<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387840_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Overig besluit van algemene strekking van de gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant houdende subsidies voor biodiversiteit Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen/download.aspx?qvi=58593">Provinciaal blad 2016, 82</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 2 Algemene subsidieverordening Noord-Brabant</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-06-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-06-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-12-18</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-02-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 2.4, 2.5, 2.8</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>S0313391</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>flora en fauna, subsidies, financieel kader</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-42024</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Overig besluit van algemene strekking van de gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant houdende subsidies voor biodiversiteit Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</al>
          <al>Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;</al>
          <al>Overwegende dat Provinciale Staten op 21 september 2012 in de nota “Brabant
                        uitnodigend groen” hebben bepaald dat de uitvoering van het soortenbeleid
                        binnen de provincie Noord-Brabant uitgaat van een leefgebiedenbenadering met
                        als doel behoud en herstel van biodiversiteit;</al>
          <al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 24 september 2013 het
                        Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit en Leefgebieden hebben vastgesteld,
                        waarin ook alle leefgebiedsplannen en maatregelkaarten zijn opgenomen.</al>
          <al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 5 november 2013 de Subsidieregeling
                        biodiversiteit en leefgebieden Noord-Brabant hebben vastgesteld;</al>
          <al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten die regeling op enkele onderdelen
                        inhoudelijk wensen te wijzigen en daarbij tevens van de mogelijkheid gebruik
                        willen maken om de regeling flexibeler in te richten;</al>
          <al>Overwegende dat die ombouw tot een groot aantal technische wijzigingen leidt
                        en Gedeputeerde Staten het derhalve wenselijk achten een geheel nieuwe
                        regeling vast te stellen; Besluiten vast te stellen de volgende
                        regeling:</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <paragraaf>
          <kop>
            <titel>§ 1 Biodiversiteit en leefgebieden bedreigde soorten</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> maatregelkaart: Maatregelkaarten biodiversiteit en leefgebieden
                                    2015;</al></li>
              <li nr="b."><al> prioritaire plant- of diersoorten: plant- of diersoorten als
                                    opgenomen op bijlage 1 behorende bij deze regeling.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.2 Doelgroep</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Subsidie kan worden aangevraagd door: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> rechtspersonen;</al></li>
                <li nr="b."><al> een samenwerkingsverband van rechtspersonen;</al></li>
                <li nr="c."><al> een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke
                                        personen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder b
                                en c, geen rechtspersoonlijkheid bezit: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het
                                        samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;</al></li>
                <li nr="b."><al> draagt het project de instemming van alle deelnemers van
                                        het samenwerkingsverband.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.3 Subsidievorm</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf
                                projectsubsidies.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm
                                van een geldbedrag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten</titel>
            </kop>
            <al>Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud of
                            herstel van leefgebieden van prioritaire plant- of diersoorten, in de
                            vorm van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> projecten gericht op communicatie en draagvlakvergroting;</al></li>
              <li nr="b."><al> projecten gericht op: </al><lijst>
                  <li nr="1°."><al> onderzoek naar de uitvoering;</al></li>
                  <li nr="2°."><al> onderzoek naar innovatie van de uitvoering.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="c."><al> uitvoeringsprojecten in: </al><lijst>
                  <li nr="1°."><al> agrarische gebieden;</al></li>
                  <li nr="2°."><al> stedelijke gebieden;</al></li>
                  <li nr="3°."><al> natuurgebieden.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.5 Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>Subsidie wordt geweigerd indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> het project geheel of gedeeltelijk is gericht op: </al><lijst>
                  <li nr="1°."><al> het edelhert;</al></li>
                  <li nr="2°."><al> de bever;</al></li>
                  <li nr="3°."><al> de otter;</al></li>
                  <li nr="4°."><al> de wisent;</al></li>
                  <li nr="5°."><al> de lynx.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al> het aangevraagde subsidiebedrag: </al><lijst>
                  <li nr="1°."><al> lager is dan € 25.000, met uitzondering van
                                            communicatieprojecten als bedoeld in artikel 1.4, onder
                                            a;</al></li>
                  <li nr="2°."><al> hoger is dan € 750.000.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="c."><al> het project reeds is gestart op het moment van indiening van de
                                    subsidieaanvraag;</al></li>
              <li nr="d."><al> subsidieaanvrager reeds eerder subsidie heeft ontvangen
                                    ingevolge de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en
                                    landschap Noord-Brabant of de Subsidieregeling verbindingen en
                                    landschap Noord-Brabant.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.6 Subsidievereisten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen,
                                wordt voldaan aan de volgende vereisten: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de
                                        provincie Noord-Brabant;</al></li>
                <li nr="b."><al> het project is gericht op het behoud of herstel van
                                        leefgebieden van prioritaire plant- of diersoorten;</al></li>
                <li nr="c."><al> het project is gericht op: </al><lijst>
                    <li nr="1°."><al> vergroting van de kennis over het leefgebied van de
                                                desbetreffende plant- of diersoort, of;</al></li>
                    <li nr="2°."><al> verbetering van het leefgebied van de
                                                desbetreffende plant- of diersoort;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="d."><al> aan het project liggen ten grondslag: </al><lijst>
                    <li nr="1°."><al> een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen
                                                op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in
                                                deze regeling;</al></li>
                    <li nr="2°."><al> ondersteunend kaartmateriaal;</al></li>
                    <li nr="3°."><al> een sluitende begroting.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in
                                artikel 1.4, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan de
                                volgende vereisten: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> het projectplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d,
                                        onder 1, bevat een uitwerking van de maatregelen, genoemd in
                                        de desbetreffende maatregelkaart;</al></li>
                <li nr="b."><al> aan het project ligt een monitoringsplan ten grondslag,
                                        waarin de wijze van monitoring gedurende vijf jaar na de
                                        vaststelling van deze subsidie is beschreven.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.7 Subsidiabele kosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de
                                subsidie, komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de
                                berekeningssystematiek, genoemd in artikel 10, onder c, en artikel
                                13 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen
                                Noord-Brabant toe.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al> In afwijking van artikel 13, eerste lid, van de Regeling uniforme
                                kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant, bedraagt het
                                tarief voor personeelsuren en arbeidsuren: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> € 50 voor werkzaamheden op MBO-niveau;</al></li>
                <li nr="b."><al> € 80 voor werkzaamheden op HBO-niveau;</al></li>
                <li nr="c."><al> € 100 voor werkzaamheden op WO-niveau.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.8 Niet subsidiabele kosten</titel>
            </kop>
            <al>In afwijking van artikel 1.7 komen de kosten voor reguliere beheer- en
                            onderhoudswerkzaamheden in ieder geval niet voor subsidie in
                            aanmerking.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.9 Vereisten subsidieaanvraag</titel>
            </kop>
            <al>Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 1 januari
                            2016 tot en met 17 februari 2016.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.10 Subsidieplafond</titel>
            </kop>
            <al>Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als
                            bedoeld in artikel 1.4, voor de tenderperiode, genoemd in artikel 1.9,
                            vast op 2.800.000.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.11 Subsidiehoogte</titel>
            </kop>
            <al>De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot
                            een maximum van € 750.000 per project.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.12 Verdeelcriteria</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige
                                subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in
                                artikel 1.10, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het
                                bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de
                                subsidie, een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis
                                van de volgende afwegingscriteria: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, onder a: </al><lijst>
                    <li nr="1°."><al> de mate waarin het project de doelgroep bereikt, te
                                                waarderen met maximaal 75 punten;</al></li>
                    <li nr="2°."><al> de mate waarin derden financieel bijdragen aan het
                                                project, te waarderen met maximaal 25 punten.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al> voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, onder b: </al><lijst>
                    <li nr="1°."><al> de kwaliteit van het onderzoeksproject, te
                                                waarderen met maximaal 50 punten;</al></li>
                    <li nr="2°."><al> de kwantitatieve reikwijdte in
                                                leefgebiedenbenadering, te waarderen met maximaal 25
                                                punten;</al></li>
                    <li nr="3°."><al> de mate waarin derden financieel bijdragen aan het
                                                project, te waarderen met 25 punten.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="c."><al> voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, onder c: </al><lijst>
                    <li nr="1°."><al> de mate waarin het project bijdraagt aan de
                                                verbetering van de leefgebieden van bedreigde
                                                soorten, te waarderen met maximaal 50 punten;</al></li>
                    <li nr="2°."><al> de kwaliteit van het eventuele vervolgproject, te
                                                waarderen met maximaal 20 punten;</al></li>
                    <li nr="3°."><al> de mate waarin derden financieel bijdragen aan het
                                                project, te waarderen met maximaal 25 punten;</al></li>
                    <li nr="4°."><al> de mate waarin het project leidt tot
                                                draagvlakvergroting, te waarderen met maximaal 5
                                                punten.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op
                                een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die
                                aanvragen bepaald door: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het
                                        eerste lid, onderdeel a, onder 1, voor projecten als bedoeld
                                        in artikel 1.4, onder a;</al></li>
                <li nr="b."><al> de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het
                                        eerste lid, onderdeel b, onder 1, voor projecten als bedoeld
                                        in artikel 1.4, onder b;</al></li>
                <li nr="c."><al> de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het
                                        eerste lid, onderdeel c, onder 1, voor projecten als bedoeld
                                        in artikel 1.4, onder c.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al> Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen
                                wederom op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van
                                die aanvragen bepaald door loting.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
            </kop>
            <al>De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende
                            verplichtingen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> het project is uiterlijk drie jaar na verlening gerealiseerd,
                                    met een maximale verlengingsmogelijkheid van een jaar;</al></li>
              <li nr="b."><al> bij subsidies van € 25.000 en hoger overlegt de
                                    subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag,
                                    indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de
                                    subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;</al></li>
              <li nr="c."><al> bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger
                                    een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven
                                    en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b,
                                    van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd
                                    aan Gedeputeerde Staten;</al></li>
              <li nr="d."><al> de subsidieontvanger stelt de resultaten van het project ter
                                    beschikking van de provincie met uitzondering van
                                    onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 1.4, onder b.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.14 Prestatieverantwoording</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger
                                    desgevraagd door het overleggen van een activiteitenverslag aan
                                    dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                                    verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen
                                    is voldaan.</al></li>
              <li nr="b."><al> Bij subsidies van € 25.000 en hoger toont de subsidieontvanger
                                    bij de aanvraag tot vaststelling door het overleggen van een
                                    activiteitenverslag aan dat de activiteiten, waarvoor de
                                    subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de
                                    subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Bij subsidies tot € 25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten een
                                voorschot van 100 procent van het verleende subsidiebedrag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Bij subsidies van € 25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten
                                een voorschot van 80 procent van het verleende subsidiebedrag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in een keer.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <titel>§ 2 Biodiversiteit en Natura 2000/PAS</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.1 Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> beheerplan: plan als bedoeld in artikel 19a van de
                                    Natuurbeschermingswet 1998;</al></li>
              <li nr="b."><al> Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1, sub n, van
                                    de Natuurbeschermingswet 1998;</al></li>
              <li nr="c."><al> PAS: Regeling programmatische aanpak stikstof.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.2 Doelgroep</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Subsidie kan worden aangevraagd door: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> rechtspersonen, met uitzondering van waterschappen;</al></li>
                <li nr="b."><al> natuurlijke personen;</al></li>
                <li nr="c."><al> een samenwerkingsverband van de personen, genoemd onder a,
                                        b of beide.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder
                                c, geen rechtspersoonlijkheid bezit: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het
                                        samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;</al></li>
                <li nr="b."><al> draagt het project de instemming van alle deelnemers van
                                        het samenwerkingsverband.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.3 Subsidievorm</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf
                                projectsubsidies.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm
                                van een geldbedrag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten</titel>
            </kop>
            <al>Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud of
                            herstel van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> habitattypen;</al></li>
              <li nr="b."><al> plantsoorten;</al></li>
              <li nr="c."><al> diersoorten.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.5 Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>Subsidie wordt geweigerd indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> het project geheel of gedeeltelijk is gericht op: </al><lijst>
                  <li nr="1°."><al> het edelhert;</al></li>
                  <li nr="2°."><al> de bever;</al></li>
                  <li nr="3°."><al> de otter;</al></li>
                  <li nr="4°."><al> de wisent;</al></li>
                  <li nr="5°."><al> de lynx.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al> het aangevraagde subsidiebedrag: </al><lijst>
                  <li nr="1°."><al> lager is dan € 25.000;</al></li>
                  <li nr="2°."><al> hoger is dan € 1.000.000;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="c."><al> Subsidieaanvrager reeds eerder subsidie heeft ontvangen
                                    ingevolge de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en
                                    landschap Noord-Brabant of de Subsidieregeling verbindingen en
                                    landschap Noord-Brabant.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.6 Subsidievereisten</titel>
            </kop>
            <al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen,
                            wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie
                                    Noord-Brabant;</al></li>
              <li nr="b."><al> het project ziet op habitattypen, plant- of diersoorten
                                    waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd, die
                                    opgenomen zijn in: </al><lijst>
                  <li nr="1°."><al> een aanwijzingsbesluit Natura2000-gebied, vastgesteld
                                            door de minister van Economische Zaken;</al></li>
                  <li nr="2°."><al> een ontwerp beheerplan Natura2000-gebied;</al></li>
                  <li nr="3°."><al> een beheerplan Natura2000-gebied, of;</al></li>
                  <li nr="4°."><al> de PAS;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="c."><al> het project voorziet in de monitoring van de resultaten van het
                                    project voor de plant- of diersoorten;</al></li>
              <li nr="d."><al> aan het project liggen ten grondslag: </al><lijst>
                  <li nr="1°."><al> een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op
                                            welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze
                                            regeling;</al></li>
                  <li nr="2°."><al> ondersteunend kaartmateriaal;</al></li>
                  <li nr="3°."><al> een sluitende begroting.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.7 Subsidiabele kosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de
                                subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de
                                berekeningssystematiek, genoemd in artikel 10, onder c en artikel 13
                                van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen
                                Noord-Brabant toe.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al> In afwijking van artikel 13, eerste lid, van de Regeling uniforme
                                kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant bedraagt het
                                uurtarief voor personeelsuren en arbeidsuren: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> € 50 voor werkzaamheden op MBO-niveau;</al></li>
                <li nr="b."><al> € 80 voor werkzaamheden op HBO-niveau;</al></li>
                <li nr="c."><al> € 100 voor werkzaamheden op WO-niveau.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten</titel>
            </kop>
            <al>In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval
                            niet voor subsidie in aanmerking:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> kosten voor grondverwerving;</al></li>
              <li nr="b."><al> kosten voor reguliere beheer- en onderhoudswerkzaamheden.</al></li>
              <li nr="c."><al> kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag</titel>
            </kop>
            <al>Subsidieaanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4, worden
                            ingediend in de tenderperiode van 1 januari 2016 tot en met 17 februari
                            2016.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.10 Subsidieplafond</titel>
            </kop>
            <al>Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als
                            bedoeld in artikel 2.4, voor de tenderperiode, genoemd in artikel 2.9,
                            vast op € 5.500.000.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.11 Subsidiehoogte</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 100% van de
                                subsidiabele kosten tot een maximum van € 1.000.000 per
                                project.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie
                                minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.12 Verdeelcriteria</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige
                                subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in
                                artikel 10, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het
                                bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de
                                subsidie, een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis
                                van de volgende afwegingscriteria: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> de mate waarin het project bijdraagt aan het versterken van
                                        het leefgebied van prioritaire planten- of diersoorten, te
                                        waarderen met maximaal 75 punten;</al></li>
                <li nr="b."><al> de mate waarin het project gebruik maakt van bijdragen van
                                        derden, te waarderen met maximaal 25 punten.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op
                                een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die
                                aanvragen bepaald door de hoogste score op basis van het
                                afwegingscriterium in het eerste lid, onder a.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al> Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op
                                een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die
                                aanvragen bepaald door loting.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
            </kop>
            <al>De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende
                            verplichtingen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> het project is uiterlijk drie jaar na verlening gerealiseerd,
                                    met een maximale verlengingsmogelijkheid van een jaar;</al></li>
              <li nr="b."><al> de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds
                                    voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de
                                    activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan
                                    twaalf maanden bedraagt;</al></li>
              <li nr="c."><al> bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger
                                    een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven
                                    en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b,
                                    van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd
                                    aan Gedeputeerde Staten;</al></li>
              <li nr="d."><al> de subsidieontvanger stelt de resultaten van het project ter
                                    beschikking van de provincie.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.14 Prestatieverantwoording</titel>
            </kop>
            <al>De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling door
                            het overleggen van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten,
                            waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de
                            subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80 procent van
                                het verleende subsidiebedrag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in een keer.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <titel>§ 3 Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 3.1 Intrekking</titel>
            </kop>
            <al>De Subsidieregeling biodiversiteit en leefgebieden Noord-Brabant wordt
                            ingetrokken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 3.2 Evaluatie</titel>
            </kop>
            <al>Gedeputeerde Staten zenden in 2020 en vervolgens telkens na vier jaar
                            aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze
                            regeling.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 3.3 Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                            uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 3.4 Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling biodiversiteit
                            Noord-Brabant.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>’s-Hertogenbosch, 15 december 2015</ondertekening>
        <ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</ondertekening>
        <ondertekening>de secretaris mw. ir. A.M. Burger</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage 1 </titel>
        </kop>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i265989.pdf">Bijlage I behorende bij de Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant</extref>
        </al>
        <al/>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <al>Toelichting behorende bij de Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant.</al>
        <al>Algemeen</al>
        <al>Aanleiding De provincie heeft in de nota “Brabant Uitnodigend Groen” de ambities
                    voor de Noord-Brabantse biodiversiteit benoemd. De aanpak is gebaseerd op de
                    leefgebiedenbenadering. Het betreft een integrale en gebiedsgerichte aanpak
                    gebaseerd op systeemherstel. Voor de analyse en aansturing van de uitvoering
                    zijn leefgebiedsplannen en maatregelkaarten gemaakt.</al>
        <al>Juridisch kader Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene
                    subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten
                    van de verstrekking van subsidies niet in deze subsidieregeling zijn vastgelegd,
                    maar in de Asv. In de Asv staat onder meer waar de aanvraag moet worden
                    ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene
                    verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht. Ook de
                    Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van
                    toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.</al>
        <al>Artikelsgewijs</al>
        <al>Artikel 1.6 Subsidievereisten Onderdeel c, onder 2 verbetering leefgebied Als
                    subsidievereiste is hier bepaald dat het project een aantoonbare verbetering
                    oplevert voor de plant- of diersoorten waarvoor het project wordt uitgevoerd.
                    Hiermee wordt bedoeld dat in het leefgebied van de betreffende soorten
                    maatregelen worden uitgevoerd, waarvan op basis van kennis en inschatting van
                    experts bekend is dat dat positieve effecten heeft voor die soorten. In het
                    desbetreffende leefgebiedsplan is een analyse te vinden over de leefgebieden van
                    de prioritaire soorten en het scala aan maatregelen dat verbeteringen voor het
                    soortenspectrum zal opleveren. Op de maatregelkaarten zijn de maatregelen te
                    vinden die gesubsidieerd kunnen worden. Onderdeel d, onder 2 Ondersteunend
                    kaartmateriaal Als subsidievereiste is hier bepaald dat tevens ondersteunend
                    kaartmateriaal moet worden meegezonden. Hiermee wordt bedoeld dat aangegeven
                    wordt op welk gebied het project gericht is en welke maatregelen op welke plek
                    in het gebied uitgevoerd gaan worden.</al>
        <al>Artikel 1.7 Subsidiabele kosten Doordat op grond van artikel 1.4 uiteenlopende
                    projecten voor subsidie in aanmerking kunnen komen, kunnen de subsidies op grond
                    van deze regeling in het eerste, tweede of derde arrangement vallen (zie de
                    artikelen 20, 21 en 22 van de Asv). Indien sprake is van subsidies tot € 125.000
                    gaat het in dit artikel om de begrote kosten en in geval van subsidies vanaf €
                    125.000 om de daadwerkelijke kosten. Zie voor verdere regels hierover de
                    Asv.</al>
        <al>Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,</al>
        <al>de voorzitter de secretaris prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger
                </al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>