<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387372_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Oldambt 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldambt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldambt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeente-oldambt.nl/elektronisch-gemeenteblad">website gemeente Oldambt</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Oldambt 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TITELIV/HOOFDSTUKXV/3/ARTIKEL228A/geldigheidsdatum_22-12-2015">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Oldambt 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oldambt;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 november 2016;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>vast te stellen de </al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING,</vet></al><al>luidende als volgt:</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>perceel: een      roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke      riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling,      verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of      grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode:      de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water:      huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of      oppervlaktewater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en      het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede      de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling      van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater,      alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen      van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel      mogelijk te voorkomen of te beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting      wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die       bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom,       bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is       aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen:       eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de       gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de       gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen:       gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking      tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is,      als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt      degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie      kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen      genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking      tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar       de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom,       bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een       gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 –       voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft       afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het      eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het      gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat      vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal      kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters      leidingwater,  grondwater en oppervlaktewater      dat in de laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande      verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval      de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden,      wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij      die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle      maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval gebruik      wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn      voorzien van een:</al><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter,       waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller,       waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in       bedrijf is geweest kan worden afgelezen.</al><al/></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt per perceel            € 240,70.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt indien in een belastingjaar meer dan 500 kubieke meter afvalwater wordt afgevoerd per elke volle eenheid van 500 kubieke meter afvalwater een bedrag van € 85,40, waarbij een gedeelte van 500 kubieke meter voor een volle eenheid wordt gerekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>De belasting, bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 6, wordt niet geheven:</al><al>van objecten met een bruto-vloeroppervlakte tot maximaal 25 m² die enkel een aansluiting op de gemeentelijke riolering hebben voor de afvoer van hemel- en grondwater.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al> Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is      verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel,      zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de      belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in      de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over      zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde      gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht,      nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de      belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in      de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing      voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde      gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht,      nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van      artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden      betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste      dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het      aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in      zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één      aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één      aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 80,=, doch minder is dan €      2.600,=, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische      incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald      in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het      aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden      opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten      minste drie en ten hoogste tien bedraagt. </al><al>De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk</al><al>van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene      termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde      termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening rioolheffing Oldambt 2016' van 14 december 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening      treedt in werking met ingang van de vierde dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van      ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening      wordt aangehaald als: de 'Verordening rioolheffing Oldambt 2017'.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Oldambt,</ondertekening><ondertekening>d.d. 19 december 2016</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Pieter Norder Pieter Smit</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>