<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>388591_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2016 (1e wijziging)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zuidplas</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-22</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>1e wijziging van de verordening hondenbelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-08</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>a16.001246</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zuidplas;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22
                        september 2015;</al><al>gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de:</al><al> Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 201 6 </al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam hondenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het
                        houden van een hond binnen de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is de houder van een hond.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een
                            hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt
                            als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid,
                            onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen
                            lid van dat huishouden.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie
                            gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring
                            houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door
                            de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is
                            aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit
                            houders van dieren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:</al><al>a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehonde en in
                            hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;</al><al>b. die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak
                            als zodanig foor een gehandicapt persoon worden gehouden;</al><al>c. die verblijven in een hondenasiel;</al><al>d. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden
                            in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het
                            Besluit houders van dieren;</al><al>e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij te samen met de
                            moederhond worden gehouden.</al><al>f. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de
                            Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, mits de houder zich
                            verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen de hond
                            gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen.</al><al>g. waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de honden
                            niet langer dan drie maanden van het belastingjaar in de gemeente
                            verblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief Tarief 2015 Tarief 2016</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt per belastingjaar, per hond: €98,40</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden,
                            gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel €393,60. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel verstaan een
                            inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit
                            houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor
                            de verkoop of aflevering van nakomelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tarief als bedoeld in het tweede lid blijft buiten toepassing indien
                            belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast
                            te stellen naar het werkelijke aantal honden, indien blijkt dat dit
                            bedrag lager is dan de op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het
                            aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de
                            belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het
                            toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten
                            van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                            aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het
                            aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan
                            wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal
                            honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een
                            maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen kunnen worden betaald in 10 gelijke
                            termijnen. De voorwaarden waaronder zijn beschreven in het "Reglement
                            voor automatische incasso gemeentebelastingen 2016". Dit reglement is op
                            22 september 2015 door het college van burgemeester en wethouders
                            vastgesteld.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de hondenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Verordening hondenbelasting 2015 vastgesteld op 4 november 2014, wordt
                        ingetrokken met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat zij van
                        toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2016
                        hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016. De datum
                        van ingang van de heffing is eveneens 1 januari 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening hondenbelasting 2016.</al><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 3 november
                        2015.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al>P.van Vugt K.J.G. Kats</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening Hondenbelasting 2016</titel></kop><al><vet>Artikel 1 Belastbaar feit</vet></al><al>Voor de omschrijving van het belastbare feit is aansluiting gezocht bij de tekst
                    van artikel 226 van de Gemeentewet. Er wordt een belasting geheven voor het
                    houden van een hond binnen de gemeente.</al><al>De hondenbelasting is aangemerkt als een directe belasting. Deze aanwijzing is
                    noodzakelijk om toepassing van artikel 31 e.v. van de AWR betreffende de
                    richtige heffing mogelijk te maken.</al><al><vet>Artikel 2 Belastingplicht</vet></al><al></al><al> Eerste lid </al><al>Belastingplichtig is de houder van een hond. Het begrip 'houder van de hond'
                    wordt als volgt gedefinieerd: 'houder is degene die een hond bezit, verzorgt of
                    onder toezicht heeft'.</al><al></al><al> Tweede lid </al><al>Door het tweede lid van artikel 2 wordt als houder aangemerkt, degene die onder
                    welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de
                    houder is. Het is niet vereist dat de houder ook eigenaar is. Wel is het
                    noodzakelijk dat de hond duurzaam wordt gehouden. In dit verband is van belang
                    een arrest van de Hoge Raad van 23 december 1998, nr. 31.599 (Gemeente Vries,
                    Belastingblad 1999, blz. 53) waarin werd beslist dat er sprake is van
                    houderschap indien iemand een hond onder zich heeft waarbij sprake is van enige
                    duurzaamheid en gezag.</al><al></al><al> Derde lid </al><al>Het komt regelmatig voor dat honden worden gehouden door leden van een
                    huishouden waarbij niet steeds bij voorbaat duidelijk is wie als houder van de
                    hond moet worden aangemerkt. Met name in dat soort situaties voorziet het derde
                    lid van artikel 2, welk artikel is gebaseerd op artikel 226, derde lid, van de
                    Gemeentewet: de heffingsambtenaar mag een lid van het huishouden aanwijzen als
                    houder. </al><al><vet>Artikel 3 Vrijstellingen</vet></al><al>Voor het houden van honden en katten geldt sinds 1 juli 2014 het Besluit houders
                    van dieren. Hoofdstuk 3, paragraaf 2, van dat besluit geeft regels voor het
                    bedrijfsmatig verkopen, afleveren, houden ten behoeve van opvang van of fokken
                    met gezelschapsdieren. Dit besluit bevat geen definitie van ‘hondenasiel’.
                    Daarom is in het eerste lid de definitie opgenomen die stond in het vóór 1 juli
                    2014 geldende Honden- en kattenbesluit 1999 en daaraan toegevoegd dat de locatie
                    als inrichting moet zijn aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van
                    het Besluit houders van dieren. Dit betekent dat de vrijstelling alleen geldt
                    voor bedrijfsmatige asielopvang, zoals ook het geval was vóór 1 juli 2014. Een
                    hondenpension valt niet onder de definitie van hondenasiel. Een pension is een
                    aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes, niet zijnde een asiel, bestemd of
                    gebruikt voor het in bewaring houden van honden of katten, bijvoorbeeld in geval
                    van vakantie of langdurige afwezigheid van de houder. Het staat gemeenten
                    overigens wel vrij pensions buiten de heffing te laten, maar dan moet in de
                    begripsomschrijving de zinsnede ‘die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan
                    door de eigenaar permanent afstand is gedaan’ worden geschrapt. 2 </al><al>In het tweede lid zijn de vrijstellingen opgenomen. </al><al>In de onderdelen a en b zijn vrijstellingen opgenomen voor blindengeleidehonden
                    en geleidehonden voor gehandicapten. De vrijstelling voor geleidehonden voor
                    gehandicapten is niet langer beperkt tot honden die door de stichting Hulphond
                    Nederland ter beschikking zijn gesteld. Dit omdat gebleken is dat er meerdere
                    instanties zijn die honden vergelijkbaar opleiden en ter beschikking stellen.
                    Een beperking van de vrijstelling tot honden van alleen de stichting Hulphond
                    Nederland levert mogelijk strijd op met het gelijkheidsbeginsel. </al><al>De term ‘in hoofdzaak’ betekent in de fiscaliteit: 70% of meer en is aan de
                    desbetreffende vrijstellingsbepalingen toegevoegd om te benadrukken dat het in
                    hoofdzaak moet gaan om hulphonden. Aan de andere kant is het onredelijk te
                    verwachten dat hulphonden niet ook als gezelschapsdier mogen fungeren. Om die
                    reden is de vroeger in de verordening voorkomende term ‘uitsluitend’ vervangen
                    door ‘in hoofdzaak’. </al><al>In de onderdelen c en d zijn vrijstellingen opgenomen voor honden in een asiel
                    of voor honden die bedrijfsmatig voor verkoop worden aangehouden. Zowel voor het
                    bedrijfsmatig uitoefenen van een asiel als het bedrijfsmatig verhandelen van
                    honden stelt het Besluit houders van dieren nadere regels. Deze regels komen
                    erop neer dat deze bedrijfsmatige activiteiten alleen kunnen worden verricht
                    indien rekening wordt gehouden met de nadere regels voor het houden en verzorgen
                    van dieren. De inrichting waarin de activiteiten plaatsvinden moet bij de
                    Minister van Economische Zaken worden aangemeld. De minister verstrekt de
                    inrichting een uniek nummer. Een beroep op de vrijstellingen kan dus worden
                    getoetst. </al><al>Er is ook een vrijstelling opgenomen voor honden waarvan de houder een geldend
                    diploma kan tonen dat is afgegeven door de Koninklijke Nederlandse
                    Politiehondenvereniging. Deze vrijstelling blijkt in de praktijk beperkt tot
                    honden die gehoorzamen naar de bevelen van zijn begeleider en waarvoor de houder
                    zich heeft verbonden om hond en begeleider op aanvraag aan de politie ter
                    beschikking te stellen.</al><al><vet>Artikel 4 Maatstaf van heffing</vet></al><al>Op grond van artikel 226, tweede lid, van de Gemeentewet wordt de
                    hondenbelasting geheven naar het aantal honden. Andere heffingsmaatstaven zijn
                    niet mogelijk. Het aantal honden moet blijken uit de door de belastingplichtige
                    gedane aangifte.</al><al><vet>Artikel 5 Belastingtarief</vet></al><al></al><al> Algemeen </al><al>De hondenbelasting kan worden gezien als een algemene belasting waarvan de
                    opbrengst ten goede komt aan de algemene middelen. Voor de hoogte van de
                    tarieven gelden geen beperkingen.</al><al></al><al> Eerste lid </al><al>Bij de vaststelling van het tarief heeft de gemeente de keuze uit drie systemen.
                    Zij kan kiezen voor een degressief, proportioneel of progressief tarief. Een
                    keuze voor een degressief tarief betekent dat de belastingdruk per hond minder
                    dan evenredig stijgt naarmate het aantal honden dat wordt gehouden toeneemt. Een
                    proportioneel tarief betekent dat hetzelfde tarief per hond verschuldigd is. Het
                    progressieve tarief leidt er toe dat de te betalen belasting meer dan evenredig
                    stijgt naarmate het aantal honden dat door een belastingplichtige wordt gehouden
                    toeneemt. De gemeente heeft gekozen voor een proportioneel tarief.</al><al></al><al> Tweede lid </al><al>Voor honden gehouden in een kennel, geregistreerd bij de Raad van beheer op
                    kynologisch gebied in Nederland, is gekozen voor een vast bedrag per kennel, het
                    zogenaamde 'kenneltarief', in plaats van een tarief gekoppeld aan het aantal
                    honden. Deze keuze is ingegeven uit praktische overwegingen, omdat de
                    vaststelling van het juiste aantal honden door sterke fluctuaties lastig kan
                    zijn.</al><al></al><al> Derde lid </al><al>Het is mogelijk dat in een kennel minder honden worden gehouden dan het aantal
                    waarop het kenneltarief is gebaseerd. Om die reden wordt aan de houder van de
                    kennel in het derde lid de mogelijkheid geboden om te bewijzen dat hij minder
                    honden heeft gehouden waarna het lagere tarief kan worden toegepast.</al><al><vet>Artikel 6 Belastingjaar</vet></al><al>In de verordening is gekozen voor een belastingjaar dat gelijk is aan het
                    kalenderjaar.</al><al><vet>Artikel 7 Wijze van heffing</vet></al><al>In de verordening is gekozen voor een heffing bij wege van aanslag.</al><al><vet>Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                    tijdsgelang</vet></al><al>Hondenbelasting wordt over een tijdvak geheven en de belastingschuld wordt naar
                    de toestand op een bepaald, aan het begin van het belastingtijdvak vastgesteld
                    tijdstip geheven. Hierdoor is in de verordening geregeld dat: </al><lijst><li nr="1."><al>-</al><al>de belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak of zo
                            dit later is bij de aanvang van de belastingplicht. Daarmee ontstaat bij
                            tijdvakheffingen de materiële belastingschuld niet pas aan het einde van
                            het belastingtijdvak, maar al bij het begin ervan. De belastingschuld
                            kan dan in de loop van het belastingtijdvak worden geformaliseerd.
                            Aangezien de materiële belastingschuld in beginsel ontstaat bij het
                            begin van het belastingtijdvak, zijn tariefverhogingen in de loop van
                            het belastingtijdvak niet mogelijk;</al></li><li nr="2."><al>-</al><al>een regeling wordt opgenomen voor de gevallen waarin de belastingplicht
                            in de loop van dit tijdvak ontstaat of eindigt. Bij aanvang van de
                            belastingplicht in de loop van het tijdvak moet heffing naar tijdsgelang
                            plaatsvinden. Bij beëindiging van de belastingplicht in de loop van het
                            tijdvak moet ontheffing naar tijdsgelang plaatsvinden. In de verordening
                            is in voorkomend geval gekozen voor een tijdsevenredige herleiding per
                            maand, waarbij gedeelten van een maand niet worden meegerekend. Deze
                            (ont)heffingsregeling is erop gericht dat bij de tijdsevenredige
                            toepassing geen te grove afrondingen plaatsvinden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9 Termijnen van betaling</vet></al><al>Artikel 9 van de Invorderingswet 1990 geeft een wettelijke regeling over de
                    betaaltermijnen. Op grond van artikel 250 van de Gemeentewet is hiervan in de
                    verordening hondenbelasting van afgeweken.</al><al>Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</al><al>Met betrekking tot de hondenbelasting heeft het college van burgemeester en
                    wethouders geen nadere regels als dit bedoeld in dit artikel vastgesteld.</al><al></al><al><vet> Beleidsregels </vet></al><al>Met betrekking tot de hondenbelasting heeft het college van burgemeester en
                    wethouders op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht de
                    volgende beleidsregels vastgesteld.</al><al></al><al><vet> Beleidsregel | Vastgesteld op </vet></al><al>Beleidsregel voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie
                    2016 | 22 september 2015</al><al>Reglement Automatische Incasso 2016 | 22 september 2015</al><al><vet>Artikel 12 Overgangsrecht</vet></al><al>Als een verordening wordt gewijzigd of een vervangende verordening wordt
                    vastgesteld, verdient het aanbeveling eerbiedigende werking aan de oude
                    verordening te geven. Dit houdt in dat de verordening die wordt ingetrokken, van
                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór de datum van ingang van
                    de heffing van de nieuwe verordening hebben voorgedaan. Voor die belastbare
                    feiten blijft heffing dus mogelijk op basis van de oude verordening, ook al is
                    die verordening ingetrokken</al><al><vet>Artikel 13 Inwerkingtreding</vet></al><al>Het inwerkingtredingartikel in de gemeentelijke belastingverordeningen bestaat
                    uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel regelt de inwerkingtreding, het tweede
                    onderdeel bepaalt de datum van ingang van de heffing. </al><al><vet>Artikel 14 Citeertitel</vet></al><al>Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening. </al><al></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>