<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388746_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening commissie bezwaarschriften ABG-organisatie 2016 gemeente Alphen-Chaam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Weekblad, 11-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening commissie bezwaarschriften ABG-organisatie 2016 gemeente Alphen-Chaam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=1%3A5">Algemene wet bestuursrecht, art. 1:5 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN ABG-ORGANISATIE 2016 GEMEENTE
            ALPHEN-CHAAM</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>
                            ABG-gemeenten: de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en
                            Rijen; </al></li><li nr="b."><al> ambtelijk horen: het horen van belanghebbenden als bedoeld in
                            artikel 7:5 Algemene wet bestuursrecht en adviseren omtrent een
                            beslissing op bezwaar; </al></li><li nr="c."><al> Awb: de Algemene wet bestuursrecht; </al></li><li nr="d."><al>
                            belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                            betrokken; </al></li><li nr="e."><al> bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden
                            besluit heeft genomen en een besluit dient te nemen op het bezwaar; </al></li><li nr="f."><al>
                            college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Alphen-Chaam; </al></li><li nr="g."><al> commissie: de commissie bezwaarschriften voor de
                            ABG-organisatie; </al></li><li nr="h."><al> bestuur: het bestuur van de ABG-organisatie; </al></li><li nr="i."><al>
                            bezwaarmaker: degene die een bezwaarschrift indient; </al></li><li nr="j."><al>
                            (vice)voorzitter: de als zodanig benoemde (vice)voorzitter van de
                            commissie; </al></li><li nr="k."><al> zittingsvoorzitter: de voorzitter, vicevoorzitter of een
                            commissielid, die fungeert als dagvoorzitter op een zitting .</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Taken commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Er is een commissie ter advisering ten aanzien van de beslissingen op
                            bezwaren tegen besluiten van de gemeenteraad, het college en de
                            burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De commissie is niet bevoegd ten aanzien van: </al><lijst><li nr="-"><al>
                            bezwaarschriften ingediend tegen besluiten op grond van een
                            gemeentelijke belastingverordening; </al></li><li nr="-"><al> bezwaarschriften betreffende een
                            personele aangelegenheid; </al></li><li nr="-"><al> bezwaarschriften die door de bestuursorganen
                            op een andere wijze worden afgedaan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Naast het horen en adviseren
                            omtrent een bezwaar door de commissie kan, met betrekking tot door het
                            verwerend orgaan bij afzonderlijk besluit daartoe aangewezen categorieën
                            van bezwaarschriften, het horen ambtelijk plaatsvinden. Deze categorieën
                            betreffen niet bezwaarschriften tegen raadsbesluiten. Die worden steeds
                            door de commissie behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Samenstelling en benoeming commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De commissie bestaat uit een voorzitter, een vicevoorzitter en een
                            voldoende aantal leden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De voorzitter, vicevoorzitter en de leden
                            worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De functies
                            van voorzitter, vicevoorzitter en lid zijn onverenigbaar met het
                            lidmaatschap van de gemeenteraad, met het ambt van burgemeester of
                            wethouder, met het werkzaam zijn, alsmede het in de voorafgaande twee
                            jaar werkzaam zijn geweest, onder verantwoordelijkheid van een van de
                            ABG-gemeenten . </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De benoeming van de voorzitter, vicevoorzitter en de
                            leden van de commissie is gebaseerd op de deskundigheid en
                            onafhankelijkheid van de kandidaat of kandidaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De voorzitter, de vicevoorzitter en de leden van de commissie worden
                            benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer
                            herbenoemd te worden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De voorzitter, de vicevoorzitter en de leden
                            kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk
                            mededeling aan het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De aftredende of ontslagnemende
                            voorzitter, vicevoorzitter of leden blijven hun functie vervullen totdat
                            in hun opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Instellen van kamers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de
                            behandeling van bezwaarschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De commissie bepaalt het aantal
                            kamers en stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën
                            bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Elke kamer
                            bestaat uit ten minste drie leden: </al><lijst><li nr="a."><al> een zittingsvoorzitter
                            overeenkomstig artikel 7:13 Awb, zijnde de voorzitter of vicevoorzitter
                            of in uitzonderlijke gevallen één van de leden van de commissie; </al></li><li nr="b."><al> ten
                            minste twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar
                            midden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De commissie en haar kamers worden ondersteund door één of meerdere
                            secretarissen die door het bestuur worden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De secretaris is
                            voor zijn werkzaamheden inhoudelijk slechts verantwoording schuldig aan
                            de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                            aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken
                            wordt binnen zeven werkdagen in handen van de commissie gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
                            voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de
                            (vice)voorzitter of zittingsvoorzitter van de commissie:</al><lijst><li nr="a."><al> artikel 2:1,
                            tweede lid; </al></li><li nr="b."><al> artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                            termijn; </al></li><li nr="c."><al> artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken
                            betreft tijdens de behandeling door de commissie; </al></li><li nr="d."><al> artikel 7:4, tweede
                            lid; </al></li><li nr="e."><al> artikel 7:6, vierde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Bemiddeling</titel></kop><al>De commissie onderzoekt of de zaak in der minne kan worden
                            geschikt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De zittingsvoorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                            leden van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen
                            en dezen zo nodig uitnodigen daartoe op de zitting te verschijnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>
                            Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging nodig van het
                            betrokken bestuursorgaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De kosten voor de inzet van een deskundige
                            worden apart in rekening gebracht bij het desbetreffende
                            bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr/><al>1. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                            zitting waarin bezwaarmaker, eventuele belanghebbende(n) en het
                            verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie
                            te laten horen. </al></lid><lid><lidnr/><al>2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel
                            7:3 van de Awb. </al></lid><lid><lidnr/><al>3. Per hoorzitting bestaat de commissie ten minste uit
                            een zittingsvoorzitter en twee leden genoemd onder artikel 3. Voor het
                            houden van de hoorzitting is vereist dat de meerderheid van het aantal
                            leden, waaronder in ieder geval de zittingsvoorzitter, ter zitting
                            aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr/><al>4. De zittingsvoorzitter is belast met de leiding van de
                            hoorzitting en zorgt voor de handhaving van de orde ter zitting. </al></lid><lid><lidnr/><al>5. De
                            zittingsvoorzitter en de leden van de commissie nemen geen deel aan de
                            behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in
                            het geding kan zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Uitnodiging hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr/><al>1. De zittingsvoorzitter nodigt bezwaarmaker, eventuele
                            belanghebbende(n) en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de
                            zitting schriftelijk uit.</al></lid><lid><lidnr/><al>2. Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen
                            bezwaarmaker, eventuele belanghebbende(n) en het verwerend orgaan onder
                            opgaaf van redenen de zittingsvoorzitter verzoeken het tijdstip van de
                            hoorzitting te wijzigen. </al></lid><lid><lidnr/><al>3. De beslissing van de zittingsvoorzitter op
                            dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting
                            aan betrokkenen medegedeeld. </al></lid><lid><lidnr/><al>4. De zittingsvoorzitter is bevoegd in
                            bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van
                            termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Openbaarheid hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het in
                            het eerste lid bepaalde kunnen de deuren worden gesloten indien de
                            zittingsvoorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of
                            indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de
                            commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die
                            zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting
                            plaats achter gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Van hetgeen ter zitting is verhandeld wordt zakelijk verslag gedaan,
                            waarbij wordt vermeld de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>
                            Van het verhandelde ter zitting kan voor administratieve doeleinden een
                            digitale opname worden gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien de zitting geheel of
                            gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien
                            belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars
                            tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het
                            verslag verwijst naar op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het
                            verslag kunnen worden gehecht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het verslag wordt ondertekend door de
                            zittingsvoorzitter en de betrokken secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt
                            opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                            zittingsvoorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere
                            commissieleden dit onderzoek houden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De uit het nader onderzoek
                            verkregen informatie wordt toegezonden aan bezwaarmaker en in afschrift
                            aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en eventuele andere
                            belanghebbenden. Op de informatie kan schriftelijk worden gereageerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>
                            Bezwaarmaker, leden van de commissie, het verwerend orgaan en eventuele
                            andere belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de
                            nadere informatie aan de zittingsvoorzitter van de commissie een verzoek
                            richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De
                            zittingsvoorzitter beslist op zo'n verzoek. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Op een nieuwe hoorzitting
                            zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de
                            hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr/><al>1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                            door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr/><al>2. De commissie beslist bij meerderheid
                            van stemmen over het uit te brengen advies. </al></lid><lid><lidnr/><al>3. Indien bij een stemming
                            de stemmen staken, beslist de stem van de zittingsvoorzitter. </al></lid><lid><lidnr/><al>4. Van een
                            minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien de
                            minderheid dat verlangt. </al></lid><lid><lidnr/><al>5. Het advies is gemotiveerd en bevat een
                            voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. </al></lid><lid><lidnr/><al>6. Het
                            advies wordt ondertekend door de zittingsvoorzitter en de betrokken
                            secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                            artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en
                            nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het
                            bezwaarschrift dient te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien naar het oordeel van de
                            (zittings)voorzitter van de commissie de termijn van 12 weken, genoemd
                            in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor
                            achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een
                            beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te
                            verdagen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en
                            belanghebbende(n) een afschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Jaarverslag</titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van de
                            gemeente verslag uit over haar werkzaamheden in het voorgaande
                            kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Vergoeding</titel></kop><al>De (vice)voorzitter en commissieleden ontvangen een vergoeding voor hun
                            werkzaamheden. De hoogte van deze vergoeding wordt vastgesteld door het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Overgangsbepaling</titel></kop><al>Bezwaarschriften die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn
                            ingediend, maar nog niet zijn behandeld ter zitting of wel ter zitting
                            behandeld maar ter zitting aangehouden, worden behandeld door de
                            commissie overeenkomstig deze Verordening. Met betrekking tot
                            bezwaarschriften die voor de inwerkingtreding van deze Verordening zijn
                            ingediend, reeds ter zitting zijn behandeld en niet ter zitting zijn
                            aangehouden blijft de Commissie bezwaarschriften van de gemeente
                            Alphen-Chaam bevoegd totdat met betrekking tot die bezwaarschriften
                            advies is uitgebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening commissie
                            bezwaarschriften ABG-organisatie 2016 gemeente Alphen-Chaam”.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt na publicatie in werking met ingang van 1
                            januari 2016 dan wel zoveel later als de (vice)voorzitter en leden van
                            de commissie zijn benoemd. Op deze datum wordt de Verordening commissie
                            bezwaarschriften, vastgesteld bij raadsbesluit van 11 mei 2006,
                            ingetrokken.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 december 2015</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Deze verordening geeft een uitwerking van de behandeling van bezwaarschriften
                    door de commissie bezwaarschriften ABG. Artikel 1. Begripsbepaling In dit
                    artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn in de verordening.
                    Artikel 2. Taken commissie In artikel 2 wordt aangegeven dat een gemeentelijke
                    adviescommissie is aangewezen voor het horen en adviseren inzake
                    bezwaarschriften. In artikel 1:5 van de Awb is omschreven wat onder het maken
                    van bezwaar dient te worden verstaan. In het tweede lid worden categorieën van
                    bezwaarschriften benoemd die niet door de commissie worden behandeld, maar op
                    een andere wijze worden behandeld. In het derde lid is een bepaling opgenomen
                    dat het mogelijk is voor bepaalde van tevoren aan te wijzen categorieën te
                    besluiten dat ambtelijk wordt gehoord. Deze categorieën worden door het bevoegde
                    bestuursorgaan separaat aangewezen. Artikel 3. Samenstelling en benoeming van de
                    commissie Het eerste lid verwijst naar de adviescommissie zoals bedoeld in
                    artikel 7:13 Awb. De wet stelt als minimale eisen aan de samenstelling van een
                    adviescommissie: 1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee
                    leden (artikel 7:13, eerste lid, onder a, van de Awb) 2. De voorzitter maakt
                    geen deel uit en is niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het
                    bestuursorgaan (artikel 7:13, eerste lid, onder b, van de Awb)</al><al>In het derde lid van artikel 3 is toegevoegd: De voorzitter en de leden van de
                    commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn (geweest) onder
                    verantwoordelijkheid van één van de ABG-gemeenten.</al><al>De commissie is ten behoeve van de behandeling van bezwaarschriften van de
                    ABG-gemeenten ingesteld. De voorzitter, vicevoorzitter en commissieleden worden
                    door het college benoemd. Artikel 4 Zittingsduur Na invoering van de
                    mogelijkheid om bezwaarschriftencommissies in te stellen (1994) zijn er diverse
                    varianten ontstaan. De modelverordening van de VNG ging aanvankelijk uit van een
                    zittingstermijn van de bezwarencommissie die gelijk was aan de zittingstermijn
                    van de gemeenteraad. Nadeel van deze constructie was dat met het aftreden van de
                    raad ook de gehele bezwaarschriftencommissie aftrad en opnieuw in al dan niet
                    gewijzigde samenstelling moet worden benoemd. De VNG adviseert inmiddels om de
                    zittingstermijn niet meer gelijk te stellen met de zittingstermijn van de
                    gemeenteraad, maar de voorzitter en de leden van de bezwaarschriftencommissie
                    voor een bepaalde termijn te benoemen met de mogelijkheid van eenmalige
                    herbenoeming. Hierdoor ontstaat er een geleidelijke wijziging in de
                    samenstelling van de commissie en zijn niet alle plaatsen tegelijk vacant. In de
                    nieuwe gezamenlijke commissie zullen circa 10 personen zitting hebben. Wanneer
                    zij allemaal tegelijk aftreden en vervangen moeten worden, is het bijna
                    onmogelijk om voor iedereen tegelijk vervanging te vinden. Daarom wordt
                    voorgesteld voor de nieuwe situatie uit te gaan van een benoemingstermijn van 4
                    jaar met een mogelijke herbenoeming voor 4 jaar (voor nieuwe leden). We achten
                    een maximale zittingstermijn van 8 jaar wenselijk omdat er anders te veel
                    verwevenheid tussen de commissie en de organisatie kan ontstaan waardoor de
                    onafhankelijkheid beïnvloed kan worden. Voor de huidige leden zal een
                    overgangsregeling getroffen worden inhoudende dat - leden die per 1 januari 2016
                    korter dan 4 jaar zitting hebben, worden benoemd tot de datum waarop zij 8 jaar
                    lid zijn en - leden die per 1 januari 2016 langer dan 4 jaar maar korter dan 8
                    jaar zitting hebben, worden benoemd tot 1 januari 2020 en - leden die per 1
                    januari 2016 langer dan 8 jaar zitting hebben, worden benoemd tot 1 januari
                    2018. Artikel 5. Instellen van kamers Als bijvoorbeeld gelet op het grote aantal
                    te behandelen bezwaren of in verband met een wenselijke splitsing naar
                    onderwerp, daaraan behoefte bestaat, kan de commissie worden opgesplitst in
                    kamers. Daartoe is artikel 5 opgenomen. Artikel 6. Secretaris Hoewel in de Awb
                    niet over een secretaris wordt gesproken, is het gebruikelijk dat een commissie
                    en haar kamers beschikken over een secretaris ter ondersteuning van de
                    werkzaamheden. Artikel 7. Ingediend bezwaarschrift Dit artikel spreekt voor
                    zich. Artikel 8. Uitoefening bevoegdheden Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist de
                    commissie over onder andere de toepassing van artikel 7:4, zesde lid, en 7:5,
                    tweede lid. Dit uitdrukkelijke voorschrift maakt het niet mogelijk dat deze
                    bevoegdheid door de voorzitter (of een ander lid) van de commissie wordt
                    uitgeoefend. De hiervoor aangehaalde bepalingen zijn in dit artikel dan ook niet
                    genoemd. De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de Awb
                    luiden als volgt.</al><al>artikel 2:1, tweede lid Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een
                    schriftelijke machtiging verlangen. Artikel 6:6 Indien niet is voldaan aan
                    artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in
                    behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan dit niet-ontvankelijk worden
                    verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen
                    binnen een hem daartoe gestelde termijn. Artikel 6:17 Indien iemand zich laat
                    vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen,
                    de op de zaak betrekking hebbende stukken in elk geval aan de gemachtigde.
                    Artikel 7:4, tweede lid Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle
                    verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen
                    gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter inzage. Artikel 7:6,
                    vierde lid Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een
                    belanghebbende, toepassing van het derde lid achterwege laten, voorzover
                    geheimhouding om gewichtige redenen is geboden [...]. Het derde lid van dit
                    artikel luidt: Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder
                    van hen op de hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn
                    aanwezigheid. Artikel 9. Bemiddeling Alternatieve geschillenbeslechting wordt
                    bij de meeste bestuursorganen en rechtbanken op een bepaalde manier toegepast.
                    Veel voorkomende vormen zijn (pre)-mediation of een andere aanpak.</al><al>Bij de andere aanpak wordt vaak na ontvangst van het bezwaarschrift meteen
                    gebeld naar de bezwaarde. Op deze manier kunnen misverstanden worden rechtgezet,
                    het besluit nader worden toegelicht etc. Dit kan leiden tot intrekking van het
                    bezwaarschrift.</al><al>Mediation is een formelere vorm. Hierbij kan onder begeleiding van een mediator
                    naar een oplossing gezocht worden waarmee beide partijen uit de voeten kunnen.
                    Belangrijk is dat beide partijen deze stap nemen en afspraken die hierbij horen
                    worden formeel in een overeenkomst vastgelegd.</al><al>De keuze om al dan niet tot mediation over te gaan is aan het bestuursorgaan,
                    dat ook de grenzen van de onderhandelingsruimte dient vast te stellen.</al><al>Door deze bepaling is procedureel vastgelegd dat de commissie kan onderzoeken of
                    een bemiddelingspoging mogelijk is in een bezwaarschriftenproces. Door de Wet
                    dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is het van belang dat, indien
                    gesproken wordt over mogelijke oplossingen buiten de bezwaarprocedure om,
                    formeel wordt vastgelegd dat de beslistermijn van het bezwaarschrift wordt
                    opgeschort tot het moment dat aan de secretaris wordt meegedeeld wat de uitkomst
                    van de bemiddelingspoging is. Artikel 10. Vooronderzoek Het spreekt voor zich
                    dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te dragen dat al het
                    noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het bezwaarschrift voldoende
                    voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de gemeente - hij krijgt de
                    bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen - als extern. Zo moet het
                    mogelijk zijn om met de bezwaarde in contact te treden om nadere informatie in
                    te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke niet-ontvankelijkheid in overweging
                    te geven het bezwaarschrift in te trekken.</al><al>De activiteiten van de commissie of haar voorzitter bij de voorbereiding van de
                    te behandelen zaken kunnen kosten met zich meebrengen. Daarbij vallen gewone en
                    bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan
                    bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van externe
                    deskundigen zal bijzondere kosten met zich meebrengen. Deze kosten komen ten
                    laste van de gemeentebegroting. Normaal gesproken is er in de begroting voorzien
                    in de normale kosten van een commissie. Dat kan anders liggen als het om
                    bijzondere kosten gaat.</al><al>Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt het
                    voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat het
                    desbetreffende bestuursorgaan de gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een
                    begrotingspost. Om deze reden is in onderhavige bepaling voor de kosten voor
                    getuigen of deskundigen een machtiging vooraf geïntroduceerd. Uiteraard mag het
                    niet zo zijn dat het bestuursorgaan door zo'n toetsing het werk van de commissie
                    frustreert en haar onafhankelijke positie daardoor aantast.</al><al>In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het
                    bestuursorgaan (al dan niet op verzoek) de gegevens ter beschikking stelt aan de
                    adviescommissie die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak. Artikel
                    11. Hoorzitting In artikel 11 is bepaald dat de voorzitter van de commissie gaat
                    over plaats en tijdstip van de zitting. Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb
                    besluit het bestuursorgaan, voor zover niet bij wettelijk voorschrift anders is
                    bepaald, of het horen in het openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid
                    Awb wordt deze bevoegdheid aan de commissie toegekend. In artikel 11, tweede lid
                    wordt verwezen naar artikel 7:3 van de Awb. Dit artikel geeft aan in welke
                    gevallen van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien. Voor een
                    ingediend bezwaarschrift is dat indien: a. het bezwaarschrift kennelijk
                    niet-ontvankelijk is; b. het bezwaar kennelijk ongegrond is; c. de
                    belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het recht te
                    worden gehoord, of d. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                    belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.</al><al>Ad d) Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van
                    appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de commissie
                    contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen op artikel 6:19 Awb. In
                    artikel 6:19 Awb wordt bepaald dat het bezwaar of beroep van rechtswege mede
                    betrekking heeft op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het
                    bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.</al><al>De bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend
                    aan de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het
                    bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook
                    niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid Awb, waarin onder andere
                    is bepaald dat de commissie, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is
                    bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3 Awb.</al><al>De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie,
                    die ingevolge artikel 16 van de verordening achter gesloten deuren
                    plaatsheeft.</al><al>Quorum Het derde lid is opgenomen voor die gevallen waarin het vergaderquorum
                    wel aanwezig is, maar de commissie door afwezigheid van een of meer leden dan
                    wel hun plaatsvervangers (of als gevolg van de toepassing van artikel 13)
                    tijdens de besluitvorming uit een even aantal personen bestaat.</al><al>Het horen kan plaatsvinden door een niet-voltallige commissie; de advisering
                    dient plaats te vinden door een commissie die voldoet aan de eisen van artikel
                    7:13, eerste lid, onder a van de Awb. Hoe het advies tot stand komt, is niet
                    voorgeschreven. Schriftelijke consultatie is mogelijk (CRvB 21 oktober 1999, AB
                    2000/42 en Rb. Haarlem 5 januari 2001, ongepubliceerd, zaaknummer Awb 00/8620 en
                    00/8621).</al><al>Advisering door de voorzitter en één lid van de hoorcommissie is in strijd met
                    artikel 7:13, eerste lid, onder a Awb (Raad van State, Afdeling
                    bestuursrechtspraak 19-10-98, JB 1998/257). Uit het derde lid van dit artikel
                    (mogelijkheid voor de commissie om het horen op te dragen aan de voorzitter of
                    een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder
                    verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan) volgt niet dat de gehele advisering
                    kan worden opgedragen aan de voorzitter en één lid.</al><al>Het vierde en vijfde lid spreken voor zich. Artikel 12. Uitnodiging hoorzitting
                    Het verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de
                    oproeping en de zitting zelf. In het algemeen moet gedacht worden aan een
                    zodanige termijn dat de bezwaarde en de overige belanghebbenden voldoende
                    gelegenheid krijgen om zich behoorlijk op de zitting voor te bereiden.
                    Bezwaarden kunnen geattendeerd worden op de mogelijkheid om hun toelichting op
                    schrift te stellen dat bij het verslag wordt gevoegd. Bij de uitnodiging van de
                    hoorzitting wordt in ieder geval mededeling gedaan dat: 1. Tot 10 dagen voor het
                    horen belanghebbenden nadere stukken kunnen indienen. 2. Het bestuursorgaan het
                    bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken,
                    voorafgaand aan het horen, gedurende ten minste één week voor belanghebbenden
                    ter inzage legt.</al><al>Indien bezwaarmaker om uitstel van de hoorzitting vraagt dan hoeft dit niet
                    altijd te worden verleend. Betrokkene dient wel tijdig uitsluitsel over zijn
                    verzoek om uitstel te krijgen. Indien een bezwaarde verzoekt om uitstel en
                    hiermee ingestemd wordt, dan is het uitgangspunt dat daarmee de beslistermijn
                    met eenzelfde periode wordt opgeschort en dit op papier te bevestigen. Artikel
                    13. Openbaarheid hoorzitting In dit artikel is vastgelegd dat de hoorzitting in
                    principe in het openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft
                    mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzonder persoonlijke zaken van familiaire,
                    medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan
                    de orde komen. Artikel 14. Schriftelijke verslaglegging Artikel 7:7 Awb vereist
                    zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt gemaakt. Dit verslag
                    staat opgenomen in het commissieadvies. Voor administratieve doeleinden kan
                    daarnaast een digitale opname worden gemaakt. Deze opname is niet beschikbaar.
                    De wijze waarop en de inhoudelijke vereisten aan het verslag worden niet door de
                    Awb geregeld. Artikel 15. Nader onderzoek Een nader onderzoek kan feiten of
                    omstandigheden aan het licht brengen die op het moment van de zitting nog niet
                    bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om belanghebbenden en het verwerend orgaan
                    opnieuw te horen. De onderhavige bepaling voorziet in de mogelijkheid de
                    commissie te verzoeken daartoe een nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 Awb
                    wordt bepaald dat indien het in het hier bedoelde geval feiten of omstandigheden
                    betreft die voor de op bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang
                    kunnen zijn, dit aan belanghebbenden wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de
                    gelegenheid worden gesteld te worden gehoord (rechtsbeginsel hoor en wederhoor).
                    Is de nieuwe informatie niet van aanmerkelijk belang dan kan er voor gekozen
                    worden om de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen schriftelijk te
                    reageren. Na de hoorzitting gehouden telefoongesprekken kunnen gezien worden als
                    nader onderzoek (Nationale ombudsman 9 juli 2001, AB 2001/263). Een zorgvuldige
                    procedure houdt ook in dat het bestuursorgaan zich niet rechtstreeks tot de
                    adviescommissie kan wenden zonder dat de andere belanghebbenden in de
                    gelegenheid worden gesteld om hun standpunt dienaangaande kenbaar te maken (Rb.
                    Rotterdam, 10 november 1999, JB, 1999/311). Artikel 16. Raadkamer en advies Dit
                    artikel spreekt voor zich. Artikel 17. Uitbrengen advies en verdaging Volgens
                    artikel 7:13, zesde lid Awb maakt in de bezwaarschriftprocedure het verslag van
                    de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt het
                    schriftelijk uitgebracht.</al><al>De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 12 weken, behoudens
                    in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van
                    verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de voorzitter van de commissie
                    dat indien hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald,
                    hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te
                    verdagen.</al><al>Artikel 18. jaarverslag De bezwaarschriftencommissie brengt jaarlijks een
                    integraal verslag uit aan de raden, colleges en de burgemeesters van de
                    deelnemende gemeenten over haar werkzaamheden. De invulling van dit verslag is
                    aan de commissie gelaten. Voor de hand ligt dat wordt aangegeven welke aantallen
                    bezwaren per gemeente zijn ingediend, hoeveel adviezen zijn uitgebracht, wat de
                    adviezen inhielden (niet-ontvankelijk, (deels) gegrond etc.) of het
                    desbetreffende bestuursorgaan contrair heeft besloten, in welke gevallen beroep
                    wordt ingediend en wat de uitkomst van dit beroep is.</al><al>In geval een klacht is ingediend tegen de bezwaarschriftencommissie wordt dit in
                    het jaarverslag vermeld.</al><al>Het jaarverslag is ook een instrument voor de commissie om aan de
                    bestuursorganen adviezen te geven over de verbeterpunten op het gebied van
                    juridische kwaliteit. Artikel 19. Vergoeding Artikel 20. Overgangsbepaling
                    Artikel 21. Citeertitel De artikelen 19 tot en met 21 spreken voor zich. Artikel
                    22. Inwerkingtreding In artikel 139 tot en met 144 Gemeentewet zijn de
                    bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten die algemeen verbindende
                    voorschriften inhouden geregeld. Besluiten van het gemeentebestuur die algemeen
                    verbindende voorschriften inhouden, verbinden niet dan wanneer ze bekendgemaakt
                    zijn.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>