<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>388442_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2016 (1e wijziging)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zuidplas</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-22</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>1e wijiziging van de verordening toeristenbelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2016-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>a16.001250</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zuidplas;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22
                        september 2015;</al><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de :</al><al> Verordening op de heffing en invorde ring van toeristenbelasting 2016</al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met
                        een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn
                        ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf,
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                                artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, onder c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor
                                zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van deze
                                Verordening onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
                                opvang Asielzoekers.</al></li><li nr="3."><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk
                                verblijf forensenbelasting is verschuldigd.</al></li><li nr="4."><al>op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is
                                verschuldigd.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><al>a. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig
                            ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte
                            daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een
                            omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1,
                            eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is
                            vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel
                            of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen
                            worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al><al>b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht,
                            en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot
                            het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen merendeels ten
                            behoeve van recreatief nachtverblijf.</al><al>c. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt
                            van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de
                            plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een
                            jaar.</al><al>d. volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel
                            uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld
                            voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen.</al><al>e. woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander
                            onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar
                            onderkomen.</al><al>f. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een
                            bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf.</al><al>g. particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter
                            beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting
                            tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor particulier verhuurde woningen en voor kampeermiddelen op vaste of
                            volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen bedoeld in
                            artikel 4 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de
                            belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde woningen wordt
                            per woning het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal
                            slaapplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste
                            standplaatsen wordt per standplaats het aantal overnachtende personen
                            gesteld op:</al><al> - twee personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder
                            bedraagt;</al><al> - drie personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie
                            bedraagt.</al><al> - het aantal nachten wordt daarbij gesteld op vijftig</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op volgtijdige
                            standplaatsen wordt per standplaats het aantal personen dat heeft
                            overnacht bepaalt op de som van het aantal kampeeronderkomens bestemd
                            voor verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd met twee en
                            het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan drie
                            personen vermenigvuldigd met drie, waarbij het aantal nachten wordt
                            gesteld op driehonderdvijfenzestig.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Per overnachting bedraagt het tarief</al><al><vet> Tarief 2017</vet></al><al>€ 1,06</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen,
                        waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder
                        dan tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande
                            lid gestelde termijn.</al><al></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden,
                        voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
                        verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te
                        melden aan door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                        gemeenteambtenaren, als bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en
                        d, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Verordening toeristenbelasting 2015 vastgesteld op 4 november 2014, wordt
                        ingetrokken met ingang van 1 januari 2016 met dien verstande dat zij van
                        toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2016
                        hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016. De datum
                        van ingang van de heffing is eveneens 1 januari 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeerartikeltitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening toeristenbelasting
                        2016.</al><al></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 3 november
                        2015.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al>P. van Vugt K.J.G. Kats</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>A Algemeen</al><al>De verordening toeristenbelasting is gebaseerd op de tekst van de Gemeentewet
                    zoals die luidt sinds 6 januari 2014.</al><al>B Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1 Belastbaar feit</al><al>Ingevolge artikel 224 van de Gemeentewet kan alleen toeristenbelasting worden
                    geheven als voldaan is aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="1."><al>•</al><al>a. er moet binnen de gemeente verblijf worden gehouden;</al></li><li nr="2."><al>•</al><al>b. door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in
                            de basisregistratie personen zijn ingeschreven.</al></li></lijst><al>Het begrip 'verblijf houden' is ruim. Het kan ieder soort verblijf betreffen,
                    zoals het verblijven in een ontspanningscentrum, in een museum, op het strand,
                    in een hotel en een pension of op een kampeerterrein.</al><al>Om praktische redenen is het belastbare feit beperkt tot het 'houden van
                    verblijf met overnachten'.</al><al>Ook zijn de woorden 'tegen betaling van een vergoeding' opgenomen om te
                    voorkomen dat ook het logeren bij bijvoorbeeld familie of bekenden belast is.
                    Het belasten van overnachtingen bij familie of kennissen zou tegen de geest van
                    de wet ingaan. De woorden 'in welke vorm dan ook' zijn opgenomen om ook die
                    gevallen in de belastingheffing te betrekken, waarin de vergoeding in natura
                    wordt voldaan of een woningruil met gesloten beurzen overeen is gekomen. Zo
                    kunnen bijvoorbeeld leden van een naturistenvereniging via de contributie voor
                    hun verblijf betalen (Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD3600,
                    Belastingblad 2002, blz. 889 (Hengelo -Gld-).</al><al>Door de woorden ‘tegen betaling van een vergoeding in welke vorm dan ook’ is er
                    geen toeristenbelasting verschuldigd als in het geheel geen vergoeding hoeft te
                    worden betaald. Zo mocht een gemeente geen toeristenbelasting heffen voor het
                    verblijf van kinderen onder de zes jaar, omdat dat verblijf van deze kinderen op
                    de camping gratis was en de camping ook geen gezinstarief kende.</al><al>In de verordening is ervan afgezien om uitsluitend de overnachtingen door
                    toeristen belastbaar te stellen. Het is immers praktisch ondoenlijk om de
                    toeristen te scheiden van hen die om andere redenen binnen de gemeente tegen
                    vergoeding overnachten. Het begrip 'verblijf houden' veronderstelt een verblijf
                    van enige duur.</al><al>De beperking dat de belasting alleen geheven kan worden indien verblijf wordt
                    gehouden door personen die volgens de basisregistratie personen niet met een
                    adres in de gemeente zijn ingeschreven, maakt de toepassing van de
                    toeristenbelasting in andere gevallen dan die waarin sprake is van het houden
                    van nachtverblijf niet eenvoudig. Het is namelijk praktisch nauwelijks
                    uitvoerbaar om van bijvoorbeeld de bezoekers van een ontspanningscentrum, te
                    verlangen dat zij aantonen dat zij in het persoonsregister van de gemeente staan
                    ingeschreven. Om die reden is er in deze verordening van afgezien om ook andere
                    verblijfsmogelijkheden in de belastingheffing te betrekken. Hoewel ook heffing
                    van een dagtoeristenbelasting mogelijk is, is in de verordening de heffing van
                    toeristenbelasting gekoppeld aan het houden van verblijf met overnachten.</al><al>De toeristenbelasting is aangemerkt als directe belasting. Deze aanwijzing is
                    noodzakelijk om toepassing van de artikelen 31 e.v. van de Algemene wet inzake
                    rijksbelastingen (hierna: AWR) betreffende de richtige heffing, mogelijk te
                    maken.</al><al>Artikel 2 Belastingplicht</al><al>Eerste lid</al><al>De belasting wordt geheven van ieder die gelegenheid tot overnachting biedt en
                    dit doet tegen de ontvangst van een vergoeding.</al><al>In het vervolg van de verordening wordt deze persoon steeds aangeduid als 'de
                    belastingplichtige'.</al><al>De belastingplichtige kan zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon
                    zijn. Onder de laatstgenoemde categorie valt ook de gemeente zelf voor de door
                    haar geëxploiteerde ondernemingen. Degene die tegen vergoeding gelegenheid tot
                    overnachten biedt, maar die zijn gasten elders onderbrengt omdat zijn eigen
                    bedrijf volgeboekt is en hiervoor een vergoeding ontvangt, wordt eveneens als
                    belastingplichtige aangemerkt. Uit de tekst blijkt dat iemand die verschillende
                    verblijfsaccommodaties beheert voor het totaal aantal overnachtingen
                    belastingplichtig is.</al><al>Onder 'hem ter beschikking staande ruimten of terreinen' vallen ook ruimten of
                    terreinen bij derden waarover hij op afroep beschikking kan krijgen. Ook deze
                    staan hem ter beschikking.</al><al>Wij zijn van mening dat zich bij het aanwijzen van de belastingplichtige geen
                    keuzesituatie kan voordoen, zodat het stellen van beleidsregels voor het
                    aanwijzen van een belastingplichtige niet nodig is.</al><al>Tweede lid</al><al>Ingevolge artikel 224, tweede lid, van de Gemeentewet mag de belastingplichtige
                    de belasting als zodanig doorberekenen aan zijn gasten en wel als een extra
                    bedrag dat boven de normale verblijfskosten in rekening wordt gebracht. </al><al>Derde lid</al><al>Het derde lid bepaalt dat degene die verblijf houdt zelf belastingplichtig is,
                    indien er geen belastingplichtige is aan te wijzen als bedoeld in artikel 3,
                    derde lid. Primair is echter degene die gelegenheid biedt tot verblijf
                    belastingplichtig.</al><al>Artikel 3 Vrijstellingen</al><al>Algemeen</al><al>Eerste lid</al><al>De in het eerste lid, onderdeel a, vermelde vrijstelling is nagenoeg gelijk aan
                    de vrijstelling in artikel 223 van de Gemeentewet bij de forensenbelasting. </al><al>Tweede lid</al><al>De vrijstelling in het tweede lid heeft tot doel verblijf van asielzoekers
                    onbelast te laten als zij niet als ingezetenen met een adres in de gemeente zijn
                    ingeschreven in de basisregistratie personen. Hoewel blijkens de uitspraak van
                    het Hof Leeuwarden van 26 november 1993, nr. 1135/92, Belastingblad 1994, blz.
                    205 (Sleen) heffing mogelijk is ter zake van het verblijf van asielzoekers,
                    achtte de toenmalige staatssecretaris van Binnenlandse Zaken een terughoudend
                    beleid van gemeenten gewenst.</al><al>Derde lid</al><al>De vrijstelling in het derde lid voorkomt cumulatie van forensenbelasting en
                    toeristenbelasting. Deze cumulatie doet zich in de specifieke situatie voor dat
                    een gemeubileerde woonruimte voor meer dan 90 dagen wordt gehuurd tegen een
                    vergoeding in welke vorm ook. Door deze vrijstelling wordt voor het verblijf van
                    de huurder wel forensenbelasting betaald, maar geen toeristenbelasting. </al><al>Artikel 4 Maatstaf van heffing</al><al>Door de aard van de toeristenbelasting als verblijfsbelasting, ligt het voor de
                    hand dat de te betalen toeristenbelasting zich richt naar de duur van het
                    verblijf en het aantal personen dat verblijf houdt (zie ook Hoge Raad 21 juli
                    1987, nr. 24.516, BNB 1987/272, Belastingblad 1987, blz. 629). Dit is in de
                    artikelen 4 en 5 van de verordening het geval.</al><al>De maatstaf van heffing gaat uit van de formule:</al><al>aantal overnachtende personen x het aantal nachten dat zij verblijf hielden =
                    het aantal overnachtingen.</al><al>Uitgangspunt daarbij is het werkelijke aantal personen en het werkelijke aantal
                    nachten. Alleen in situaties waarbij deze aantallen op basis van administraties
                    niet zijn vast te stellen geldt een forfait.</al><al>Artikel 5 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</al><al>Algemeen</al><al>Soms is het moeilijk en arbeidsintensief het aantal overnachtingen exact vast te
                    stellen. Gedacht kan worden aan caravans op vaste standplaatsen waarvan door een
                    wisselend aantal personen regelmatig gebruik wordt gemaakt. Ter vermijding van
                    dit soort moeilijkheden en om de administratie te ontlasten van degenen die
                    anders dan in een hotel, pension of soortgelijke inrichting - waarvan de aard
                    meebrengt dat een behoorlijke administratie wordt bijgehouden - gelegenheid tot
                    overnachten bieden, is in artikel 5 een forfaitaire regeling opgenomen.</al><al>Uit de jurisprudentie valt af te leiden dat de toeristenbelasting naar haar aard
                    een verblijfsbelasting is waaraan als eis moet worden gesteld dat zij het bedrag
                    van de belasting afhankelijk stelt van feiten en omstandigheden die verband
                    houden met de duur van het verblijf en het aantal personen dat verblijf houdt.
                    Ook is uitgesproken dat de gemeentelijke wetgever met betrekking tot deze feiten
                    en omstandigheden een forfaitaire regeling mag vaststellen.</al><al>Eerste lid</al><al>Het eerste lid geeft een beschrijving van de gebruikte begrippen.</al><al>Tweede lid</al><al>Het tweede lid regelt dat de forfaitaire regeling kan worden toegepast op
                    verzoek. Door deze bepaling wordt benadrukt dat de hoofdregel in artikel 4 in
                    beginsel altijd wordt toegepast. Alleen bij enkele beschreven verblijfsvormen is
                    toepassing van het forfait mogelijk. Het betreft verblijfsvormen waarbij het
                    aantal overnachtingen op basis van administraties die voor andere doeleinden
                    moeten worden aangehouden, niet aanwezig zijn.</al><al>Derde lid</al><al>De forfaitaire regeling in het derde lid ziet op verhuur door particulieren.
                    Daarbij wordt het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal
                    slaapplaatsen dat beschikbaar is. Dit aantal wordt vermenigvuldigd met een
                    forfaitair aantal overnachtingen. Het forfaitaire aantal overnachtingen moet
                    zodanig worden bepaald dat het aansluit bij een realistisch aantal werkelijke
                    overnachtingen.</al><al>Vierde lid</al><al>Het vierde lid regelt de forfaitaire berekening van het aantal overnachtingen
                    bij kampeermiddelen op vaste standplaatsen. Het zal hier meestal gaan om
                    stacaravans en chalets. Bij deze onderkomens bestaat doorgaans geen zicht op het
                    aantal personen dat in het kampeermiddel verblijft. Omdat het om staanplaatsen
                    gaat die langere tijd worden verhuurd zullen veel gebruikers zich niet melden
                    bij de beheerder.</al><al>Hier wordt het aantal overnachtende personen forfaitair voorgeschreven. Het
                    forfait moet realistisch zijn en aansluiten bij het gemiddelde aantal personen
                    dat daadwerkelijk in een kampeermiddel verblijft. Tellingen of ervaringscijfers
                    uit voorgaande jaren kunnen daarbij informatie geven voor het vaststellen van
                    het forfait. Ook het forfaitaire aantal overnachtingen moet zodanig worden
                    bepaald dat het aansluit bij een realistisch aantal werkelijke
                    overnachtingen.</al><al>Vijfde lid</al><al>De forfaitaire regeling voor kampeermiddelen op volgtijdige standplaatsen gaat
                    uit van een gemiddeld aantal personen per dag per standplaats. Dit aantal wordt
                    vervolgens vermenigvuldigd met het aantal dagen per jaar, waarbij geen rekening
                    wordt gehouden met schrikkeljaren. Het gemiddeld aantal personen per standplaats
                    wordt gebaseerd op 6 tellingen gelijkelijk verspreid over het jaar.</al><al>Artikel 6 Belastingtarief</al><al>De toeristenbelasting kan worden gezien als een algemene belasting waarvan de
                    opbrengst ten goede komt aan de algemene middelen, uit welke middelen mede
                    voorzieningen in het belang van het toerisme kunnen worden bekostigd. Voor de
                    hoogte van de tarieven gelden geen beperkingen.</al><al>Artikel 7 Belastingjaar</al><al>In de verordening is gekozen voor een belastingjaar dat gelijk is aan het
                    kalenderjaar.</al><al>Artikel 8 Wijze van heffing</al><al>In de verordening is gekozen voor de heffing bij wege van aanslag. </al><al>Artikel 9 Aanslaggrens</al><al>Ten einde de administratie zo eenvoudig mogelijk en de perceptiekosten zo laag
                    mogelijk te houden, is bepaald dat er geen aanslag wordt opgelegd als er sprake
                    is van minder dan tien overnachtingen. Degene die dus een hoogst enkele keer,
                    bijvoorbeeld als op zogenaamde piekdagen door de VVV een beroep op hem wordt
                    gedaan, gelegenheid tot overnachten verschaft, is geen belasting
                    verschuldigd.</al><al>Artikel 10 Termijnen van betaling</al><al>Artikel 9 van de Invorderingswet 1990 geeft en wettelijke regeling over de
                    betaaltermijnen. Op grond van artikel 250 van de Gemeentewet is hiervan in de
                    verordening afgeweken.</al><al>Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</al><al>Met betrekking tot de forensenbelasting heeft het college van burgemeester en
                    wethouders op basis van dit artikel op 30 september 2014 nadere regels
                    vastgesteld met betrekking tot een nachtverblijf- register, aangifte en
                    ambtshalve aanslag.</al><al>Artikel 12 Overgangsrecht</al><al>Als een verordening wordt gewijzigd of een vervangende verordening wordt
                    vastgesteld, verdient het aanbeveling eerbiedigende werking aan de oude
                    verordening te geven. Dit houdt in dat de verordening die wordt ingetrokken, van
                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór de datum van ingang van
                    de heffing van de nieuwe verordening hebben voorgedaan. Voor die belastbare
                    feiten blijft heffing dus mogelijk op basis van de oude verordening, ook al is
                    die verordening ingetrokken</al><al>Artikel 13 Inwerkingtreding</al><al>Het inwerkingtredingartikel in de gemeentelijke belastingverordeningen bestaat
                    uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel regelt de inwerkingtreding, het tweede
                    lid bepaalt de datum van ingang van de heffing. </al><al>Artikel 14 Citeertitel</al><al>Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>