<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>3888_1</dcterms:identifier><dcterms:title>nr 12.01 Algemene Subsidieverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-01-19</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, 30-1-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art 147,149 Gemeentewet </dcterms:source><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2007-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-10-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling i.v.m. gemeentelijke herindeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>07-066</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn, instellingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt o.a. de Subsidieverordening welzijn en sport gemeente Angerlo 2003 i.v.m. gemeentelijke herindeling 2005</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht</al></li><li nr="b."><al>activiteit: samenhangende werkzaamheden en handelingen van een subsidieontvanger</al></li></lijst><al>gericht op het belang van de gemeente en/of haar inwoners en passend</al><al>binnen de door de raad vastgestelde beleidsregels, grondslagen en</al><al>doelstellingen, die door de aanvrager zal worden uitgevoerd en door het</al><al>college kan worden gesubsidieerd.</al><al>c.begroting: een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven van</al><al>de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op activiteiten waarvoor</al><al>subsidie wordt gevraagd.</al><al>d.boekjaar: kalenderjaar, tenzij met de subsidieontvanger een andere periode is</al><al>overeengekomen.</al><al>e.budgetsubsidie: subsidie aan semi-publieke instellingen voor activiteiten/prestaties, welke voor</al><al>maximaal een 4-jaarlijks tijdvak wordt verleend en waarbij een</al><al>uitvoeringsovereenkomst met de instelling wordt gesloten inzake de uitvoering</al><al>van afgesproken activiteiten, waarbij het subsidiebedrag</al><al>direct wordt gerelateerd aan een bepaald niveau van activiteiten, een en ander</al><al>conform de bepalingen in het hoofdstuk budgetsubsidies.</al><lijst><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar.</al></li><li nr="g."><al>incidentele subsidie: subsidie voor (een) activiteit(en) met een eenmalig of experimenteel karakter</al></li></lijst><al>één en ander conform de bepalingen in het hoofdstuk incidentele subsidies.</al><al>h.instelling: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie, die zich ten doel stelt</al><al>zonder winstoogmerk prestaties/activiteiten te verrichten op het gebied van het</al><al>specifieke welzijnswerk ten behoeve van de inwoners van de gemeente</al><al>Zevenaar.</al><al>i.meerjarensubsidie: subsidie die voor de duur van meerdere jaren jaarlijks wordt verstrekt middels</al><al>het welzijnsprogramma.</al><al>j.subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt</al><al>met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als</al><al>betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten</al><lijst><li nr="k."><al>subsidieontvanger: de rechtspersoon of natuurlijke persoon aan wie de subsidie is verstrekt.</al></li><li nr="l."><al>subsidieplafond: inhoudende het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste</al></li></lijst><al>beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald</al><al>wettelijk voorschrift</al><lijst><li nr="m."><al>raad: de raad van de gemeente Zevenaar.</al></li><li nr="n."><al>uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst tussen het college en de subsidieontvanger ter</al></li></lijst><al>uitvoering van de verleningsbeschikking, waarin de subsidieontvanger</al><al>zich verplicht om de activiteiten te verrichten en de overeengekomen</al><al>prestaties te leveren waarvoor de subsidie is verleend</al><al>o.waarderingssubsidie: een vaste geldelijke bijdrage, die voor een tijdvak van 2 jaar wordt</al><al>vastgesteld een en ander conform de bepalingen in de notitie</al><al>subsidiegrondslagen voor jeugd- en jongeren, kunst en cultuur, sport en zorg,</al><al>waarmee de gemeente aangeeft bepaalde activiteiten of een bepaald</al><al>maatschappelijk doel te waarderen, zonder deze naar aard of inhoud te willen</al><al>beïnvloeden.</al><al>p.welzijnsprogramma: Een jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders uit te geven</al><al>document waarin de subsidieplafonds, de verdeelsleutel van het beschikbare</al><al>subsidiebudget en het te verwachten subsidiebedrag aan de te subsidiëren</al><al>verenigingen en instellingen wordt medegedeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>1.Deze verordening is van toepassing op het verlenen van subsidies aan instellingen op het terrein van</al><al>het specifieke welzijn (jeugd- en jongeren, kunst en cultuur, sport en zorg), wier activiteiten een</al><al>directe bijdrage leveren aan het welbevinden van de ingezetenen van de gemeente Zevenaar.</al><al>2.Het college is bevoegd om, per beleidsterrein als genoemd in lid 1 van dit artikel, beleidsregels vast</al><al>te stellen en past tevens de grondslagen toe zoals geformuleerd in de notitie subsidiegrondslagen,</al><al>3.Voor zover niet in een bijzondere subsidieregeling anders is bepaald, zijn de bepalingen van deze</al><al>verordening van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslissingsbevoegdheid subsidieverstrekking</titel></kop><al>Het college is bevoegd tot het nemen van alle besluiten ter uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><al>1.Subsidie kan slechts worden verleend aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die zich</al><al>zonder winstoogmerk ten doel stelt, door het gemeentebestuur erkende belangen van ideële en/of</al><al>materiële aard te behartigen.</al><al>2.In bijzondere gevallen kan het college, in afwijking van het gestelde in het eerste lid, subsidie</al><al>verlenen aan instellingen zonder volledige rechtspersoonlijkheid of natuurlijke personen.</al><lijst><li nr="3."><al>De instelling dient krachtens de statuten gevestigd te zijn in de gemeente Zevenaar.</al></li><li nr="4."><al>De instelling dient ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel en bewijs van inschrijving te</al></li></lijst><al>overleggen;</al><al>5.In bijzondere gevallen kan het college bepalen dat van het gestelde in het derde en vierde lid mag</al><al>worden afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidiëring (art. 4:23 Awb)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die, naar inzicht van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>passen binnen gemeentelijke doelstellingen ten aanzien van beleidsvelden zoals genoemd in</al></li></lijst></li></lijst><al>deze verordening en de notitie subsidiegrondslagen, danwel blijken uit de</al><al>gemeentebegroting;</al><al>b.een direct Zevenaars belang hebben en in overwegende mate gericht zijn op (specifieke</al><al>groepen van) inwoners van de gemeente Zevenaar;</al><al>c.in georganiseerd verband plaatsvinden, gericht zijn op het scheppen van voorwaarden voor</al><al>individuele ontplooiing, het vergroten van de zelfredzaamheid of het bevorderen van de</al><al>lichamelijke en geestelijke gezondheid;</al><al>d.open van karakter en toegankelijk zijn voor alle inwoners of specifieke groepen en een</al><al>bijdrage leveren aan de realisatie van de gemeentelijke doelstelling;</al><al>e.gericht op het versterken van de gemeenschapszin en het instandhouden en bevorderen van</al><al>sociale verbanden in de gemeente Zevenaar.</al><lijst><li nr="2."><al>Teneinde in aanmerking te komen voor subsidie dient de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoefte aan de activiteit, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, aannemelijk te maken;</al></li><li nr="b."><al>aan te tonen dat de verwachting gerechtvaardigd is dat, met inbegrip van de aangevraagde</al></li></lijst></li></lijst><al>subsidie, de financiële middelen toereikend zijn om de activiteiten te kunnen realiseren;</al><al>c.waar mogelijk zijn activiteiten af te stemmen op die van soortgelijke instellingen en met</al><al>dergelijke instellingen samen te werken. Het college kan terzake voorschriften in een</al><al>beschikking tot verlening van de subsidie stellen;</al><lijst><li nr="d."><al>geen activiteiten te verrichten die in strijd zijn met de wet;</al></li><li nr="e."><al>een vereniging te zijn met 10 of meer leden of een Stichting met 10 of meer deelnemers per</al></li></lijst><al>activiteit te zijn.</al><lijst><li nr="3."><al>Subsidiering van activiteiten vindt niet plaats indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de instelling zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit</al></li></lijst></li></lijst><al>middelen van derden, tenzij het college van oordeel is dat de te leveren activiteiten van</al><al>dermate belang zijn dat van deze regel kan worden afgeweken. Het college kan daartoe</al><al>nadere richtlijnen opstellen;</al><al>b.de activiteiten of nevenactiviteiten gericht zijn op de gemeenschap of op doelgroepen waarin</al><al>reeds op andere wijze is voorzien;</al><al>c.het commerciële activiteiten betreffen, activiteiten die het karakter dragen van discriminatie,</al><al>in strijd zijn met de fatsoensnormen en goede zeden of gestoeld zijn op partijpolitieke,</al><al>godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag;</al><al>d.subsidie leidt tot vermogensvorming1.</al><al>1 Bestemmingsreserves: indien inzichtelijk en helder geformuleerd vallen deze niet onder vermogensvorming. Vrije reserves: welke</al><al>groter zijn dan 10% van het totaal aan eigen inkomsten en het toegekende subsidiebedrag vallen onder vermogensvorming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Subsidieplafond (art. 4:25 Awb)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad stelt jaarlijks de subsidieplafonds vast.</al></li><li nr="2."><al>Deze subsidieplafonds worden aan de betreffende verenigingen en instellingen tijdig kenbaar</al></li></lijst><al>gemaakt door middel van het uitgeven van een subsidieprogramma.</al><al>3.Indien een subsidieplafond dreigt te worden overschreden, geeft het college bij de verdeling van het</al><al>beschikbare bedrag, die aanvragen voorrang, waarvan de inwilliging in vergelijking met andere</al><al>aanvragen naar verwachting:</al><lijst><li nr="a."><al>van meer belang is voor het beleid waarvoor het college verantwoordelijkheid draagt;</al></li><li nr="b."><al>naar mening van het college een grotere bijdrage levert aan de realisatie van de</al></li></lijst><al>doelstelling van het subsidiebeleid.</al><al>Per beschikbaar subsidiebudget kunnen aanvullende regels betreffende het verlenen van voorrang</al><al>worden vastgesteld.</al><al>4.Indien met toepassing van het derde lid geen voorrang kan worden bepaald verdeelt het college het</al><al>beschikbare subsidiebedrag met in acht name van een verdeling van het tekort naar evenredigheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Toezichthouders (art. 4:59 Awb)</titel></kop><al>Het college kan een of meer toezichthouders aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van</al><al>de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>De incidentele subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indiening subsidieaanvraag (4:29 Awb)</titel></kop><al>1.Een aanvraag om subsidie wordt tenminste 12 weken voor aanvang van de activiteit ingediend,</al><al>middels een door het college vastgesteld formulier.</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen voor het tijdstip van het indienen van een aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bevoegheid</titel></kop><al>Het college kan desbetreffende portefeuillehouder mandateren met betrekking tot de afhandeling van</al><al>incidentele subsidies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inhoud van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag wordt ondertekend en dient vergezeld te gaan van: (art. 4:2 Awb):</al><lijst><li nr="-"><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="-"><al>de dagtekening;</al></li><li nr="-"><al>een gespecificeerde begroting met toelichting;</al></li><li nr="-"><al>een beschrijving van de geplande activiteiten en de hiermee beoogde doelstellingen;</al></li><li nr="-"><al>een omschrijving van de redenen waarom de activiteit(en) alleen met behulp van gemeentelijke</al></li></lijst></li></lijst><al>subsidie gerealiseerd kunnen worden;</al><al>-een mededeling of er tevens subsidie is aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen</al><al>en/of fondsen en voor zover bekend het resultaat van deze aanvra(a)g(en).</al><al>2.Het college kan binnen een nader te bepalen termijn overlegging van andere stukken of</al><al>anderszins verstrekking van nadere informatie verlangen, indien deze dit ter beoordeling van de</al><al>aanvraag nodig acht.</al><al>3.Het college kan bepalen dat één of meer van de in dit artikel genoemde stukken niet overgelegd</al><al>behoeven te worden, indien daarmee geen aantoonbaar belang is gediend of indien dit</al><al>redelijkerwijs niet van de aanvrager verlangd kan worden<cursief>.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hersteltermijn subsidieaanvraag</titel></kop><al>Indien de aanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals die zijn gesteld in de Algemene wet bestuursrecht</al><al>en bij of krachtens deze verordening, bepaalt het college binnen welke termijn de gegevens aangevuld</al><al>kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 8 weken na indiening van de aanvraag neemt het college hierover een beslissing</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een positief besluit bevat de beschikking:</al><lijst><li nr="a."><al>de beslissing van het college;</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="c."><al>het bedrag van de subsidie;</al></li><li nr="d."><al>het tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft;</al></li><li nr="e."><al>de bezwaarmogelijkheid als bedoeld in artikel 6:4 Awb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 6 van deze verordening opleggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn verdagen, onder opgave van redenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Subsidievaststelling en Verantwoording</titel></kop><al>1.De subsidieontvanger dient binnen twaalf weken, na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is</al><al>verleend of het subsidietijdvak een aanvraag tot subsidievaststelling in, tenzij de vaststelling van de</al><al>subsidie anders is geregeld in een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 lid 1 Awb.</al><al>2.De aanvraag tot subsidievaststelling bevat een door het bestuur gewaarmerkt inhoudelijk verslag</al><al>aangaande de gesubsidieerde activiteiten waarin in ieder geval de volgende onderdelen zijn</al><al>opgenomen:</al><al>-een beschrijving van de aard en omvang van de activiteiten, tenzij de subsidie voor</al><al>de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld (art. 4:45 lid 1 Awb);</al><lijst><li nr="-"><al>een vergelijking van de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen;</al></li><li nr="-"><al>een toelichting op de eventuele verschillen;</al></li><li nr="-"><al>een financieel overzicht van inkomsten en uitgaven.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen met betrekking tot het eerste lid indien het om een</al></li></lijst></li></lijst><al>subsidiebedrag gaat van € 500,- en lager en direct bij subsidieverlening tot vaststelling overgaan.</al><al>4.Het college kan ontheffing verlenen van één of meer onderdelen van het tweede lid, indien naleving</al><al>daarvan redelijkerwijs niet verlangd kan worden of indien daarmee geen aantoonbaar belang is</al><al>gediend.</al><al>5.Het college kan overlegging van andere stukken of nadere informatie vragen, indien het college dit</al><al>nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag om vaststelling.</al><al>6.Indien de aanvraag tot vaststelling niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan het college een</al><al>termijn stellen voor het alsnog indienen van een aanvraag tot vaststelling (art 4:44 lid 3 Awb).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Meerjaren subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Indiening subsidieaanvraag</titel></kop><al>1.Een aanvraag tot verlening van een meerjarensubsidie wordt 1 keer per 2 jaar ingediend bij het</al><al>college uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de twee boekjaren waarvoor subsidie wordt aangevraagd,</al><al>middels een door het college vastgesteld formulier.</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen voor het tijdstip van het indienen van een aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inhoud van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag wordt ondertekend en bevat in ieder geval (art. 4:2 Awb):</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Daarnaast wordt de aanvraag vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>een begroting.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij een eerste aanvraag worden door de aanvrager, die tevens rechtspersoon met volledige</al></li></lijst><al>rechtsbevoegdheid is, tevens de volgende stukken overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de oprichting- of stichtingsakte;</al></li><li nr="b."><al>indien aanwezig de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 Boek 2 BW,</al></li></lijst><al>danwel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze</al><al>bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het</al><al>moment van de aanvraag;</al><al>c.de stukken als bedoeld in sub b van dit lid zijn voorzien van een verklaring van een</al><al>accountant.</al><al>4.De aanvrager doet, indien hij voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd</al><al>bij een of meer andere bestuursorganen, daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding</al><al>van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.</al><al>5.Het college kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in het derde lid sub c genoemde</al><al>verplichtingen.</al><al>6.Het college kan binnen een door haar te bepalen termijn overlegging van andere stukken of</al><al>anderszins verstrekking van nadere informatie verlangen, indien het college dit ter beoordeling</al><al>van de aanvraag nodig acht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Hersteltermijn subsidieaanvraag</titel></kop><al>Indien de aanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals die zijn gesteld in de wet en bij of krachtens deze</al><al>verordening, bepaalt het college binnen welke termijn de gegevens aangevuld kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><al>In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de beslissing van het college;</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="c."><al>het tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>op welk bedrag de aanvrager jaarlijks recht heeft, dan wel op welke wijze het toegekende</al></li></lijst><al>bedrag jaarlijks geïndexeerd wordt;</al><lijst><li nr="e."><al>de bezwaarmogelijkheid als bedoeld in artikel 6:4 Awb;</al></li><li nr="f."><al>welke gegevens, op welk tijdstip, de subsidieontvanger periodiek moet verstrekken;</al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, een begrotingsvoorbehoud als bedoeld in artikel 4:34 Awb.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>het boekjaar gelijk te stellen met het kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>een zodanig ingerichte administratie te voeren dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling</al></li></lijst></li></lijst><al>van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de</al><al>ontvangsten kunnen worden nagegaan;</al><al>c.de administratie en de daarbij behorende bescheiden te bewaren gedurende een periode van</al><al>7 jaar;</al><al>d.indien er aanmerkelijke verschillen verwacht worden tussen geraamde en gerealiseerde</al><al>inkomsten en uitgaven, hiervan melding te doen aan het college;</al><al>e.tot een vergoedingsplicht van met subsidie behaald vermogensvoordeel, overeenkomstig art.</al><al>4:41 Awb, bij beëindiging van de subsidie; de hoogte van de vergoeding wordt nader</al><al>bepaald.</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen van de verplichtingen genoemd in het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Rechtshandelingen subsidieontvanger</titel></kop><al>1.De subsidieontvanger moet toestemming vragen aan het college voor de hieronder genoemde</al><al>rechtshandelingen:</al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten danwel deelnemen in een rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>het wijzigen van de statuten;</al></li><li nr="c."><al>het in eigendom verwerven, vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij</al></li></lijst><al>mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, danwel de lasten daarvoor mede</al><al>worden bekostigd uit de subsidiegelden;</al><al>d.het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring</al><al>van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of</al><al>gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie danwel de uitgaven daarvoor mede</al><al>zijn bekostigd uit de subsidie;</al><lijst><li nr="e."><al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;</al></li><li nr="f."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot</al></li></lijst><al>zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij</al><al>zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;</al><lijst><li nr="g."><al>het vormen van fondsen en reserveringen;</al></li><li nr="h."><al>het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone</al></li></lijst><al>uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;</al><al>i.het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surseance van betaling.</al><al>2 . Het college kan ontheffing verlenen van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling</titel></kop><al>1.De subsidieontvanger dient, met betrekking tot de aanvraag tot subsidieverlening, 1 keer in de 2 jaar,</al><al>uiterlijk op 1 april in, de begroting en het activiteitenplan voor de komende 2 jaar, als bedoeld in art.</al><al>15 lid 1, 2 en 4 van deze verordening.</al><al>2.De subsidieontvanger dient, met betrekking tot de aanvraag tot subsidievaststelling, 1 keer in de 2</al><al>jaar, uiterlijk op 1 april in, het activiteitenverslag en het financiële verslag over de afgelopen twee</al><al>jaren.</al><al>3.Het college kan overlegging van andere stukken of nadere informatie vragen, indien zij dit nodig</al><al>achten voor de beoordeling van de aanvraag om vaststelling.</al><al>4.Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan het college een termijn stellen</al><al>voor het alsnog indienen van een aanvraag tot vaststelling.</al><al>5.Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel, vindt eenmaal per 4 jaar een</al><al>beleidsmatige herijking van de subsidieverstrekking plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>1.Het college beslist uiterlijk op 1 december voorafgaand aan het eerste boekjaar op een aanvraag tot</al><al>verlening van subsidie als bedoelt in artikel 20 eerste lid van deze verordening.</al><al>2.Het college beslist uiterlijk op 1 december na afloop van de twee desbetreffende boekjaren op een</al><al>aanvraag tot vaststelling van subsidie als bedoelt in artikel 20 tweede lid van deze verordening.</al><al>3.Het college kan de in het eerste en tweede lid genoemde termijn verdagen, onder opgave van</al><al>redenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Budgetsubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Indiening subsidieaanvraag</titel></kop><al>1.Een aanvraag tot verlening van een budgetsubsidie wordt ingediend bij het college uiterlijk 1 april</al><al>voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt ingediend, middels een door het college</al><al>vastgesteld formulier.</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen voor het tijdstip van het indienen van een aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inhoud van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag wordt ondertekend en bevat in ieder geval (art. 4:2 Awb):</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Daarnaast wordt de aanvraag vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>een begroting.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij een eerste aanvraag worden door de aanvrager, die tevens rechtspersoon met volledige</al></li></lijst><al>rechtsbevoegdheid is, tevens de volgende stukken overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de oprichting- of stichtingsakte;</al></li><li nr="b."><al>indien aanwezig de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 Boek 2 BW,</al></li></lijst><al>danwel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze</al><al>bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het</al><al>moment van de aanvraag;</al><lijst><li nr="c."><al>de stukken als bedoeld in sub b van dit lid zijn voorzien van accountantsverklaring.</al><lijst><li nr="4."><al>De aanvrager doet, indien hij voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd</al></li></lijst></li></lijst><al>bij een of meer andere bestuursorganen, daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding</al><al>van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.</al><al>5.Het college kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in het derde lid sub c genoemde</al><al>verplichtingen.</al><al>6.Het college kan binnen een door hen te bepalen termijn overlegging van andere stukken of</al><al>anderszins verstrekking van nadere informatie verlangen, indien het college dit ter beoordeling</al><al>van de aanvraag nodig acht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Hersteltermijn subsidieaanvraag</titel></kop><al>Indien de aanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals die zijn gesteld in de wet en bij of krachtens deze</al><al>verordening, bepaalt het college binnen welke termijn de gegevens aangevuld kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><al>In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de beslissing van het college;</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="c."><al>tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>op welk bedrag de aanvrager jaarlijks recht heeft, dan wel op welke wijze het toegekende</al></li></lijst><al>bedrag jaarlijks geïndexeerd wordt;</al><lijst><li nr="e."><al>welke gegevens, op welk tijdstip, de subsidieontvanger periodiek moet verstrekken;</al></li><li nr="f."><al>de bezwaarmogelijkheid als bedoeld in artikel 6:4 Awb;</al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, een begrotingsvoorbehoud als bedoeld in art. 4:34 Awb.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>het boekjaar gelijk te stellen met het het kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>een zodanig ingerichte administratie te voeren dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling</al></li></lijst></li></lijst><al>van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de</al><al>ontvangsten kunnen worden nagegaan;</al><al>c.de administratie en de daarbij behorende bescheiden te bewaren gedurende een periode van</al><al>7 jaar;</al><al>d.indien er aanmerkelijke verschillen verwacht worden tussen geraamde en gerealiseerde</al><al>inkomsten en uitgaven, hiervan melding te doen aan het college;</al><al>e.tot een vergoedingsplicht van met subsidie behaald vermogensvoordeel, overeenkomstig art.</al><al>4:41 Awb, bij beëindiging van de subsidie; de hoogte van de vergoeding wordt nader bepaald</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen van de verplichtingen genoemd in het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Rechtshandelingen subsidieontvanger</titel></kop><al>1.De subsidieontvanger moet toestemming vragen aan het college voor de hieronder genoemde</al><al>rechtshandelingen:</al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten danwel deelnemen in een rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>het wijzigen van de statuten;</al></li><li nr="c."><al>het in eigendom verwerven, vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij</al></li></lijst><al>mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, danwel de lasten daarvoor mede</al><al>worden bekostigd uit de subsidiegelden;</al><al>d.het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring</al><al>van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of</al><al>gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie danwel de uitgaven daarvoor mede</al><al>zijn bekostigd uit de subsidie;</al><lijst><li nr="e."><al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;</al></li><li nr="f."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot</al></li></lijst><al>zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij</al><al>zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;</al><lijst><li nr="g."><al>het vormen van fondsen en reserveringen;</al></li><li nr="h."><al>het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone</al></li></lijst><al>uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;</al><al>i.het ontbinden van de rechtspersoon en de bestemming van een eventueel batig</al><al>liquidatiesaldo bij ontbinding van een subsidieontvanger;</al><al>j.het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surseance van betaling.</al><al>2 . Het college kan ontheffing verlenen van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger dient ieder jaar vóór 1 april in:</al><lijst><li nr="a."><al>de begroting en het activiteitenplan voor het komende jaar, als bedoeld in art. 23 lid</al></li></lijst></li></lijst><al>1, 2 en 4 van deze verordening;</al><lijst><li nr="b."><al>het activiteitenverslag en het financiële verslag over het afgelopen jaar.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan overlegging van andere stukken of nadere informatie vragen, indien zij dit nodig</al></li></lijst></li></lijst><al>acht voor de beoordeling van de aanvraag om vaststelling.</al><al>3.Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan het college een termijn</al><al>stellen voor het alsnog indienen van een aanvraag tot vaststelling.</al><al>4.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, vindt eenmaal per 4 jaar een</al><al>beleidsmatige herijking van de subsidieverstrekking plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>1.Het college beslist uiterlijk op 1 december voorafgaand aan het boekjaar op een aanvraag voor</al><al>de verlening en vaststelling van subsidie als bedoeld in artikel 28 eerste lid van deze verordening.</al><al>2.Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn verdagen, onder opgave van redenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Weigeringsgronden en korting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Weigeringsgronden subsidie (art. 4:35 Awb)</titel></kop><al>De subsidie<vet>(aanvraag</vet>) kan worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden (art. 4:35 sub a Awb);</al></li><li nr="b."><al>de activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht op of niet aanwijsbaar ten goede komen aan</al></li></lijst><al>de inwoners van de gemeente Zevenaar;</al><lijst><li nr="c."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent</al></li></lijst><al>de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze</al><al>voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;</al><lijst><li nr="e."><al>het subsidieplafond door verstrekking van de subsidie zou worden overschreden;</al></li><li nr="f."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in onvoldoende mate bijdragen aan de</al></li></lijst><al>doeleinden waarvoor subsidiegelden beschikbaar worden gesteld;</al><al>g.de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed aan de activiteiten waarvoor</al><al>de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al><al>h.de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met wettelijke</al><al>bepalingen, het algemeen belang of de openbare orde;</al><lijst><li nr="i."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente;</al></li><li nr="j."><al>de financiële continuïteit of de continuïteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager niet is</al></li></lijst><al>gegarandeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Overige weigeringsgronden (art. 4:35 lid 2 Awb)</titel></kop><al>De subsidie kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager:</al><al>a.in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de</al><al>verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben</al><al>geleid;</al><al>b.failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de</al><al>schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, danwel een</al><al>verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Korting</titel></kop><al>Indien aanvragen om subsidie en inhoudelijke of financiële verantwoordingen voor een</al><al>meerjarensubsidie, niet tijdig of op de datum waarop de aanvraag compleet ingediend had moeten zijn,</al><al>niet compleet is ingediend kan het college een kortingspercentage hanteren dat als volgt is opgebouwd:</al><al>10 procent als men één dag tot twee weken te laat is en vervolgens 10 procent voor elke week dat de</al><al>subsidieaanvraag later dan de eerste twee weken na het verstrijken van de termijn voor het indienen van</al><al>een aanvraag is ingediend. Subsidieaanvragen die ingediend worden als het subsidie na toepassing van</al><al>het kortingspercentage nihil zou zijn, neemt het college niet meer in behandeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger (art. 4:37 Awb)</titel></kop><al>Het college kan de subsidieontvanger in de beschikking verplichtingen opleggen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend (art. 4:37 sub a Awb);</al></li><li nr="b."><al>de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten (art. 4:37 sub b Awb);</al></li><li nr="c."><al>het voor de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor</al></li></lijst><al>een beslissing omtrent subsidie (art. 4:37 sub c Awb);</al><lijst><li nr="d."><al>de te verzekeren risico’s (art. 4:37 sub d Awb);</al></li><li nr="e."><al>het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten (art. 4:37 sub e Awb);</al></li><li nr="f."><al>het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan</al></li></lijst><al>verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van</al><al>belang zijn (art. 4:37 sub f Awb);</al><al>g.het beperken of wegnemen van nadelige gevolgen van de subsidie voor derden (art. 4:37 sub g</al><al>Awb).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Overige doelgebonden verplichtingen (art. 4:38 Awb)</titel></kop><al>Het college kan verplichtingen opleggen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het voeren van de administratie;</al></li><li nr="-"><al>doelgroepen;</al></li><li nr="-"><al>plaats van uitvoering;</al></li><li nr="-"><al>eisen ten aanzien van locatie van de activiteit;</al></li><li nr="-"><al>rapportage;</al></li><li nr="-"><al>eigen bijdrage aan activiteiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Niet-doelgebonden verplichtingen (art. 4:39 Awb)</titel></kop><al>Het college kan verplichtingen opleggen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="-"><al>anti-discriminatie;</al></li><li nr="-"><al>toegankelijkheid van de activiteit voor gehandicapten;</al></li><li nr="-"><al>democratisch functioneren;</al></li><li nr="-"><al>alcoholpreventie;</al></li><li nr="-"><al>bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Afwijking verplichtingen</titel></kop><al>Indien de gemeente subsidie verstrekt voor activiteiten die mede door andere bestuursorganen worden</al><al>gesubsidieerd, kan het college afwijken van de bij of krachtens deze verordening aan de subsidie</al><al>verbonden verplichtingen, voor zover dit wenselijk is met het oog op een afstemming met de door die</al><al>andere bestuursorganen opgelegde verplichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Accountantscontrole bij verstrekking subsidie boven € 50.000</titel></kop><al>1.Indien subsidie wordt verleend voor een bedrag van € 50.000,00 of hoger per jaar, overlegt de</al><al>subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling een schriftelijke verklaring van een accountant</al><al>over: a. de getrouwheid van het jaarverslag of financieel verslag.</al><lijst><li nr="b."><al>de naleving door de subsidieontvanger van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde verplichting.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Beschikking tot subsidievaststelling (art. 4:42 Awb en 4:43 Awb)</titel></kop><al>In de beschikking tot subsidievaststelling wordt in ieder geval aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van het subsidiebedrag, inclusief voorschotten (art. 4:42 Awb)</al></li><li nr="b."><al>de bezwaarmogelijkheid als bedoeld in artikel 6:4 Awb.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Lagere vaststelling (art. 4:46 lid 2 Awb)</titel></kop><al>Het college kan de subsidie lager vaststellen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>de instelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>indien blijkt dat de instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de</al></li></lijst><al>verstrekking van deze onjuiste of onvolledige gegevens tot een andere beschikking op de</al><al>aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;</al><al>d.de subsidieverlening anderszins onjuist was en de instelling dit wist of behoorde te weten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Ambtshalve vaststelling (art. 4:47 Awb)</titel></kop><al>Het college kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen indien:</al><al>a.bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een termijn is bepaald binnen welke de</al><al>subsidie ambtshalve wordt vastgesteld;</al><al>b.toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44 lid 4 Awb (indien er na afloop van de termijn tot</al><al>indiening van de aanvraag geen aanvraag tot vaststelling is ingediend);</al><al>c.de beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling wordt</al><al>ingetrokken of ten nadele van de ontvanger wordt gewijzigd;</al><al>d.dit is afgesproken in een uitvoeringsovereenkomst.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Intrekking en wijziging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Tussentijdse intrekking of wijziging subsidieverlening (art. 4: 48 Awb)</titel></kop><al>1.Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het college de subsidieverlening intrekken of ten nadele</al><al>van de subsidieontvanger wijzigen, indien:</al><al>a.de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of</al><al>zullen plaatsvinden;</al><al>b.de activiteiten zijn verricht in strijd zijn met de van toepassing zijnde wettelijke voorschriften</al><al>en beleidsregels;</al><al>c.de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn</al><al>verbonden;</al><al>d.de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van</al><al>onjuiste of onvolledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag hebben geleid;</al><al>e.de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te</al><al>weten;</al><lijst><li nr="f."><al>er sprake is van opheffing, faillissement of sureance van betaling van de instelling;</al></li><li nr="g."><al>de doelstelling van een instelling wordt gewijzigd;</al></li><li nr="h."><al>de instelling veroordeeld is wegens discriminatie, racisme en/of strafbare feiten.</al><lijst><li nr="2."><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij</al></li></lijst></li></lijst><al>de intrekking of wijziging anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Intrekking of wijziging subsidievaststelling (art. 4:49 Awb)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden, waarvan het college bij de subsidievaststelling</al></li></lijst></li></lijst><al>redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan</al><al>overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;</al><al>b.indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te</al><al>weten, of;</al><al>c.indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan verplichtingen</al><al>die aan de subsidie verbonden zijn.</al><al>2.De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld,</al><al>tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Intrekking of wijziging subsidieverlening (art. 4:50 Awb)</titel></kop><al>Zolang de subsidie(verlening) niet is vastgesteld, kan het college de subsidieverlening met inachtneming</al><al>van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover de subsidieverlening onjuist is;</al></li><li nr="b."><al>voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate</al></li></lijst><al>tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Weigering subsidie voor nieuw tijdvak (art. 4:51 Awb)</titel></kop><al>Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor</al><al>dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering</al><al>van de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde omstandigheden of</al><al>gewijzigde inzichten zich verzetten, slechts met in achtneming van een redelijke termijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Betaling, voorschotten en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Betaling subsidiebedrag (art. 4:52 Awb en 4:53 Awb)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie wordt betaald, onder verrekening van betaalde voorschotten.</al></li><li nr="2."><al>Het subsidiebedrag wordt uitbetaald binnen 6 weken na de bekendmaking van het besluit</al></li></lijst><al>tot subsidieverlening c.q. het besluit tot subsidievaststelling, tenzij het college in dit besluit een</al><al>andere termijn heeft aangegeven.</al><al>3.In het besluit genoemd in het eerste lid kan tevens een besluit tot voorschotverlening zijn</al><al>opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Voorschotten (art. 4:54 Awb)</titel></kop><al>1.Het college kan besluiten aan de subsidieontvanger voorschotten te verstrekken. De voorschotten</al><al>worden verrekend bij de definitieve vaststelling van de subsidies.</al><al>2.In de beschikking tot subsidieverlening wordt het bedrag vermeld dat aan voorschotten wordt</al><al>verstrekt, danwel de wijze waarop het bedrag wordt bepaald en op welke wijze deze voorschotten</al><al>worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Opschorting betaling (art. 4:56 Awb)</titel></kop><al>Het college kan de verplichting tot betaling van het voorschot opschorten indien sprake is van een</al><al>voorgenomen intrekking, of wijziging van de subsidie met toepassing van hetgeen in hoofdstuk 8 van</al><al>deze verordening wordt overwogen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Terugvordering onverschuldigde betalingen (art. 4:57 Awb)</titel></kop><al>1.Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd,</al><al>binnen een termijn van vijf jaar, nadat de subsidie is vastgesteld, gewijzigd of ingetrokken.</al><al>2.Het college kan teveel betaalde subsidiebedragen of voorschotten verrekenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen en voor zover toepassing van deze verordening zal leiden tot een onbillijkheid van</al><al>overwegende aard, is het college bevoegd te beslissen in afwijking van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Bijzondere situaties</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of onvoldoende voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Intrekking oude verordeningen</titel></kop><al>Bij het inwerkingtreden van deze verordening vervallen de hieronder genoemde verordeningen:</al><al>Voormalige gemeente Angerlo:</al><al>-Subsidieverordening Welzijn en Sport gemeente Angerlo 2003;</al><al>Voormalige gemeente Zevenaar:</al><lijst><li nr="-"><al>Algemene subsidieverordening gemeente Zevenaar 2002;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening amateuristische kunstbeoefening 1976;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening amateursportbeoefening 1976;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening bejaardenwerk 1976;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening jeugd- en jongerenwerk 1976;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening peuterspeelzalen 1985;</al></li><li nr="-"><al>Subsidieverordening wijkwerk 1978.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Alle organisaties die op de datum van inwerkingtreding gesubsidieerd worden krachtens de in artikel 52</al><al>genoemde verordeningen en voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in de notitie</al><al>subsidiegrondslagen gemeente Zevenaar, worden geacht erkend te zijn als te subsidiëren organisatie</al><al>conform artikel 4 van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Algemene subsidieverordening Zevenaar.</al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van</al><al>de raad van de gemeente Zevenaar</al><al>gehouden op 25 september 2007</al><al>de voorzitter, 									de griffier,</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>