<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR388123_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiële bekendmakingen, jaargang 2015, no 170234</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening marktgelden 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/067</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING MARKTGELDEN 2016</vet></al><al>De raad van de gemeente Waalwijk heeft het voorstel over de
                        belastingverordeningen 2016 van het college van burgemeester en wethouders
                        van 22 september 2015</al><al>gelezen en stelt, gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a,
                        van de Gemeentewet de volgende verordening vast:</al><al/><al><vet><cursief>“Verordening op de heffing en invordering van marktgelden
                                2016”</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>standplaats: de op of voor de duur van een markt door het college
                                aangewezen</al><al> ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;</al></li><li nr="b."><al>vergunninghouder of standplaatshouder: ieder aan wie door het
                                college een vergunning is afgegeven om gedurende een markt een
                                standplaats in te nemen;</al></li><li nr="c."><al>dagplaats: een standplaats, die per marktdag ter beschikking wordt
                                gesteld aan de vergunninghouder;</al></li><li nr="d."><al>vaste plaats: een standplaats, die tot wederopzegging ter
                                beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder;</al></li><li nr="e."><al>maand: een kalendermaand;</al></li><li nr="f."><al>kwartaal: een kalenderkwartaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor het hebben van een
                        standplaats op voor de openbare dienst bestemde en door het college als
                        marktterrein aan te wijzen plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht wordt geheven van de vergunninghouder, dan wel van degene die voor
                        zichzelf of voor anderen de betreffende standplaats inneemt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht, als bedoeld in artikel 2, bedraagt voor iedere kraam,
                                voor iedere ingenomen grondplaats of welke verkoopgelegenheid ook,
                                met:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>een lengte van 4 meter of minder voor:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>een dagplaats: € 5,75 per dag;</al></li><li nr="2."><al>een vaste plaats: € 59,75,-- per kwartaal;</al><al/><lijst><li nr="b."><al>een lengte van meer dan 4 meter voor:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>een dagplaats: € 5,75 per dagvermeerderd met € 1,30 voor elke meter
                                of gedeelte daarvan boven de lengte van 4 meter;</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>een vaste plaats: € 59,75,-- per kwartaal, vermeerderd met € 14,95
                                voor elke meter lengte of gedeelte daarvan boven 4 meter.</al><al/></li><li nr="2."><al>De lengte van een kraam, ingenomen grondplaats of welke
                                verkoopgelegenheid ook, als bedoeld in het eerste lid, wordt gemeten
                                langs de zijde waaraan de verkoop van de goederen of waren
                                plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Aan iedere standplaatshouder op de weekmarkt in Waalwijk wordt
                                maandelijks € 5,25 reclamegeld per standplaats in rekening gebracht
                                vermeerderd met € 0,25 per meter. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke
                        kennisgeving, of andere schriftuur, waarop het gevorderde bedrag is
                        vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten als bedoeld:</al><lijst><li nr="a."><al> in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, punt 1 en onderdeel b,
                                    punt 1, zijn verschuldigd bij de aanvang van het gebruik van de
                                    standplaats;</al></li><li nr="b."><al> in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, punt 2 en onderdeel b,
                                    punt 2, zijn verschuldigd bij de aanvang van het kwartaal of, zo
                                    dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van een kwartaal wordt
                            voor dat kwartaal het recht, vermeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel
                            a, punt 2 of onderdeel b, punt 2, berekend over zoveel derde gedeelten
                            als er in dat kwartaal, na het tijdstip van de aanvang van de
                            belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven. Een gedeelte van een
                            maand wordt daarbij voor een volle maand gerekend;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht eindigt in de loop van een kwartaal bestaat
                            aanspraak op ontheffing van het in artikel 4, eerste lid, onderdeel a,
                            punt 2 of onderdeel b, punt 2, vermelde recht voor zoveel derde
                            gedeelten als er in dat kwartaal, na het tijdstip van beëindiging van de
                            belastingplicht, nog volle maanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>De rechten moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in
                        artikel 5:</al><lijst><li nr="a."><al> wordt uitgereikt, op het moment van uitreiken van die
                                kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al> wordt toegezonden, binnen dertig dagen na de dagtekening van de
                                kennisgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en
                        invordering van de marktgelden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De ‘Verordening Marktgelden 2015’ van 13 november 2014 wordt
                                ingetrokken met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat
                                zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die
                                datum hebben voorgedaan;</al></li><li nr="2"><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2016.</al></li><li nr="3"><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4"><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Marktgelden
                                2016”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 november 2015.</al><al/><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE WAALWIJK</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>G.H. Kocken drs. A.M.P. Kleijngeld</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>