<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388621_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING RIOOLHEFFING 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officielebekendmakingen.nl d.d. 29 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>VERORDENING RIOOLHEFFING 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING RIOOLHEFFING 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Apeldoorn;</al><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 24 september 2015, nr.
                        100/2015;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en invordering
                        van rioolheffing 2016.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een
                                            perceel van waaruit water direct of indirect op de
                                            gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste
                                            lid wordt als gebruiker aangemerkt:</al></li><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel
                                            al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                            persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte
                                            als bedoeld in <onderstreept>artikel 4</onderstreept> –
                                            voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor
                                            gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in <onderstreept>artikel
                                        3</onderstreept> bedoeld perceel blijkens hun indeling
                                    bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                                    wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                                    gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die
                                    gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één
                                    perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven naar de waarde in het
                                            economische verkeer van het perceel.</al></li><li nr="2."><al>Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde
                                            in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk
                                            IV van de <onderstreept>Wet waardering onroerende
                                                zaken</onderstreept> voor de onroerende zaak
                                            vastgestelde waarde zoals deze voor het in
                                                <onderstreept>artikel 7</onderstreept> bedoelde
                                            kalenderjaar geldt.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van
                                            hoofdstuk IV van de <onderstreept>Wet waardering
                                                onroerende zaken</onderstreept> is vastgesteld,
                                            wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met
                                            overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                            krachtens de <onderstreept>artikelen 17</onderstreept> ,
                                                <onderstreept>18</onderstreept> en <onderstreept>20,
                                                tweede lid, van de Wet waardering onroerende
                                                zaken</onderstreept> .</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                    heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt</al><al>0,0652%.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                            zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><lijst><li nr="a."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de
                                    loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting
                                    verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                    verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                    belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met
                                    inachtneming van het hierna onder b bepaalde.</al></li><li nr="b."><al>Vangt de belastingplicht voor de 16e van de maand aan, dan is de
                                    belasting over die maand ten volle verschuldigd; vangt de
                                    belastingplicht op of na de 16e van de maand aan, dan is over
                                    die maand geen belasting verschuldigd. </al></li></lijst></li><li nr="3."><lijst><li nr="a."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de
                                    loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
                                    ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                    verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                                    belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met
                                    inachtneming van het hierna onder b bepaalde, tenzij het bedrag
                                    van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,--. </al></li><li nr="b."><al>Eindigt de belastingplicht voor de 16e van de maand, dan wordt
                                    over die volle maand ontheffing verleend; eindigt de
                                    belastingplicht op of na de 16e van de maand, dan wordt over die
                                    maand geen ontheffing verleend.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
                                    ander perceel in gebruik neemt.</al></li><li nr="5."><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,= worden niet
                                    geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
                                            Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald
                                            uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend
                                            op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                                            is vermeld. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt,
                                            ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                                            verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
                                            aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,=
                                            maar minder dan € 3.500,= en zolang de verschuldigde
                                            bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                                            kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                                            worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de
                                            maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden
                                            overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen
                                            ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste
                                            termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend
                                            op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                                            maand later. </al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                            de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                    wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                    geven met betrekking tot de heffing en invordering van de
                                    rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening rioolheffing 2015, vastgesteld op 13 november
                                    2014 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                                    heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                    belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                    voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de
                                            tweede dag na die van de</al><al> bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                                            rioolheffing 2016’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 26 november
                        2015.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>drs. A. Oudbier drs. J.C.G.M. Berends MPA </ondertekening><ondertekening>raadsgriffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>