<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388703_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rioolheffing gemeente Moerdijk 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 28 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing gemeente Moerdijk 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">artikel 228a, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing gemeente Moerdijk 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 17 december
                        2015;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2015; </al><al/><al>gelet op artikel 228a, van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>B e s l u i t</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>perceel</vet>: een roerende of onroerende zaak of een
                                    zelfstandig gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al><vet>gemeentelijke riolering</vet>: een voorziening of
                                    combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking,
                                    zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater,
                                    in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al><vet>water</vet>: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater,
                                    hemelwater of grondwater.</al></li><li nr="d."><al><vet>w</vet><vet>oning</vet>: een perceel dient in hoofdzaak tot
                                    woning, indien de waarde op basis van hoofdstuk IV van de Wet
                                    waardering onroerende zaken is vastgesteld voor dat perceel in
                                    hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van dat perceel die
                                    dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                    woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde en afvloeiende hemelwater, alsmede het treffen van
                                    maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de
                                    grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel
                                    mogelijk te voorkomen of te beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in deze verordening wordt naar
                                afzonderlijke grondslagen geheven van de gebruiker van een perceel
                                van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering
                                wordt afgevoerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de rioolheffing wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>als gebruiker aangemerkt degene die naar de omstandigheden
                                        beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom,
                                        bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>gebruikmaken van een perceel door de leden van een
                                        huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in
                                        artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
                                        bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat
                                        huishouden; </al></li><li nr="c."><al>gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel –
                                        niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – in gebruik is
                                        gegeven, aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat
                                        deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="d."><al>het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig
                                        gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat
                                        perceel ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar
                                of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven,
                                tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
                                10,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een
                                ander perceel gebruik maakt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting berekend naar de grondslag als bedoeld in artikel 5,
                                lid 2, letter b, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of
                                eerder indien de belastingplicht binnen de gemeente wordt beëindigd
                                in de loop van het belastingjaar. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
                                belastingbedrag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnbedragen
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden na de eerste vervaldatum. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een bestuurlijke boete is opgelegd, dan is het bedrag inzake
                                die bestuurlijke boete invorderbaar in twee gelijke termijnbedragen
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, in
                                geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde
                                aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een
                                bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de
                                laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid
                                geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en
                                het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen €
                                100,00 of meer doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnbedragen
                                waarvan de eerste termijn vervalt op de 28<sup>e</sup> dag van de
                                maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                                een maand later. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in het vierde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso
                                wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen
                                niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening
                                van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56
                                dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de
                                betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag
                                worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand
                                van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden van het
                                belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal
                                betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste termijn
                                vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
                                de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel
                                gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de belasting berekend naar hoofdstuk 1 van de bij deze verordening
                            behorende tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant kan
                            nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van
                            de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De 'Verordening rioolheffing Moerdijk 2015, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 18 december 2014 wordt ingetrokken met ingang van
                                de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met
                                dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten
                                die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening rioolheffing
                                gemeente<cursief>Moerdijk</cursief>2016". </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december
                        2015.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.D. Tiekstra J.P.M. Klijs</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>TARIEVENTABEL rioolheffing gemeente Moerdijk 2016</titel></kop><al><vet>Behorend bij de ‘Verordening rioolheffing Moerdijk
                                </vet><vet>201</vet><vet>6</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="74*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 1 </vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar,
                                                voor een perceel dat uitsluitend tot woning dient en
                                                op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                                                belastingplicht aanvangt in de loop van het
                                                belastingjaar bij de aanvang wordt gebruikt
                                                door:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>door één persoon</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>174,65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>door meer dan één persoon</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>232,85</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Hoofdstuk 2 </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting bedraagt per perceel, per
                                                belastingjaar, voor een perceel dat op 1 januari van
                                                het belastingjaar hoofdzakelijk wordt gebruikt:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>als winkel, kantoor of opslagruimte waarvan de
                                                vloeroppervlakte:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>niet meer bedraagt dan 100 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>227,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>meer bedraagt dan 100 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>376,81</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>als bedrijfsruimten met woning, winkel met woning,
                                                bedrijven en praktijkruimten</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>376,81</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>als verzorgingstehuis, per 10 inwoners of gedeelte
                                                waaraan huisvesting wordt geboden (naar peildatum 1
                                                januari van het belastingjaar)</al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>426,73</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>voor onderwijsdoeleinden, per leslokaal </al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>93,08</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een andere dan één van de hiervoor genoemde
                                                functies (culturele gebouwen, clubhuizen,
                                                recreatiewoningen,e.d.) </al></entry><entry colname="col3"><al>€</al></entry><entry colname="col4"><al>93,08</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Behoort bij raadsbesluit van 17 december 2015.</al><al>de griffier,</al><al>H.D. Tiekstra</al></bijlage></regeling></body></cvdr>