<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388690_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>− Vastgesteld door de burgemeester van Barendrecht, Drs. J. van Belzen, op
                        29 november 2011</al><al>− Vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Barendrecht op
                        29 november</al><al>2011</al><al>− Vastgesteld in de raad van de gemeente Barendrecht op 29 november
                        2011</al><al>− Vastgesteld door de burgemeester van Ridderkerk, A. Attema, op 28 juni
                        2011</al><al>− Vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Ridderkerk op
                        28 juni 2011</al><al>− Vastgesteld in de raad van de gemeente Ridderkerk op 22 september
                        2011</al><al>− Vastgesteld door de burgemeester van Rotterdam, A. Aboutaleb, op 30
                        augustus 2011</al><al>− Vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam op
                        30 augustus 2011</al><al>− Vastgesteld in de raad van de gemeente Rotterdam op 24 november 2011</al><al/><al><vet>1</vet><vet>e</vet><vet>w</vet><vet>i</vet><vet>j</vet><vet>z</vet><vet>i</vet><vet>g</vet><vet>ing</vet><vet>–</vet><vet>in</vet><vet>w</vet><vet>e</vet><vet>r</vet><vet>k</vet><vet>i</vet><vet>n</vet><vet>g</vet><vet>g</vet><vet>e</vet><vet>t</vet><vet>r</vet><vet>e</vet><vet>d</vet><vet>e</vet><vet>n</vet><vet>op</vet><vet>3</vet><vet>o</vet><vet>k</vet><vet>t</vet><vet>ob</vet><vet>e</vet><vet>r
                            </vet><vet>2</vet><vet>01</vet><vet>3</vet></al><al>Betreft: wijziging artikelen 10.3 en 15.3.</al><lijst><li nr="-"><al>Instemming raad Barendrecht op 11 juni 2013</al></li><li nr="-"><al>Instemming raad Ridderkerk op 12 september 2013</al></li><li nr="-"><al>Instemming raad Rotterdam op 3 oktober 2013. Vanaf dit moment is de
                                wijziging tot stand gekomen en in werking getreden.</al></li></lijst><al/><al><vet>2</vet><vet>e</vet><vet>w</vet><vet>ij</vet><vet>z</vet><vet>igin</vet><vet>g</vet><vet>–
                            treedt in werking op 1 januari 2016</vet></al><al>Betreft: wijziging rechtsgebied en aanpassing aan nieuwe Wgr</al><lijst><li nr="-"><al>Instemming raad Barendrecht op 27 januari 2015</al></li><li nr="-"><al>Instemming raad Ridderkerk op 22 januari</al></li><li nr="-"><al>Instemming raad Rotterdam op 9 juli 2015. Vanaf dit moment is de
                                wijziging tot stand gekomen.</al></li></lijst><al/><al>De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van
                        de gemeenten Ridderkerk, Barendrecht en Rotterdam, ieder voor zoveel het hun
                        bevoegdheden betreft;</al><al>overwegende dat:</al><al>a. de gemeenten op 12 november 2009 de 'Bestuurlijke Overeenkomst
                        bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard' hebben getekend, waarin tussen de
                        gemeenten, de provincie Zuid-Holland en het ministerie van EZ, mede namens
                        VROM en V&amp;W, afspraken zijn gemaakt met betrekking tot het versneld
                        realiseren van het bedrijventerrein op de locatie Nieuw Reijerwaard;</al><al>b. de gemeenten als doel van samenwerking hebben geformuleerd het op
                        gelijkwaardige basis samenwerken om op basis van de businesscase Nieuw
                        Reijerwaard de locatie te ontwikkelen, zoals eerder is vastgelegd in de
                        Procesafspraken die op 13 mei 2011 door Barendrecht, Ridderkerk en Rotterdam
                        mede zijn ondertekend;</al><al>c. de gemeenten hebben uitgesproken dat het hiervoor genoemde doel wordt
                        gerealiseerd door of onder regie van een openbaar lichaam dat door partijen
                        wordt gevormd op basis van een regeling krachtens de Wet gemeenschappelijke
                        regelingen;</al><al>d. het ter uitvoering van de onder artikel 4 genoemde doelstelling gewenst
                        is te komen tot een gestructureerde vorm van bestuurlijke samenwerking ter
                        uitvoering van de Bestuurlijke Overeenkomst, waarbij wordt gekomen tot de
                        oprichting van een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam,
                        waardoor op adequate wijze in het rechtsverkeer kan worden
                        geparticipeerd;</al><al>gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet; </al><al/><al>Besluiten:</al><al>de volgende Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard te treffen:</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>1 Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bestuurlijke overeenkomst: de op 12 november 2009 door het
                                    ministerie van EZ (mede namens VROM en V&amp;W), de provincie
                                    Zuid-Holland en de gemeenten Barendrecht, Ridderkerk en
                                    Rotterdam, getekende 'bestuurlijke overeenkomst bedrijventerrein
                                    Nieuw Reijerwaard';</al></li><li nr="b."><al>burgemeester: de burgemeester van een deelnemende gemeente;</al></li><li nr="c."><al>college van burgemeester en wethouders: het college van
                                    burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;</al></li><li nr="d."><al>deelnemers: de aan deze regeling deelnemende gemeenten
                                    Barendrecht, Ridderkerk enRotterdam;</al></li><li nr="e."><al>deelnemende gemeente: een aan deze regeling deelnemende
                                    gemeente;</al></li><li nr="f."><al>grondexploitatie: het geheel van activiteiten en werkzaamheden
                                    met betrekking tot de verwerving, het bouw- en woonrijp maken,
                                    en de uitgifte van voor bebouwing geschikt gemaakte gronden, in
                                    het kader van de realisatie van planologische maatregelen;</al></li><li nr="g."><al>raad: de gemeenteraad van een deelnemende gemeente;</al></li><li nr="h."><al>rechtsgebied: het deel van het grondgebied binnen de gemeente
                                    Ridderkerk waarop de regeling ziet, een en ander zoals
                                    aangegeven op de bij de regeling behorende en gewaarmerkte</al></li><li nr="i."><al>tekening (Bijlage 1);</al></li><li nr="j."><al>regeling of gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke
                                    Regeling Nieuw Reijerwaard;</al></li><li nr="k."><al>GR Nieuw Reijerwaard: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 2
                                    van deze regeling.</al></li></lijst><al>2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere
                            wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden
                            verklaard, wordt indien in die artikelen wordt gesproken van gemeente,
                            raad, college van burgemeester en wethouders, en burgemeester, daarvoor
                            gelezen de GR Nieuw Reijerwaard, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks
                            Bestuur, en de Voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het openbaar lichaam</titel></kop><al>1. Er is een openbaar lichaam genaamd: GR Nieuw Reijerwaard. Het
                            openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te Ridderkerk.</al><al>2. Het gebied waarvoor deze regeling geldt, is het rechtsgebied; een en
                            ander zoals dat is vastgelegd op de van deze regeling onderdeel
                            uitmakende en gewaarmerkte kaart (bijlage 1).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><al>1. Het bestuur van de GR Nieuw Reijerwaard bestaat uit het Algemeen
                            Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter.</al><al>2. De Voorzitter is zowel voorzitter van het Algemeen Bestuur als van
                            het Dagelijks Bestuur.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>II</nr><titel>Doelstellingen, taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Doel en belang</titel></kop><al>De GR Nieuw Reijerwaard heeft tot doel casu quo als belang het binnen
                            diens rechtsgebied ontwikkelen en realiseren van minimaal 90 hectare
                            bedrijventerrein op de locatie Nieuw Reijerwaard met de daarbij horende
                            ontsluiting en het daarbij horende groen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taken</titel></kop><al>1. De GR Nieuw Reijerwaard heeft tot taak het actief bevorderen van de
                            realisering van de in artikel 4 omschreven doelstelling, door middel van
                            de uitvoering van de Bestuurlijke overeenkomst. Hiertoe worden onder
                            meer de volgende, afgeleide deeltaken gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>Het in juridische eigendom verwerven, al dan niet in
                                    samenwerking met één of meerdere deelnemers, van alle voor de
                                    realisatie van de doelstelling benodigde en daarvoor in
                                    aanmerking komende gronden, met alle middelen rechtens
                                    waaronder, voor zover nodig, de inzet van het instrument van
                                    onteigening;</al></li><li nr="b."><al>Het voeren van (tijdelijk) beheer, in de ruimste zin van het
                                    woord met betrekking tot verworven gronden;</al></li><li nr="c."><al>Het financieren van de kosten van verwerving, beheer en verdere
                                    kosten ter uitvoering van de doelstelling van deze
                                    regeling;</al></li><li nr="d."><al>Het bevorderen bij de deelnemers van het tijdig tot stand komen
                                    van de voor realisatie van de doelstelling benodigde
                                    publiekrechtelijke, waaronder planologische, regels en
                                    regelingen;</al></li><li nr="e."><al>Het bevorderen van uitplaatsing uit het rechtsgebied van met de
                                    realisering van de doelstelling strijdige functies;</al></li><li nr="f."><al>Het voeren van overleg met overheden en instanties ter zake de
                                    realisering van de doelstellingen, waaronder de realisatie van
                                    de aansluiting op het rijkswegennet;</al></li><li nr="g."><al>het (doen) voeren van de grondexploitatie ter uitvoering van de
                                    planologische maatregelen ter realisering van de doelstelling
                                    voor het rechtsgebied;</al></li></lijst><al>2. De deelnemers onthouden zich van het voeren van onderhandelingen
                            gericht op het (doen) verwerven van gronden respectievelijk het
                            verwerven van gronden voor zover die gronden zijn gelegen binnen het
                            rechtsgebied alsmede het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de
                            Wet voorkeursrecht gemeenten en het onteigeningsinstrumentarium, tenzij
                            de GR Nieuw Reijerwaard hiertoe verzoekt of daarvoor voorafgaande
                            instemming heeft gegeven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>1. Aan het bestuur van de GR Nieuw Reijerwaard worden ter vervulling van
                            de in artikel 5 omschreven taken alle bevoegdheden van regelingen en
                            bestuur toegekend binnen de grenzen van artikel 30 en 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen en met inachtneming van de
                            beperkingen daarin gesteld.</al><al>2. Ten behoeve van de in artikel 4 genoemde doelstelling kan, indien dit
                            bijzonder aangewezen wordt geacht, de GR Nieuw Reijerwaard een of meer
                            stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en
                            onderlinge waarborgmaatschappijen oprichten of daarin deelnemen.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>III</nr><titel>Algemeen Bestuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Samenstelling, lidmaatschap en stemverhouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>1. Het Algemeen Bestuur bestaat uit tien leden, de voorzitter
                                inbegrepen. De raden van Barendrecht en Ridderkerk wijzen uit hun
                                midden, de voorzitter van de raad inbegrepen, en uit de wethouders,
                                elk vier leden en twee plaatsvervangend leden aan. Van deze vier
                                leden respectievelijk twee plaatsvervangend leden dienen ten minste
                                twee leden respectievelijk één plaatsvervangend lid deel uit te
                                maken van het college van burgemeester en wethouders. De raad van
                                Rotterdam wijst uit de voorzitter van de raad en uit de wethouders,
                                twee leden en twee plaatsvervangend leden aan.</al><al>2. Bepalingen in deze regeling geldende voor de leden van het
                                Algemeen Bestuur, zijn mede van toepassing op de plaatsvervangende
                                leden.</al><al>3. Een lid van het Algemee Bestuur kan bij afwezigheid worden
                                vervangen door een daartoe aangewezen plaatsvervangend lid. Een
                                plaatsvervanging wordt meegedeeld aan de voorzitter op de wijze,
                                zoals bepaald in het in artikel 13 genoemde Reglement van Orde.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vereisten lidmaatschap</titel></kop><al>1. Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de
                                betrekking van ambtenaar door of vanwege een deelnemer of de GR
                                Nieuw Reijerwaard aangesteld of daaraan ondergeschikt. Onder
                                ambtenaar wordt ook verstaan degene die op arbeidsovereenkomst naar
                                burgerlijk recht voor een van de deelnemers werkzaam is.</al><al>2. Op het gestelde in het eerste lid is het bepaalde in artikel 13
                                van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Einde lidmaatschap</titel></kop><al>1. Het lidmaatschap eindigt als de raad van een deelnemende gemeente
                                zijn aanwijzing intrekt, en in ieder geval op de dag waarop de
                                zittingsperiode van de raad afloopt.</al><al>2. De raad van elke deelnemende gemeente beslist in de eerste
                                vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe
                                leden van het Algemeen Bestuur.</al><al>3. Degene die ophoudt wethouder dan wel burgemeester te zijn van de
                                deelnemende gemeente waarvan de raad hem of haar als lid van het
                                Algemeen Bestuur heeft aangewezen, houdt daarmee ook op lid van het
                                Algemeen Bestuur te zijn.</al><al>4. Indien tussentijds een plaats van een door een raad aangewezen
                                lid van het Algemeen Bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst de
                                raad die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering - of zo dat
                                niet mogelijk zou zijn ten spoedigst- een na - een nieuw lid aan.
                                Degene die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van
                                het Algemeen Bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip,
                                waarop degene in wiens of wier plaats hij of zij is benoemd, zou
                                moeten aftreden.</al><al>5. Van elke aanwijzing tot lid van het Algemeen Bestuur geven
                                burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeente binnen acht
                                dagen kennis aan de voorzitter van het Algemeen Bestuur.</al><al>6. Een lid van het Algemeen Bestuur kan te allen tijde ontslag
                                nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de raad die hem heeft
                                aangewezen. De in de vorige volzin bedoelde raad doet mededeling van
                                het ontslag aan het Algemeen Bestuur. Het lid houdt zitting in het
                                Algemeen Bestuur totdat in de opvolging is voorzien.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Stemverhouding</titel></kop><al>1. De leden van het Algemeen Bestuur welke afkomstig zijn uit de
                                gemeente Barendrecht of Ridderkerk hebben elk één stem. De leden van
                                het Algemeen Bestuur welke afkomstig zijn uit de gemeente Rotterdam
                                hebben elk twee stemmen.</al><al>2. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.</al><al>3. Het Algemeen Bestuur kan besluiten nemen als minimaal twee van de
                                drie deelnemers vertegenwoordigd zijn.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheden en werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 behoren aan het
                                Algemeen Bestuur alle bevoegdheden toe die niet ingevolge de
                                regeling aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter zijn
                                overgedragen. Het Algemeen Bestuur kan, door nadere regels te
                                stellen, het uitoefenen van deze bevoegdheden overdragen aan het
                                Dagelijks Bestuur, met dien verstande dat niet kunnen worden
                                overgedragen de bevoegdheden bedoeld in het tweede lid, onder
                                a.</al><al>2. Tot de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bevoegdheden
                                behoren in ieder geval de volgende bevoegdheden:</al><lijst><li nr="a."><al> Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften ter
                                        uitvoering van de in artikel 4 omschreven doelstelling;</al></li><li nr="b."><al> Het nemen van besluiten tot de oprichting van en de
                                        deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen,
                                        verenigingen, coöperaties en onderlinge
                                        waarborgmaatschappijen, met in achtneming van het bepaalde
                                        in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke
                                        Regelingen;</al></li><li nr="c."><al> Het sluiten van (bestuurs)overeenkomsten met andere
                                        overheden of bedrijven, gericht op de ondersteuning en
                                        uitvoering van het te voeren beleid;</al></li><li nr="d."><al> Het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen
                                        verband houdende met financiering van handelingen ter
                                        uitvoering van de doelstelling</al></li><li nr="e."><al> Het aan de raden van de deelnemers verzoeken om, in het
                                        kader van de in artikel 4 bedoelde doelstelling algemeen
                                        verbindende voorschriften, door strafbepaling of
                                        bestuursdwang te handhaven, vast te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><al>1. Het Algemeen Bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en
                                voorts zo dikwijls als de Voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit
                                nodig oordelen, dan wel ten minste zoveel leden dat zij minimaal
                                vijf stemmen vertegenwoordigen dit, onder opgaaf van redenen,
                                schriftelijk verzoeken.</al><al>2. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De
                                deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van de
                                aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
                                Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal
                                worden vergaderd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Reglement van Orde</titel></kop><al>1. Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere
                                werkzaamheden een Reglement van</al><al>Orde vast.</al><al>2. In het Reglement van Orde worden in ieder geval regels gegeven
                                over de wijze van het verstrekken</al><al>van inlichtingen en het afleggen van verantwoording, zoals bedoeld
                                in artikel 21 tot en met 23 van deze regeling.</al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>IV</nr><titel>Dagelijks Bestuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Samenstelling en stemverhouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>1. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie leden.</al><al>2. Het Algemeen Bestuur wijst in zijn eerste vergadering van elke
                                zittingsperiode de leden van het Dagelijks Bestuur aan. Eén lid
                                wordt aangewezen uit de leden van het Algemeen Bestuur, welke
                                afkomstig zijn van het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Barendrecht, één lid, uit de leden van het Algemeen Bestuur
                                welke afkomstig zijn van het college van burgemeester en wethouders
                                van de gemeente Ridderkerk en één lid, uit de leden van het Algemeen
                                Bestuur welke afkomstig zijn van het college van burgemeester en
                                wethouders van de gemeente Rotterdam.</al><al>3. Bij verhindering of ontstentenis van een lid van het Dagelijks
                                Bestuur, dat deel uitmaakt van het college van burgemeester en
                                wethouders van Barendrecht, wordt hij zo nodig vervangen door het
                                door de raad van Barendrecht aangewezen (plaatsvervangend) lid uit
                                het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht. Het
                                bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op de
                                vervangen van een lid van het Dagelijks Bestuur, dat deel uitmaakt
                                van het college van burgemeesters en wethouders van Ridderkerk dan
                                wel Rotterdam.</al><al>4. De door het Algemeen Bestuur aangewezen leden van het Dagelijks
                                Bestuur treden af als lid van het</al><al>Dagelijks Bestuur op de dag waarop de zittingsperiode van de leden
                                van het Algemeen Bestuur afloopt.</al><al>5. Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur openvalt,
                                wijst het Algemeen Bestuur een nieuw lid aan uit de gemeente van
                                waaruit het betreffende lid afkomstig is, met inachtname van het
                                gestelde in lid 2. Gaat het openvallen van een plaats in het
                                Dagelijks Bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het
                                Algemeen Bestuur, dan zal het Algemeen Bestuur het kiezen van een
                                nieuw lid van het Dagelijks Bestuur uitstellen totdat de
                                opengevallen plaats in het Algemeen Bestuur weer is bezet.</al><al>6. Degene die als lid van het Dagelijks Bestuur ontslag neemt of
                                overeenkomstig het bepaalde in het derde lid moet aftreden, blijft
                                zijn/haar functie waarnemen totdat een opvolger de functie heeft
                                aanvaard. Het nemen van ontslag geschiedt door schriftelijke
                                kennisgeving aan de voorzitter.</al><al>7. Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te
                                zijn, houdt ook op lid van het Dagelijks</al><al>Bestuur te zijn.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Stemverhouding</titel></kop><al>1. De leden van het Dagelijks Bestuur hebben elk één stem.</al><al>2. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.</al><al>3. Het Dagelijks Bestuur kan besluiten nemen als minimaal twee van
                                de drie deelnemers vertegenwoordigd zijn.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheden en werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>1 Aan het Dagelijks Bestuur is, onverminderd hetgeen overigens in of
                                krachtens deze regeling is bepaald, opgedragen:</al><lijst><li nr="a."><al> Het Dagelijks Bestuur van de GR Nieuw Reijerwaard te
                                        voeren, voor zover niet bij of krachtens de Wet
                                        gemeenschappelijke regelingen het Algemeen Bestuur of de
                                        voorzitter hiermee is belast;</al></li><li nr="b."><al> Het voorbereiden van hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter
                                        beraadslaging en besluitvorming wordt voorgelegd, tenzij bij
                                        of krachtens wettelijke regeling de voorzitter hiermee is
                                        belast;</al></li><li nr="c."><al> Het uitvoeren van besluiten van het Algemeen Bestuur,
                                        tenzij bij of krachtens een wettelijke regeling de
                                        voorzitter hiermee is belast;</al></li><li nr="d."><al> Het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als
                                        buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter
                                        voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;</al></li><li nr="e."><al> Te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks
                                        bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen,
                                        bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te
                                        voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te
                                        verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het
                                        algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders
                                        beslist;</al></li><li nr="f."><al> Ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan;</al></li><li nr="g."><al> Tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar
                                        lichaam te besluiten, met</al></li><li nr=""><al>uitzondering van besluiten als bedoeld in artikel 31 van de
                                        Wgr, tot oprichting van of deelneming in privaatrechtelijke
                                        rechtspersonen en met uitzondering van de in artikel 11, lid
                                        2 sub b en c aan het Algemeen Bestuur voorbehouden
                                        rechtshandelingen;</al></li><li nr="h."><al> Het voorstaan van de belangen van de GR Nieuw Reijerwaard
                                        bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of
                                        bij personen met wie contact met de GR Nieuw Reijerwaard van
                                        belang is;</al></li><li nr="i."><al> Het beheren van activa en passiva van de GR Nieuw
                                        Reijerwaard;</al></li><li nr="j."><al> De zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de
                                        controle op het geldelijke beheer en de boekhouding;</al></li><li nr="k."><al> Het vaststellen van de plannen en voorwaarden van
                                        aanbesteding of uitvoering van de werken en leveranties ten
                                        behoeve van de GR Nieuw Reijerwaard, waarvan het Algemeen
                                        Bestuur de vaststelling niet aan zich heeft
                                        voorbehouden;</al></li><li nr="l."><al> Het houden van voortdurend toezicht op al hetgeen de GR
                                        Nieuw Rd aangaat.eijerwaar</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><al>1. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls de Voorzitter of ten
                                minste twee leden dit nodig vinden.</al><al>2. De vergaderingen van het Dagelijks Bestuur worden met gesloten
                                deuren gehouden, voor Dagelijks Bestuur niet anders heeft
                                bepaald.zover het</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Reglement van Orde</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere
                                werkzaamheden een Reglement van</al><al>Orde vast.</al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>V</nr><titel>De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Benoeming</titel></kop><al>1. De Voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen
                            die tevens zijn aangewezen als lid van het Dagelijks Bestuur.</al><al>2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze
                            vervangen door de Plaatsvervangend voorzitter. De Plaatsvervangend
                            voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die
                            tevens zijn aangewezen als lid van het Dagelijks Bestuur en niet zijn
                            aangewezen als Voorzitter.</al><al>3. De aanwijzing van de Voorzitter alsmede de Plaatsvervangend
                            voorzitter vindt voor het eerst plaats in de eerste vergadering van het
                            Algemeen Bestuur, en vervolgens jaarlijks, zodanig dat het
                            voorzitterschap bij toerbeurt voor de duur van één jaar rouleert.</al><al>4. De voorzitter en Plaatsvervangend voorzitter treden af op de dag
                            waarop de zittingsperiode van de leden van het Algemeen Bestuur afloopt.
                            Zij blijven hun functie echter waarnemen totdat hun opvolgers deze
                            functie hebben aanvaard.</al><al>5. Indien tussentijds de functie van Voorzitter beschikbaar komt, wijst
                            het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuwe Voorzitter aan,
                            zulks met inachtneming van het bepaalde in het eerste en derde lid. Gaat
                            het beschikbaar komen van de functie van Voorzitter gepaard met het
                            openvallen van een plaats in het Algemeen Bestuur, dan zal het Algemeen
                            Bestuur het aanwijzen van een nieuwe</al><al>Voorzitter uitstellen totdat de opengevallen plaats in het Algemeen
                            Bestuur weer is bezet. Het bepaalde in de eerste en tweede volzin is van
                            overeenkomstige toepassing op het tussentijds beschikbaar</al><al>komen van de functie van Plaatsvervangend voorzitter, met dien verstande
                            dat ten aanzien van de nieuwe aanwijzing het tweede lid overeenkomstig
                            van toepassing is.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>1. De Voorzitter is tevens voorzitter van het Algemeen en van het
                            Dagelijks Bestuur.</al><al>2. De Voorzitter is belast met de leiding van vergaderingen van het
                            Algemeen en van het Dagelijks</al><al>Bestuur en draagt er zorg voor dat de besluiten naar behoren worden
                            uitgevoerd.</al><al>3. De Voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen en het Dagelijks
                            Bestuur uitgaan.</al><al>4. De Voorzitter vertegenwoordigt de GR Nieuw Reijerwaard in en buiten
                            rechte. Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde
                            opdragen. Indien de GR Nieuw Reijerwaard en</al><al>een van de deelnemers gezamenlijk betrokken zijn in een geding en de
                            Voorzitter tevens burgemeester van de betrokken gemeente is, oefent de
                            Plaatsvervangend voorzitter de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid
                            uit.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>VI</nr><titel>Informatie, verantwoording en ontslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Interne werking</titel></kop><al>1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder
                            afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor
                            het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur.</al><al>2. Zij geven het Algemeen Bestuur mondeling of schriftelijk de door een
                            of meer leden gevraagde inlichtingen, op de wijze zoals die is geregeld
                            in het Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur.</al><al>3. Het Algemeen Bestuur is bevoegd aan een lid van het Dagelijks Bestuur
                            ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen
                            Bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de
                            Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.</al><al>4. Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing
                            op de Voorzitter voor het door hem/haar gevoerde bestuur.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Externe werking, bestuursorganen</titel></kop><al>1. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter geven
                            aan de raden van de deelnemers, gevraagd of ongevraagd, alle
                            inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur
                            gevoerde en te voeren beleid nodig is, indien het verstrekken daarvan
                            niet in strijd is met het openbaar belang.</al><al>2. Een verzoek om inlichtingen door een of meer leden van de raad van
                            een deelnemende gemeente dient schriftelijk te worden ingediend bij het
                            Dagelijks Bestuur.</al><al>3. Het Dagelijks Bestuur verstrekt de gevraagde inlichtingen aan de raad
                            van een deelnemende gemeente schriftelijk binnen één maand na ontvangst
                            van het verzoek.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Externe werking, leden Algemeen Bestuur</titel></kop><al>1. Een lid van het Algemeen Bestuur geeft het bestuursorgaan dat hem als
                            lid heeft aangewezen, gevraagd en ongevraagd, mondeling of schriftelijk
                            de door een of meerdere leden van dat bestuursorgaan overeenkomstig het
                            Reglement van Orde van dat bestuursorgaan verlangde inlichtingen,
                            waarvan het verstrekken niet in strijd is met artikel 16, vijfde lid Wet
                            gemeenschappelijke regelingen.</al><al>2. Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste lid te
                            verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren door het
                            Dagelijks Bestuur.</al><al>3. Een lid van het Algemeen Bestuur is aan het bestuursorgaan dat hem
                            als lid heeft aangewezen, verantwoording schuldig voor het door hem in
                            het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording
                            vindt plaats op de wijze zoals geregeld in het Reglement van Orde van
                            het desbetreffende bestuursorgaan, met dien verstande dat daarbij een
                            termijn in acht wordt genomen die het lid de gelegenheid biedt om zich
                            desgewenst door het Dagelijks Bestuur te laten informeren.</al><al>4. De raad van een deelnemende gemeente is bevoegd een door hem
                            aangewezen lid van het Algemeen Bestuur ontslag te verlenen indien dit
                            lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit, overeenkomstig het
                            bepaalde in het Reglement van Orde van de desbetreffende raad.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>VII</nr><titel>Personeel en Organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>De secretaris en de directeur</titel></kop><al>1. Tot het personeel van de GR Nieuw Reijerwaard behoren de secretaris
                            en de directeur. Het Algemeen Bestuur beslist over de benoeming, de
                            schorsing en het ontslag van de secretaris en de directeur. Deze
                            functies zijn onverenigbaar. De secretaris en de directeur worden bij
                            verhindering of ontstentenis vervangen op een door het Algemeen Bestuur
                            te bepalen wijze.</al><al>2. De secretaris is het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de
                            Voorzitter behulpzaam in alles wat de hun opgedragen taak aangaat.</al><al>3. Door de secretaris worden alle stukken die van het Algemeen en van
                            het Dagelijks Bestuur uitgaan, medeondertekend.</al><al>4. De directeur is onder toezicht van het Dagelijks Bestuur
                            verantwoordelijk voor de administratie, het beheer van vermogenswaarden
                            en het jaarlijks opmaken van de rekening. Het Algemeen Bestuur stelt
                            voor de directeur een instructie vast.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Afstemmingsoverleg</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur, de secretaris en de directeur worden, teneinde de
                            betrokkenheid van de deelnemers ook op ambtelijk niveau te waarborgen,
                            in hun werkzaamheden bijgestaan door een regelmatig bijeen te roepen
                            Afstemmingsoverleg, bestaande uit ambtelijk vertegenwoordigers in
                            wisselende samenstelling – afhankelijk van het onderwerp – afkomstig uit
                            de deelnemers.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Rechtspositie overleg</titel></kop><al>1. Het Dagelijks Bestuur kan, naast de in artikel 24 genoemde secretaris
                            en directeur, met inachtneming van de door het Algemeen Bestuur te
                            stellen regels verder personeelsleden aanstellen.</al><al>2. Het Algemeen Bestuur regelt de bezoldiging van de secretaris, de
                            directeur en het eventuele overige personeel van de GR Nieuw
                            Reijerwaard, al dan niet werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                            recht.</al><al>3. Op de secretaris, de directeur en de eventuele overige ambtenaren van
                            de GR Nieuw Reijerwaard, en op het eventuele overige personeel werkzaam
                            op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht zijn de regelingen en
                            voorschriften van de gemeente waar het openbaar lichaam GR Nieuw
                            Reijerwaard zijn zetel heeft van toepassing.</al><al>4. Bij de uitvoering van de in het derde lid bedoelde regelingen en
                            voorschriften treden in de plaats van de organen en functionarissen van
                            de gemeente, de overeenkomstige organen en functionarissen van de GR
                            Nieuw Reijerwaard.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Detachering en dienstverlening</titel></kop><al>1. Voor de uitvoering van de in artikel vijf, eerste lid genoemde
                            deeltaken is het Dagelijks Bestuur, met inachtneming van de door het
                            Algemeen Bestuur te stellen regels, bevoegd tot het aangaan van
                            overeenkomsten met elk van de deelnemers, waarbij personeel in dienst
                            van de deelnemers wordt gedetacheerd bij de GR Nieuw Reijerwaard. In
                            deze overeenkomsten worden bepalingen opgenomen over het functionele
                            werkgeverschap, de rechtspositie en de kosten.</al><al>2. Voor de uitvoering van de in artikel vijf, eerst lid genoemde
                            deeltaken is het Dagelijks Bestuur, met inachtneming van de door het
                            Algemeen Bestuur te stellen regels, bevoegd tot het aangaan van
                            dienstverleningsovereenkomsten met elk van de deelnemers. In deze
                            overeenkomsten worden bepalingen opgenomen over de met de uitvoering
                            gepaard gaande kosten.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>IX</nr><titel>Financiele bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Administratie en beheer</titel></kop><al>1. Met betrekking tot de regels op het gebied van administratie en
                            beheer van vermogenswaarden is de betreffende verordening van de
                            gemeente waar het openbaar lichaam GR Nieuw Reijerwaard zijn zetel heeft
                            van toepassing. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van
                            rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.</al><al>2. Met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer
                            van vermogenswaarden zijn de betreffende verordeningen van de gemeente
                            waar het openbaar lichaam GR Nieuw Reijerwaard zijn zetel heeft van
                            toepassing. Deze regels dienen onder meer te waarborgen dat de
                            rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het financiële
                            beheer worden getoetst.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Comptabiliteitsvoorschriften</titel></kop><al>De begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, en de
                            rekening worden ingericht overeenkomstig de in en krachtens het Besluit
                            begroting en verantwoording provincies en gemeenten gestelde
                            regels.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Begroting</titel></kop><al>1. Het Dagelijks Bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april van het jaar
                            voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële
                            en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van
                            de deelnemende gemeenten</al><al>2. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat
                            zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de
                            deelnemende gemeenten.</al><al>3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de
                            deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de
                            kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.</al><al>4. De raden van de deelnemers kunnen binnen zes weken na toezending van
                            de ontwerpbegroting het Dagelijks Bestuur van hun zienswijzen doen
                            blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze reactie
                            is vervat binnen twee weken bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het
                            Algemeen Bestuur wordt aangeboden.</al><al>5. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast vóór 15 juli van het
                            jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen. Na
                            vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de
                            deelnemers. De vastgestelde begroting wordt binnen veertien dagen na
                            vaststelling doch uiterlijk vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande
                            aan dat waarvoor de begroting dient, gezonden aan Gedeputeerde
                            Staten.</al><al>6. De raden van de deelnemers kunnen bij Gedeputeerde Staten hun
                            zienswijzen over de vastgestelde begroting doen blijken.</al><al>7. In het geval Gedeputeerde Staten hebben bepaald dat de begroting voor
                            het komende jaar goedkeuring behoeft, doet het Dagelijks Bestuur
                            mededeling van de beslissing van Gedeputeerde Staten aan de raden van de
                            deelnemers.</al><al>8. In de begroting wordt aangegeven het naar raming bepaalde batig of
                            nadelig saldo. Het bepaalde in artikel 33 van de Wgr is van
                            overeenkomstige toepassing.</al><al>9. Het bepaalde in het eerste tot en met zevende lid van dit artikel is
                            van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de
                            begroting, zulks met inachtneming van het bepaalde in het negende
                            lid.</al><al>10. Het bepaalde in het derde en vijfde lid is niet van toepassing op
                            begrotingswijzigingen die:</al><lijst><li nr="a."><al> niet leiden tot overschrijding van het totaalbedrag van de
                                    lasten en/of baten van de begroting; en </al></li><li nr="b."><al> niet leiden tot een daling van het geraamde batig saldo dan wel
                                    stijging van het geraamde nadelig saldo.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Rekening</titel></kop><al>1. Van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de baten en lasten van
                            de GR Nieuw Reijerwaard wordt door het Dagelijks Bestuur over het
                            verstreken dienstjaar verantwoording gedaan aan het Algemeen Bestuur,
                            onder overlegging van de door of namens de directeur, overeenkomstig de
                            in artikel 29 , eerste lid bedoelde verordening, aangeboden rekening met
                            toelichting. Het Dagelijks</al><al>Bestuur voegt daarbij een verslag van het onderzoek naar de
                            deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de op grond van artikel
                            29, tweede lid, genoemde regelen aangewezen deskundige.</al><al>2. Het Algemeen Bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt
                            haar vast vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de
                            rekening betrekking heeft. Van de vaststelling doet het Dagelijks
                            Bestuur mededeling aan de raden van de deelnemers.</al><al>3. Zij wordt terstond doch in ieder geval vóór 15 juli met alle
                            bijbehorende stukken ter kennisneming toegezonden aan Gedeputeerde
                            Staten.</al><al>4. De vaststelling van de rekening ontlast de leden van het Dagelijks
                            Bestuur van het daarin verantwoorde financieel beheer, behoudens later
                            in rechte gebleken onregelmatigheden.</al><al>5. In de rekening wordt het werkelijke batige of nadelige saldo
                            opgenomen. Het bepaalde in artikel 33 van de Wgr is van overeenkomstige
                            toepassing.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Risico-verdeling deelnemers</titel></kop><al>1. Ten behoeve van het startkapitaal van de GR Nieuw Reijerwaard kan
                            door de deelnemers een nader vast te stellen financiële bijdrage worden
                            verleend. De deelnemers staan er voor in dat de GR Nieuw Reijerwaard te
                            allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen
                            jegens derden te kunnen voldoen.</al><al>2. Indien aan het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente
                            weigert de uit het eerste lid voortvloeiende uitgaven op de
                            gemeentebegroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan
                            Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de
                            artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.</al><al>3. Het Algemeen Bestuur beslist of een batig saldo van de begroting of
                            rekening van baten en lasten geheel of gedeeltelijk zal worden
                            toegevoegd aan reserves.</al><al>4. Het Algemeen Bestuur beslist of een nadelig saldo van de begroting of
                            rekening van baten en lasten:</al><lijst><li nr="a."><al> geheel of gedeeltelijk ten laste van het volgende dienstjaar
                                    zal worden gebracht;en/of b </al></li><li nr="b."><al> geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves zal
                                    worden gebht.rac</al></li></lijst><al>5. Indien er sprake is van een verdeling van enig batig saldo ten gunste
                            van de deelnemers dan wel van enig nadelig saldo ten laste van de
                            deelnemers, geschiedt de verdeling als volgt:</al><al>– Een derde van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                            van de gemeente</al><al>Barendrecht;</al><al>– Een derde van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                            van de gemeente</al><al>Ridderkerk;</al><al>– Een derde van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                            van de gemeente</al><al>Rotterdam.</al><al>5 Indien er sprake is van een verdeling van enig batig saldo ten gunste
                            van de deelnemers dan wel van enig nadelig saldo ten laste van de
                            deelnemers, geschiedt de verdeling als volgt:</al><al>– Een derde van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                            van de gemeente</al><al>Barendrecht;</al><al>– Een derde van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                            van de gemeente</al><al>Ridderkerk;</al><al>– Een derde van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                            van de gemeente</al><al>Rotterdam.</al><al>6. Indien het Dagelijks Bestuur voornemens is een geldlening aan te
                            trekken onder rechtstreekse garantiestelling van de deelnemers, dan gaat
                            het Dagelijks Bestuur niet over tot het aangaan van zodanige geldlening
                            totdat door de deelnemers schriftelijk is meegedeeld dat met de
                            verlening van die garantiestelling wordt ingestemd. Het Dagelijks
                            Bestuur richt ten aanzien van dit voornemen een schriftelijk verzoek tot
                            garantiestelling aan de deelnemers.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Rekening courant-verhouding</titel></kop><al>1. Ter voorziening in de behoefte aan kasgeld en voor het aangaan van
                            leningen kan door de deelnemers ten behoeve van de GR Nieuw Reijerwaard
                            een rekening-courant worden opengesteld, zulks onder nader overeen te
                            komen voorwaarden.</al><al>2. Een ingevolge het eerste lid gecreëerde rekening-courantverhouding
                            laat onverlet dat de GR Nieuw Reijerwaard met bancaire instellingen of
                            met andere deelnemers een rekening-courantverhouding voor het in eerste
                            lid genoemde doel kan aangaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>X</nr><titel>Archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Archiefzorg</titel></kop><al>1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de
                            bestuursorganen ingesteld bij deze regeling overeenkomstig een door het
                            Algemeen Bestuur vast te stellen regeling, die aan Gedeputeerde Staten
                            moet worden meegedeeld.</al><al>2. Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de in lid 1 aan het
                            Dagelijks Bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden
                            overeenkomstig artikel 33 van de Archiefwet 1995.</al><al>3. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden.</al><al>4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet
                            1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde
                            organen wijst het Algemeen Bestuur een archiefbewaarplaats aan.</al><al>5. Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de in lid 3
                            bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de alsdan door het Algemeen
                            Bestuur aangewezen archiefbewaarplaats.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XI</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>1. Op verzoek van de raad van één of meer der deelnemers zullen de
                            deelnemers de toepassing en werking van deze regeling evalueren.</al><al>2. De in het eerste lid bedoeld evaluatie heeft onder meer, doch niet
                            uitsluitend, tot doel na te gaan:</al><lijst><li nr="a."><al> of, en zo ja in welke mate de in deze regeling geformuleerde
                                    doelstellingen zijn behaald;</al></li><li nr="b."><al> of, en zo ja in welke mate de in deze regeling vastgelegde
                                    overdracht van taken en bevoegdheden, in het licht van de
                                    doelstelling van deze regeling, aanpassing behoeft.</al></li></lijst><al>3. Door het Algemeen Bestuur wordt een regeling vastgesteld, volgens
                            welke procedure de in het eerste lid bedoelde evaluatie zal
                            plaatsvinden.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XII</nr><titel>Toetreding, Uittreding, Wijziging en Opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><al>1. Toetreding tot de regeling door andere gemeenten en/of provincies is
                            alleen mogelijk door wijziging van deze regeling.</al><al>2. Uittreding uit de regeling is alleen mogelijk door opheffing van deze
                            regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Wijziging</titel></kop><al>1. Het Dagelijks Bestuur en/of de raad van een deelnemende gemeente kan
                            aan het Algemeen Bestuur voorstellen doen voor wijziging van de
                            regeling.</al><al>2 Indien het Algemeen Bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht,
                            doet het Dagelijks Bestuur het door het Algemeen Bestuur vastgestelde
                            voorstel toekomen aan de raden van de deelnemers.</al><al>3 Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de onderscheiden
                            bestuursorganen van de deelnemers met het voorstel van het Algemeen
                            Bestuur hebben ingestemd.</al><al>4 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk
                            draagt zorg voor de bekendmaking van besluiten tot wijziging, verlenging
                            of opheffing van de regeling door kennisgeving van de inhoud daarvan in
                            een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-
                            huisblad dat in alle deelnemende gemeenten verschijnt, dan wel op een
                            andere geschikte wijze. Elektronische bekendmaking vindt uitsluitend
                            plaats in een van overheidswege uitgegeven blad. Besluiten tot
                            wijziging, verlenging of opheffing van de regeling treden in werking op
                            de in dat besluit aangewezen dag.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Opheffing</titel></kop><al>1. De regeling wordt opgeheven wanneer de datum zoals bedoeld in artikel
                            41 is verstreken, of zoveel eerder wanneer de raden van de deelnemers,
                            al dan niet op basis van een voorstel van het Algemeen Bestuur, daartoe
                            besluiten.</al><al>2. In 2020 vindt een evaluatie plaats. Het Algemeen Bestuur stelt
                            uiterlijk in 2019 de procedure daarvoor vast, op basis van een voorstel
                            van het Dagelijks Bestuur.</al><al>3. In geval van opheffing van de regeling, besluit het Algemeen Bestuur
                            tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de
                            bepalingen van de regeling – met uitzondering van het bepaalde in
                            artikel 33, derde tot en met vijfde lid en van het bepaalde in artikel
                            39 – worden afgeweken.</al><al>4. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden van de
                            deelnemers gehoord, vastgesteld. Het behoeft de goedkeuring van
                            Gedeputeerde Staten.</al><al>5. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle
                            rechten en verplichtingen van de GR Nieuw Reijerwaard over de deelnemers
                            te verdelen op een in het liquidatieplan te bepalen wijze, waarbij de in
                            artikel 33, lid 5 vermelde percentuele verdeling uitgangspunt is.</al><al>6. Zo nodig blijven de bestuursorganen van de GR Nieuw Reijerwaard ook
                            na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is
                            beëindigd.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XII</nr><titel>Geschillen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Geschillen</titel></kop><al>1. Gedeputeerde Staten beslissen omtrent geschillen over de toepassing,
                            in de ruimste zin des woords, van deze regeling tussen besturen van
                            deelnemers of tussen besturen van een of meer deelnemers en het bestuur
                            van het openbaar lichaam, voor zover die geschillen niet behoren tot die
                            zoals vermeld in artikel 112, eerste lid van de Grondwet of tot die
                            waarvan de beslissing krachtens artikel 112, tweede lid van de Grondwet is opgedragen aan hetzij de rechterlijke macht,
                            hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. Het
                            bepaalde in artikel 28, tweede en derde lid van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing.</al><al>2. Alvorens een beslissing zoals bedoeld in het eerste lid te nemen,
                            legt het Algemeen Bestuur een dergelijk geschil om advies voor aan een
                            door het Algemeen Bestuur in te stellen geschillencommissie, zulks met
                            inachtneming van het bepaalde in lid 3 en 4. Het Algemeen Bestuur kan
                            regels stellen voor het functioneren van de geschillencommissie.</al><al>3. De geschillencommissie hoort de bij dat geschil betrokken besturen en
                            brengt advies uit aan de bij dat geschil betrokken besturen over de
                            mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. Een afschrift van
                            dit advies wordt toegezonden aan het Algemeen Bestuur.</al><al>4. Indien, nadat het advies van de geschillencommissie is uitgebracht,
                            de bij het geschil betrokken besturen alsnog niet blijken tot
                            overeenstemming te komen, wordt het advies van de geschillencommissie
                            toegezonden aan Gedeputeerde Staten.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XIV</nr><titel>Duur van de regeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Duur regeling</titel></kop><al>1. De regeling heeft een looptijd tot 1 januari 2030.</al><al>2. De werkingsduur van de regeling kan bij besluit van de raden, de
                            colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de
                            gemeenten Barendrecht, Ridderkerk en Rotterdam, ieder voor zoveel het
                            hun bevoegdheden betreft, worden verlengd.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>XV</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Tussentijdse benoeming leden Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur
                                en (Plaatsvervangend) Voorzitter</titel></kop><al>1. Voor zover van belang, in afwijking van artikel 9, lid 2 van deze
                            regeling geschiedt de aanwijzing van de leden van het Algemeen Bestuur
                            voor de eerste zittingsperiode binnen één maand na de inwerkingtreding
                            van deze regeling.</al><al>2. Voor zover van belang, in afwijking van artikel 14, lid 2 van deze
                            regeling geschiedt de aanwijzing van de leden van het Dagelijks Bestuur
                            voor de eerste zittingsperiode in de eerste vergadering van het Algemeen
                            Bestuur.</al><al>3. Voor zover van belang, in afwijking van artikel 19, lid 3 van deze
                            regeling geschiedt de aanwijzing van de Voorzitter en de
                            Plaatsvervangend voorzitter voor de eerste zittingsperiode in de eerste
                            vergadering van het Algemeen Bestuur.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Niet-voorziene gevallen</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, wordt, voor zover
                            wet- en regelgeving zich daartegen niet verzet, door het Algemeen
                            Bestuur een voorziening getroffen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Inwerkingtreding van de regeling</titel></kop><al>1. De deelnemende gemeente waar de zetel van het openbaar lichaam GR
                            Nieuw Reijerwaard is gevestigd, draagt zorg voor toezending van de
                            regeling aan Gedeputeerde Staten.</al><al>2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
                            maand volgende op de maand waarin de bekendmakingen zoals bedoeld in
                            artikel 26, tweede lid Wet gemeenschappelijke regelingen hebben
                            plaatsgevonden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Nieuw
                            Reijerwaard”.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>1. De begroting wordt voor de eerste maal vastgesteld voor de periode
                            aanvangende op de dag waarop de regeling in werking treedt, tot het
                            einde van het kalenderjaar dan wel, indien het Algemeen Bestuur daartoe
                            besluit, tot het einde van het volgende kalenderjaar.</al><al>2. De eerste rekening heeft betrekking op de periode waarvoor de eerste
                            begroting geldt.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Rechtsgebied regeling</titel></kop><al>Grens GR Nieuw Reijerwaard:</al><al>Het grensgebied omvat de grenzen van het inpassingsplan Nieuw Reijerwaard, zoals
                    dat op 26 juni 2013 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Zuid
                    Holland.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i7e3d0c6a-1f64-44bd-908d-c3906e1ca330" naam="i264649i7e3d0c6a-1f64-44bd-908d-c3906e1ca330.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="18.49cm"/></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>