<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>388501_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016 (1e wijziging)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zuidplas</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-04</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2016 (1e wijziging)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2015-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 7</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>A16.001271</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zuidplas;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22
                        september 2015</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de:</al><al> Verordening op de heffing en i nvordering van rioolheffing 2016 </al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen
                        voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater,
                        hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de
                        gemeente en de in het kader van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan
                        (VGRP) geplaatste individuele afvalwaterbehandeling (IBA);</al><al>b. gemeentelijke zorgplichten: de zorg voor het afvloeiend hemelwater en het
                        grondwater zoals aan de gemeente opgedragen in artikel 3.5 en 3.6 van de
                        Waterwet;</al><al>c. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                        daarvan;</al><al>d. voorziening of combinatie van voorzieningen: mede een open water;</al><al>e. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                        grondwater.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Artikel 2 Aard van de belasting</al><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die</al><al>voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><al>a. de inzameling en transport van huishoudelijk afvalwater en
                        bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
                        en</al><al>b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                        ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                        structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond
                        gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het
                            belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                            van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
                            gemeentelijke riolering, dan wel belang heeft bij de nakoming van de
                            gemeentelijke zorgplichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de heffing wordt, ingeval het perceel een onroerende
                            zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                            aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in
                            de basisregistratie Kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat
                            tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                            is.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geen belasting wordt geheven van percelen, die naar de aard en
                            inrichting dienen tot opslag of stalling van goederen en voertuigen, van
                            waaraf enkel hemelwater direct of indirect wordt geloosd op de
                            gemeentelijke riolering, en het perceel een horizontaal geprojecteerd
                            dakoppervlak van maximaal vierentwintig (24) vierkante meter heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid blijft buiten toepassing indien het perceel deel uitmaakt
                            van een samenstel van onroerende zaken.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belasting Tarief 2016 Tarief 2017</titel></kop><al>De belasting bedraagt per belastingjaar, per perceel: € 245,00 € 247,20</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8 </nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een
                            maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande
                            lid gestelde termijnen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen kunnen worden betaald in 10 gelijke
                            termijnen. De voorwaarden waaronder zijn beschreven in het "Reglement
                            voor automatische incasso gemeentebelastingen 2016". Dit reglement is op
                            22 september 2015 door het college van burgemeester en wethouders
                            vastgesteld.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de rioolheffing wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Verordening rioolheffing 2015, vastgesteld op 4 november 2014 wordt
                        ingetrokken met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat zij van
                        toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór 1 januari 2016
                        hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016. De datum
                        van ingang van de heffing is eveneens 1 januari 2016.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening rioolheffing 2016.</al><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 3 november
                        2015.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al>P.van Vugt K.J.G. Kats</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>A. ALGEMEEN</vet></al><al></al><al><vet>1. Wettelijke basis</vet></al><al>De verordening rioolheffing is gebaseerd op de tekst van artikel 228a van de
                    Gemeentewet zoals die luidt vanaf 1 januari 2008. </al><al>2.Zorgplichten</al><al>In artikel 228a van de Gemeentewet worden de verschillende zorgplichten van de
                    gemeente op het terrein van water opgesomd. Het betreft de zorgplicht voor
                    afvalwater en de zorgplicht voor hemel- en grondwater. Het resultaat en de
                    doelmatigheid van de maatregelen staat voorop, niet meer de wijze waarop de
                    gemeente haar zorgplicht nakomt.</al><al>De opbrengsten van de rioolheffing dienen te worden aangewend voor de nakoming
                    van deze zorgplichten. De reikwijdte van de verschillende zorgplichten is in de
                    Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken vastgelegd. Dat de
                    gemeente de zorgplichten heeft, betekent niet dat de gemeente steeds aan zet is
                    om alle problemen op te lossen. De afvalwaterzorgplicht kent een mogelijkheid
                    tot het vragen van ontheffing bij de provincie als maatregelen niet doelmatig
                    zijn. De zorgplicht voor hemel- en grondwater kent een voorkeursvolgorde. In
                    eerste instantie is de particulier verantwoordelijk op eigen terrein. Pas indien
                    het redelijkerwijs niet van de particulier kan worden verwacht dat hij zelf
                    maatregelen neemt kan het water ter nadere verwerking worden aangeboden bij de
                    gemeente. De gemeente kan in een verordening vastleggen aan welke voorwaarden de
                    particulier moet voldoen voordat het water aan de gemeente kan worden
                    aangeboden. De gemeente Zuidplas heeft dit niet gedaan</al><al>Centraal staat bij de uitvoering van de zorgplichten dat een doelmatige
                    oplossing dient te worden gekozen. Gemeenten zijn dus vrij in de keuze welke
                    maatregelen worden getroffen als het beoogde doel maar wordt bereikt. Als een
                    IBA* het beoogde milieurendement oplevert, is het een goede oplossing. Normen
                    waarbinnen verplicht riolering dient te worden opgelegd zijn niet meer van
                    toepassing. Voor de bestrijding van water dat in de huizen stroomt bij hevige
                    regenval kan vanzelfsprekend een regenwaterriool worden aangelegd. De gemeente
                    mag er echter ook voor kiezen om de stoepranden langs de straat te verhogen.
                    Zodoende blijft het water op straat staan en loopt het niet meer de huizen
                    in.</al><al>* IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater) is een systeem dat het
                    huishoudelijk afvalwater van één huisgezin zuivert. In de Wet gemeentelijke
                    watertaken zijn IBA’s in beginsel gelijkgesteld aan riolering.</al><al></al><al><vet>4. Begrip aansluiting</vet></al><al>In de verordening is het belastbare feit het hebben van een directe of indirecte
                    aansluiting op de riolering.</al><al>Nu de zorgplichten zijn verruimd naar het hemel- en grondwater zal de aard van
                    de gemeentelijke voorzieningen ook wijzigen. De voorzieningen zullen meer op het
                    publieke domein komen te liggen. Als de gemeente de grondwaterstand wil
                    reguleren kan het drainageriool worden aangelegd op openbaar terrein. Alle
                    omliggende percelen profiteren van drainageriool, omdat het grondwater van hun
                    perceel afvloeit richting het drainageriool. In de zin van de verordening hebben
                    deze percelen een aansluiting op de gemeentelijke riolering omdat ze hun
                    grondwater ter nadere verwerking aanbieden bij de gemeente en de gemeente een
                    voorziening heeft waar dat water daadwerkelijk wordt verwerkt. Een aansluiting
                    in de zin van een buis is dus geen voorwaarde. Dat er vanaf het perceel water
                    ter nadere verwerking wordt aangeboden en dat de gemeente daar ook wat mee doet
                    is voldoende voor het hebben van een aansluiting.</al><al>B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><al><vet>Aanhef</vet></al><al>De aanhef van de verordening rioolheffing geeft aan dat de rioolheffing is
                    gebaseerd op artikel 228a van de Gemeentewet, zowel voor de heffing wegens het
                    hebben van een aansluiting op de gemeentelijke riolering als voor de heffing
                    wegens het afvoeren van water.</al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In de verordening is een artikel opgenomen dat begripsomschrijvingen op
                    alfabetische volgorde bevat.</al><al>In onderdeel c is aangegeven dat onder perceel wordt verstaan een roerende of
                    een onroerende zaak. In de verordening rioolrechten wordt hiervoor de term
                    eigendom gebruikt. Met de wijziging naar de term perceel is geen inhoudelijke
                    wijziging beoogd. De reden voor de keuze van de term perceel is gelegen in het
                    feit dat deze term ook wordt gebruikt in de Wet verankering en bekostiging van
                    gemeentelijke watertaken.</al><al>In de meerderheid van de gevallen zal onder het begrip perceel een onroerende
                    zaak vallen. De modelverordening beoogt echter ook roerende percelen die op de
                    gemeentelijke riolering zijn aangesloten in de heffing te betrekken. Bij
                    roerende percelen die op de gemeentelijke riolering zijn aangesloten kan
                    bijvoorbeeld worden gedacht aan caravans en niet-onroerende zomerhuisjes.</al><al>Dat ook een zelfstandig gedeelte van een onroerende of roerende zaak een perceel
                    is hangt samen met het bepaalde in artikel 4. Door een zelfstandig gedeelte ook
                    te omschrijven als een zelfstandig perceel vindt het belastbaar feit plaats per
                    zelfstandig gedeelte.</al><al>In onderdeel a is aangegeven dat onder gemeentelijke riolering in feite alle
                    voorzieningen vallen die worden getroffen ter nakoming van de zorgplichten. De
                    mogelijke voorzieningen zijn legio en bevatten een veel ruimer scala dan het
                    klassieke rioleringsbegrip. Dat toch voor de term gemeentelijke riolering is
                    gekozen hangt samen met de naamgeving die de formele wetgever heeft gekozen voor
                    de heffing: rioolheffing.</al><al>Onderdeel e van dit artikel bepaalt dat onder het begrip water alle
                    verschillende soorten water vallen. In de zorgplichten van artikel 228a worden
                    meerdere waterbegrippen gebruikt die gebaseerd zijn op de herkomst van het
                    water. De definities van de specifieke waterbegrippen zijn opgenomen in de Wet
                    milieubeheer en behoeven in de verordening rioolheffing geen nadere
                    toelichting.</al><al><vet>Artikel 2 Aard van de belasting</vet></al><al>Dit artikel is opgenomen om er geen misverstand over te laten bestaan dat de
                    heffing bedoeld is om de kosten van de zorgplichten te verhalen die zijn
                    opgesomd in artikel 228a van de Gemeentewet.</al><al>Tevens blijkt uit dit artikel dat het gaat om de totale kosten van de beide
                    zorgplichten.</al><al><vet>Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht</vet></al><al>Eerste lid </al><al>In het eerste lid gaat het om de belasting die wordt geheven van de
                    genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel wegens
                    het hebben van een aansluiting. In dit onderdeel gaat het om een perceel dat
                    direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. De toevoeging
                    direct of indirect is opgenomen omwille van de duidelijkheid.</al><al><vet>Artikel 4 Zelfstandige gedeelten</vet></al><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                    bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting
                    geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat
                    indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt,
                    deze als één perceel worden aangemerkt.</al><al><vet>Artikel 6 Maatstaf van heffing</vet></al><al>Gekozen is voor het heffen van een vast bedrag per perceel.</al><al>De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel dat een aansluiting
                    heeft op de riolering.</al><al>Hierbij wordt geen rekening gehouden met het aantal aansluitingen op de
                    riolering. Voor het eigenarendeel wordt er van uitgegaan dat de hogere
                    gebruikswaarde van het eigendom wordt veroorzaakt door het aangesloten zijn op
                    de gemeentelijke riolering (HR 1 februari 1984, nr. 22.243, BNB 1984/129,
                    Belastingblad 1984, blz. 176 (Vinkeveen en Waverveen).</al><al><vet>Artikel 9 Wijze van heffing</vet></al><al></al><al>In de verordening is gekozen voor de heffing bij wege van aanslag.</al><al><vet>Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld</vet></al><al></al><al>Op grond van dit artikel is de belasting verschuldigd bij het begin van het
                    belastingjaar. Aangezien de materiële belastingschuld ontstaat bij het begin van
                    het belastingjaar, zijn tariefverhogingen in de loop van het belastingjaar niet
                    mogelijk.</al><al>Blijkens artikel 3, lid 1, wordt de rioolheffing geheven van degene die bij het
                    begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                    recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                    riolering. De toestand aan het begin van het belastingjaar is dus bepalend.
                    Indien het perceel van eigenaar verwisselt in de loop van het belastingjaar
                    behoeft geen ontheffing te worden verleend. Een nieuw belastbaar feit doet zich
                    immers niet voor. Wel is gebruikelijk dat de notaris bij overdracht van het
                    perceel het recht aanmerkt als zakelijke last en naar tijdsgelang
                    verrekent.</al><al><vet>Artikel 11 Termijnen van betaling</vet></al><al></al><al>Artikel 9 van de Invorderingswet 1990 geeft een wettelijke regeling over de
                    betaaltermijnen. Op grond van artikel 250 van de Gemeentewet is hiervan in de
                    verordening afgeweken.</al><al><vet>Artikel 13 Nadere regels door het college van burgemeester en
                        wethouders</vet></al><al>Met betrekking tot de rioolheffing heeft het college van burgemeester en
                    wethouders geen nadere als bedoeld in dit artikel vastgesteld.</al><al></al><al><vet> Beleidsregels</vet></al><al>Met betrekking tot de rioolheffing heeft het college van burgemeester en
                    wethouders op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht de
                    volgende beleidsregels vastgesteld.</al><al><vet> Beleidsregel: | Vastgesteld op:</vet></al><al>Beleidsregel voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie
                    2016 | 22 september 2015</al><al>Reglement Automatische Incasso 2016 | 22 september 2015</al><al><vet>Artikel 14 Overgangsrecht</vet></al><al>Als een verordening wordt gewijzigd of een vervangende verordening wordt
                    vastgesteld, verdient het aanbeveling eerbiedigende werking aan de oude
                    verordening te geven. Dit houdt in dat de verordening die wordt ingetrokken, van
                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór de datum van ingang van
                    de heffing van de nieuwe verordening hebben voorgedaan. Voor die belastbare
                    feiten blijft heffing dus mogelijk op basis van de oude verordening, ook al is
                    die verordening ingetrokken</al><al><vet>Artikel 15 Inwerkingtreding</vet></al><al>Het inwerkingtredingartikel in de gemeentelijke belastingverordeningen bestaat
                    uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel regelt de inwerkingtreding, het tweede
                    onderdeel bepaalt de datum van ingang van de heffing. </al><al><vet>Artikel 16 Citeertitel</vet></al><al> Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening.</al><al></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>