<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387342_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op Roerende woon- en bedrijfsruimten 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Roerende-ruimtebelastingen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 221 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/35</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op Roerende woon- en bedrijfsruimten 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 september 2015,
                        nummer 2015/35,</al><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al><al>BESLUIT :</al><al>de “Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op Roerende
                        woon- en bedrijfsruimten 2016” (“Verordening Roerende-ruimtebelastingen
                        2016”) vast te stellen:</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                                plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten' worden
                            ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet krachtens eigendom,
                                    bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te
                                    noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                            heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting
                            als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan in
                            gebruik is gegeven of ter beschikking is gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
                                zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in
                                onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in
                                gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar
                                behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde
                                ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een
                                in onderdeel c bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                            toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                            worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin deze
                            zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen
                            nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in
                            een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van
                            beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt
                            tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de
                            berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en
                                    functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                    wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het tweede
                            lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende zaak of
                            gedeelte daarvan waarvoor een omgevingsvergunning in de zin van de Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht voor het bouwen van een bouwwerk is
                            afgegeven en die door bouw nog niet geschikt is voor gebruik
                            overeenkomstig de beoogde bestemming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            woonruimte, die deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet
                            1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in
                            artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, bepaald
                            met inachtneming van een vooronderstelde verplichting om het landgoed
                            gedurende een tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en
                            geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels van normaal
                            bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn
                            aan de woonruimte worden geacht deel uit te maken van die
                            woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                            onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde
                            die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                    heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit
                                    cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten behoeve
                                    van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede begrepen
                                    de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                    bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                    gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                    gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst
                                    of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                    levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- of
                                    waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                    instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                                    een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                    dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als
                                    woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder
                                    dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                    toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn aan te
                                    merken;</al></li><li nr="f."><al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                    voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van
                                    delen van zodanige bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden
                                    gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="g."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
                                    behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en
                                    ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen
                                    als woning;</al></li><li nr="h."><al>ruimten, die feitelijk worden gebruikt als pastorie of
                                    kosterswoning, indien het genot krachtens eigendom, bezit of
                                    beperkt recht daarvan toekomt aan een kerkgenootschap of ander
                                    genootschap als in onderdeel b. bedoeld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid,
                                    onderdeel f, bedoelde bedrijfsruimte geldt niet voor de
                                    eigenarenbelasting voor zover de gemeente van die ruimten niet
                                    het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van
                                    de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten
                                    aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte
                                    die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak
                                    dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte
                                    op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op
                                    die datum verkeert.</al></li><li nr="2."><al>De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het
                                    kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin
                                    van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of </al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                    afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                    of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere,
                                    specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere omstandigheid, </al><al> wordt, in afwijking van het eerste lid, de waarde bepaald naar
                                    de staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                    heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt bij de:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruikersbelasting 0,1920 %</al></li><li nr="b."><al>eigenarenbelasting:</al></li></lijst><al>1 voor roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0916 %</al><al>2 voor roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2415
                            %</al><al>2.Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerende
                            zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke
                                    termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag
                                    van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                    aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is
                                    dan € 50,- maar minder is € 3.500,- en zolang de verschuldigde
                                    bedragen door een automatische betalingsincasso van de
                                    betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                    afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in
                                    negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine
                                    afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen.</al><al> De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                    later;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid worden bedragen die buiten de
                                    marge (meer dan € 50,- maar minder dan € 3.500,-) van lid 2
                                    vallen niet door een automatische betalingsincasso van de
                                    betaalrekening van de belastingschuldige afgeschreven.
                                    Belanghebbende dient het aanslag bedrag zelf overeenkomstig lid
                                    één te betalen;</al></li><li nr="4."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            roerende-ruimtebelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
                                    2015” van 11 december 2014, wordt ingetrokken met ingang van de
                                    in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met
                                    dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                    feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2016, of zo dit later is, met ingang van de eerste dag na die
                                    van de bekendmaking.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening
                                    Roerende-ruimtebelastingen 2016”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 12 november 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>A.A. Swets</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>