<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3886_1</dcterms:identifier><dcterms:title>nr 10.01 Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van de telecommunicatiekabels</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, 22-10-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening Zevenaar 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet artikel 5.4, lid 4 en Gemeentewet artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-06-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08-081</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verkeer, vervoer en waterwegen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      nr 10.01 Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van de telecommunicatiekabels
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>
            <vet>RAADSBESLUIT</vet>
          </al>
          <al>De raad van de gemeente Zevenaar;</al>
          <al>overwegende dat vanwege de wijziging van de Telecommunicatiewet een nieuwe</al>
          <al>Telecommunicatieverordening noodzakelijk is;</al>
          <al>dat de verordening meer mogelijkheden biedt voor de invulling van de coördinatierol van de</al>
          <al>gemeenten bij de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels;</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar:</al>
          <al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 5,4, vierde lid van de Telecommunicatiewet;</al>
          <al>
            <vet>b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al>I.Vast te stellen de <vet>Telecommunicatieverordening Zevenaar 2008 </vet>zoals gevoegd bij</al>
          <al>dit besluit</al>
          <al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar,</al>
          <al>gehouden op 24 september 2008</al>
          <al>De griffier, De voorzitter,</al>
          <al>
            <vet>Telecommunicatieverordening Zevenaar 2008</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>wet: Telecommunicatiewet;</al></li>
            <li nr="b."><al>openbaar elektronischcommunicatienetwerk:telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr=" 1."><al>1, onder h, van de wet;</al><lijst>
                <li nr="c."><al>kabels: kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>wet;</al>
          <al>d.voorzieningen: ondergrondse ondersteuningswerken als</al>
          <al>bedoeld in artikel 5.15, van de wet, en kabels;</al>
          <al>e.openbare gronden: openbare wegen en wateren als bedoeld in</al>
          <al>artikel 1.1, onder aa, van de wet;</al>
          <al>f.aanbieder: aanbieder van een openbaar elektronisch</al>
          <al>communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1,</al>
          <al>eerste lid, van de wet;</al>
          <al>g.werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg,</al>
          <al>instandhouding en opruiming van kabels ten</al>
          <al>dienste van een openbaar elektronisch</al>
          <al>communicatienetwerk in of op openbare</al>
          <al>gronden;</al>
          <al>h.gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als</al>
          <al>bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de wet;</al>
          <lijst>
            <li nr="i."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li>
            <li nr="j."><al>melding: melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid,</al></li>
          </lijst>
          <al>onder a, van de wet;</al>
          <al>k.instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4</al>
          <al>eerste lid, onder b, van de wet;</al>
          <al>l.huisaansluiting: het gedeelte van een kabel van minder dan ... m</al>
          <al>in openbare gronden dat een openbaar</al>
          <al>elektronisch communicatienetwerk verbindt met</al>
          <al>een netwerkaansluitpunt als bedoeld onder</al>
          <al>artikel 1.1, onder k, van de wet;</al>
          <al>m.werkzaamheden van</al>
          <al>niet ingrijpende aard:</al>
          <al>• het aanbrengen of verwijderen van kabels in</al>
          <al>reeds aangebrachte voorzieningen;</al>
          <al>• reparaties aan het openbare elektronische</al>
          <al>communicatienetwerk met een lengte van</al>
          <al>minder dan 15 m en niet vallend onder artikel 3</al>
          <al>eerste lid;</al>
          <al>• het maken van huisaansluitingen;</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel>
          </kop>
          <al>1.Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen ten minste acht</al>
          <al>weken voor de aanvang aan het college.</al>
          <al>2.Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg voeren met</al>
          <al>het college teneinde de melding, bedoeld in het eerste lid van dit artikel voor te bereiden.</al>
          <al>3.Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere</al>
          <al>gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk vier weken na ontvangst van</al>
          <al>de melding in het eerste lid schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg</al>
          <al>tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige.</al>
          <al>4.Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan de aanbieder</al>
          <al>volstaan met een melding aan het college minimaal twee dagen voorafgaande aan de</al>
          <al>werkzaamheden.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel>
          </kop>
          <al>1.Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige belemmering of</al>
          <al>storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6, tweede lid, van de wet volstaat de</al>
          <al>aanbieder met een melding voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. De</al>
          <al>aanbieder maakt achteraf zo spoedig mogelijk melding van de werkzaamheden aan de</al>
          <al>burgemeester of een daartoe gemachtigde ambtenaar.</al>
          <al>2.Dit artikel is niet van toepassing op gebieden waar hoogspanningskabels of buisleidingen</al>
          <al>van de Gasunie aanwezig zijn;</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Gegevensverstrekking</titel>
          </kop>
          <al>1.Bij de melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze verordening verstrekt de</al>
          <al>aanbieder in ieder geval de volgende gegevens:</al>
          <al>naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die de kabel of het netwerk in</al>
          <al>eigendom heeft, beheert of exploiteert.</al>
          <al>een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met kabels wordt gevuld of</al>
          <al>ingeblazen en een opgave van het aantal buizen dat leeg wordt aangebracht;</al>
          <al>een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf in kennis worden gesteld van</al>
          <al>de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en de aard van de werkzaamheden;</al>
          <al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al>
          <al>1e een opgave van het gewenste tracé met daarbij duidelijke (digitale) tekeningen en</al>
          <al>daarop aangegeven wat de te verbinden locaties zijn;</al>
          <al>2e een opgave van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst,</al>
          <al>alsmede van de gewenste situering daarvan;</al>
          <al>3e een omschrijving van de opbrekingen van de verharding;</al>
          <al>4e de doorsnede van de kabel en indien van toepassing de kabelgoot;</al>
          <al>5e de opgave van ondergrondse (handholes en dergelijke) of bovengrondse kasten</al>
          <al>waarvoor geen bouwvergunning noodzakelijk is, alsmede de situering en afmetingen</al>
          <al>daarvan;</al>
          <al>6e naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer van de contactpersoon, aannemers of</al>
          <al>onderaannemers die belast zijn met de werkzaamheden en van een door hen aangewezen</al>
          <al>contactpersoon die ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden vierentwintig uur per</al>
          <al>dag bereikbaar is in verband met mogelijke calamiteiten;</al>
          <al>7e de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de openbare grond aanwezige kabels</al>
          <al>en leidingen waarborgen;</al>
          <al>8e de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid van de uit te voeren</al>
          <al>werkzaamheden;</al>
          <al>9e schriftelijke toestemming of andere bewijsstukken waaruit blijkt dat eigenaren van</al>
          <al>gronden waarin het geplande tracé loopt goedkeuring verlenen aan het leggen of</al>
          <al>verleggen van kabels;</al>
          <al>10e alle overige van belang zijnde feiten en omstandigheden gelet op de in artikel 5.4</al>
          <al>leden 2 en 3 van de wet genoemde belangen;</al>
          <al>2.Het college kan nadere regels stellen aan de gegevens die bij de melding worden verstrekt</al>
          <al>alsook over de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Aanvullende verplichtingen</titel>
          </kop>
          <al>1.De aanbieder is verplicht omwonenden en bedrijven ter plaatse van de uit te voeren</al>
          <al>werkzaamheden op de hoogte te stellen.</al>
          <al>2.Op het moment van de oplevering van de werkzaamheden is de aanbieder op verzoek van</al>
          <al>het college verplicht gegevens omtrent de ligging van zijn kabels te verstrekken en een</al>
          <al>overzicht te geven van de niet in gebruik zijnde kabels.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Beslistermijn en aanhouding</titel>
          </kop>
          <al>1.Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze verordening</al>
          <al>wordt genomen uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding. Indien een beschikking</al>
          <al>niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede</al>
          <al>en noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan</al>
          <al>worden gezien.</al>
          <al>2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel houdt het college de beslissing</al>
          <al>aan, indien er in verband met werkzaamheden ten behoeve van het openbare elektronisch</al>
          <al>communicatienetwerk een vergunning als bedoeld in de Woningwet, de Wet milieubeheer</al>
          <al>of een kapvergunning is vereist.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel>
          </kop>
          <al>1.Het instemmingsbesluit heeft een maximale werkingsduur van 6 maanden. De</al>
          <al>werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen 6 maanden na aanvang van de</al>
          <al>werkzaamheden, tenzij in het instemmingsbesluit anders is bepaald.</al>
          <al>2.Het college kan nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de plaats en de wijze van</al>
          <al>uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels, het bevorderen</al>
          <al>van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen</al>
          <al>werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken, alsook over</al>
          <al>de afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren, behorende bij een openbaar</al>
          <al>elektronisch communicatienetwerk.</al>
          <al>3.Indien binnen één jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden de</al>
          <al>aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden</al>
          <al>stellen aan het herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de</al>
          <al>aanbieder.</al>
          <al>4.Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden stellen</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel>
          </kop>
          <al>1.Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare gronden zoveel</al>
          <al>mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij door andere aanbieders dan wel</al>
          <al>door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen.</al>
          <al>2.Het vooroverleg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dan wel een door het college</al>
          <al>geëntameerd overleg naar aanleiding van een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid,</al>
          <al>is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan</al>
          <al>worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.</al>
          <al>3.Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van de</al>
          <al>vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en</al>
          <al>leidingentunnels, is de aanbieder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn</al>
          <al>netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken.</al>
          <al>4.Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels, dient</al>
          <al>de aanbieder een alternatief tracé te kiezen, of aan andere aanbieders een billijk verzoek</al>
          <al>tot medegebruik van kabels te doen, op grond van artikel 5.12, van de wet.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Melding wijziging voorzieningen</titel>
          </kop>
          <al>De aanbieder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis van het feit dat de eigendom, de</al>
          <al>exploitatie of het beheer van de kabel verandert of dat de kabel niet langer ten dienste staat van</al>
          <al>een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk in of op openbare gronden.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Intrekking oude verordening</titel>
          </kop>
          <al>De Telecommunicatieverordening Zevenaar 2000, vastgesteld bij besluit van 28 juni 2000 wordt</al>
          <al>ingetrokken.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <al>1.De verordening Telecommunicatieverordening Zevenaar 2000 blijft van kracht op</al>
          <al>meldingen waarop reeds krachtens diezelfde Verordening is beslist, maar waarvan de</al>
          <al>uitvoering op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog niet is</al>
          <al>gerealiseerd.</al>
          <al>2.Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een melding is gedaan</al>
          <al>op grond van de verordening Telecommunicatieverordening Zevenaar 2000 maar waarop</al>
          <al>nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Citeerartikel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Telecommunicatieverordening Zevenaar 2008 .</al>
          <al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar,</al>
          <al>gehouden op 24 september 2008</al>
          <al>De griffier, 		De voorzitter,</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Toelichting</label>
          <nr/>
          <titel/>
        </kop>
        <tussenkop>Toelichting Telecommunicatieverordening Zevenaar 2008</tussenkop>
        <al>Inleiding</al>
        <al>Op 1 februari 2007 is in werking getreden een wijziging van de Telecommunicatiewet (Stb.</al>
        <al>2007,17). De wijzingen betreffen met name hoofdstuk 5 van de wet: De aanleg, instandhouding en</al>
        <al>opruiming van kabels. In dit hoofdstuk is onder meer geregeld de gedoogplicht van de gemeente</al>
        <al>voor telecommunicatiekabels in de openbare gronden met het adagium ‘leggen om niet, verleggen</al>
        <al>om niet’. De wetswijziging is er mede op gericht de belangen van gemeenten als beheerder van</al>
        <al>de openbare gronden en de telecombedrijven meer in evenwicht te brengen. De belangrijkste</al>
        <al>wijzigingen betreffen kort de volgende onderwerpen:</al>
        <tussenkop>Lege buizen</tussenkop>
        <al>In de eerste plaats is met het wetsontwerp een technisch-juridische fout goedgemaakt.</al>
        <al>Daardoor vallen lege buizen die bestemd zijn voor telecomkabels, alsnog onder hetzelfde</al>
        <al>juridische regime als 'gevulde' buizen. Dit betekent dat ook het verplaatsen van de lege buizen bij</al>
        <al>de uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen op kosten van het</al>
        <al>telecommunicatiebedrijf (hierna: telecombedrijf) moet gebeuren.</al>
        <tussenkop>Gedoogplicht openbare gronden</tussenkop>
        <al>Artikel 5.2, eerste lid, bepaalt dat de gedoogplicht geldt voor openbare gronden in de gemeente.</al>
        <al>Als door een bestemmingswijziging de grond zijn openbaarheid verliest vervalt de gedoogplicht,</al>
        <al>ook al blijft de grond daarbij in eigendom van de gedoogplichtige. Een voorbeeld: een woonwijk</al>
        <al>wordt helemaal opnieuw ingericht, waardoor de telecomkabels in tuinen van nieuw te bouwen</al>
        <al>woningen komen te liggen. Geldt dan nog de gedoogplicht? Nee, de gedoogplicht vervalt puur op</al>
        <al>basis van het feit dat de grond niet meer openbaar is. Op basis van lid 1 van artikel 5.2 doet het er</al>
        <al>niet toe of er sprake is van uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen op die locatie.</al>
        <al>Hoe dit in de praktijk gaat werken is nog onduidelijk. Zo is het de vraag of de kabel echt verwijderd</al>
        <al>moet worden als deze geen hinder oplevert.</al>
        <tussenkop>Aanbieder netwerk</tussenkop>
        <al>Artikel 5.1 breidt het begrip 'aanbieder netwerk' uit tot een aanlegger van een netwerk die dit niet</al>
        <al>zelf gaat exploiteren. Dat is bijvoorbeeld een aannemer die voor eigen rekening en risico een</al>
        <al>telecommunicatienetwerk (hierna: telecomnetwerk) aanlegt om het te verkopen of te verhuren. Het</al>
        <al>netwerk dient wel binnen 10 jaar in gebruik te zijn genomen als ‘openbaar elektronisch</al>
        <al>communicatienetwerk’.</al>
        <tussenkop>Medegebruik</tussenkop>
        <al>Volgens artikel 5.2, zevende lid, dient het telecombedrijf op verzoek van de gedoogplichtige</al>
        <al>gebruik te maken van reeds aanwezige mantelbuizen indien deze tegen een marktconforme prijs</al>
        <al>ter beschikking worden gesteld. Die mantelbuizen kunnen zijn aangelegd door de gemeente zelf</al>
        <al>of door een ander telecombedrijf. Doel hiervan is te voorkomen dat er overbodig wordt gegraven</al>
        <al>in gemeentegrond. De minister van EZ kan in verband met het medegebruik aanvullende</al>
        <al>voorwaarden stellen bij de aanleg van netwerken.</al>
        <al>De verplichting tot mede gebruik wordt opgelegd in het instemmingsbesluit.</al>
        <tussenkop>Gedoogplicht lege buizen 10 jaar</tussenkop>
        <al>Op grond van artikel 5.2, lid 8, dienen lege buizen binnen 10 jaar in gebruik te zijn genomen voor</al>
        <al>openbare telecommunicatiediensten. Het telecombedrijf moet het in gebruik nemen schriftelijk</al>
        <al>melden aan de gemeente. Heeft deze dit binnen genoemde periode niet gedaan, dan is de</al>
        <al>gedoogplicht vervallen en kan de gemeente de verwijdering van de lege buizen op kosten van het</al>
        <al>telecombedrijf vorderen of precario heffen.</al>
        <al>Voor reeds liggende lege buizen geldt op basis van het tweede lid van artikel 20.5 van de wet, een</al>
        <al>overgangsmaatregel. Tot 1 januari 2018 moeten deze worden gedoogd, tenzij deze gevaar of</al>
        <al>ernstige hinder opleveren. De telecombedrijven zijn verplicht na inwerkingtreding van het</al>
        <al>wetsontwerp de lege buizen schriftelijk aan de gemeente te melden.</al>
        <tussenkop>Publiekrechtelijke instemming versus privaatrechtelijk toestemming</tussenkop>
        <al>Voor het aanleggen van een netwerk heeft het telecombedrijf in principe zowel een</al>
        <al>publiekrechtelijke instemming van de gemeente nodig op grond van de Telecommunicatiewet, als</al>
        <al>een privaatrechtelijke toestemming van de gemeente als eigenaar/beheerder van de openbare</al>
        <al>grond. Om "dubbel werk" te voorkomen is in de wet bepaald dat het instemmingsbesluit van de</al>
        <al>gemeente tevens de privaatrechtelijke toestemming inhoudt. Dit is geregeld in artikel 5.4, lid 7 van</al>
        <al>de Telecommunicatiewet.</al>
        <tussenkop>Instemmingsbesluit telecommunicatieverordening</tussenkop>
        <al>Artikel 5.4 van de wet gaat gedetailleerd in op de instemmingsprocedure. Hierbij is meer rekening</al>
        <al>gehouden met de belangen van de gedoogplichtige gemeente. Zo moet het tijdstip van start van</al>
        <al>de werkzaamheden aan de kabel(s) liggen binnen 12 maanden na datum van het</al>
        <al>instemmingsbesluit, tenzij er zwaarwichtige redenen zijn van publiek belang om de</al>
        <al>werkzaamheden later te starten.</al>
        <tussenkop>Herstraten</tussenkop>
        <al>Artikel 5.7 geeft antwoord op de vraag wie herstraat na beëindiging van de werkzaamheden. Dit is</al>
        <al>de aanlegger, tenzij de gemeente heeft aangegeven dit zelf te willen doen. De gemeente dient</al>
        <al>hiervoor marktconforme tarieven in rekening te brengen.</al>
        <tussenkop>Verplaatsen van kabels</tussenkop>
        <al>Artikel 5.8 van de wet geeft een uitbreiding van de plicht tot het nemen van maatregelen dan wel</al>
        <al>het verplaatsen op kosten van het telecombedrijf bij de uitvoering van werken of de oprichting van</al>
        <al>gebouwen. Deze verplichting geldt ook als de gemeente (op basis van bijvoorbeeld een</al>
        <al>overeenkomst met een projectontwikkelaar) de plicht heeft de grond te leveren zonder concrete</al>
        <al>problemen vanwege telecomkabels in verband met de oprichting van gebouwen door deze</al>
        <al>projectontwikkelaar. Indien echter de gebouwen niet worden gerealiseerd dient de gemeente de</al>
        <al>verplaatsingskosten te vergoeden.</al>
        <al>Indien een verzoek tot het nemen van maatregelen of het verplaatsing van kabels door de</al>
        <al>gemeente wordt gedaan binnen vijf jaar nadat op basis van een instemmingsbesluit deze kabels</al>
        <al>zijn gelegd, dan komen de kosten daarvan voor rekening van de verzoekende gemeente.</al>
        <al>Het telecombedrijf dient binnen 16 weken na ontvangst van het verzoek tot het nemen van</al>
        <al>maatregelen over te gaan. Betreft het een verzoek tot verplaatsen van de kabels dan dient</al>
        <al>telecombedrijf binnen 12 weken na het beschikbaar komen van een plaats waarheen de kabels</al>
        <al>verlegd kunnen worden, te starten met de werkzaamheden. Indien de gemeente en een</al>
        <al>telecombedrijf het niets eens zijn over de vraag wie de verplaatsingskosten moet betalen, kan dit</al>
        <al>geschil zowel door de gemeente als het telecombedrijf worden voorgelegd aan de OPTA, die</al>
        <al>binnen acht weken uitspraak doet.</al>
        <tussenkop>Telecomkabels versus andere nutsleidingen</tussenkop>
        <al>Artikel 5.9 van de wet bepaalt dat de aanleg, instandhouding of opruiming van telecomkabels de</al>
        <al>aanwezige andere (nuts)leidingen of andere telecomkabels zo min mogelijk mag hinderen of in</al>
        <al>gevaar brengen. Het telecombedrijf is verplicht op zijn kosten aan deze hinder of gevaar een</al>
        <al>einde te maken. Geschillen hierover kunnen worden voorgelegd aan de OPTA. Voor</al>
        <al>telecomkabels die reeds zijn aangelegd op het tijdstip van ingang van het wetsontwerp, blijft</al>
        <al>gelden dat - indien deze hinder of gevaar opleveren - dit moet worden opgelost via de</al>
        <al>privaatrechtelijke weg van de onrechtmatige daad.</al>
        <tussenkop>Exploitatie van openbare elektronische communicatienetwerken</tussenkop>
        <al>Het is gemeenten verboden openbare elektronische communicatienetwerken te exploiteren.</al>
        <al>Echter, wanneer een gemeente kan aantonen dat een breedbandig openbaar elektronisch</al>
        <al>telecommunicatienetwerk niet tot stand komt door de markt, dan mag zij onder strikte</al>
        <al>voorwaarden genoemd in artikel 5.14 van de Telecommunicatiewet, een belang hebben in een</al>
        <al>dergelijke onderneming.</al>
        <tussenkop>Eigendom netwerken</tussenkop>
        <al>De Telecommunicatiewet bepaalt dat het telecombedrijf eigenaar is van zijn netwerk. Voor andere</al>
        <al>netwerken van nutsleidingen als water, elektriciteit, etc. bestond de vraag of de grondeigenaar</al>
        <al>door zogenaamde verticale natrekking eigenaar is, of het nutsbedrijf door horizontale natrekking.</al>
        <al>In het wetsontwerp is een wijziging van het Burgerlijk Wetboek opgenomen waardoor het nu</al>
        <al>vaststaat dat netwerken eigendom zijn van de bevoegde aanlegger. Dit geldt ook voor reeds</al>
        <al>aangelegde netwerken.</al>
        <al>Voor een uitgebreide toelichting kan worden verwezen naar de website van de VNG, www.vng.nl</al>
        <al>en die van het Gemeentelijke Platform Kabels en Leidingen (GPKL), www.gpkl.nl.</al>
        <al>Evenals de oude wet heeft het telecombedrijf op basis van artikel 5.4, lid 1, voorafgaand aan de</al>
        <al>start van de werkzaamheden voor het leggen, instandhouding of verwijderen van kabels in de</al>
        <al>openbare grond een instemmingsbesluit van het college. De leden 2 en 3 bepalen welke</al>
        <al>voorschriften het college aan het instemmingsbesluit kunnen verbinden. De leden 4 en 5 leggen</al>
        <al>de verplichting op aan de gemeenteraad tot het bij verordening regels vast te stellen omtrent:</al>
        <al>het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden, waarop de melding uiterlijk</al>
        <al>moet zijn gedaan;</al>
        <al>de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het uitvoeringsplan;</al>
        <al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg, instandhouding en opruiming;</al>
        <al>het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;</al>
        <al>het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond</al>
        <al>aanwezige werken;</al>
        <al>de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in verband met ernstige</al>
        <al>belemmeringen of storing van de communicatie;</al>
        <al>In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende</al>
        <al>aard.</al>
        <al>Dit artikel noodzaakt tot een herzien van de modelverordening van 21 december 1998, herzien 19</al>
        <al>april 2004.</al>
        <tussenkop>Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten</tussenkop>
        <al>De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten, ook wel genoemd de grondroerdersregeling</al>
        <al>is inmiddels in werking. Deze wet voorziet in een verplichte registratie van kabels en buizen en</al>
        <al>een verplichte informatie-uitwisseling bij graafwerkzaamheden om op deze wijze schade aan</al>
        <al>kabels en buizen te voorkomen bij de uitvoering van deze werkzaamheden. De wet vervangt de</al>
        <al>(vrijwillige) registratie van ondergrondse netten door het deelnemerschap aan KLIC.</al>
        <tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop>
        <al>De begripsomschrijvingen zijn voor zover nodig aan de nieuwe nummering van de</al>
        <al>Telecommunicatiewet aangepast.</al>
        <al>Kanttekeningen:</al>
        <al>• Openbaar telecommunicatie elektronisch communicatienetwerk</al>
        <al>De gedoogplicht van de gemeente geldt slechts voor openbare elektronische</al>
        <al>communicatienetwerken, in artikel 1.1 h van de Telecommunicatiewet gedefinieerd als een</al>
        <al>‘elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare</al>
        <al>elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede begrepen een netwerk,</al>
        <al>bestemd voor het verspreiden van programma’s voor zover dit aan het publiek geschiedt.</al>
        <al>• Kabels en ondersteuningswerken</al>
        <al>Onder kabels verstaat de Telecommunicatiewet het geheel van voorzieningen ten behoeve van</al>
        <al>een openbaar elektronisch communicatienetwerk, dus de ondersteuningswerken (buizen), maar</al>
        <al>ook de benodigde kasten en dergelijke.</al>
        <al>In de begripsomschrijving zijn de voorzieningen apart genoemd.</al>
        <al>Voorzieningen, niet in gebruik voor een openbaar elektronisch communicatienetwerk, vallen</al>
        <al>volgens artikel 5.15 van de wet ook onder de gedoogplicht met dien verstande dat de</al>
        <al>gedoogplicht eindigt, indien niet na 10 jaar de ondersteuningswerken deel zijn gaan uitmaken van</al>
        <al>een openbaar elektronisch communicatienetwerk (artikel 5.2, lid 8 van de wet).</al>
        <al>• Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</al>
        <al>Met het apart definiëren van dergelijke werkzaamheden wordt gevolg gegeven aan artikel 5.4, lid</al>
        <al>5, van de Telecommunicatiewet. Binnen de begripsbepaling zijn enige voorbeelden opgenomen</al>
        <al>van niet ingrijpende werkzaamheden. Het staat de gemeente vrij de omschrijving van</al>
        <al>werkzaamheden van niet ingrijpende aard zelf anders in te vullen. Het is immers een uitzondering</al>
        <al>op de standaard meldplicht van artikel 4 van de modelverordening en daarom een limitatieve</al>
        <al>opsomming.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</tussenkop>
        <al>De algemene melding voor de uitvoering van werkzaamheden dient, in samenhang met artikel 6,</al>
        <al>lid 1, van de modelverordening, te geschieden acht weken voor de aanvang van de</al>
        <al>werkzaamheden.</al>
        <al>In het tweede lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de melding overleg te</al>
        <al>voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde komen het mogelijk medegebruik van</al>
        <al>voorzieningen en het splitsen van de werkzaamheden bij omvangrijke projecten. Op deze wijze</al>
        <al>wordt bevorderd dat de termijn van acht weken ook werkelijk kan worden gehaald.</al>
        <al>Het vierde lid geeft de mogelijkheid van een eenvoudige melding van twee dagen voor de</al>
        <al>aanvang van de werkzaamheden.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 Ernstige belemmeringen en storingen</tussenkop>
        <al>In dit artikel wordt aan artikel 5.4, lid 4, sub f en artikel 5.6 van de Telecommunicatiewet voldaan.</al>
        <al>In dit geval kan worden volstaan aan een melding aan de burgemeester of een door hem of haar</al>
        <al>aan te stellen ambtenaar. Ernstige belemmeringen of storingen in de communicatie zijn niet nader</al>
        <al>omschreven, wel wordt in de toelichting op de wet als voorbeeld gegeven de situatie van een</al>
        <al>kabelbreuk. Het gemeentebestuur zal moeten beoordelen of een ernstige belemmering of storing</al>
        <al>in de communicatie voor één individuele aansluiting voldoende reden is om als spoedeisend te</al>
        <al>worden aangemerkt. Om onduidelijkheid te voorkomen is het raadzaam om deze overweging</al>
        <al>kenbaar te maken aan de in de gemeente opererende telecombedrijven.</al>
        <al>Artikel 5.6, lid 5 van de Telecommunicatiewet geeft de mogelijkheid in de verordening gebieden</al>
        <al>aan te wijzen waar om redenen van veiligheid dit artikel niet van toepassing is. In dergelijke</al>
        <al>gebieden is het niet aanvaardbaar dat daar zonder toezicht van de gemeente wordt gegraven.</al>
        <tussenkop>Artikel 4 Gegevensverstrekking</tussenkop>
        <al>Dit artikel is een invulling van artikel 5.4, vierde lid van de Telecommunicatiewet.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 Aanvullende verplichtingen</tussenkop>
        <al>In het eerste lid wijst dit artikel er wellicht ten overvloede op, indien een dergelijke verplichting</al>
        <al>onderdeel is van gemeentelijk beleid, dat de aanbieder verplicht is omwonenden en bedrijven ter</al>
        <al>plaatse van de werkzaamheden te informeren. Heeft de gemeente geen beleidsregels of iets</al>
        <al>dergelijks waarin deze verplichting is opgenomen, dan dient het tweede gedeelte van de bepaling</al>
        <al>te worden geschrapt.</al>
        <al>In het tweede lid wordt de aanbieder verplicht de ligginggegevens van de kabel te verstrekken.</al>
        <al>Indien gewenst kan hieraan worden toegevoegd op welke wijze deze gegevens verstrekt dienen</al>
        <al>te worden, bijvoorbeeld digitaal. Er zijn gemeenten die zelf opmeten, in dat geval dient het tweede</al>
        <al>lid te worden aangepast.</al>
        <tussenkop>Artikel 6 Beslistermijn en samenloop</tussenkop>
        <al>Aansluitend op artikel 4:13 van de Algemene Wet Bestuursrecht dient het college uiterlijk acht</al>
        <al>weken na ontvangst van de melding de beslissing te nemen en indien dit niet mogelijk is een</al>
        <al>redelijke termijn te noemen waar binnen de beslissing tegemoet kan worden voorzien.</al>
        <al>Het tweede lid regelt dat het college de beslissing aanhoudt indien er een andere vergunning van</al>
        <al>een al dan niet ander bestuursorgaan nodig is, zoals een vergunning op basis van de Woningwet</al>
        <al>(bouwvergunning) en/of Wet Milieubeheer. Deze vergunningen kunnen noodzakelijk zijn indien</al>
        <al>bijvoorbeeld “kasten” een dergelijke omvang hebben dat een bouwvergunning is vereist en/of een</al>
        <al>milieuvergunning nodig is vanwege het geluid van de ventilatieapparatuur in de kast. Ook kunnen</al>
        <al>vergunningen noodzakelijk zijn op grond van een plaatselijke verordening bijvoorbeeld een</al>
        <al>kapvergunning. Artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet bepaalt dat het college zorg draagt voor</al>
        <al>inhoudelijke afstemming tussen de betrokken bestuursorganen.</al>
        <tussenkop>Artikel 7 Voorschriften en beperkingen bij instemming</tussenkop>
        <al>In de oude modelvergunning was opgenomen, welke voorschriften het college aan het</al>
        <al>instemmingsbesluit kon verbinden. In aansluiting hierop heeft de wetgever deze voorschriften nu</al>
        <al>in de wet opgenomen, zodat deze niet nogmaals in de verordening zijn opgenomen.</al>
        <al>Het gaat om de volgende bepalingen:</al>
        <al>Artikel 5.4 leden 2 en 3 van de Telecommunicatiewet:</al>
        <al>2.Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van openbare orde, veiligheid, het</al>
        <al>voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel</al>
        <al>ondergrondse ordening in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen.</al>
        <al>3.De voorschriften kunnen slecht betrekking hebben op</al>
        <al>??De plaats van de werkzaamheden;</al>
        <al>??het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane tijdstip van</al>
        <al>aanvang van aanvang, behoudens zeer zwaarwichtige redenen van publiek belang als</al>
        <al>genoemd in het tweede lid, niet later mag plaatsvinden dan 12 maanden na de datum van</al>
        <al>afgifte van het instemmingsbesluit;</al>
        <al>??de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;</al>
        <al>??het bevorderen van medegebruik van de voorzieningen;</al>
        <al>??het afstemmen van overig in de grond aanwezige werken.</al>
        <al>Deze bepalingen dient het college in acht te nemen bij het geven van voorschriften bij het</al>
        <al>instemmingbesluit. Hierbij moet worden bedacht dat het instemmingsbesluit een beschikking is in</al>
        <al>het kader van de Algemene wet bestuursrecht en de aanbieder, indien deze het niet eens is met</al>
        <al>de gegeven voorschriften bij het instemmingsbesluit, in bezwaar en beroep kan gaan resp. bij de</al>
        <al>OPTA en vervolgens bij de Rechtbank en het College van Beroep voor het bedrijfsleven.</al>
        <al>(Artikelen 12.2 en 17.1 Telecommunicatiewet.) Het derde lid van artikel 7 van de</al>
        <al>modelverordening geeft invulling aan artikel 5.4, tweede en derde lid van de wet.</al>
        <al>Het eerste lid van artikel 7 beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit om te voorkomen</al>
        <al>dat een aanbieder nog gebruik maakt van een dergelijk besluit geruime tijd na afgifte. Immers het</al>
        <al>intussen gewijzigde gebruik van de openbare gronden kan het aanleggen van een telecomkabel</al>
        <al>onwenselijk maken.</al>
        <al>Het tweede lid geeft als aanvulling dat het college naast voorschriften over tijdstip plaats en</al>
        <al>dergelijke met betrekking tot de uitvoering ook voorschriften opstellen over de uitstraling,</al>
        <al>vormgeving, kleur, situering en afmetingen van voorzieningen als kasten handholes en dergelijke</al>
        <al>behorende bij het netwerk.</al>
        <al>Het derde lid heeft betrekking op de situatie dat er een kabel dient te worden gelegd in openbare</al>
        <al>gronden die recent zijn geherstructureerd, bijvoorbeeld herstraat. In dat geval heeft het college de</al>
        <al>mogelijkheid extra voorschriften te stellen boven de gebruikelijk gehanteerde voorschriften</al>
        <al>(natuurlijk wel binnen het kader van artikel 5.4 leden 2 en 3 van de wet).</al>
        <al>Het vierde lid heeft betrekking op het geval dat kabels dienen te worden gelegd in bijvoorbeeld</al>
        <al>een winkelgebied met sierbestrating.</al>
        <tussenkop>Artikel 8 (Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</tussenkop>
        <al>Zoals aangeven kunnen de voorschriften bij het instemmingsbesluit het medegebruik van</al>
        <al>voorzieningen bevorderen. Het medegebruik beperkt het graven in de openbare gronden en strekt</al>
        <al>daarmee tot voordeel van de gemeente. Het medegebruik kan aan de orde komen in het</al>
        <al>vooroverleg over het af te geven instemmingsbesluit. In lid 3 is de verplichting voor de aanbieder</al>
        <al>opgenomen van vooraangelegde voorzieningen, indien daartoe een redelijk aanbod wordt</al>
        <al>gedaan. De vraag wat een redelijk aanbod is kan worden beantwoord als volgt: de aanwezige</al>
        <al>voorziening is zowel in kwaliteit als in kosten een volwaardig alternatief voor het eigen graafrecht</al>
        <al>van de aanbieder. Dit betekent in feite dat uitgegaan dient te worden van een marktconforme prijs.</al>
        <al>Het vierde lid behandelt de situatie indien de gemeentelijke leidingprofielen geen ruimte bieden</al>
        <al>voor de aanleg van kabels.</al>
        <tussenkop>Artikel 9 Melding wijziging voorzieningen</tussenkop>
        <al>De rechter heeft uitgesproken dat de werking van het instemmingsbesluit eindigt zodra de</al>
        <al>werkzaamheden waarvoor instemming is gevraagd, zijn beëindigd. Dit betekent dat het college</al>
        <al>geen verplichtingen op basis van het instemmingsbesluit aan de aanbieder kan opleggen nadat</al>
        <al>deze zijn werkzaamheden heeft beëindigd. Echter het instemmingsbesluit dient voor de gemeente</al>
        <al>ook om een registratie up-to-date te houden van de in het openbaar gebied liggende kabels en de</al>
        <al>beheerders/eigenaren daarvan. Artikel 5 lid 2b van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse</al>
        <al>netten verstrekt de dienst (het Kadaster) op verzoek aan bestuursorganen gebiedsinformatie voor</al>
        <al>zover deze noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak. Deze wet voorziet in de</al>
        <al>informatiebehoefte van de gemeente over de in het openbaar gebied liggende telecomkabels.</al>
        <tussenkop>Artikel 10 Intrekking oude verordening</tussenkop>
        <al>De oude verordening moet worden ingetrokken zodat de nieuwe verordening in werking kan</al>
        <al>treden.</al>
        <tussenkop>Artikel 11 Overgangsrecht</tussenkop>
        <al>Het moment van afgeven van het instemmingsbesluit bepaalt of de oude of nieuwe verordening</al>
        <al>van kracht is op de (voorgenomen) graafwerkzaamheden.</al>
        <tussenkop>Artikel 12 Inwerkingtreding</tussenkop>
        <al>Tenzij de gemeenteraad anders besluit treedt de verordening geheel overeenkomstig de</al>
        <al>Gemeentewet in werking met ingang van de achtste dag na publicatie. Op hetzelfde tijdstip dient</al>
        <al>de oude telecommunicatieverordening te worden ingetrokken. De nog lopende</al>
        <al>instemmingbesluiten voor kabel(s) die nog niet of niet volledig zijn gelegd blijven van kracht met</al>
        <al>dien verstande dat vallen onder de nieuwe verordening.</al>
        <tussenkop>Artikel 13 Citeerartikel</tussenkop>
        <al>Door toevoeging van de naam Zevenaar aan de citeertitel is het voor eenieder die de verordening</al>
        <al>opvraagt duidelijk dat dit de verordening betreft van die van de gemeente Zevenaar.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>