<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388737_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Weekblad, 11-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om: </al><lijst><li nr="a."><al> feitelijke informatie van geringe omvang; </al></li><li nr="b."><al> inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn;
                                    </al></li><li nr="c."><al> bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                        moties of andere bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt
                                door de griffier, een medewerker van de griffie of op verzoek van de
                                griffier door een ambtenaar gegeven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                                secretaris daarvan in kennis. De secretaris neemt het besluit. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend
                                door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de
                                gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de
                                griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken
                                één of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand zo
                                spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke
                                bijstand aan een raadslid tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al> het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; </al></li><li nr="b."><al> dit het belang van de gemeente kan schaden; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
                                deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en
                                aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het
                                college desgewenst een afschrift van het verzoek. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Indien (leden van) het college informatie wensen over een verzoek
                                om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies, wenden
                                zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk op het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Indien een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar
                                verleende ambtelijke bijstand kan hiervan mededeling worden gedaan
                                aan de secretaris; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de
                                kwestie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Recht op financiële vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De fracties als bedoeld het Reglement van orde voor de
                                vergaderingen van de raad ontvangen jaarlijks een financiële
                                bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van
                                de fractie; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 120,- voor elke
                                fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 50,- per
                                raadszetel. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij wijziging van het aantal zetels bij verkiezingen of bij
                                splitsing van een fractie wordt de financiële bijdrage met ingang
                                van de maand volgende op de datum van de verkiezingen of van de
                                splitsing uitbetaald naar rato van het aantal leden van de
                                oorspronkelijke en van de nieuwe fractie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Besteding financiële vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: </al><lijst><li nr="a."><al> uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen; </al></li><li nr="b."><al> betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen)
                                        geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een
                                        gespecificeerde, reële declaratie; </al></li><li nr="c."><al> giften; </al></li><li nr="d."><al> uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen
                                        die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden toekomen; </al></li><li nr="e."><al> algemene opleidingen voor raads- en commissieleden tenzij
                                        deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke
                                        uitgangspunten van de deelnemers.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning (2003) wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning 2016.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Alphen-Chaam, 10 december 2015</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al/><al>Artikel 1. De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die
                    het verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om
                    het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift
                    van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die
                    het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid van bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Op niet-openbare
                    documenten is het bepaalde in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het Reglement van orde voor
                    de vergaderingen van de raad, het Reglement van orde voor de vergaderingen van
                    het college en de Verordening op de raadscommissies. Er is voor gekozen de
                    griffier te benoemen als centrale functionaris. Het bestaan van het instituut
                    griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het college, die bij
                    de dualisering hun beslag hebben gekregen, leiden ertoe dat de ambtelijke
                    organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft
                    over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de ambtenaar die de
                    bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van posities leidt in dit
                    geval dus noodzakelijkerwijs tot een verdergaande formalisering van de regeling
                    omtrent ambtelijke bijstand. De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het
                    is niet mogelijk in de verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in
                    verband met de verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een
                    verzoek. De griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het proces. In de
                    gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen tussen
                    ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren gesproken
                    wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die
                    onder het gezag van het college vallen en dus niet onder de noemer
                    “griffiemedewerkers”. Dit neemt niet weg dat medewerkers van de griffie ook
                    ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn. Op grond van het derde lid is er
                    bij twijfel een rol voor de secretaris weggelegd. Deze zal moeten beslissen of
                    het een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al>Artikel 2. In het vierde lid wordt gewezen op het belang dat de betrokken
                    portefeuillehouder heeft van het op de hoogte zijn van het feit dat bijstand is
                    verleend door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien
                    de afstand tussen raad en college is het logisch dat desgewenst melding wordt
                    gemaakt van het verlenen van ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris
                    kunnen afspreken in welke gevallen hiervan melding wordt gemaakt. Het vijfde lid
                    voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen raad en college
                    terecht komt. Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij
                    ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden
                    onafhankelijk opereert van het college. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet
                    door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te verschaffen
                    over het verzoek van een raadslid is in het vijfde lid bepaald dat wethouders of
                    de burgemeester zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en
                    niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor
                    de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand. De
                    ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al>Artikel 3. Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden
                    zich voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als
                    hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. Artikel 3 regelt dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><al>Artikel 4. Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze
                    aan zijn of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere
                    instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige
                    positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor. Wel
                    dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met
                    de secretaris.</al><al>Artikel 5. Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning.
                    De hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting
                    moeten worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De
                    fractieondersteuning bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel
                    garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten
                    ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair
                    gebied is het logisch dat zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding
                    krijgen.</al><al>Artikel 6. Voor wat betreft de inhoudelijke besteding van de
                    fractieondersteuning wordt de fracties grotendeels de vrijheid gelaten.
                    Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden.
                    Verder is een aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag
                    worden. Daarmee wordt onder andere voorkomen dat met de bijdrage
                    verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat raadsleden hun eigen vergoeding
                    voor het raadswerk (vastgelegd in het rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de
                    Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor fractieondersteuning. Algemene
                    opleidingen voor raads- en commissieleden die meestal worden georganiseerd door
                    de griffie(r) dienen bekostigd te worden uit de gemeentelijke bedrijfsvoering en
                    dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Deze
                    cursussen worden veelal verzorgd door politiek neutrale instituten. Politiek
                    georiënteerde cursussen zijn een aangelegenheid van de fracties en kunnen daarom
                    bekostigd worden uit de fractieondersteuning en eigen bijdragen van
                    fractieleden.</al><al>Artikel 7 t/m 9 behoeven geen toelichting </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>