<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3888_2</dcterms:identifier><dcterms:title>nr 12.01 Algemene Subsidieverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-06-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, 17-6-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art 147,149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging ivm kaderstelling lokale innovatiegelden Sociaal Domein.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>IN15.678</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn, instellingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt o.a. de Subsidieverordening welzijn en sport gemeente Angerlo 2003 i.v.m. gemeentelijke herindeling 2005 en is in 2015 aangevuld ivm het lokale innovatiefonds binnen het Sociaal Domein.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>nr 12.01 Algemene Subsidieverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht</al></li><li nr="b."><al>activiteit: samenhangende werkzaamheden en handelingen van een
                                    subsidieontvanger</al></li></lijst><al>gericht op het belang van de gemeente en/of haar inwoners en
                            passend</al><al>binnen de door de raad vastgestelde beleidsregels, grondslagen en</al><al>doelstellingen, die door de aanvrager zal worden uitgevoerd en door
                            het</al><al>college kan worden gesubsidieerd.</al><al>c.begroting: een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten
                            en uitgaven van</al><al>de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op activiteiten
                            waarvoor</al><al>subsidie wordt gevraagd.</al><al>d.boekjaar: kalenderjaar, tenzij met de subsidieontvanger een andere
                            periode is</al><al>overeengekomen.</al><al>e.budgetsubsidie: subsidie aan semi-publieke instellingen voor
                            activiteiten/prestaties, welke voor</al><al>maximaal een 4-jaarlijks tijdvak wordt verleend en waarbij een</al><al>uitvoeringsovereenkomst met de instelling wordt gesloten inzake de
                            uitvoering</al><al>van afgesproken activiteiten, waarbij het subsidiebedrag</al><al>direct wordt gerelateerd aan een bepaald niveau van activiteiten, een en
                            ander</al><al>conform de bepalingen in het hoofdstuk budgetsubsidies.</al><lijst><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Zevenaar.</al></li><li nr="g."><al>incidentele subsidie: subsidie voor (een) activiteit(en) met een
                                    eenmalig of experimenteel karakter</al></li></lijst><al>één en ander conform de bepalingen in het hoofdstuk incidentele
                            subsidies.</al><al>h.instelling: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie, die zich
                            ten doel stelt</al><al>zonder winstoogmerk prestaties/activiteiten te verrichten op het gebied
                            van het</al><al>specifieke welzijnswerk ten behoeve van de inwoners van de gemeente</al><al>Zevenaar.</al><al>i.meerjarensubsidie: subsidie die voor de duur van meerdere jaren
                            jaarlijks wordt verstrekt middels</al><al>het welzijnsprogramma.</al><al>j.subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
                            verstrekt</al><al>met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan
                            als</al><al>betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten</al><lijst><li nr="k."><al>subsidieontvanger: de rechtspersoon of natuurlijke persoon aan
                                    wie de subsidie is verstrekt.</al></li><li nr="l."><al>subsidieplafond: inhoudende het bedrag dat gedurende een bepaald
                                    tijdvak ten hoogste</al></li></lijst><al>beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een
                            bepaald</al><al>wettelijk voorschrift</al><lijst><li nr="m."><al>raad: de raad van de gemeente Zevenaar.</al></li><li nr="n."><al>uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst tussen het college en
                                    de subsidieontvanger ter</al></li></lijst><al>uitvoering van de verleningsbeschikking, waarin de
                            subsidieontvanger</al><al>zich verplicht om de activiteiten te verrichten en de
                            overeengekomen</al><al>prestaties te leveren waarvoor de subsidie is verleend</al><al>o.waarderingssubsidie: een vaste geldelijke bijdrage, die voor een
                            tijdvak van 2 jaar wordt</al><al>vastgesteld een en ander conform de bepalingen in de notitie</al><al>subsidiegrondslagen voor jeugd- en jongeren, kunst en cultuur, sport en
                            zorg,</al><al>waarmee de gemeente aangeeft bepaalde activiteiten of een bepaald</al><al>maatschappelijk doel te waarderen, zonder deze naar aard of inhoud te
                            willen</al><al>beïnvloeden.</al><al>p.welzijnsprogramma: Een jaarlijks door het college van burgemeester en
                            wethouders uit te geven</al><al>document waarin de subsidieplafonds, de verdeelsleutel van het
                            beschikbare</al><al>subsidiebudget en het te verwachten subsidiebedrag aan de te
                            subsidiëren</al><al>verenigingen en instellingen wordt medegedeeld.</al><al>q. Lokaal innovatiebudget: Een jaarlijks vastgesteld percentage op basis
                            van het inkoopbudget waarmee de gemeente een impuls wil geven aan de
                            creativiteit en innovatiekracht van de maatschappelijke partners op
                            lokaalniveau. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>1.Deze verordening is van toepassing op het verlenen van subsidies aan
                            instellingen op het terrein vanhet specifieke welzijn (jeugd- en
                            jongeren, kunst en cultuur, sport en zorg), wier activiteiten eendirecte
                            bijdrage leveren aan het welbevinden van de ingezetenen van de gemeente
                            Zevenaar. Deze verordening biedt evenzeer ruimte voor invulling en
                            uitwerking van het lokale deel van het innovatiefonds sociaal domein. </al><al>2.Het college is bevoegd om, per beleidsterrein als genoemd in lid 1 van
                            dit artikel, beleidsregels vastte stellen en past tevens de grondslagen
                            toe zoals geformuleerd in de notitie subsidiegrondslagen,</al><al>3.Voor zover niet in een bijzondere subsidieregeling anders is bepaald,
                            zijn de bepalingen van dezeverordening van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslissingsbevoegdheid subsidieverstrekking</titel></kop><al>Het college is bevoegd tot het nemen van alle besluiten ter uitvoering
                            van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><al>1.Subsidie kan slechts worden verleend aan rechtspersonen met volledige
                            rechtsbevoegdheid, die zichzonder winstoogmerk ten doel stelt, door het
                            gemeentebestuur erkende belangen van ideële en/ofmateriële aard te
                            behartigen.</al><al>2.In bijzondere gevallen kan het college, in afwijking van het gestelde
                            in het eerste lid, subsidieverlenen aan instellingen zonder volledige
                            rechtspersoonlijkheid of natuurlijke personen.</al><lijst><li nr="3."><al>De instelling dient krachtens de statuten gevestigd te zijn in
                                    de gemeente Zevenaar.</al></li><li nr="4."><al>De instelling dient ingeschreven te staan bij de Kamer van
                                    Koophandel en bewijs van inschrijving teoverleggen;</al></li></lijst><al>5.In bijzondere gevallen kan het college bepalen dat van het gestelde in
                            het derde en vierde lid magworden afgeweken.</al><al>6. Voor de verlening van subsidiegelden ten behoeve van het
                            innovatiefonds sociaal domein kan eveneens worden afgeweken van het
                            eerste, derde en vierde lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidiëring (art. 4:23 Awb)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die, naar
                                    inzicht van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>passen binnen gemeentelijke doelstellingen ten aanzien
                                            van beleidsvelden zoals genoemd indeze verordening en de
                                            notitie subsidiegrondslagen, danwel blijken uit
                                            degemeentebegroting;</al></li></lijst></li></lijst><al>b.een direct Zevenaars belang hebben en in overwegende mate gericht zijn
                            op (specifiekegroepen van) inwoners van de gemeente Zevenaar;</al><al>c.in georganiseerd verband plaatsvinden, gericht zijn op het scheppen
                            van voorwaarden voorindividuele ontplooiing, het vergroten van de
                            zelfredzaamheid of het bevorderen van delichamelijke en geestelijke
                            gezondheid;</al><al>d.open van karakter en toegankelijk zijn voor alle inwoners of
                            specifieke groepen en eenbijdrage leveren aan de realisatie van de
                            gemeentelijke doelstelling;</al><al>e.gericht op het versterken van de gemeenschapszin en het instandhouden
                            en bevorderen vansociale verbanden in de gemeente Zevenaar.</al><al>f. een bijdrage leveren aan een lokale impuls voor creativiteit en
                            innovatiekracht van maatschappelijke partners in het sociale domein. </al><lijst><li nr="2."><al>Teneinde in aanmerking te komen voor subsidie dient de
                                    aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoefte aan de activiteit, waarvoor subsidie wordt
                                            aangevraagd, aannemelijk te maken;</al></li><li nr="b."><al>aan te tonen dat de verwachting gerechtvaardigd is dat,
                                            met inbegrip van de aangevraagdesubsidie, de financiële
                                            middelen toereikend zijn om de activiteiten te kunnen
                                            realiseren;</al></li></lijst></li></lijst><al>c.waar mogelijk zijn activiteiten af te stemmen op die van soortgelijke
                            instellingen en metdergelijke instellingen samen te werken. Het college
                            kan terzake voorschriften in eenbeschikking tot verlening van de
                            subsidie stellen;</al><lijst><li nr="d."><al>geen activiteiten te verrichten die in strijd zijn met de
                                    wet;</al></li><li nr="e."><al>een vereniging te zijn met 10 of meer leden of een Stichting met
                                    10 of meer deelnemers peractiviteit te zijn.</al><al>f. bij een verzoek om een bijdrage uit het innovatiefonds
                                    sociaal domein, te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in de
                                    beleidsregels `Innovatiefonds Sociaal Domein Zevenaar´. </al><al/><al>De artikelen 6 en volgende zijn derhalve niet van toepassing op
                                    innovatiegelden. </al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Subsidiering van activiteiten vindt niet plaats indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de instelling zelf in de kosten daarvan kan voorzien,
                                            hetzij uit eigen middelen, hetzij uitmiddelen van
                                            derden, tenzij het college van oordeel is dat de te
                                            leveren activiteiten vandermate belang zijn dat van deze
                                            regel kan worden afgeweken. Het college kan daartoe</al></li></lijst></li></lijst><al>nadere richtlijnen opstellen;</al><al>b.de activiteiten of nevenactiviteiten gericht zijn op de gemeenschap of
                            op doelgroepen waarinreeds op andere wijze is voorzien;</al><al>c.het commerciële activiteiten betreffen tenzij deze activiteiten
                            betrekking hebben op het innovatiefonds Sociaal domein, activiteiten die
                            het karakter dragen van discriminatie,in strijd zijn met de
                            fatsoensnormen en goede zeden of gestoeld zijn op
                            partijpolitieke,godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag;</al><al>d.subsidie leidt tot vermogensvorming1.</al><al/><al>1 Bestemmingsreserves: indien inzichtelijk en helder geformuleerd vallen
                            deze niet onder vermogensvorming. Vrije reserves: welke</al><al>groter zijn dan 10% van het totaal aan eigen inkomsten en het toegekende
                            subsidiebedrag vallen onder vermogensvorming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Subsidieplafond (art. 4:25 Awb)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad stelt jaarlijks de subsidieplafonds vast.</al></li><li nr="2."><al>Deze subsidieplafonds worden aan de betreffende verenigingen en
                                    instellingen tijdig kenbaar</al></li></lijst><al>gemaakt door middel van het uitgeven van een subsidieprogramma.</al><al>3.Indien een subsidieplafond dreigt te worden overschreden, geeft het
                            college bij de verdeling van het</al><al>beschikbare bedrag, die aanvragen voorrang, waarvan de inwilliging in
                            vergelijking met andere</al><al>aanvragen naar verwachting:</al><lijst><li nr="a."><al>van meer belang is voor het beleid waarvoor het college
                                    verantwoordelijkheid draagt;</al></li><li nr="b."><al>naar mening van het college een grotere bijdrage levert aan de
                                    realisatie van de</al></li></lijst><al>doelstelling van het subsidiebeleid.</al><al>Per beschikbaar subsidiebudget kunnen aanvullende regels betreffende het
                            verlenen van voorrang</al><al>worden vastgesteld.</al><al>4.Indien met toepassing van het derde lid geen voorrang kan worden
                            bepaald verdeelt het college het</al><al>beschikbare subsidiebedrag met in acht name van een verdeling van het
                            tekort naar evenredigheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Toezichthouders (art. 4:59 Awb)</titel></kop><al>Het college kan een of meer toezichthouders aanwijzen die belast zijn
                            met het toezicht op de naleving van</al><al>de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>De incidentele subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indiening subsidieaanvraag (4:29 Awb)</titel></kop><al>1.Een aanvraag om subsidie wordt tenminste 12 weken voor aanvang van de
                            activiteit ingediend,</al><al>middels een door het college vastgesteld formulier.</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen voor het tijdstip van het indienen
                            van een aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bevoegheid</titel></kop><al>Het college kan desbetreffende portefeuillehouder mandateren met
                            betrekking tot de afhandeling vanincidentele subsidies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inhoud van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag wordt ondertekend en dient vergezeld te gaan van:
                                    (art. 4:2 Awb):</al><lijst><li nr="-"><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="-"><al>de dagtekening;</al></li><li nr="-"><al>een gespecificeerde begroting met toelichting;</al></li><li nr="-"><al>een beschrijving van de geplande activiteiten en de
                                            hiermee beoogde doelstellingen;</al></li><li nr="-"><al>een omschrijving van de redenen waarom de activiteit(en)
                                            alleen met behulp van gemeentelijke</al></li></lijst></li></lijst><al>subsidie gerealiseerd kunnen worden;</al><al>-een mededeling of er tevens subsidie is aangevraagd bij een of meer
                            andere bestuursorganenen/of fondsen en voor zover bekend het resultaat
                            van deze aanvra(a)g(en).</al><al>2.Het college kan binnen een nader te bepalen termijn overlegging van
                            andere stukken ofanderszins verstrekking van nadere informatie
                            verlangen, indien deze dit ter beoordeling van deaanvraag nodig
                            acht.</al><al>3.Het college kan bepalen dat één of meer van de in dit artikel genoemde
                            stukken niet overgelegdbehoeven te worden, indien daarmee geen
                            aantoonbaar belang is gediend of indien ditredelijkerwijs niet van de
                            aanvrager verlangd kan worden<cursief>.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hersteltermijn subsidieaanvraag</titel></kop><al>Indien de aanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals die zijn gesteld
                            in de Algemene wet bestuursrechten bij of krachtens deze verordening,
                            bepaalt het college binnen welke termijn de gegevens aangevuldkunnen
                            worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 8 weken na indiening van de aanvraag neemt het college
                                hierover een beslissing</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een positief besluit bevat de beschikking:</al><lijst><li nr="a."><al>de beslissing van het college;</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                        verleend;</al></li><li nr="c."><al>het bedrag van de subsidie;</al></li><li nr="d."><al>het tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft;</al></li><li nr="e."><al>de bezwaarmogelijkheid als bedoeld in artikel 6:4 Awb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 6 van deze
                                verordening opleggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn verdagen,
                                onder opgave van redenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Subsidievaststelling en Verantwoording</titel></kop><al>1.De subsidieontvanger dient binnen twaalf weken, na afloop van de
                            activiteit waarvoor subsidie isverleend of het subsidietijdvak een
                            aanvraag tot subsidievaststelling in, tenzij de vaststelling van
                            desubsidie anders is geregeld in een overeenkomst als bedoeld in artikel
                            4:36 lid 1 Awb.</al><al>2.De aanvraag tot subsidievaststelling bevat een door het bestuur
                            gewaarmerkt inhoudelijk verslagaangaande de gesubsidieerde activiteiten
                            waarin in ieder geval de volgende onderdelen zijnopgenomen:</al><al>-een beschrijving van de aard en omvang van de activiteiten, tenzij de
                            subsidie voor</al><al>de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld (art. 4:45 lid 1
                            Awb);</al><lijst><li nr="-"><al>een vergelijking van de nagestreefde en gerealiseerde
                                    doelstellingen;</al></li><li nr="-"><al>een toelichting op de eventuele verschillen;</al></li><li nr="-"><al>een financieel overzicht van inkomsten en uitgaven.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen met betrekking tot
                                            het eerste lid indien het om een</al></li></lijst></li></lijst><al>subsidiebedrag gaat van € 500,- en lager en direct bij subsidieverlening
                            tot vaststelling overgaan.</al><al>4.Het college kan ontheffing verlenen van één of meer onderdelen van het
                            tweede lid, indien naleving</al><al>daarvan redelijkerwijs niet verlangd kan worden of indien daarmee geen
                            aantoonbaar belang is</al><al>gediend.</al><al>5.Het college kan overlegging van andere stukken of nadere informatie
                            vragen, indien het college dit</al><al>nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag om vaststelling.</al><al>6.Indien de aanvraag tot vaststelling niet binnen de gestelde termijn is
                            ontvangen, kan het college een</al><al>termijn stellen voor het alsnog indienen van een aanvraag tot
                            vaststelling (art 4:44 lid 3 Awb).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Meerjaren subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Indiening subsidieaanvraag</titel></kop><al>1.Een aanvraag tot verlening van een meerjarensubsidie wordt 1 keer per
                            2 jaar ingediend bij het</al><al>college uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de twee boekjaren waarvoor
                            subsidie wordt aangevraagd,</al><al>middels een door het college vastgesteld formulier.</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen voor het tijdstip van het indienen
                            van een aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inhoud van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag wordt ondertekend en bevat in ieder geval (art. 4:2
                                    Awb):</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van de beschikking die wordt
                                            gevraagd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Daarnaast wordt de aanvraag vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>een begroting.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij een eerste aanvraag worden door de aanvrager, die tevens
                                    rechtspersoon met volledige</al></li></lijst><al>rechtsbevoegdheid is, tevens de volgende stukken overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de oprichting- of stichtingsakte;</al></li><li nr="b."><al>indien aanwezig de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in
                                    artikel 361 Boek 2 BW,</al></li></lijst><al>danwel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting
                            daarop of, indien deze</al><al>bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de
                            aanvrager op het</al><al>moment van de aanvraag;</al><al>c.de stukken als bedoeld in sub b van dit lid zijn voorzien van een
                            verklaring van een</al><al>accountant.</al><al>4.De aanvrager doet, indien hij voor dezelfde begrote uitgaven tevens
                            subsidie heeft aangevraagd</al><al>bij een of meer andere bestuursorganen, daarvan mededeling in de
                            aanvraag, onder vermelding</al><al>van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die
                            aanvraag of aanvragen.</al><al>5.Het college kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in het
                            derde lid sub c genoemde</al><al>verplichtingen.</al><al>6.Het college kan binnen een door haar te bepalen termijn overlegging
                            van andere stukken of</al><al>anderszins verstrekking van nadere informatie verlangen, indien het
                            college dit ter beoordeling</al><al>van de aanvraag nodig acht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Hersteltermijn subsidieaanvraag</titel></kop><al>Indien de aanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals die zijn gesteld
                            in de wet en bij of krachtens deze</al><al>verordening, bepaalt het college binnen welke termijn de gegevens
                            aangevuld kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><al>In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de beslissing van het college;</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                    verleend;</al></li><li nr="c."><al>het tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>op welk bedrag de aanvrager jaarlijks recht heeft, dan wel op
                                    welke wijze het toegekende</al></li></lijst><al>bedrag jaarlijks geïndexeerd wordt;</al><lijst><li nr="e."><al>de bezwaarmogelijkheid als bedoeld in artikel 6:4 Awb;</al></li><li nr="f."><al>welke gegevens, op welk tijdstip, de subsidieontvanger periodiek
                                    moet verstrekken;</al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, een begrotingsvoorbehoud als bedoeld in
                                    artikel 4:34 Awb.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>het boekjaar gelijk te stellen met het
                                            kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>een zodanig ingerichte administratie te voeren dat
                                            daaruit te allen tijde de voor de vaststelling</al></li></lijst></li></lijst><al>van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de
                            betalingen en de</al><al>ontvangsten kunnen worden nagegaan;</al><al>c.de administratie en de daarbij behorende bescheiden te bewaren
                            gedurende een periode van</al><al>7 jaar;</al><al>d.indien er aanmerkelijke verschillen verwacht worden tussen geraamde en
                            gerealiseerde</al><al>inkomsten en uitgaven, hiervan melding te doen aan het college;</al><al>e.tot een vergoedingsplicht van met subsidie behaald vermogensvoordeel,
                            overeenkomstig art.</al><al>4:41 Awb, bij beëindiging van de subsidie; de hoogte van de vergoeding
                            wordt nader</al><al>bepaald.</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen van de verplichtingen genoemd in
                            het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Rechtshandelingen subsidieontvanger</titel></kop><al>1.De subsidieontvanger moet toestemming vragen aan het college voor de
                            hieronder genoemde</al><al>rechtshandelingen:</al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten danwel deelnemen in een rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>het wijzigen van de statuten;</al></li><li nr="c."><al>het in eigendom verwerven, vervreemden of het bezwaren van
                                    registergoederen, indien zij</al></li></lijst><al>mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, danwel de lasten
                            daarvoor mede</al><al>worden bekostigd uit de subsidiegelden;</al><al>d.het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging,
                            vervreemding of bezwaring</al><al>van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze
                            goederen geheel of</al><al>gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie danwel de
                            uitgaven daarvoor mede</al><al>zijn bekostigd uit de subsidie;</al><lijst><li nr="e."><al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van
                                    geldlening;</al></li><li nr="f."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich
                                    verbindt tot</al></li></lijst><al>zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van
                            derden of waarbij hij</al><al>zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een
                            derde sterk maakt;</al><lijst><li nr="g."><al>het vormen van fondsen en reserveringen;</al></li><li nr="h."><al>het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de
                                    subsidieontvanger in de gewone</al></li></lijst><al>uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten
                            prestaties;</al><al>i.het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn
                            surseance van betaling.</al><al>2 . Het college kan ontheffing verlenen van de verplichtingen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling</titel></kop><al>1.De subsidieontvanger dient, met betrekking tot de aanvraag tot
                            subsidieverlening, 1 keer in de 2 jaar,</al><al>uiterlijk op 1 april in, de begroting en het activiteitenplan voor de
                            komende 2 jaar, als bedoeld in art.</al><al>15 lid 1, 2 en 4 van deze verordening.</al><al>2.De subsidieontvanger dient, met betrekking tot de aanvraag tot
                            subsidievaststelling, 1 keer in de 2</al><al>jaar, uiterlijk op 1 april in, het activiteitenverslag en het financiële
                            verslag over de afgelopen twee</al><al>jaren.</al><al>3.Het college kan overlegging van andere stukken of nadere informatie
                            vragen, indien zij dit nodig</al><al>achten voor de beoordeling van de aanvraag om vaststelling.</al><al>4.Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan
                            het college een termijn stellen</al><al>voor het alsnog indienen van een aanvraag tot vaststelling.</al><al>5.Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel,
                            vindt eenmaal per 4 jaar een</al><al>beleidsmatige herijking van de subsidieverstrekking plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>1.Het college beslist uiterlijk op 1 december voorafgaand aan het eerste
                            boekjaar op een aanvraag tot</al><al>verlening van subsidie als bedoelt in artikel 20 eerste lid van deze
                            verordening.</al><al>2.Het college beslist uiterlijk op 1 december na afloop van de twee
                            desbetreffende boekjaren op een</al><al>aanvraag tot vaststelling van subsidie als bedoelt in artikel 20 tweede
                            lid van deze verordening.</al><al>3.Het college kan de in het eerste en tweede lid genoemde termijn
                            verdagen, onder opgave van</al><al>redenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Budgetsubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Indiening subsidieaanvraag</titel></kop><al>1.Een aanvraag tot verlening van een budgetsubsidie wordt ingediend bij
                            het college uiterlijk 1 april</al><al>voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt ingediend, middels
                            een door het college</al><al>vastgesteld formulier.</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen voor het tijdstip van het indienen
                            van een aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inhoud van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag wordt ondertekend en bevat in ieder geval (art. 4:2
                                    Awb):</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van de beschikking die wordt
                                            gevraagd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Daarnaast wordt de aanvraag vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>een begroting.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij een eerste aanvraag worden door de aanvrager, die tevens
                                    rechtspersoon met volledige</al></li></lijst><al>rechtsbevoegdheid is, tevens de volgende stukken overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de oprichting- of stichtingsakte;</al></li><li nr="b."><al>indien aanwezig de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in
                                    artikel 361 Boek 2 BW,</al></li></lijst><al>danwel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting
                            daarop of, indien deze</al><al>bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de
                            aanvrager op het</al><al>moment van de aanvraag;</al><lijst><li nr="c."><al>de stukken als bedoeld in sub b van dit lid zijn voorzien van
                                    accountantsverklaring.</al><lijst><li nr="4."><al>De aanvrager doet, indien hij voor dezelfde begrote
                                            uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd</al></li></lijst></li></lijst><al>bij een of meer andere bestuursorganen, daarvan mededeling in de
                            aanvraag, onder vermelding</al><al>van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die
                            aanvraag of aanvragen.</al><al>5.Het college kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in het
                            derde lid sub c genoemde</al><al>verplichtingen.</al><al>6.Het college kan binnen een door hen te bepalen termijn overlegging van
                            andere stukken of</al><al>anderszins verstrekking van nadere informatie verlangen, indien het
                            college dit ter beoordeling</al><al>van de aanvraag nodig acht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Hersteltermijn subsidieaanvraag</titel></kop><al>Indien de aanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals die zijn gesteld
                            in de wet en bij of krachtens dezeverordening, bepaalt het college
                            binnen welke termijn de gegevens aangevuld kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><al>In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de beslissing van het college;</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                    verleend;</al></li><li nr="c."><al>tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>op welk bedrag de aanvrager jaarlijks recht heeft, dan wel op
                                    welke wijze het toegekende</al></li></lijst><al>bedrag jaarlijks geïndexeerd wordt;</al><lijst><li nr="e."><al>welke gegevens, op welk tijdstip, de subsidieontvanger periodiek
                                    moet verstrekken;</al></li><li nr="f."><al>de bezwaarmogelijkheid als bedoeld in artikel 6:4 Awb;</al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, een begrotingsvoorbehoud als bedoeld in
                                    art. 4:34 Awb.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>het boekjaar gelijk te stellen met het het
                                            kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>een zodanig ingerichte administratie te voeren dat
                                            daaruit te allen tijde de voor de vaststelling</al></li></lijst></li></lijst><al>van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de
                            betalingen en deontvangsten kunnen worden nagegaan;</al><al>c.de administratie en de daarbij behorende bescheiden te bewaren
                            gedurende een periode van</al><al>7 jaar;</al><al>d.indien er aanmerkelijke verschillen verwacht worden tussen geraamde en
                            gerealiseerde</al><al>inkomsten en uitgaven, hiervan melding te doen aan het college;</al><al>e.tot een vergoedingsplicht van met subsidie behaald vermogensvoordeel,
                            overeenkomstig art.</al><al>4:41 Awb, bij beëindiging van de subsidie; de hoogte van de vergoeding
                            wordt nader bepaald</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen van de verplichtingen genoemd in
                            het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Rechtshandelingen subsidieontvanger</titel></kop><al>1.De subsidieontvanger moet toestemming vragen aan het college voor de
                            hieronder genoemde</al><al>rechtshandelingen:</al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten danwel deelnemen in een rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>het wijzigen van de statuten;</al></li><li nr="c."><al>het in eigendom verwerven, vervreemden of het bezwaren van
                                    registergoederen, indien zij</al></li></lijst><al>mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, danwel de lasten
                            daarvoor mede</al><al>worden bekostigd uit de subsidiegelden;</al><al>d.het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging,
                            vervreemding of bezwaring</al><al>van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze
                            goederen geheel of</al><al>gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie danwel de
                            uitgaven daarvoor mede</al><al>zijn bekostigd uit de subsidie;</al><lijst><li nr="e."><al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van
                                    geldlening;</al></li><li nr="f."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich
                                    verbindt tot</al></li></lijst><al>zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van
                            derden of waarbij hij</al><al>zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een
                            derde sterk maakt;</al><lijst><li nr="g."><al>het vormen van fondsen en reserveringen;</al></li><li nr="h."><al>het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de
                                    subsidieontvanger in de gewone</al></li></lijst><al>uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten
                            prestaties;</al><al>i.het ontbinden van de rechtspersoon en de bestemming van een eventueel
                            batig</al><al>liquidatiesaldo bij ontbinding van een subsidieontvanger;</al><al>j.het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn
                            surseance van betaling.</al><al>2 . Het college kan ontheffing verlenen van de verplichtingen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger dient ieder jaar vóór 1 april in:</al><lijst><li nr="a."><al>de begroting en het activiteitenplan voor het komende
                                            jaar, als bedoeld in art. 23 lid</al></li></lijst></li></lijst><al>1, 2 en 4 van deze verordening;</al><lijst><li nr="b."><al>het activiteitenverslag en het financiële verslag over het
                                    afgelopen jaar.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan overlegging van andere stukken of nadere
                                            informatie vragen, indien zij dit nodig</al></li></lijst></li></lijst><al>acht voor de beoordeling van de aanvraag om vaststelling.</al><al>3.Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan
                            het college een termijn</al><al>stellen voor het alsnog indienen van een aanvraag tot vaststelling.</al><al>4.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, vindt
                            eenmaal per 4 jaar een</al><al>beleidsmatige herijking van de subsidieverstrekking plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>1.Het college beslist uiterlijk op 1 december voorafgaand aan het
                            boekjaar op een aanvraag voor</al><al>de verlening en vaststelling van subsidie als bedoeld in artikel 28
                            eerste lid van deze verordening.</al><al>2.Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn verdagen, onder
                            opgave van redenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Weigeringsgronden en korting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Weigeringsgronden subsidie (art. 4:35 Awb)</titel></kop><al>De subsidie<vet>(aanvraag</vet>) kan worden geweigerd indien een
                            gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden (art.
                                    4:35 sub a Awb);</al></li><li nr="b."><al>de activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht op of niet
                                    aanwijsbaar ten goede komen aan</al></li></lijst><al>de inwoners van de gemeente Zevenaar;</al><lijst><li nr="c."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                    verantwoording zal afleggen omtrent</al></li></lijst><al>de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten,
                            voor zover deze</al><al>voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;</al><lijst><li nr="e."><al>het subsidieplafond door verstrekking van de subsidie zou worden
                                    overschreden;</al></li><li nr="f."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in
                                    onvoldoende mate bijdragen aan de</al></li></lijst><al>doeleinden waarvoor subsidiegelden beschikbaar worden gesteld;</al><al>g.de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed aan de
                            activiteiten waarvoor</al><al>de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al><al>h.de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die
                            in strijd zijn met wettelijke</al><al>bepalingen, het algemeen belang of de openbare orde;</al><lijst><li nr="i."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="j."><al>de financiële continuïteit of de continuïteit van de
                                    bedrijfsvoering van de aanvrager niet is</al></li></lijst><al>gegarandeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Overige weigeringsgronden (art. 4:35 lid 2 Awb)</titel></kop><al>De subsidie kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de
                            aanvrager:</al><al>a.in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                            verstrekt en de</al><al>verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de
                            aanvraag zou hebben</al><al>geleid;</al><al>b.failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of
                            ten aanzien van hem de</al><al>schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is
                            verklaard, danwel een</al><al>verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Korting</titel></kop><al>Indien aanvragen om subsidie en inhoudelijke of financiële
                            verantwoordingen voor een</al><al>meerjarensubsidie, niet tijdig of op de datum waarop de aanvraag
                            compleet ingediend had moeten zijn,</al><al>niet compleet is ingediend kan het college een kortingspercentage
                            hanteren dat als volgt is opgebouwd:</al><al>10 procent als men één dag tot twee weken te laat is en vervolgens 10
                            procent voor elke week dat de</al><al>subsidieaanvraag later dan de eerste twee weken na het verstrijken van
                            de termijn voor het indienen van</al><al>een aanvraag is ingediend. Subsidieaanvragen die ingediend worden als
                            het subsidie na toepassing van</al><al>het kortingspercentage nihil zou zijn, neemt het college niet meer in
                            behandeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger (art. 4:37 Awb)</titel></kop><al>Het college kan de subsidieontvanger in de beschikking verplichtingen
                            opleggen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                    verleend (art. 4:37 sub a Awb);</al></li><li nr="b."><al>de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                                    inkomsten (art. 4:37 sub b Awb);</al></li><li nr="c."><al>het voor de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en
                                    bescheiden die nodig zijn voor</al></li></lijst><al>een beslissing omtrent subsidie (art. 4:37 sub c Awb);</al><lijst><li nr="d."><al>de te verzekeren risico’s (art. 4:37 sub d Awb);</al></li><li nr="e."><al>het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten (art. 4:37
                                    sub e Awb);</al></li><li nr="f."><al>het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                                    activiteiten en de daaraan</al></li></lijst><al>verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling
                            van de subsidie van</al><al>belang zijn (art. 4:37 sub f Awb);</al><al>g.het beperken of wegnemen van nadelige gevolgen van de subsidie voor
                            derden (art. 4:37 sub g</al><al>Awb).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Overige doelgebonden verplichtingen (art. 4:38 Awb)</titel></kop><al>Het college kan verplichtingen opleggen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het voeren van de administratie;</al></li><li nr="-"><al>doelgroepen;</al></li><li nr="-"><al>plaats van uitvoering;</al></li><li nr="-"><al>eisen ten aanzien van locatie van de activiteit;</al></li><li nr="-"><al>rapportage;</al></li><li nr="-"><al>eigen bijdrage aan activiteiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Niet-doelgebonden verplichtingen (art. 4:39 Awb)</titel></kop><al>Het college kan verplichtingen opleggen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="-"><al>anti-discriminatie;</al></li><li nr="-"><al>toegankelijkheid van de activiteit voor gehandicapten;</al></li><li nr="-"><al>democratisch functioneren;</al></li><li nr="-"><al>alcoholpreventie;</al></li><li nr="-"><al>bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Afwijking verplichtingen</titel></kop><al>Indien de gemeente subsidie verstrekt voor activiteiten die mede door
                            andere bestuursorganen worden</al><al>gesubsidieerd, kan het college afwijken van de bij of krachtens deze
                            verordening aan de subsidie</al><al>verbonden verplichtingen, voor zover dit wenselijk is met het oog op een
                            afstemming met de door die</al><al>andere bestuursorganen opgelegde verplichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Accountantscontrole bij verstrekking subsidie boven €
                                50.000</titel></kop><al>1.Indien subsidie wordt verleend voor een bedrag van € 50.000,00 of
                            hoger per jaar, overlegt de</al><al>subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling een schriftelijke
                            verklaring van een accountant</al><al>over: a. de getrouwheid van het jaarverslag of financieel verslag.</al><lijst><li nr="b."><al>de naleving door de subsidieontvanger van de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste
                                            lid genoemde verplichting.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Beschikking tot subsidievaststelling (art. 4:42 Awb en 4:43
                                Awb)</titel></kop><al>In de beschikking tot subsidievaststelling wordt in ieder geval
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van het subsidiebedrag, inclusief voorschotten (art.
                                    4:42 Awb)</al></li><li nr="b."><al>de bezwaarmogelijkheid als bedoeld in artikel 6:4 Awb.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Lagere vaststelling (art. 4:46 lid 2 Awb)</titel></kop><al>Het college kan de subsidie lager vaststellen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>de instelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>indien blijkt dat de instelling onjuiste of onvolledige gegevens
                                    heeft verstrekt en de</al></li></lijst><al>verstrekking van deze onjuiste of onvolledige gegevens tot een andere
                            beschikking op de</al><al>aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;</al><al>d.de subsidieverlening anderszins onjuist was en de instelling dit wist
                            of behoorde te weten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Ambtshalve vaststelling (art. 4:47 Awb)</titel></kop><al>Het college kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve
                            vaststellen indien:</al><al>a.bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een termijn is
                            bepaald binnen welke de</al><al>subsidie ambtshalve wordt vastgesteld;</al><al>b.toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44 lid 4 Awb (indien er na
                            afloop van de termijn tot</al><al>indiening van de aanvraag geen aanvraag tot vaststelling is
                            ingediend);</al><al>c.de beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot
                            subsidievaststelling wordt</al><al>ingetrokken of ten nadele van de ontvanger wordt gewijzigd;</al><al>d.dit is afgesproken in een uitvoeringsovereenkomst.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Intrekking en wijziging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Tussentijdse intrekking of wijziging subsidieverlening (art. 4:
                                48 Awb)</titel></kop><al>1.Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het college de
                            subsidieverlening intrekken of ten nadele</al><al>van de subsidieontvanger wijzigen, indien:</al><al>a.de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel
                            hebben plaatsgevonden of</al><al>zullen plaatsvinden;</al><al>b.de activiteiten zijn verricht in strijd zijn met de van toepassing
                            zijnde wettelijke voorschriften</al><al>en beleidsregels;</al><al>c.de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de verplichtingen die aan
                            de subsidie zijn</al><al>verbonden;</al><al>d.de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
                            en de verstrekking van</al><al>onjuiste of onvolledige gegevens tot een andere beschikking op de
                            aanvraag hebben geleid;</al><al>e.de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger
                            dit wist of behoorde te</al><al>weten;</al><lijst><li nr="f."><al>er sprake is van opheffing, faillissement of sureance van
                                    betaling van de instelling;</al></li><li nr="g."><al>de doelstelling van een instelling wordt gewijzigd;</al></li><li nr="h."><al>de instelling veroordeeld is wegens discriminatie, racisme en/of
                                    strafbare feiten.</al><lijst><li nr="2."><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het
                                            tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij</al></li></lijst></li></lijst><al>de intrekking of wijziging anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Intrekking of wijziging subsidievaststelling (art. 4:49
                                Awb)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele
                                    van de subsidieontvanger wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden, waarvan het
                                            college bij de subsidievaststelling</al></li></lijst></li></lijst><al>redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en op grond waarvan de
                            subsidie lager dan</al><al>overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;</al><al>b.indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit
                            wist of behoorde te</al><al>weten, of;</al><al>c.indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft
                            voldaan aan verplichtingen</al><al>die aan de subsidie verbonden zijn.</al><al>2.De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop
                            de subsidie is vastgesteld,</al><al>tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Intrekking of wijziging subsidieverlening (art. 4:50 Awb)</titel></kop><al>Zolang de subsidie(verlening) niet is vastgesteld, kan het college de
                            subsidieverlening met inachtneming</al><al>van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de
                            subsidieontvanger wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover de subsidieverlening onjuist is;</al></li><li nr="b."><al>voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten
                                    zich in overwegende mate</al></li></lijst><al>tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie
                            verzetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Weigering subsidie voor nieuw tijdvak (art. 4:51 Awb)</titel></kop><al>Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer achtereenvolgende
                            jaren subsidie is verstrekt voor</al><al>dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt
                            gehele of gedeeltelijke weigering</al><al>van de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat
                            veranderde omstandigheden of</al><al>gewijzigde inzichten zich verzetten, slechts met in achtneming van een
                            redelijke termijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Betaling, voorschotten en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Betaling subsidiebedrag (art. 4:52 Awb en 4:53 Awb)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie wordt betaald, onder verrekening van betaalde
                                    voorschotten.</al></li><li nr="2."><al>Het subsidiebedrag wordt uitbetaald binnen 6 weken na de
                                    bekendmaking van het besluit</al></li></lijst><al>tot subsidieverlening c.q. het besluit tot subsidievaststelling, tenzij
                            het college in dit besluit een</al><al>andere termijn heeft aangegeven.</al><al>3.In het besluit genoemd in het eerste lid kan tevens een besluit tot
                            voorschotverlening zijn</al><al>opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Voorschotten (art. 4:54 Awb)</titel></kop><al>1.Het college kan besluiten aan de subsidieontvanger voorschotten te
                            verstrekken. De voorschotten</al><al>worden verrekend bij de definitieve vaststelling van de subsidies.</al><al>2.In de beschikking tot subsidieverlening wordt het bedrag vermeld dat
                            aan voorschotten wordt</al><al>verstrekt, danwel de wijze waarop het bedrag wordt bepaald en op welke
                            wijze deze voorschotten</al><al>worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Opschorting betaling (art. 4:56 Awb)</titel></kop><al>Het college kan de verplichting tot betaling van het voorschot
                            opschorten indien sprake is van een</al><al>voorgenomen intrekking, of wijziging van de subsidie met toepassing van
                            hetgeen in hoofdstuk 8 van</al><al>deze verordening wordt overwogen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Terugvordering onverschuldigde betalingen (art. 4:57 Awb)</titel></kop><al>1.Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden
                            teruggevorderd,</al><al>binnen een termijn van vijf jaar, nadat de subsidie is vastgesteld,
                            gewijzigd of ingetrokken.</al><al>2.Het college kan teveel betaalde subsidiebedragen of voorschotten
                            verrekenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen en voor zover toepassing van deze verordening zal
                            leiden tot een onbillijkheid van</al><al>overwegende aard, is het college bevoegd te beslissen in afwijking van
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Bijzondere situaties</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of onvoldoende
                            voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Intrekking oude verordeningen</titel></kop><al>Bij het inwerkingtreden van deze verordening vervallen de hieronder
                            genoemde verordeningen:</al><al>Voormalige gemeente Angerlo:</al><al>-Subsidieverordening Welzijn en Sport gemeente Angerlo 2003;</al><al>Voormalige gemeente Zevenaar:</al><lijst><li nr="-"><al>Algemene subsidieverordening gemeente Zevenaar 2002;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening amateuristische kunstbeoefening 1976;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening amateursportbeoefening 1976;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening bejaardenwerk 1976;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening jeugd- en jongerenwerk 1976;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening peuterspeelzalen 1985;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening wijkwerk 1978.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Alle organisaties die op de datum van inwerkingtreding gesubsidieerd
                            worden krachtens de in artikel 52</al><al>genoemde verordeningen en voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in
                            de notitie</al><al>subsidiegrondslagen gemeente Zevenaar, worden geacht erkend te zijn als
                            te subsidiëren organisatie</al><al>conform artikel 4 van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Algemene subsidieverordening
                            Zevenaar.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Zevenaar</ondertekening><ondertekening>gehouden op 25 september 2007</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>