<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388704_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 28 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245">artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 17 december
                        2015;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 november
                        2015;</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer,</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN
                            REININGINGSRECHTEN</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘<vet>gebruik maken’</vet> in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing:
                                    gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al><vet>inzamelmiddel</vet>: Een door of vanwege het
                                    gemeentebestuur beschikbaar gestelde duobak, een "grijze" bak of
                                    een set van één grijze en één groene citybin.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven,
                                tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
                                10,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een
                                ander perceel gebruikt maakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor
                                de toepassing hiervan wordt het totaal van de op één aanslagbiljet
                                verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnbedragen
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het
                                totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer
                                bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete
                                op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de
                                maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt,
                                ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen €
                                100,00 of meer doch niet meer dan € 10.000 bedraagt, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnbedragen
                                waarvan de eerste termijn vervalt op de 28<sup>e</sup> dag van de
                                maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                                een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso
                                wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen
                                niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening
                                van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56
                                dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de
                                betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant kan
                            nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van
                            de afvalstoffenheffing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als
                            voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in
                            beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende
                                tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>In afwijking in zoverre van artikel 14 wordt bij het bepalen van de
                            maatstaf van heffing buiten aanmerking gelaten het inzamelen van
                            afvalstoffen uit een eerste duobak bij scholen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven
                            bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een
                            afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor
                                de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde tarieven als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven,
                                tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
                                10,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor
                                de toepassing hiervan wordt het totaal van de op één aanslagbiljet
                                verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke
                                    termijnbedragen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van
                                    de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld
                                    en de tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval
                                    het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde
                                    aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een
                                    bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op
                                    de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van
                                    het aanslagbiljet is vermeld.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt,
                                    ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het
                                    totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen €
                                    100,00 of meer doch niet meer dan € 10.000 bedraagt, dat de
                                    aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnbedragen
                                    waarvan de eerste termijn vervalt op de 28<sup>e</sup> dag van
                                    de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                    telkens een maand later.</al></li><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso
                                    wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien
                                    termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de
                                    betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt
                                    dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan
                                    gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling
                            Belastingsamenwerking West-Brabant kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Overgangsrecht en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk
                                2015”, vastgesteld op 18 december 2014, wordt ingetrokken met ingang
                                van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing,
                                met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                feiten die zich voor de datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing
                            en reinigingsrechten Moerdijk 2016’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2015.</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.D. Tiekstra J.P.M. Klijs </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>TARIEVENTABEL afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk
                            2016</titel></kop><al><vet>Behorend bij de ‘Verordening </vet>afvalstoffenheffing en
                            reinigingsrechten Moerdijk<vet>201</vet><vet>6</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="76*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven
                                                  afvalstoffenheffing</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar,
                                                indien het perceel op 1 januari van het
                                                belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt
                                                in de loop van het belastingjaar bij de aanvang
                                                wordt gebruikt door:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>door één persoon</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>193,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>door meer dan één persoon</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>258,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting als bedoeld in artikel 1.1 wordt, voor
                                                het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                                                belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de
                                                belastingplicht, in bruikleen hebben van een tweede
                                                en volgende inzamelmiddel voor de aanbieding van
                                                huishoudelijk afval, per tweede en volgende
                                                inzamelmiddel vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>85,15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 2 Maatstaven en jaarlijkse tarieven
                                                  reinigingsrechten (excl. BTW)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het recht bedraagt per belastingjaar voor het
                                                eenmaal per week ledigen van een door de gemeente
                                                beschikbaar gesteld inzamelmiddel waarmee
                                                afvalstoffen worden aangeboden die qua aard en
                                                omvang gelijkgesteld kunnen worden met
                                                huishoudelijke afvalstoffen, per inzamelmiddel
                                                  <vet>(excl. BTW)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>258,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Behoort bij raadsbesluit van 17 december 2015. </al><al>de griffier,</al><al>H.D. Tiekstra</al></bijlage></regeling></body></cvdr>