<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388712_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende-zaakbelastingen Moerdijk 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 28 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen Moerdijk 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onroerende-zaakbelastingen Moerdijk 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 17 december
                        2015;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 november
                        2015;</al><al/><al>gelet op artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet,</al><al/><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al/><al>vast te stellen de</al><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN
                            ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                                    op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                            waarde van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                            cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                            ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de
                            kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als
                            voedingsbodem te gebruiken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt
                            van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in
                            onderdeel a bedoelde grond;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                            eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                            levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van
                            zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de
                            Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden
                            genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928,
                            met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                            zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                            volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg
                            uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                            worden;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail,
                            een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                            organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                            met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als
                            woning;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater
                            en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
                            publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van
                            zodanige werken die dienen als woning;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder
                            dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en
                            die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
                            publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige
                            onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                            onderwijs;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen -
                            niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang
                            van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de
                            gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden,
                            monumenten, fonteinen, banken, abri´s, hekken en palen;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn
                            of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken
                            die dienen als woning;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen
                            van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al>volkstuinen, waarvan een rechtspersoon het genot heeft krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid
                            bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor
                            zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,2139%</al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelasting:</al><lijst><li nr="·"><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning
                                            dienen: 0,0962%</al></li><li nr="·"><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                            dienen: 0,2623%</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingbedragen tot € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing
                            van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde
                            aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnbedragen
                            waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede twee maanden na de eerste vervaldatum</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het
                            totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer
                            bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op
                            dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand
                            volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval
                            machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van
                            de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer doch niet
                            meer dan € 10.000 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                            tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de
                            28<sup>e</sup> dag van de maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
                            geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn
                            betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na
                            afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de onroerende-zaakbelastingen kan kwijtschelding
                        worden verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling
                        Belastingsamenwerking West-Brabant kan nadere regels geven met betrekking
                        tot de heffing en de invordering van de onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsrecht en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Moerdijk 2015’,
                            vastgesteld op 18 december 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in
                            het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                            voor die datum hebben voorgedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de
                            bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                        onroerende-zaakbelastingen Moerdijk 2016’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2015.</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.D. Tiekstra J.P.M. Klijs</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>