<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>387372_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente
                Oldambt 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldambt</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-22</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeente-oldambt.nl/elektronisch-gemeenteblad">website gemeente Oldambt</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
                gemeente Oldambt 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TITELIV/HOOFDSTUKXV/3/ARTIKEL228A/geldigheidsdatum_22-12-2015">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oldambt;</al><al></al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24
                        november 2015;</al><al></al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al></al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al></al><al>vast te stellen de </al><al></al><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING,</vet></al><al>luidende als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label></label><nr></nr><titel>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al><al></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr=""><al>De belasting wordt geheven:</al></li><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het
                                            genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                            van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op
                                            de gemeentelijke riolering, verder te noemen:
                                            eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water
                                            direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                            afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel
                                    een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van
                                    het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                                    vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                    genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                    is.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                    aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel
                                            al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                            persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte
                                            als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan:
                                            degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                                            afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                    perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                    water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal
                                    kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan
                                    het einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode
                                    naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de
                                    verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
                                    maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                                    tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van
                                    een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                    pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                            worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                            pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
                                            geweest kan worden afgelezen.</al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van
                                    de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige
                                    andere wettelijke bepaling.</al></li><li nr="5."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd
                                    of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die
                                    niet is afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel, als bedoeld in artikel 3, eerste lid,
                                    onderdeel a, bedraagt per perceel € 239,50.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid,
                                    onderdeel b, bedraagt indien in een belastingjaar meer dan 500
                                    kubieke meter afvalwater wordt afgevoerd per elke volle eenheid
                                    van 500 kubieke meter afvalwater een bedrag van € 85,00, waarbij
                                    een gedeelte van 500 kubieke meter voor een volle eenheid wordt
                                    gerekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>De belasting, bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 6, wordt
                            niet geheven:</al><al></al><al>van objecten met een bruto-vloeroppervlakte tot maximaal 25 m² die enkel
                            een aansluiting op de gemeentelijke riolering hebben voor de afvoer van
                            hemel- en grondwater.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                                    of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van
                                    de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor
                                    het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                                    de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het
                                    voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar,
                                    na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                    overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor
                                    het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                    bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                                    van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat
                                    jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen
                                    waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend
                                    op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet vermeld
                                    en de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het
                                    totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of
                                    als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan,
                                    meer is dan € 80,=, doch minder dan € 2.600,=, en zolang de
                                    verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso
                                    kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden
                                    betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van
                                    dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het
                                    kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven.
                                </al></li></lijst><al>De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                            later.</al><lijst><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                    eerste lid gestelde termijnen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening rioolheffing Oldambt 2015' van 15 december 2014
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de 'Verordening
                                    rioolheffing Oldambt 2016'.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </al><al>van de raad van de gemeente Oldambt,</al><al>d.d. 14 december 2015</al><al></al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al></al><al></al><al>Pieter Norder Pieter Smit</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>