<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387565_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele inkomenstoeslag Ouder-Amstel 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele inkomenstoeslag Ouder-Amstel 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele inkomenstoeslag Ouder-Amstel 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>RAADSBESLUIT</vet></al><al>Verordening individuele inkomenstoeslag Ouder-Amstel 2015</al><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van …….,</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid van
                        de Participatiewet;</al><al>besluit vast te stellen de Verordening individuele inkomenstoeslag
                        Ouder-Amstel 2015.</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder :</al><lijst><li nr="-"><al>inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de
                                    Participatiewet, en de algemene bijstand;</al></li><li nr="-"><al>peildatum: datum waartegen een persoon individuele
                                    inkomenstoeslag aanvraagt;</al></li><li nr="-"><al>referteperiode: periode van drie jaar voorafgaand aan de
                                    peildatum</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de
                            Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college
                            vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36,
                            eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het
                            in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de
                            toepasselijke bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 400 voor een alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>€ 500 voor een alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>€ 600 voor gehuwden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele
                                inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de
                                Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor
                                een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                                alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de
                                peildatum bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De verordening langdurigheidstoeslag wordt per 1 januari 2015
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening individuele
                                    inkomenstoeslag Ouder-Amstel 2015.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van…….</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier
                            behandeld.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                            bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                            gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van
                            toepassing op deze verordening.</al><al><cursief>Inkomen</cursief></al><al>Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de
                            Participatiewet. In afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de
                            beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag ook in
                            aanmerking genomen als inkomen. Bijzondere bijstand kan niet als inkomen
                            in aanmerking worden genomen. Aangezien individuele inkomenstoeslag een
                            vorm van bijzondere bijstand is, is het niet nodig expliciet te bepalen
                            dat een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing
                            moet worden gelaten bij de vaststelling van het inkomen. Het wordt niet
                            wenselijk geacht een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag in
                            aanmerking te nemen als inkomen, omdat dit het ongewenste effect kan
                            hebben dat een persoon geen recht op een individuele inkomenstoeslag
                            heeft omdat hij een te hoog inkomen heeft gehad in de referteperiode
                            vanwege een eerder verstrekte toeslag. Wat voor een eerder verstrekte
                            individuele inkomenstoeslag geldt, dat geldt ook voor een eerder
                            verstrekte langdurigheidstoeslag op grond van de Wwb zoals die luidde
                            vóór 1 januari 2015.</al><al><cursief>Peildatum</cursief></al><al>De peildatum is de datum waartegen een persoon individuele
                            inkomenstoeslag aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om
                            de datum waarop een persoon langdurig een laag inkomen heeft, geen in
                            aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet en, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen
                            uitzicht op inkomensverbetering heeft. De peildatum komt meestal overeen
                            met de meldingsdatum. De peildatum kan in beginsel niet liggen vóór de
                            dag waarop een persoon zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag
                            aan te vragen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit volgt
                            uit artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet en de jurisprudentie
                            rondom artikel 44 van de Participatiewet.</al><al><cursief>Referteperiode</cursief></al><al>Verder is bepaald wat onder de referteperiode moet worden verstaan: een
                            periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>De Wet maatregelen Wwb heeft artikel 36, eerste lid, van de
                            Participatiewet dusdanig gewijzigd dat een persoon een verzoek tot
                            verlening van individuele inkomenstoeslag kan indienen. Voorheen was de
                            langdurigheidstoeslag alleen op aanvraag verkrijgbaar. Onder aanvraag
                            wordt verstaan: een verzoek van een persoon , een besluit te nemen
                            (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                            schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb).</al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet
                            worden ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek
                            moet worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier.
                            Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling
                            4.1.1. van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel
                            4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de
                            naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een
                            aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste
                            lid van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden
                            die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                            redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van
                            de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt
                            als een verzoek om individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel
                            36 van de Participatiewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat
                            onder “langdurig” en onder “laag” wordt verstaan.</al><al><cursief>Langdurig</cursief></al><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaand aan
                            de peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is
                            vastgesteld in artikel 1 van deze verordening.</al><al><cursief>Laag inkomen</cursief></al><al>Een inkomen is laag als het niet hoger is dan 120% van de toepasselijke
                            bijstandsnorm.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel></kop><al>Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid
                            gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en
                            gehuwden.</al><al><cursief>Gehuwden</cursief></al><al>Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op
                            individuele inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden
                            personen op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide
                            gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de
                            Participatiewet. Voldoen één van hen niet aan deze voorwaarden, dan
                            bestaat voor beiden geen recht op individuele inkomenstoeslag.</al><al>Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele
                            inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden
                            van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de
                            rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele
                            inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner die op een van de in
                            artikel 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet genoemde gronden
                            geen recht heeft op bijstand. Als slechts één partner recht heeft op
                            individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in
                            aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor
                            hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dit is geregeld
                            in het tweede lid.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>