<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388304_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-125053.html">gmb-2015-125053</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=224">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>20-10-2015, nummer 407</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening toeristenbelasting 2015 per 1 januari 2016.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2016</al><al>De raad van de gemeente Dalfsen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 oktober 2015,
                        nummer 407;</al><al>gelet op <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=224" struct="BWB">artikel 224 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de: <vet>'Verordening op de heffing en de invordering van
                            toeristenbelasting 2016'</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>kampeermiddel:</cursief></al><al>tent, tentwagen, kampeerauto, caravan / stacaravan dan wel
                                enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een
                                gedeelte daarvan; een en ander voor zover deze onderkomens of
                                voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan
                                wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></li><li nr="b."><al><cursief>vaartuig:</cursief></al><al>een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of
                                andere recreatieve doeleinden.</al></li><li nr="c."><al><cursief>kampeerterrein:</cursief></al><al>terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en
                                volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot
                                het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van
                                recreatief nachtverblijf.</al></li><li nr="d."><al><cursief>vaste standplaats:</cursief></al><al>een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een
                                kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de
                                plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een
                                jaar.</al></li><li nr="e."><al><cursief>vaste ligplaats:</cursief></al><al>een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling
                                van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het
                                regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig
                                gedurende een periode van ten minste een maand.</al></li><li nr="f."><al><cursief>vakantie-onderkomens:</cursief></al><al>woningen en andere verblijven, niet-zijnde kampeermiddelen, in
                                hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en
                                andere recreatieve doeleinden.</al></li><li nr="g."><al><cursief>niet-beroepsmatig verhuurde ruimten:</cursief></al><al>woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde
                                kampeermiddelen, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn al verblijf
                                voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, doch wel in
                                bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd
                                dan wel te huur aangeboden;</al></li><li nr="h."><al><cursief>GBLT:</cursief></al><al>het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus –
                                Tricijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met
                        een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn
                        ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 2.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan
                            te wijzen, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in
                            artikel 2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                                    <extref doc="1.0:v:BWBR0018906&amp;artikel=5" struct="BWB">artikel 5, eerste lid van de Wet Toelating
                                    Zorginstellingen</extref>.</al></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0011823&amp;artikel=29" struct="BWB">artikel 29, eerste, lid, van de Vreemdelingenwet 2000</extref>,
                                die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van <extref doc="1.0:v:BWBR0011823&amp;artikel=8" struct="BWB">artikel
                                    8, letters, c, d, f, g, h, van voornoemde wet</extref>, en voor
                                zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in
                                artikel 2 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van het
                                Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al></li><li nr="3."><al>van degene die verblijf houden aan boord van een vaartuig dat is
                                ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken,
                                van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artkel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><al>Het aantal overnachtingen, wordt met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens en
                                niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het werkelijke aantal
                                overnachtingen en het werkelijke aantal personen dat verblijf houdt
                                zoals blijkt uit de verhuuradministratie van de
                                belastingplichtige;</al></li><li nr="b."><al>Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste
                                standplaatsen en vaartuigen op vaste ligplaatsen wordt per
                                standplaats/ligplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal overnachtende personen gesteld op 2;</al></li><li nr="b."><al>het aantal nachten gesteld op 71.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit
                        aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 0,85.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorlopige aanslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een
                            voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de
                            aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorlopige aanslag kan met inachtneming van het in het eerste lid
                            bepaalde, door een of meer voorlopige aanslagen worden aangevuld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopige aanslagen worden met de aanslag verrekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag van
                            de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 5,00
                            bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één
                            aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van <extref doc="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=9" struct="BWB">artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                1990</extref>, moet de aanslag worden betaald in één termijn die
                            vervalt twee maanden na dagtekening van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft
                            afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso,
                            dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er
                            na de dagtekening van de aanslag nog in het desbetreffende kalenderjaar
                            volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande
                            dat het aantal maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. Voor
                            de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel
                            neergelegde hoofdregel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de in lid 2 van dit artikel geldt als restrictie dat het bedrag per
                            afschrijving op het totaalbedrag van het desbetreffende aanslagbiljet
                            niet minder dan € 5,00 bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur van GBLT</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven met betrekking tot de
                        heffing en de invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de
                        door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen
                        gemeenteambtenaren, bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=231" struct="BWB">artikel 231
                            tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet</extref>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De '<extref doc="1.1:CVDR341613_1" struct="CVDR">Verordening
                                toeristenbelasting 2015</extref>' van 6 november 2014, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening toeristenbelasting
                            2016'.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn openbare
                        vergadering van </al></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2015-12-14">14 december 2015.</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>De raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>drs. H.C.P. Noten</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. J. Leegwater</ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>