<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388610_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiele bekendmakingen, d.d. 29 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Apeldoorn;</al><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 24 september 2015, nr.
                        100/2015;</al><al>gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de navolgende Verordening afvalstoffenheffing 2016.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik
                            maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                            gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                            milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen
                            in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven, is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting, bedoeld in de onderdelen 2 tot en met 4 van de bij
                                deze verordening behorende tarieventabel, wordt bij wege van aanslag
                                geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting, bedoeld in onderdeel 5 van de bij deze verordening
                                behorende tarieventabel, wordt geheven bij wege van een gedagtekende
                                schriftelijke kennisgeving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting, bedoeld in onderdeel 2 van de tarieventabel, is
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting, bedoeld in de onderdelen 3 en 4 van de tarieventabel,
                                is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder
                                is, bij de beëindiging van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                aanvangt, is de belasting, bedoeld in onderdeel 2 van de
                                tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven, met
                                inachtneming van het hierna onder b bepaalde.</al></li><li nr="b."><al>Vangt de belastingplicht voor de 16e van de maand aan, dan
                                        is de belasting, bedoeld in onderdeel 2 van de
                                        tarieventabel, over die maand ten volle verschuldigd; vangt
                                        de belastingplicht op of na de 16e van de maand aan, dan is
                                        over die maand geen belasting, bedoeld in onderdeel 2 van de
                                        tarieventabel, verschuldigd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de, in onderdeel 2 van de tarieventabel genoemde, voor
                                dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                                van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven, met
                                inachtneming van het hierna onder b. bepaalde, tenzij het bedrag van
                                de ontheffing minder bedraagt dan € 10,=.</al></li><li nr="b."><al>Eindigt de belastingplicht voor de 16e van de maand, dan
                                        wordt over die volle maand ontheffing verleend. Eindigt de
                                        belastingplicht op of na de 16e van de maand, dan wordt over
                                        die maand geen ontheffing verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,= worden niet geheven.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in onderdeel 5 van de bij deze verordening
                                behorende tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de
                                dienstverlening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen, opgelegd voor de belasting als bedoeld in de
                                onderdelen 2 tot en met 4 van de tarieventabel, worden betaald
                                uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
                                het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is
                                dan € 50,= maar minder dan € 3.500,= en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel
                                gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het
                                aanslagbiljet nog maanden overblijven, met dien verstande dat het
                                aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De
                                eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die
                                welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van
                                de volgende termijnen telkens een maand later. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in onderdeel 5 van de bij deze verordening
                                behorende tarieventabel moet worden betaald :</al><lijst><li nr="a."><al>in geval van uitreiking van kennisgeving: op het tijdstip
                                        van uitreiking;</al></li><li nr="b."><al>in geval van toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen
                                        na de dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Voor de belasting bedoeld in onderdeel 2 van de
                                        tarieventabel kan kwijtschelding worden
                                        verleend.</onderstreept></al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Voor de belasting bedoeld in de onderdelen 3 en 4
                                        van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend tot
                                        een bedrag van maximaal € per
                                        belastingjaar.</onderstreept></al></li><li nr="3."><al><onderstreept>Geen kwijtschelding wordt verleend voor de belasting
                                bedoeld in onderdeel 5 van de tarieventabel.</onderstreept></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                            invordering van de afvalstoffenheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening afvalstoffenheffing 2015, vastgesteld op 13
                                    november 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde
                                    lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                                    dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                                    voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag
                                    na die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing krachtens deze verordening is
                                    1 januari 2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                    afvalstoffenheffing 2016’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 26 november 2015.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>drs. A. Oudbier drs. J.C.G.M. Berends MPA </ondertekening><ondertekening>raadsgriffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>TARIEVENTABEL behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing
                                2016</vet></al><al><vet>ALGEMEEN</vet></al><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien
                            deze verschuldigd is.</al><al><vet><onderstreept>MAATSTAVEN EN TARIEVEN
                                    AFVALSTOFFENHEFFING</onderstreept></vet></al><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt per perceel berekend naar een vast tarief,
                                    verhoogd met </al><al> één of meer gedifferentieerde tarieven.</al></li><li nr="2."><al>Het vaste belastingtarief bedraagt per perceel per belastingjaar
                                    € 159,39</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2 bedraagt het
                                    gedifferentieerde</al><al> belastingtarief per: </al></li><li nr="3."><al>1 Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 240 liter
                                    bestemd</al><al> voor GFT-afval € 0,00 </al></li><li nr="3."><al>2 Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 140 liter
                                    bestemd</al><al> voor GFT-afval € 0,00</al></li><li nr="3."><al>3 Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 120 liter
                                    bestemd</al><al> voor GFT-afval € 0,00</al></li><li nr="3."><al>4 Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 240 liter
                                    bestemd</al><al> voor restafval € 8,11</al></li><li nr="3."><al>5 Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 140 liter
                                    bestemd</al><al> voor restafval € 4,73</al></li><li nr="3."><al>6 Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 120 liter
                                    bestemd</al><al> voor restafval € 4,06</al></li><li nr="3."><al>7 Aanbieding ter lediging van 1100 liter verzamelcontainer €
                                    37,14</al></li><li nr="3."><al>8 Ontgrendeling van een ondergrondse inzamelcontainer met
                                    behulp</al><al> van een milieupas ten behoeve van het aanbieden van een
                                    afvalzak</al><al> met een effectieve inhoud van 40 liter € 1,35</al></li><li nr="3."><al>9 Ontgrendeling van een ondergrondse inzamelcontainer met
                                    behulp</al><al> van een milieupas ten behoeve van het aanbieden van een
                                    afvalzak </al><al> met een effectieve inhoud van 60 liter € 2,11</al></li><li nr="4."><al>De tarieven, genoemd in onderdeel 3, worden in die gevallen,
                                    waarin meerdere percelen voor de afvalverwijdering gebruik
                                    dienen te maken van hetzelfde inzamelmiddel, gedeeld door het
                                    aantal percelen dat voor de afvalverwijdering op de betreffende
                                    inzamelmiddelen is aangewezen.</al></li><li nr="5."><al>1 De heffing voor het op afroep verwijderen van grofvuil,</al><al> afkomstig van een huishouden bedraagt per m³ of een gedeelte </al><al> daarvan € 35,55</al></li><li nr="5."><al>2 de heffing voor het storten van afvalstoffen afkomstig</al><al> van huishoudens op daartoe aangewezen plaatsen bedraagt</al><al> per 10 kg, of een gedeelte daarvan € 1,86 </al></li><li nr="5."><al>3 Het gewicht van afvalstoffen, als bedoeld onder</al></li><li nr="5."><al>2, wordt bepaald door het van gemeentewege</al><al> op een weegkaart afgedrukte beladen gewicht van het</al><al> transportmiddel, verminderd met het eveneens van</al><al> gemeentewege afgedrukte leeggewicht hiervan.</al><lijst><li nr="5.4"><al>De heffing, genoemd in de artikelen 5.1 en 5.2 wordt
                                            niet geheven, </al><al> indien het totaal van de betreffende aangeboden
                                            hoeveelheid per perceel per belastingjaar minder dan 301
                                            kg bedraagt. Hierbij wordt een kubieke meter </al><al> als bedoeld in artikel 5.1 aangemerkt als 100 kg.</al></li><li nr="5.5"><al>Het tarief voor de vervanging van een mini container
                                            voor de inzameling van </al><al> huishoudelijke afvalstoffen door een minicontainer met
                                            een ander volume</al><al> bedraagt per keer € 45,75</al></li><li nr="5.6"><al>Het tarief voor de levering aan huis van een extra 240
                                            liter minicontainer </al><al> voor rest -of gft afval of in geval van een verwijtbare
                                            vervanging daarvan</al><al> bedraagt € 94,25</al></li><li nr="5.7"><al>Het tarief voor de levering aan huis van een extra 140
                                            liter minicontainer</al><al> voor rest -of gft afval of in geval van een verwijtbare
                                            vervanging daarvan</al><al> bedraagt € 86,30</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>8 Het tarief voor de vervanging van een grofvuilpas bedraagt €
                                    19,25</al></li><li nr="5."><al>9 Het tarief voor de vervanging van een milieupas bedraagt €
                                    19,25</al></li><li nr="5."><al>10 Het tarief voor het plaatsen van een kantelslot op een
                                    container voor</al><al> de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen bedraagt €
                                    56,00</al></li></lijst><al>Behoort bij raadsbesluit d.d. 26 november 2015.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>drs. A. Oudbier drs. J.C.G.M. Berends MPA </al><al>raadsgriffier voorzitter</al></bijlage></regeling></body></cvdr>