<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387330_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit Jeugdwet gemeente Zaltbommel 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaltbommel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaltbommel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-1328.html">Gemeenteblad 2105, Nr. 1328</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit Jeugdwet gemeente Zaltbommel 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR339827_1">Verordening Jeugdhulp gemeente Zaltbommel 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit Jeugdwet gemeente Zaltbommel 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Z a l t b o m m e l ;</al><al/><al>gelet op de Jeugdwet, het Besluit jeugdwet en de Verordening Jeugdhulp
                        gemeente Zaltbommel 2015</al><al/><al>b e s l u i t e n:</al><al/><al>vast te stellen het volgende: <vet>Besluit Jeugdwet gemeente Zaltbommel
                            2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>NADERE UITWERKING VERORDENING JEUGDWET</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze nadere regeling en de daarop berustende bepalingen wordt
                            verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>aanbieder: de rechtspersoon die bedrijfsmatig jeugdhulp doet
                                    verlenen onder verantwoordelijkheid van het college;</al></li><li nr="-"><al>dienstverlening: hulp die een persoon, instantie of onderneming
                                    biedt aan de jeugdige.</al></li><li nr="-"><al>individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders
                                    toegesneden voorziening.</al></li><li nr="-"><al>ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een
                                    ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en
                                    opvoedt, niet zijnde een pleegouder.</al></li><li nr="-"><al>overige voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat,
                                    zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften,
                                    persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers,
                                    toegankelijk is.</al></li><li nr="-"><al>persoonsgebonden budget (pgb): budget als bedoeld in artikel
                                    8.1.1 van de Jeugdwet.</al></li><li nr="-"><al>sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere
                                    personen met wie de jeugdige een sociale relatie
                                    onderhoudt;</al></li><li nr="-"><al>tarief of kostprijs: het bedrag dat de gemeente aan een
                                    aanbieder moet betalen voor de verstrekking van een voorziening
                                    in natura.</al></li><li nr="-"><al>zzp’er :een ondernemer die geen personeel in dienst heeft,
                                    waarbij voor de vaststelling of er sprake is van een ondernemer
                                    de volgende criteria gelden:</al><lijst><li nr="·"><al>zelfstandigheid bij de inrichting van de eigen
                                            werkzaamheden en het uitvoeren daarvan;</al></li><li nr="·"><al>het voor eigen rekening en risico verrichten van
                                            werkzaamheden;</al></li><li nr="·"><al>het gericht zijn op en het perspectief hebben van het
                                            maken van winst;</al></li><li nr="·"><al>bekendmaking van het ondernemerschap;</al></li><li nr="·"><al>het streven naar meerdere opdrachtgevers.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Registratie en gespreksvoorbereiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college regelt in overleg met Buurtzorg Jong die met de
                                uitvoering van de jeugdhulp zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>de registratie van hulpvragen of verwijzingen als bedoeld in
                                        artikel 3, tweede lid van de Verordening;</al></li><li nr="b."><al>de gevallen waarin Buurtzorg Jong overgaat tot
                                        gegevensverzameling in het kader van de voorbereiding van
                                        een gesprek met de jeugdige of zijn ouders en de gevallen
                                        waarin buurtzorg Jong hiervan afziet;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de gegevens die in het kader van de
                                        voorbereiding van een gesprek als bedoeld onder b. worden
                                        verzameld;</al></li><li nr="d."><al>de termijn waarbinnen Buurtzorg Jong een gesprek met de
                                        jeugdige of zijn ouders moeten hebben zodra de
                                        gegevensverzameling compleet is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gespreksvoorbereiding een afgerond beeld oplevert over de
                                hulpvraag en een nader gesprek niet noodzakelijk is, kan het college
                                afzien van een gesprek. In dat geval kan een onderzoeksverslag voor
                                akkoord aan de jeugdige of zijn ouders worden voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een gesprek zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b.
                                noodzakelijk wordt geacht, onderzoekt Buurtzorg Jong zo spoedig
                                mogelijk in ieder geval het volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken, veiligheid, ontwikkeling en
                                        gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de
                                        hulpvraag;</al></li><li nr="b."><al>het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met
                                        ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de
                                        hulpvraag te vinden;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere
                                        voorziening;</al></li><li nr="d."><al>het gewenste resultaat van de in te zetten jeugdhulp;</al></li><li nr="e."><al>de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking
                                        van een overige voorziening;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om een individuele voorziening te
                                        verstrekken;</al></li><li nr="g."><al>de wijze waarop de individuele voorziening wordt afgestemd
                                        met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs,
                                        maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;</al></li><li nr="h."><al>hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige
                                        gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond
                                        van de jeugdige en zijn ouders;</al></li><li nr="i."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een
                                        persoonsgebonden budget waarbij de jeugdige of zijn ouders
                                        conform artikel 8.1.6 van de wet, in voor hen begrijpelijke
                                        bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die
                                        keuze.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet informeert het
                                college de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe deze
                                bijdrage wordt geïnd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college regelt in overleg met Buurtzorg Jong, dat de jeugdige of
                                zijn ouders voorafgaand aan het gesprek worden geïnformeerd over de
                                gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten, de
                                vervolgprocedure en de toestemming die zal worden gevraagd om hun
                                persoonsgegevens te kunnen verwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Gespreksverslag of ondersteuningsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het gesprek zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b.
                                wordt een verslag gemaakt, waarin het oordeel van het college over
                                de wenselijkheid van verstrekking van een individuele of overige
                                voorziening wordt vastgelegd onder vermelding van de aan de jeugdige
                                of zijn ouders kenbaar gemaakte gevolgen. Indien de jeugdige of zijn
                                ouders niet instemmen met het oordeel van het college, wordt dit
                                eveneens in het verslag vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het gesprek naar het oordeel van het college leidt tot de
                                wenselijkheid van toekenning van een individuele voorziening, zo
                                nodig in combinatie met een overige voorziening, wordt ter zake een
                                ondersteuningsplan opgesteld, tenzij dit gelet op de aard van de te
                                leveren hulp niet noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na het gesprek verstrekt het college aan de
                                jeugdige of zijn ouders, een schriftelijke weergave van het gesprek
                                en, in voorkomend geval, het ondersteuningsplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders
                                worden aan het verslag of ondersteuningsplan toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De aanvraag voor een individuele voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college regelt in overleg met Buurtzorg Jong die met de
                                uitvoering van de jeugdhulp zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze waarop jeugdigen of hun ouders een aanvraag voor
                                        een individuele voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede
                                        lid van de verordening, bij het college kunnen
                                        indienen;</al></li><li nr="b."><al>de inhoud van het aanvraagformulier dat voor een
                                        schriftelijke aanvraag moet worden gebruikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter completering van een aanvraag voor een individuele voorziening
                                als bedoeld in het eerste lid, wordt een voor akkoord ondertekend
                                onderzoeksverslag, gespreksverslag of ondersteuningsplan
                                gebruikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een niet voor akkoord ondertekend onderzoeksverslag, gespreksverslag
                                of ondersteuningsplan wordt alleen als een gecompleteerde aanvraag
                                voor een individuele voorziening beschouwd, indien de jeugdige of
                                zijn ouders aan Buurtzorg Jong te kennen hebben gegeven een
                                dergelijke aanvraag te wensen met het oog op het indienen van
                                bezwaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>PROCEDURE EN HOOGTE VAN HET PGB</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Wijze waarop de hoogte van het pgb wordt vastgesteld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van een pgb:</al><lijst><li nr="a."><al>is gebaseerd op een door de jeugdige of zijn ouders
                                        opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden;</al></li><li nr="b."><al>is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te
                                        kopen;</al></li><li nr="c."><al>bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende
                                        situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in
                                        natura.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van een pgb is opgebouwd uit verschillende
                                kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en
                                verzekeringen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van een pgb wordt bepaald op basis van de dienstverlening
                                die anders als zorg in natura zou zijn geleverd. Hierin onderscheidt
                                het college de volgende onderverdeling:</al><lijst><li nr="a."><al>als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een aanbieder
                                        betreft het tarief per uur of per resultaat maximaal 100%
                                        van het laagste tarief per uur of per resultaat van een door
                                        de gemeente gecontracteerde aanbieder die een vergelijkbare
                                        vorm van dienstverlening biedt.</al></li><li nr="b."><al>als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een zzp’er
                                        betreft het tarief per uur of per resultaat maximaal 90% van
                                        het laagste tarief per uur of per resultaat van een door de
                                        gemeente gecontracteerde instelling die een vergelijkbare
                                        vorm van dienstverlening biedt.</al></li><li nr="c."><al>als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een persoon uit
                                        het sociaal netwerk dan bedraagt het tarief:</al><lijst><li nr="i."><al>voor kortdurend verblijf: € 30,- per etmaal;</al></li><li nr="ii."><al>voor overige diensten: 50% van het laagste tarief
                                                per uur of per resultaat van een door de gemeente
                                                gecontracteerde instelling die een vergelijkbare
                                                vorm van dienstverlening biedt tot een maximum van €
                                                20,- per uur.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Overige voorwaarden betreffende betaalde inzet sociaal
                                netwerk</titel></kop><al>De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan, naast de in artikel 2,
                            derde lid sub c genoemde voorwaarde betreffende het tarief, de jeugdhulp
                            onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot
                            het sociaal netwerk:</al><lijst><li nr="a."><al>dat deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de
                                    belanghebbende niet tot overbelasting leidt; en</al></li><li nr="b."><al>dat tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit dit pgb mogen
                                    worden betaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Toetsing motivatie eis, bekwaamheid en kwaliteit</titel></kop><al>Een persoonsgebonden budget wordt na toetsing verstrekt, indien voldaan
                            is aan alle onderstaande voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al>motivatie-eis: de jeugdige of zijn ouders stellen zich
                                    gemotiveerd op het standpunt dat zij de individuele voorziening
                                    die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten.
                                    Hiertoe dient men een pgb-plan in bij de gemeente. Tevens wordt
                                    gewaarborgd dat het de beslissing van de aanvrager zelf is om
                                    een pgb aan te vragen en dat de aanvrager zich voldoende heeft
                                    georiënteerd op de voorzieningen in natura;</al></li><li nr="b."><al>bekwaamheid: de jeugdige of zijn ouders zijn naar het oordeel
                                    van het college op eigen kracht voldoende in staat tot een
                                    redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp
                                    uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder,
                                    mentor of gemachtigde, in staat de aan een persoonsgebonden
                                    budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
                                    en</al></li><li nr="c."><al>kwaliteit: naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat
                                    de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die
                                    de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van
                                    goede kwaliteit (veilig, doeltreffend en cliëntgericht) is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Persoonlijk plan bij pgb aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De jeugdige of zijn ouders die een aanvraag doen voor een pgb hebben
                                de verplichting een pgb- plan in te dienen bij de aanvraag. Het pgb-
                                plan wordt in het onderzoeksdossier gevoegd en wordt gebruikt bij de
                                beoordeling of de cliënt in aanmerking komt voor een pgb.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De jeugdige of zijn ouders geven - al dan niet tezamen met zijn
                                sociaal netwerk - in het pgb- plan tenminste de volgende onderdelen
                                aan: Wat de motivatie is om een aanvraag voor een pgb in te
                                dienen;</al><lijst><li nr="·"><al>hoe men de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze
                                        uit gaat voeren;</al></li><li nr="·"><al>welke ondersteuning men zou willen inkopen met het
                                        budget;</al></li><li nr="·"><al>het gewenste resultaat van het verzoek om het pgb;</al></li><li nr="·"><al>hoe de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd;</al></li><li nr="·"><al>hoe eventuele meerkosten van de ondersteuning worden
                                        bekostigd</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3:</nr><titel>INDELING IN INDIVIDUELE EN OVERIGE VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vormen van jeugdhulp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgende overige voorzieningen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van
                                de Verordening Jeugdhulp Zaltbommel 2015 zijn beschikbaar:</al><lijst><li nr="·"><al>lichte ambulante opvoedhulp uitgevoerd door Buurtzorg
                                        Jong;</al></li><li nr="·"><al>casemanagement bij multiproblem door Buurtzorg Jong;</al></li><li nr="·"><al>jeugdgezondheidszorg maatwerkdeel;</al></li><li nr="·"><al>jongerencoaching en participatiebevordering, zoals
                                        uitgevoerd door het jongerenwerk bij Buurtzorg Jong;</al></li><li nr="·"><al>schoolmaatschappelijk werk uitgevoerd door Buurtzorg
                                        Jong;</al></li><li nr="·"><al>voorlichting, cursussen en trainingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende individuele voorzieningen als bedoeld in artikel 2 lid 2
                                van de Verordening Jeugdhulp Zaltbommel 2015 zijn beschikbaar: </al><lijst><li nr="·"><al>generalistische basis-ggz voor jeugdigen;</al></li><li nr="·"><al>extramurale begeleiding;</al></li><li nr="·"><al>vervoer gerelateerd aan dagbesteding;</al></li><li nr="·"><al>behandeling Jeugd (L)VG;</al></li><li nr="·"><al>kortdurend verblijf;</al></li><li nr="·"><al>intramuraal (L)VG ZZP 1 t/m 3;</al></li><li nr="·"><al>gespecialiseerde Jeugd GGZ ambulant;</al></li><li nr="·"><al>ondersteuning bij ernstig enkelvoudige dyslexie (EED);</al></li><li nr="·"><al>open verblijf 24 uur residentieel JGGZ;</al></li><li nr="·"><al>gesloten psychiatrisch (BOPZ);</al></li><li nr="·"><al>crisis 24 uur residentieel JGGZ;</al></li><li nr="·"><al>drang trajecten SAVE;</al></li><li nr="·"><al>jeugdbescherming;</al></li><li nr="·"><al>jeugdreclassering;</al></li><li nr="·"><al>spoedeisende zorg;</al></li><li nr="·"><al>spoedhulp;</al></li><li nr="·"><al>ambulante Jeugd en Opvoedhulp (J&amp;O);</al></li><li nr="·"><al>verblijf deeltijd residenteel J&amp;O;</al></li><li nr="·"><al>verblijf pleegzorg;</al></li><li nr="·"><al>gezinshuizen;</al></li><li nr="·"><al>gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus);</al></li><li nr="·"><al>open verblijf 24 uur residentieel terreinvoorzieningen
                                        J&amp;O</al></li><li nr="·"><al>(L)VB jongeren ZZP4 en 5/OBC’s en MFC;</al></li><li nr="·"><al>crisis 24 uur residentieel (bedden) (L)VG en J&amp;O;</al></li><li nr="·"><al>academische JGGz;</al></li><li nr="·"><al>alle zorg die valt onder het Landelijk Transitiearrangement
                                        Jeugd 2015.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De individuele voorzieningen als bedoeld in het vorige lid zijn
                                nader uitgewerkt in de bijlage, behorend bij dit besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Jeugdwet gemeente
                                    Zaltbommel 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel
                        in de vergadering van 9 december 2014.</al><al>BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ZALTBOMMEL</al></slotformulering><ondertekening>de secretaris,</ondertekening><ondertekening>drs. L.H. Derksen</ondertekening><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>A.van den Bosch</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>BIJLAGE: behorende bij het Besluit Jeugdwet gemeente Zaltbommel
                        2015</titel></kop><tussenkop>Toelichting op individuele voorzieningen</tussenkop><al>Nadere definiëring van individuele voorzieningen </al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="27*"/><colspec colname="col2" colwidth="0*"/><colspec colname="col3" colwidth="27*"/><colspec colname="col4" colwidth="0*"/><colspec colname="col5" colwidth="45*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Doelgroep</al></entry><entry colname="col5"><al>Definitie </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>Via inkoop lokaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Generalistische basis GGz</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar met psychische
                                        problemen</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Om gebruik te maken van de generalistische basis GGz is een
                                        verwijzing nodig van de wettelijke verwijzer.</al><al>Een behandeling start als er sprake is van een vermoeden van
                                        een DSM-benoemde stoornis (DSM is handboek psychiatrische
                                        aandoeningen) in combinatie met een gemiddeld tot lage
                                        beperking van het functioneren. Hierbij gaat het om lichte
                                        tot matige, niet te complexe problematiek met laag en matig
                                        risico, waarbij sprake is van een goed sociaal netwerk en
                                        met een grote kans op herstel.</al><al>Het kan ook gaan om patiënten met ernstige maar stabiele
                                        psychische problematiek die geen gespecialiseerde
                                        behandeling nodig hebben, maar wel langdurige
                                        monitoring.</al><al>Generalistische Basis GGZ (GB-GGZ) zoals door de Nederlandse
                                        Zorgautoriteit (NZa) in de beleidsregel BR/CU-5109 of de
                                        opvolger daarvan is omschreven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>Via inkoop regionaal</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Extramurale begeleiding</al><al>-begeleiding individueel</al><al>-dagbesteding</al><al>-persoonlijke verzorging</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar met een beperking</al></entry><entry colname="col5"><al>Activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid
                                        en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in
                                        zijn eigen leefomgeving kan blijven. Persoonlijk verzorging
                                        alleen zover het ondersteuning bij algemeen dagelijkse
                                        levensverrichtingen betreft.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Vervoer gerelateerd aan dagbesteding </al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar met een beperking</al><al>die als gevolg van hun beperking (met hulp van omgeving)
                                        niet in staat zijn om op de locatie van de dagbesteding te
                                        geraken krijgen een indicatie voor vervoer.</al></entry><entry colname="col5"><al>Het betreft vervoer van huis naar de dagbesteding en van de
                                        dagbesteding naar huis.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Behandeling Jeugd (L)VG</al><al>-individueel</al><al>-groep</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar behorend tot de doelgroep
                                        (L)VG </al></entry><entry colname="col5"><al>Behandeling is gericht op herstel of het voorkomen van
                                        verergering van gevolgen/ complicaties van de aandoening of
                                        het ontstaan van een met de aandoening gerelateerde
                                        stoornis, al dan niet door het aanleren van
                                        vaardigheden/gedrag. De behandeling kan individueel of in
                                        een groep plaatsvinden. Kenmerkend voor de behandeling is
                                        dat het gaat om gerichte professionele interventies op het
                                        niveau van een behandelaar zoals een arts verstandelijk
                                        gehandicapten. Behandeling vindt plaats vanuit een
                                        instelling, onder coördinatie van een hoofdbehandelaar, met
                                        specifieke deskundigheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Kortdurend verblijf </al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar met een beperking
                                        die:</al><al>chronische complexe problemen hebben door een somatische,
                                        zintuiglijke, verstandelijke of lichamelijk beperking, een
                                        psychische- of cognitieve aandoening; en </al><al>gezien hun zorgbehoefte aangewezen zijn op zorg gepaard
                                        gaand met permanent toezicht; en </al><al>dagelijks worden ondersteund door een (mantel)zorger die
                                        tijdelijk ontlast moet worden. </al></entry><entry colname="col5"><al>Bij kortdurend verblijf gaat het om logeren gedurende
                                        maximaal drie etmalen per week met als doel het overnemen
                                        van de zorg ter ontlasting van de persoon die gebruikelijke
                                        zorg of mantelzorg aan de Cliënt biedt. Het verblijf is ter
                                        aanvulling op het wonen in de thuissituatie en niet als
                                        wonen in een instelling voor het grootste deel van de week.
                                        De duur is afhankelijk van de individuele situatie en
                                        bedraagt maximaal drie etmalen per week. Kortdurend verblijf
                                        betreft de mogelijkheid voor de Cliënt om ergens te logeren
                                        waar permanent (24-uurs) toezicht wordt geboden en waarbij
                                        zorg en ondersteuning geboden wordt.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Intramuraal (L)VG ZZP 1 t/m 3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar behorend tot de doelgroep
                                        (L)VG</al></entry><entry colname="col5"><al>ZZP 1 t/m 3 zijn de lage ZZP's voor licht verstandelijk
                                        beperkte jeugdigen. Intramurale zorg voor deze jongeren
                                        (bedden)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Gespecialiseerde Jeugd-GGZ </al><al>ambulant</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar met psychische of
                                        psychiatrische problemen</al></entry><entry colname="col5"><al>Het gaat hierbij om diagnostiek en specialistische
                                        behandeling van complexe en/of risicovolle psychische
                                        (DSM-IV) stoornissen door Gespecialiseerde
                                        J-GGZ-Zorgaanbieders. De behandeling vindt plaats in een
                                        multidisciplinaire context. Voor behandeling in de
                                        gespecialiseerde GGz is een verwijzing van een wettelijke
                                        verwijzer nodig.</al><al>Gespecialiseerde Jeugd GGZ omvat zorg, die gericht is op
                                        herstel of voorkoming van verergering van een psychische
                                        stoornis. Onder herstel of voorkoming van verergering is het
                                        leren omgaan met de (gevolgen van een) aandoening begrepen,
                                        voor zover de interventie is gestructureerd, programmatisch
                                        is en zich richt op een specifiek geneeskundig doel. De
                                        gevraagde prestaties richten zich uitsluitend op de Diagnose
                                        Behandelcombinaties. Voor de beschrijving daarvan wordt
                                        aansluiting gezocht bij de betreffende begripsomschrijving
                                        in Beleidsregel BR/CU 5103, opgesteld door de NZa. </al><al>initiële DBC's</al><al>vervolg-DBC's</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Ernstig enkelvoudige dyslexie (EED)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jongeren tot 18 jaar met EED. Het kind/ de
                                        jongere moet naast de dyslexie geen GGZ-stoornis, beperking
                                        of andere taal- of leerstoornissen hebben die belemmerend is
                                        voor dyslexieonderzoek en/of -behandeling
                                        (co-morbiditeit).</al></entry><entry colname="col5"><al>Ondersteuning op het gebied van dyslexie kan plaatsvinden
                                        door hulp en aanpassingen in het onderwijs. Samenwerking met
                                        scholen op dit onderwerp is dan ook van groot belang. De
                                        gevraagde prestaties richten zich uitsluitend op de Diagnose
                                        Behandelcombinaties. Voor de beschrijving daarvan wordt
                                        aansluiting gezocht bij de betreffende begripsomschrijving
                                        in Beleidsregel BR/CU -5094, opgesteld door de NZa.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Open verblijf 24 uur residentieel JGGZ</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar met psychische of
                                        psychiatrische problemen</al></entry><entry colname="col5"><al>Verblijfszorg welke voorziet in een therapeutische context
                                        bestaande uit een stabiele ontwikkelings- en
                                        opvoedingsomgeving. Naast deze therapeutische context
                                        ontvangen jongeren individuele behandeling, en in sommige
                                        gevallen is er ook zorg voor de ouders en de verdere
                                        familiecontext. Residentiële zorg omvat verzorging en
                                        opvoeding (care) en behandeling (cure)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Gesloten psychiatrisch (BOPZ)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar met psychiatrische problematiek</al></entry><entry colname="col5"><al>Specialisatie van gesloten zorg bij psychiatrische
                                        problematiek. Opname is mogelijk via een rechterlijke
                                        machtiging die wordt aangevraagd bij de rechter,bij gevaar
                                        voor de gezondheid en veiligheid van de jeugdige en/of de
                                        omgeving</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Crisis 24 uur residentieel (bedden) JGGZ</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar met psychische of
                                        psychiatrische problemen</al></entry><entry colname="col5"><al>Verblijf bij crisis, wordt ingezet als een kind acuut uit
                                        huis geplaatst dient te worden</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Drang trajecten SAVE</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>Jeugdigen bij wie de vrijwillige hulpverlening niet tot de
                                        gewenste resultaten leidt of niet gemotiveerd zijn voor
                                        hulp, maar die nog niet in aanmerking komen voor
                                        jeugdbescherming of jeugdreclassering</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Jeugdbescherming</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>Jeugdigen die onder toezicht zijn gesteld door de
                                        kinderrechter (OTS): gedwongen hulpverlening.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Jeugdreclassering</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar die in aanraking met justitie zijn
                                        gekomen</al></entry><entry colname="col5"><al>Jeugdigen die door de kinderrechter een
                                        jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd hebben gekregen, omdat
                                        zij met justitie in aanraking zijn gekomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Spoedeisende zorg (SEZ)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar in een crisissituatie waarbij acuut
                                        moet worden gehandeld</al></entry><entry colname="col5"><al>Crisisinterventie is het maken van een inschatting van de
                                        ernst van een crisis na melding en het zo nodig direct
                                        handelen in een crisissituatie. Deze dienst wordt verleend
                                        door de crisisdienst, hier komen de crisismeldingen binnen.
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Spoedhulp</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>Spoedhulp is het bieden van hulp direct aansluitend op een
                                        crisisinterventie, omdat deze hulp niet uitgesteld kan
                                        worden. Deze hulp wordt in Gelderland verleend door
                                        zorgaanbieders, waarbij de jeugdzorg zo veel mogelijk
                                        gebruik maakt van het cliëntnetwerk of de pleegzorg als
                                        24-uurs opvang nodig is. Als dit niet mogelijk is, is
                                        residentiële spoedhulp binnen een jeugdzorginstelling
                                        mogelijk. BJzG heeft consensusafspraken met de
                                        zorgaanbieders over spoedhulp.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>Via subsidiering regionaal</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Ambulante jeugd- en opvoedhulp (J&amp;O)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar en hun ouders</al></entry><entry colname="col5"><al>Specialistische ambulante opvoedhulp bij langdurige complexe
                                        problematiek;</al><al>Jeugdigen met opvoed-/opgroeiproblemen en hun ouders worden
                                        in de thuissituatie begeleid en ondersteund met als doel dat
                                        zij op eigen kracht verder kunnen en zich gezond kunnen
                                        ontwikkelen</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Verblijf deeltijd residentieel (J&amp;O)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar die niet (meer) thuis kunnen
                                        wonen</al></entry><entry colname="col5"><al>Jeugdigen met opvoed-/opgroeiproblemen die in deeltijd in
                                        een zorginstelling verblijven</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Verblijf pleegzorg, inclusief taken als werving en
                                        matching</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar die niet (meer) thuis in het gezin
                                        kunnen wonen en (potentiële) pleegouders</al></entry><entry colname="col5"><al>Pleegzorg is een vorm van zorg waarin pleegouders het
                                        pleegkind verblijf, verzorging en vervanging of aanvulling
                                        op de oorspronkelijke opvoedingssituatie bieden, in
                                        combinatie met professionele begeleiding van het pleegkind,
                                        pleegouders en biologische ouders door de
                                        hulpverleningsorganisatie</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Gezinshuizen; (open verblijf residentieel in de wijken)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar die niet (meer) thuis kunnen
                                        wonen</al></entry><entry colname="col5"><al>Een gezinshuis is een kleinschalige vorm van jeugdhulp
                                        waarin gezinshuisouder(s) op professionele wijze vorm geven
                                        aan de verzorging, behandeling, opvoeding en begeleiding van
                                        een aantal kinderen die geplaatst worden in het gezin van de
                                        gezinsouder(s). Voor sommige kinderen met meervoudige en
                                        ernstige problematiek is het opgroeien in het eigen gezin of
                                        een pleeggezin geen optie meer</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>Bovenregionale vormen van zorg </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>JeugdzorgPlus (incl. toegang JeugdzorgPlus)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar met ernstige gedragsproblemen</al></entry><entry colname="col5"><al>JeugdzorgPlus ofwel gesloten jeugdzorg. Zorg en behandeling
                                        voor jongeren met ernstige gedragsproblemen. Jongeren worden
                                        gedwongen opgenomen en krijgen in hun eigen belang hulp in
                                        een gesloten omgeving. JeugdzorgPlus is niet bedoeld als
                                        straf</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Open verblijf 24 uur residentieel terreinvoorzieningen
                                        J&amp;O</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>Jeugdigen met opvoed-/opgroeiproblemen die 24 uur in een
                                        zorginstelling verblijven</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>(L)VB jongeren ZZP 4 en 5/OBC’s en MFC</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar met een (licht)
                                        verstandelijke beperking (LVG)</al></entry><entry colname="col5"><al>(L)VB ZZP 4 betreft het zorgzwaarte pakket 'wonen met zeer
                                        intensieve behandeling en begeleiding'</al><al>ZZP 5 betreft 'besloten wonen met zeer intensieve
                                        behandeling en begeleiding'</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Crisis 24 uur residentieel (bedden) (L)VG en J&amp;O</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Kinderen en jeugdigen tot 18 jaar in een crisissituatie
                                        waarbij acuut moet worden gehandeld</al></entry><entry colname="col5"><al>Verblijf bij crisis, wordt ingezet als een kind acuut uit
                                        huis geplaatst dient te worden</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>Landelijk ingekochte zorg</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Zie LTA (muv academische JGGz Karakter, daarvoor zijn we
                                        aangemerkt als Thuisregio en daarmee regionale inkoop)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Jeugdigen tot 18 jaar met ernstige, complexe problemen die
                                        specialistische hulp nodig hebben</al></entry><entry colname="col5"><al>Voor een aantal functies zijn landelijke inkoopafspraken
                                        gemaakt namens alle gemeenten. Deze afspraken gelden in
                                        beginsel voor drie jaar. Het gaat om de functies:</al><al>Huidige landelijke specialismen JeugdzorgPlus</al><al>JeugdzorgPlus voor jongeren onder de 12 jaar: gesloten
                                        opvang van kinderen onder de 12 jaar met zeer ernstige
                                        gedragsproblemen (Horizon Jeugdzorg)</al><al>Zeer Intensieve Kortdurende Observatie en Stabilisatie: op
                                        ZIKOS worden jongeren opgenomen die zich in een ernstige
                                        (psychiatrische) crisis bevinden en wier veiligheid in de
                                        andere JeugdzorgPlus aanbieders onvoldoende is te
                                        garanderen. De cliënten hebben over het algemeen een
                                        combinatie van ernstige psychiatrische problematiek
                                        gecombineerd met ernstige gedragsproblematiek. Deze cliënten
                                        krijgen een individuele behandeling met een intensieve
                                        begeleiding (minimaal 1 op 1, vaak meer) waarbij een
                                        psychiater 24/7 oproepbaar is (Horizon Jeugdzorg)</al><al>Gesloten opname van tienermoeders tijdens zwangerschap of
                                        met pasgeboren kind (Intermetzo)</al><al>GGZ met een landelijke functie</al><al>Eetstoornissen (Altrecht GGZ – Rintveld – Rivierduinen –
                                        Ursula)</al><al>Autisme. Tot de doelgroep horen kinderen en jongeren met
                                        ernstige en/of complexe ASS problematiek al dan niet met
                                        psychiatrische comorbiditeit waarbij sprake is van een
                                        vastgelopen ontwikkeling op meerdere levensterreinen,
                                        klinische opname (Dr. Leo Kannerhuis)</al><al>Persoonljkheidssstoornissen. Tot de doelgroep behoren
                                        jongeren met ernstig anto sociaal gedrag, jongeren met forse
                                        borderline problemen en jongeren met complexe afhankelijke
                                        en ontwijkende problemen (De Viersprong)</al><al>GGZ voor doven en slechthorenden (GGMD)</al><al>Psychotrauma (Centrum '45)</al><al>Eergerelateerd geweld/loverboys en prostitutie (Fier
                                        Fryslân)</al><al>Expertise en behandelcentrum op het terrein van geweld in
                                        afhankelijksheidsrelaties onder 18 jaar</al><al>Eergerelateerd geweld/loverboys en prostitutie (Kompaan en
                                        De Bocht)</al><al>Jeugd sterk gedragsgestoord licht verstandelijk gehandicapt
                                        (j-sglvg). Intramurale (besloten) behandeling van jongeren
                                        met een licht verstandeljke beperking en complexe,
                                        meervoudige prolematiek. Er is sprake van BOPZ toepassing.
                                        Het zorgaanbod betreft een woonvoorziening, dagbesteding
                                        inclusief onderwijs en vrijetijdsbesteding. Vaak is
                                        intensieve begeleiding nodig. (Ambiq, 's Heeren Loo, Groot
                                        Emaus, Koraal Groep, De La Salle, Pluryn, De Beele)</al><al>Gespecialiseerde diagnostiek, observatie en exploratieve
                                        behandeling aan (L)VB jeugd met bijkomende complexe
                                        problematiek. Cliënten kennen een complexe problematiek die
                                        ligt op het snijvlak van jeugdzorg, orthopedagogische zorg
                                        en LVG zorg. De Hondsberg levert als enige aanbieder in
                                        Nederland gespecialiseerde diagnostiek, observatie en
                                        exploratieve behandeling aan (L)VB jeugd met bijkomende
                                        complexe vaak psychiatrische problematiek. Cliënten hebben
                                        al een traject van (veelal vastgelopen) hulpverlening achter
                                        de rug. (De Hondsberg)</al><al>Forensische jeugdzorg: inzet van erkende gedragsinterventies
                                        gericht op het verminderen van de recidive bij schorsing
                                        voorlopige hechtenis, voorwaardelijke veroordeling of
                                        gedragsmaatregel </al><al>Functional Family Therapy</al><al>Multidimensional Treatment Foster Care</al><al>Multidimensionele Familietherapie</al><al>Multisysteem Therapie</al><al>Ouderschap met Liefde en Grenzen (De Waag)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><nota-toelichting><kop><label>TOELICHTING</label><nr/><titel/></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Deze regels vormen een uitwerking van artikel 4 van de Verordening Jeugdhulp
                    Zaltbommel 2015. Deze verordening is gebaseerd op de “Wet houdende regels over
                    de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en
                    zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedproblemen, psychische
                    problemen en stoornissen”, kortweg de Jeugdwet.</al><al/><al>De in deze regels vervatte artikelen hebben betrekking op de indiening van een
                    aanvraag voor een individuele voorziening, de registratie en
                    gespreksvoorbereiding, het te voeren gesprek met een jeugdige of zijn ouders, de
                    verslaglegging, het ondersteuningsplan, de indiening van een aanvraag, alsmede
                    de voorwaarden voor een complete aanvraag. Gedurende de in de regels beschreven
                    periode tussen het gesprek van de jeugdige met medewerker van Buurtzorg Jong
                    over de hulpvraag en de eventuele verstrekking van een beschikking voor een
                    individuele voorziening, zijn er enkele momenten te benoemen waarbij
                    richtinggevende termijnen met het oog op de rechtsbescherming van belang zijn.
                    Daarom zijn een onderzoeks- of gespreksverslag of een ondersteuningsplan in de
                    nadere regels genoemd als documenten die met het oog op completering van de
                    aanvraag voor een individuele voorziening van groot belang zijn en altijd ter
                    ondertekening dienen te worden aangeboden. Indien vervolgens uit het
                    ‘niet-voor-akkoord’ ondertekenen blijkt dat de jeugdige of zijn ouders het niet
                    eens zijn met de inhoud van deze documenten, verstrekt het college desgewenst
                    een formele beschikking waartegen de betrokkene bezwaar kan maken.</al><al/><al>Uit oogpunt van rechtsbescherming is het van belang dat er geen onredelijke
                    doorlooptijden ontstaan. Deze hangen echter in de praktijk samen met de mate van
                    complexiteit van de hulpvraag. Wat betreft de beslissingstermijnen wordt
                    aangesloten bij de termijnen zoals vastgelegd in de Algemene wet
                    bestuursrecht.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>De begripsbepalingen behoeven geen nadere toelichting. Er zijn alleen
                    begripsbepalingen opgenomen die:</al><lijst><li nr="-"><al>bewust afwijken van die in de Jeugdwet;</al></li><li nr="-"><al>nodig zijn om het Besluit goed te begrijpen; of</al></li><li nr="-"><al>die daarin ontbraken, maar wel nodig zijn voor de uitvoering van dit
                            besluit.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 2. Registratie en gespreksvoorbereiding</tussenkop><al>Lid 1 van dit artikel biedt het college de mogelijkheid om de uitvoering van de
                    onder a. tot en met d. vermelde onderwerpen in overleg met Buurtzorg Jong nader
                    uit te werken in, bij voorkeur, werkinstructies. Vanwege de versnelde invoering
                    van Buurtzorg Jong is het wenselijk om hierbij</al><al>zoveel mogelijk af te stemmen op de registratievereisten, de afwegingsfactoren
                    om wel of niet een gesprek te voeren en de termijnen die met betrekking tot het
                    wijkteam volwassenen (WMO) zullen worden gehanteerd.</al><al/><al>Lid 2 is ter bestrijding van onnodige bureaucratie. Dit bepaalt dat het college
                    in overleg met de jeugdige of ouders van een gesprek kan afzien indien de
                    gespreksvoorbereiding al een afgerond beeld oplevert. Wel dient dan nog formeel
                    te worden vastgesteld dat er tussen de jeugdige of zijn</al><al>ouders en Buurzorg Jong overeenstemming is over het wel of niet toeleiden naar
                    een overige voorziening of wel of niet verlenen van een individuele voorziening.
                    In verband hiermee wordt altijd een verslag gemaakt en ter ondertekening
                    voorgelegd. Het verslag kan vervolgens de basis zijn voor</al><al>het toeleiden naar een overige voorziening of voor het verlenen of weigeren van
                    een individuele voorziening. In het laatste geval regelt artikel 5, derde lid
                    dat van een complete aanvraag in de zin van de Awb wordt uitgegaan.</al><al/><tussenkop>Artikel 3. Gesprek</tussenkop><al>Voor een zorgvuldig te nemen besluit is het van belang dat alle feiten en
                    omstandigheden van de specifieke hulpvraag duidelijk zijn. Het ligt daarom voor
                    de hand dat tijdens een gesprek met de jeugdige en ouders hierover wordt
                    gesproken. Hierbij kan ook sprake zijn van meerdere, elkaar opvolgende
                    gesprekken. In het kader van deze Nadere regels worden deze gesprekken beschouwd
                    als onderdelen van een samenhangend geheel, leidend tot één gespreksverslag
                    en/of ondersteuningsplan. Hetgeen vervolgens aan de jeugdige of zijn ouders voor
                    ondertekening wordt aangeboden. </al><al/><al>In de aanhef van lid 1 is opgenomen dat het gesprek zo spoedig mogelijk na de
                    voorbereiding van het gesprek dient plaats te vinden. Het hangt af van de
                    situatie hoe snel het gesprek kan of moet plaatsvinden. In de onderdelen a tot
                    en met f zijn de onderwerpen van het gesprek weergegeven die in ieder geval aan
                    de orde moeten worden gesteld. In werkinstructies kunnen eventueel aanvullende
                    onderwerpen worden voorgeschreven, mits het items zijn die bijdragen aan
                    maatwerk voor de cliënt. Indien de jeugdige al bij de gemeente bekend is, zal
                    een aantal gespreksonderwerpen niet altijd meer uitgediept hoeven te worden en
                    kan bijvoorbeeld alleen worden gevraagd of er nog nieuwe ontwikkelingen zijn.
                    Komt een jeugdige of een ouder voor het eerst bij de gemeente, dan zal het
                    gesprek dienen om een totaalbeeld van de jeugdige en zijn situatie te krijgen.
                    In onderdeel b. wordt de eigen kracht van jeugdigen en ouders voorop gesteld
                    overeenkomstig het uitgangspunt van de wet dat de verantwoordelijkheid voor het
                    gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige
                    zelf ligt. Een te verstrekken voorziening kan juist ook nodig zijn om de mate
                    van probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders te versterken. Bij
                    onderdeel g is het bepaalde in de MvT bij artikel 2.9 van de wet van belang: De
                    gemeente dient op grond van onderdeel b in haar verordening de wijze waarop de
                    toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening plaatsvindt, af te
                    stemmen met andere voorzieningen op het gebied van zorg (curatieve en langdurige
                    zorg), onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Te denken
                    valt hierbij aan een voorziening die een jeugdige ontvangt op grond van de AWBZ
                    of de Zvw en een voorziening op het gebied van passend onderwijs. Ook hiermee
                    wordt de burger rechtszekerheid geboden. De onderdelen h. en i. betreffen
                    respectievelijk het rekening houden met de godsdienst of levensovertuiging van
                    de jeugdige of zijn ouders en de keuzevrijheid die hen wordt geboden ten aanzien
                    van de vorm waarin de hulp zal worden verstrekt. Het college biedt nadrukkelijk
                    de mogelijkheid om in plaats van zorg in natura, een verstrekking in de vorm van
                    een pgb te kiezen. Verder dient het tweede lid van dit artikel ertoe om ouders
                    te informeren over een eventuele ouderbijdrage. In artikel 8.2.3 van de wet is
                    namelijk bepaald dat de ouderbijdrage door ‘het bestuursorgaan dat met de inning
                    is belast’ wordt vastgesteld en ten behoeve van de gemeente wordt geïnd. Dit is
                    het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Hier kan de gemeente niet van
                    afwijken. Ten slotte wordt in het derde lid de mogelijkheid aan het college
                    geboden om in overleg met Buurtzorg Jong, bij voorkeur via werkinstructies, te
                    regelen hoe de jeugdige of zijn ouders voorafgaand aan het gesprek worden
                    geïnformeerd over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten, de
                    vervolgprocedure en de toestemming voor verwerking van hun
                    persoonsgegevens.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Gespreksverslag of ondersteuningsplan</tussenkop><al>Lid 1 van dit artikel regelt dat bij een door het college in het gesprek
                    geconstateerde wenselijkheid van toekenning van een overige voorziening, dit
                    duidelijk in het verslag wordt vermeld. Hierbij moet eveneens duidelijk worden
                    aangegeven dat toeleiding naar alleen een overige voorziening tot gevolg heeft
                    dat de procedure met Buurzorg Jong stopt. Indien de medewerker van Buurtzorg
                    Jong en de jeugdige of zijn ouders een individuele voorziening wenselijk achten,
                    al dan niet in combinatie met een overige voorziening, is lid 2 van toepassing.
                    Er wordt dan een ondersteuningsplan opgesteld dat bij de feitelijke
                    hulpverlening kan worden gebruikt. Dit ondersteuningsplan is een
                    hulpverleningsplan als bedoeld in de wet. In de denkbare situaties dat er al een
                    familiegroepsplan is opgesteld of de cliënt op voorstel van de hulpverlener om
                    een dergelijk plan verzoekt, dient dit als onderdeel van het ondersteuningsplan
                    te worden meegenomen. Indien de hulpvraag geen aanleiding geeft voor een
                    ondersteuningsplan, kan de jeugd- en gezinscoach dit achterwege laten. Het
                    ondersteuningsplan kan enkelvoudige hulp betreffen, maar ook zorgarrangementen.
                    Zowel het gespreksverslag als het ondersteuningsplan dienen conform lid 3 zo
                    spoedig mogelijk na het gesprek te worden verstrekt. De jeugdige of zijn ouders
                    moeten immers zo snel duidelijkheid krijgen over de rest van het traject. Het
                    later toevoegen van opmerkingen of het aanbrengen van wijzigingen of het
                    herstellen van feitelijke onjuistheden wordt geregeld in lid 4 van dit
                    artikel.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. De aanvraag voor een individuele voorziening</tussenkop><al>Toekenning van een individuele voorziening door het college kan alleen op basis
                    van een aanvraag. In de Awb worden regels gegeven omtrent de aanvraag. Deze
                    regels wijken daarvan niet af. Lid 1 wordt in de praktijk zo toegepast dat het
                    college in overleg met Buurtzorg Jong in werkinstructies vastlegt hoe de
                    aanvraag voor een individuele voorziening concreet moet worden afgehandeld. Het
                    betreft zaken zoals de wijze waarop zal worden omgegaan met schriftelijke
                    aanvragen en verzoeken van jeugdigen of hun ouders om een beschikking in het
                    geval van een verwijzing door de huisarts, jeugdarts, of medisch specialist, of
                    in het geval er reeds acute crisishulp is verleend. De mogelijkheid om een
                    dergelijk verzoek in te dienen wordt geregeld in artikel 3 tweede en vierde lid
                    van de Verordening. Ook kan het college in goed overleg met Buurtzorg Jong
                    bepalen hoe het aanvraagformulier voor een schriftelijke aanvraag eruit moet
                    komen te zien en of bijvoorbeeld een via internet verkrijgbaar formulier dient
                    te worden gebruikt. Hierbij is onder andere een goede afstemming op de
                    WMO-praktijk geboden. Lid 2 regelt dat ter completering van een aanvraag die op
                    grond van lid 1 via een schriftelijke aanvraag is ingediend, een ondertekend
                    onderzoeksverslag, of gesprekverslag, of ondersteuningsplan wordt gebruikt. Het
                    bepaalde in lid 3 borgt de rechtsgang van de jeugdige of zijn ouders indien deze
                    er bijvoorbeeld niet mee instemmen dat zij worden toegeleid naar een overige
                    voorziening, omdat zij recht menen te hebben op een individuele voorziening. Of
                    in het geval dat zij het niet eens zijn met een aanbod voor een specifiek type
                    individuele voorziening. In die gevallen kunnen zij ervoor kiezen het
                    onderzoeksverslag, gespreksverslag of het ondersteuningsplan voor niet-akkoord
                    (en alleen voor gezien) te ondertekenen, waardoor de gemeente deze zal verwerken
                    als een aanvraag, waarop een voor bezwaar vatbare beschikking zal volgen. Alleen
                    indien de cliënt expliciet heeft aangegeven de aanvraag stop te willen zetten,
                    is deze aanmerking als aanvraag niet van toepassing en volgt geen
                    beschikking.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Wijze waarop de hoogte van het pgb wordt
                    vastgesteld</tussenkop><al>Lid 1 en 2 behoeven geen nadere toelichting.</al><al/><al>Lid 3 </al><al>In de memorie van toelichting op de Wmo 2015 (Kamerstukken II 2013/14, 33 841,
                    nr. 3, blz. 39) is vermeld dat de gemeente bijvoorbeeld kan bepalen dat het pgb
                    niet hoger mag zijn dan een percentage van de kosten die voor de gemeente
                    verbonden zijn aan het verlenen van adequate ondersteuning in natura. Gemeenten
                    hebben daarmee ook de mogelijkheid om differentiatie aan te brengen in de hoogte
                    van het pgb. Gemeenten kunnen verschillende tarieven hanteren voor verschillende
                    vormen van ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners. Gemeenten
                    kunnen bij het vaststellen van tarieven voor het pgb Wmo bijvoorbeeld
                    onderscheid maken tussen ondersteuning die wordt geleverd door het sociale
                    netwerk, door hulpverleners die werken volgens de kwaliteitsstandaarden en
                    hulpverleners die dat niet doen (zoals werkstudenten, zzp’ers zonder diploma’s
                    e.d.). Eenzelfde systematiek is voor de hoogte van het pgb voor de jeugdhulp
                    toegepast.</al><al/><al>Een aanvraag voor een pgb kan geweigerd worden voor zover de kosten van het pgb
                    hoger zijn dan de kosten van de individuele voorziening (artikel 8.1.1 lid 5
                    Jeugdwet). De situatie waarin het door de cliënt beoogde aanbod duurder is dan
                    het aanbod van het college betekent dus niet bij voorbaat dat het pgb om die
                    reden geheel geweigerd kan worden. Cliënten kunnen zelf bijbetalen wanneer het
                    tarief van de door hen gewenste aanbieder duurder is dan het door het college
                    voorgestelde aanbod. Het college kan het pgb slechts weigeren voor dat gedeelte
                    dat duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. </al><al/><al>Lid 3, sub c</al><al>De regering heeft aangegeven dat onder het sociale netwerk ook mantelzorgers
                    kunnen vallen. Wel is de regering van mening dat de beloning van het sociale
                    netwerk in elk geval beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de
                    gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere
                    ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. </al><al/><al>Lid 4 </al><al>De budgethouder hoeft over de besteding van het vrij besteedbaar bedrag geen
                    verantwoording af te leggen aan de gemeente. Hij kan dit bedrag inzetten voor
                    o.a. administratiekosten of telefoonkosten.</al><tussenkop>Artikel 7. Overige voorwaarden betreffende betaalde inzet sociaal
                    netwerk</tussenkop><al>Waar bij de Wmo 2015 bij de inzet van iemand vanuit het sociale netwerk door
                    middel van het pgb alleen voorwaarden mogen worden gesteld die betrekking hebben
                    op het tarief, mogen gemeenten op basis van de Jeugdwet bepalen onder welke
                    voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de
                    jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het [zijn] sociale
                    netwerk (zie artikel 8.1.1, lid 4 Jeugdwet).</al><al/><tussenkop>Artikel 8. Toetsing motivatie-eis, bekwaamheid en kwaliteit</tussenkop><al>Deze eisen zijn genoemd in de Jeugdwet (zie artikel 8.1.1). We hebben de
                    motivatie-eis en de kwaliteits-eis iets verder geconcretiseerd ten opzichte van
                    de wetstekst.</al><al/><al>Sub a Motivatie-eis: </al><al>Bij de motivatie van het standpunt van de aanvrager dat hij de
                    maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen kan het gaan om de aard
                    van de hulpvraag, waarbij godsdienstige, levensbeschouwelijke of culturele
                    overwegingen een rol kunnen spelen, omdat zij met het budget een aanbieder
                    kunnen contracteren passend bij de eigen levensovertuiging. </al><al>Wanneer een aanvrager van oordeel is dat hij de onderbouwing in redelijkheid
                    heeft beargumenteerd, is deze voorwaarde geen grond voor de gemeente om een pgb
                    te weigeren, mits ook wordt voldaan aan de tweede en derde voorwaarde:
                    bekwaamheid en kwaliteit. Dit geldt ook wanneer de gemeente in haar ogen een
                    kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod in natura heeft gedaan aan de
                    aanvrager. </al><al/><al>Sub b Bekwaamheid</al><al>Bij het toetsen van de bekwaamheid van de aanvrager om zijn eigen belangen te
                    kunnen behartigen, verwacht de gemeente dat deze op eigen kracht of met hulp van
                    andere in de wet genoemde partijen een redelijke waardering kan maken van zijn
                    belangen ten aanzien van de ondersteuningsvraag. Daarbij kan gevraagd worden: </al><lijst><li nr="-"><al>duidelijk te maken welke problemen de jeugdige heeft;</al></li><li nr="-"><al>hoe deze problemen zijn ontstaan; en</al></li><li nr="-"><al>bij welke ondersteuning de aanvrager gebaat zou zijn.</al></li></lijst><al/><al>Bij het toetsen van de bekwaamheid om de pgb-taken op een verantwoorde wijze uit
                    te voeren, kan gevraagd worden hoe men denkt over:</al><lijst><li nr="-"><al>het kiezen van een zorgverlener die in de ondersteuningsvraag
                            voldoet;</al></li><li nr="-"><al>het aangaan van een contract;</al></li><li nr="-"><al>het in de praktijk aansturen van de hulpverlener; en</al></li><li nr="-"><al>het bijhouden van een juiste administratie. </al></li></lijst><al/><al>Door de invoering van het trekkingsrecht, waarbij het belangrijkste deel van het
                    budgetbeheer wordt overgenomen door de SVB, gaat het bij het toetsen van de
                    bekwaamheid niet om de vaardigheden van de aanvrager om een budget te beheren,
                    maar wel om de bekwaamheid van het voeren van een gedegen administratie. </al><al/><al>Het is wettelijk bepaald dat een pgb-houder die voor 4 dagen of meer per week
                    ondersteuning inkoopt een werkgever is, met de werkgeversplichten die hierbij
                    horen. De aanvrager dient hierbij te denken aan onder meer het overeenkomen van
                    een redelijk uurloon, het doorbetalen van loon bij ziekte en het hanteren van
                    een redelijke opzegtermijn.</al><al/><al>Sub c Kwaliteit</al><al>Om in aanmerking te komen voor een pgb dient de kwaliteit van de individuele
                    voorziening naar het oordeel van het college gewaarborgd te zijn. Het college
                    kan op basis van deze bepaling vooraf toetsen of de veiligheid, doeltreffendheid
                    en cliëntgerichtheid voldoende is gegarandeerd. </al><al>Voor de ondersteuning die ingekocht wordt met het pgb gelden waar mogelijk
                    dezelfde kwaliteitseisen als voor voorzieningen in natura. </al><al>In het geval van een pgb heeft de pgb-houder zelf de regie over de ondersteuning
                    die hij contracteert. Daarmee krijgt hij de verantwoordelijkheid voor de
                    kwaliteit van de geleverde ondersteuning en kan hij deze zo nodig
                    bijsturen.</al><al/><al>De gemeente kan periodiek in gesprek gaan met de pgb-houder over de behaalde
                    resultaten met het pgb of (steekproefsgewijs) toezicht houden op de daaraan
                    verbonden voorwaarden, waaronder de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de
                    kwaliteitseisen voldoet.</al><tussenkop>Artikel 9. Persoonlijk plan bij pgbaanvraag</tussenkop><al>In dit artikel geven we aan dat bij de aanvraag voor een pgb het een
                    verplichting is een pgb-plan op te stellen en geven we aan uit welke onderdelen
                    zo’n plan minimaal moet bestaan.</al><al/><tussenkop>Artikel 10. Vormen van jeugdhulp</tussenkop><al>Anders dan in de Wmo 2015, waarin is gekozen voor een maatwerkvoorziening, wordt
                    in de Jeugdwet onderscheid gemaakt tussen een individuele jeugdhulpvoorziening
                    en een overige jeugdhulpvoorziening. Een individuele voorziening is een op de
                    jeugdige of zijn ouders toegesneden vorm van jeugdhulp, waartegen bezwaar en
                    beroep openstaat. Daarvoor is het nodig een beschikking af te geven. Overige
                    voorzieningen zijn vrij toegankelijk voor degenen die zich voor ondersteuning of
                    hulp wenden tot de betreffende voorziening. Gemeenten kunnen zelf bepalen welke
                    vormen van jeugdhulp zij ‘achter een beschikking’ zetten, en welke vrij
                    toegankelijk zijn (overige voorziening, geen beschikking vereist). </al><al>Overigens blijft het mogelijk dat huisarts, medisch specialist en jeugdarts
                    direct, dus zonder gemeentelijke beschikking, doorverwijzen naar de
                    voorzieningen die in dit besluit door de gemeente zijn benoemd als individuele
                    voorzieningen (waarvoor een beschikking nodig is). De eis om een beschikking op
                    te stellen geldt namelijk alleen als een jeugdige via de gemeentelijke toegang
                    zich meldt met een hulpvraag. Het feit dat de gemeente geen directe invloed kan
                    uitoefenen op de verwijzing door de huisarts, wil overigens niet zeggen dat de
                    gemeente geen afspraken kan maken met de huisarts over zijn of haar
                    doorverwijzingen naar jeugdhulp en de rol van Buurtzorg Jong hierin. Een
                    gemeente kan dergelijke afspraken alleen niet afdwingen, maar is afhankelijk van
                    de bereidheid bij huisartsen om tot dergelijke afspraken te komen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>