van de gemeente Cromstrijen op 22 september 2015, de
                        secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening> Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders van de gemeente Korendijk op …………. 2015, de secretaris, de
                        burgemeester,</ondertekening><ondertekening> Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders van de gemeente Oud-Beijerland op 13 oktober 2015, de
                        secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening> Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders van de gemeente Strijen op 24 november.2015, de secretaris,
                        de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>