<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387865_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-1288.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dambtelijke%2bbijstand%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20160106%26epd%3d20160106%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dCuijk%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad d.d. 6 januari 2016, nr. 1288</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-05-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Cuijk </vet></al><al/><al>gezien het voorstel van het presidium d.d. 7 april 2014;</al><al/><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>Vast te stellen de navolgende </al><al/><al><vet>VERORDENING Ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2014</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om: </al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn;</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                        moties of andere bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt
                                door de griffier of op verzoek van de griffier door een ambtenaar
                                van de werkorganisatie CGM gegeven. Van een dergelijk verzoek
                                ontvangt de secretaris een afschrift.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een ambtenaar van de werkorganisatie CGM twijfelt of het
                                verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De
                                secretaris beslist over het al dan niet verlenen van ambtelijke
                                bijstand, hij informeert de griffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend
                                door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de
                                gevraagde bijstand niet of niet volledig door de griffie kan worden
                                verleend kan de griffier de secretaris verzoeken één of meer
                                ambtenaren van de werkorganisatie CGM aan te wijzen die de gevraagde
                                bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar van de werkorganisatie CGM verleent op verzoek van de
                                secretaris ambtelijke bijstand aan een raadslid tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier. De
                                griffier informeert het raadslid dat het verzoek heeft
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het
                                college desgewenst een afschrift van het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien (leden van) het college informatie wensen over een verzoek om
                                ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies, wenden zij
                                zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De afwikkeling van ambtelijke bijstand verloopt via de griffie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Informatie die voortkomt uit ambtelijke bijstand wordt uitsluitend
                                verstrekt aan het verzoekende raadslid, tenzij het raadslid ermee
                                instemt dat ook de overige raadsleden worden geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk op het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar
                                verleende ambtelijke bijstand kan hiervan via de griffier mededeling
                                worden gedaan aan de secretaris;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de
                                kwestie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Recht op financiële vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties in de raad ontvangen per kalenderjaar een financiële
                                bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van
                                de fractie;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 300 voor elke fractie.
                                Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 100 per
                                raadszetel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt in het jaar waarin er
                                gemeenteraadsverkiezingen zijn de financiële bijdrage als volgt
                                berekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>3/12 van de in het tweede lid genoemde bedragen komt toe aan de
                                fracties van de oude raad</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>9/12 van de in het tweede lid genoemde bedragen komt toe aan de
                                fracties van de nieuwe raad</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt bij wijziging in de
                                samenstelling van een fractie en in het geval van toe- of afname van
                                het aantal fracties de bijdrage, met ingang van de eerste dag van de
                                maand volgend op de maand waarin de wijziging plaatsheeft, afgestemd
                                op de nieuwe situatie. De in het tweede lid genoemde bedragen worden
                                naar evenredigheid toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Besteding financiële vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige
                                regelingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden
                                instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van
                                prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de
                                fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>giften;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de
                                leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                toekomen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>algemene opleidingen voor raads- en commissieleden tenzij deze
                                inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de
                                deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de declarabele kosten behoren in ieder geval de kosten
                                voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onderzoeken, extern advies en het uitvoeren van enquêtes;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een website waar de fractie zich profileert;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>huisvesting fractie;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een fractiemedewerker;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de aanschaf van vakliteratuur voor de fractie;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>administratie- en representatie fractie;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>coaching van fractieleden;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>opleidingen/trainingen/congressen die gericht zijn op het
                                functioneren van de fractie als geheel;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>fractievergaderingen;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>kantoorartikelen ten behoeve van de fractie;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>contactmomenten tussen raadsleden en burgers (bijvoorbeeld: houden
                                van spreekuur, inhuren spreker(s), advertentiekosten, kabelkrant en
                                overige voorlichting).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Verantwoording en betaling bijdrage fractieondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Betaalbaarstelling van de in artikel 5 bedoelde bijdrage geschiedt
                                op declaratiebasis jaarlijks achteraf. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Fracties dienen hun declaraties in voor 1 februari van het jaar
                                volgend op het jaar waarin de kosten zijn gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het indienen van declaraties wordt gebruikgemaakt van een
                                daartoe vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De fractievergoeding wordt voor 1 maart van het jaar volgend op het
                                jaar waarop de vergoeding betrekking heeft betaalbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een fractie die na de gemeenteraadsverkiezingen niet terugkeert in
                                de nieuwe raad kan verzoeken om tussentijdse afrekening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Beoordeling en betaalbaarstelling van de ingediende declaraties
                                geschieden door de griffier. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In het geval van twijfel overlegt de griffier met het
                                presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Informatie presidium</titel></kop><al>Wanneer daartoe aanleiding is en op verzoek informeert de griffier het
                            presidium over de toepassing van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Algemene wet bestuursrecht</titel></kop><al>Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van
                            afdeling 4.2.8, is van toepassing op de financiële middelen die een
                            fractie ontvangt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het presidium
                            op voorstel van de griffier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De verordening op de ambtelijke bijstand (vastgesteld op 10 maart 2003)
                            en de verordening op de fractieondersteuning (vastgesteld op 29 januari
                            2007) worden ingetrokken per 1 januari 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning 2014.</al><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Cuijk in zijn openbare
                        vergadering van 12 mei 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>R.M. van der Weegen mr. W.A.G. Hillenaar</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
                        (artikel 33 Gemeentewet)</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is in 2002 door de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur
                    ingrijpend gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en individuele
                    raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke groeperingen
                    bestaat daarnaast een recht op fractieondersteuning. De uitwerking van deze
                    rechten moet bij verordening worden geregeld.</al><al/><al>In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij of zij is het
                    eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult
                    ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.</al><al/><al>De burgemeester vervult ook een rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft.</al><al/><al>Gezien de duale verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op het punt van de
                    ambtelijke bijstand heldere scheidslijnen worden getrokken tussen werkzaamheden
                    voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking in het feit dat een
                    raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim moeten worden gehouden. De ambtenaar mag niet onder
                    druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad verricht. Daarom zal
                    een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek om ambtelijke
                    bijstand, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en niet tot de
                    behandelend ambtenaar.</al><al/><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is behoefte aan duidelijke regels. De ambtenaren werken doorgaans namelijk voor
                    het college. Artikel 103 Gemeentewet laat dit scherp zien. Vóór de invoering van
                    de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de secretaris (en
                    daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het
                    college terzijde stond. In de duale verhoudingen staat de secretaris het college
                    terzijde en wordt de raad bijgestaan door de griffier.</al><al/><al>Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen
                    behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie
                    beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken
                    van amendementen, moties en regelingen zal een beroep op deze organisatie dan
                    ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de
                    reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend
                    en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd.
                    Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al/><al>De formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid van bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Op niet-openbare
                    documenten is het bepaalde in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het Reglement van orde voor
                    de vergaderingen van de raad, het Reglement van orde voor de vergaderingen van
                    het college en de Verordening op de raadscommissies.</al><al>Er is voor gekozen de griffier te benoemen als centrale functionaris. Het
                    bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad
                    en het college, die bij de dualisering hun beslag hebben gekregen, leiden ertoe
                    dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijkerwijs tot een verdergaande
                    formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. Alhoewel de
                    secretaris niet aan het hoofd van de ambtelijke (CGM) organisatie staat, is er
                    toch voor gekozen om hem een sleutelrol te geven bij het verlenen van ambtelijke
                    bijstand. Dit maakt het mogelijk om binnen de driehoek van burgemeester,
                    griffier en secretaris invulling te geven aan ambtelijke bijstand. </al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder het gezag van het college vallen en dus niet onder de noemer
                    “griffiemedewerkers”. Dit neemt niet weg dat medewerkers van de griffie ook
                    ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al/><tussenkop>Artikel 2.</tussenkop><al>Gezien de afstand tussen raad en college is het logisch dat desgewenst melding
                    wordt gemaakt van het verlenen van ambtelijke bijstand. Het college en de
                    secretaris kunnen afspreken in welke gevallen hiervan melding wordt
                    gemaakt.</al><al>Het vijfde lid voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen raad
                    en college terecht komt. Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt,
                    moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die
                    werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te verzekeren dat een
                    ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te
                    verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het vijfde lid bepaald dat
                    wethouders of de burgemeester zich voor informatie tot het raadslid zelf wenden
                    en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg
                    voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt de organisatie dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al>Het zesde lid regelt dat de afdoening van ambtelijke bijstand altijd via de
                    griffier verloopt. Dit om zicht te houden op kwantiteit en kwaliteit. </al><al>Het zevende lid bepaalt dat de informatie die voortvloeit uit het verzoek om
                    ambtelijke bijstand uitsluitend wordt verstrekt aan de verzoeker. Een raadslid
                    heeft immers het recht om ambtelijk te worden ondersteund. Er kan echter sprake
                    zijn van informatie die ook van belang is voor de overige raadsleden.
                    Uitsluitend na toestemming van de verzoeker wordt de informatie door de griffie
                    ook kenbaar gemaakt aan de andere leden van de raad.</al><al/><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris. Artikel 3 regelt
                    dat de uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand
                    is voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover
                    overleg voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het
                    betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><al/><tussenkop>Artikel 4.</tussenkop><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor. Wel dient het
                    betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met de
                    secretaris.</al><al/><tussenkop>Artikel 5.</tussenkop><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële bijdrage. De hoogte van
                    het budget voor fractieondersteuning is in de begroting opgenomen. De
                    fractieondersteuning bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel
                    garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten
                    ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair
                    gebied, is het logisch dat zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding
                    krijgen.</al><al>Het derde lid regelt dat de vergoeding in een verkiezingsjaar anders wordt
                    berekend. Dit gelet op de mogelijk gewijzigde samenstelling van (het aantal)
                    fracties.</al><al>De fracties kunnen ook tussentijds wijzigen. Het vierde lid regelt dan de wijze
                    van afwikkeling.</al><al/><tussenkop>Artikel 6.</tussenkop><al>Voor wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning wordt de
                    fractie grotendeels de vrijheid gelaten. Minimumvoorwaarde is wel dat de
                    bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen
                    genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder
                    andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en
                    dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                    rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
                    artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Algemene opleidingen voor raads- en commissieleden die
                    meestal worden georganiseerd door de griffie(r) dienen bekostigd te worden uit
                    de gemeentelijke bedrijfsvoering en dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Deze cursussen worden veelal verzorgd door politiek
                    neutrale instituten. Politiek georiënteerde cursussen zijn een aangelegenheid
                    van de fracties en kunnen daarom bekostigd worden uit de fractieondersteuning en
                    eigen bijdragen van fractieleden.</al><al>In het derde lid zijn de declarabele kostensoorten opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7.</tussenkop><al>Betaling heeft achteraf plaats. Er zijn termijnen opgenomen met betrekking tot
                    het indienen van declaraties en betaalbaarstelling. Wanneer een fractie niet
                    terugkeert in de nieuwe raad na de verkiezingen, kan de vergoeding tussentijds
                    worden afgerekend.</al><al>tie. Er kan een nieuwe fractie ontstaan, een fractie kan ophouden te bestaan of
                    het aantal leden van een bestaande fractie kan wijzigen. De bijdrage wordt
                    afgestemd op de nieuwe situatie.</al><al/><tussenkop>Artikel 8.</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat de griffier het presidium op eigen initiatief of op
                    verzoek informeert over de toepassing van de verordening. Wanneer daartoe
                    aanleiding is kan het presidium voorstellen de verordening aan te passen. </al><tussenkop>Artikel 9.</tussenkop><al>Indien fractieondersteuning de vorm heeft van financiële middelen is er sprake
                    van een subsidie als bedoeld in titel 4.2 Awb. </al><al/><tussenkop>Artikel 10.</tussenkop><al>Een hardheidsclausule maakt het mogelijk om in voorkomende gevallen te kunnen
                    voorzien in situaties die niet geregeld zijn in de verordening. Toepassing van
                    de hardheidsclausule kan aanleiding geven voor het aanpassen van de
                    verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 12.</tussenkop><al>Ingangsdatum per 1 januari 2014 maakt het mogelijk om bij de declaraties over
                    2014 uit te gaan van één verordening. Omdat de bedragen ongewijzigd zijn heeft
                    inwerkingtreding met terugwerkende kracht geen nadelige gevolgen voor de
                    fracties.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>