<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387278_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rioolheffing Laarbeek 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Laarbeek 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing 2016.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit van de raad d.d. 10 december 2015 tot vaststelling van de
                        Verordening rioolheffing 2016.</al><al/><al>De raad van de gemeente Laarbeek;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2015;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en invordering van
                        rioolheffing 2016.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentewater;</al></li><li nr="b."><al>afvalwater: water en stoffen die via de gemeentelijke riolering
                                worden afgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>eigendom: een roerende of een onroerende zaak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting, belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven van de
                            gebruiker van een</al><al> eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke
                            riolering wordt af-</al><al> gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, wordt als
                            gebruiker aange-</al><al> merkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld de onroerende zaak al
                                    dan niet krachtens</al><al> eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                    gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een eigendom – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 3 –</al><al> voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik
                                    heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar het
                            aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingtijdvak
                            voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is
                            opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode
                            van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                            tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
                            kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien
                                    vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op
                                    grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
                            afvalwater is afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel
                            niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231, tweede
                            lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op
                            basis van het waterverbruik van vergelijkbare huishoudens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een eigendom of een gedeelte van een eigendom, uitsluitend bestemd
                            als woning, bedraagt de belasting per maand van het heffingstijdvak €
                            14,30</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een perceel of gedeelte van een perceel, niet of niet
                            uitsluitend</al><al> bestemd als woning, bedraagt de heffing,</al><lijst><li nr="-"><al>voor de eerste afgevoerde 500 m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan
                                    € 171,53</al></li><li nr="-"><al>voor elke afgevoerde 500 m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan boven
                                    500 m<sup>3</sup> met</al><al> een maximum van 5.000 m³ € 23,88 </al></li><li nr="-"><al>voor elke afgevoerde 500 m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan boven
                                    5.000 m<sup>3</sup> met</al><al> een maximum van 50.000 m<sup>3</sup> € 14,32 </al></li><li nr="-"><al>voor elke afgevoerde 500 m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan boven
                                    50.000 m<sup>3</sup> € 7,16</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het heffingstijdvak voor de heffing als bedoeld in artikel 5, eerste lid
                            en tweede lid betreft een aaneengesloten periode van zes
                            kalendermaanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste heffingstijdvak gaat in op 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting bedoeld in artikel 5, eerste lid en tweede lid, wordt geheven
                        bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffing, bedoeld in artikel 5, is verschuldigd bij het begin van het
                            heffingstijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak aanvangt,
                            is de belasting bedoeld in artikel 5 verschuldigd voor zoveel volle
                            kalendermaanden als er in het tijdvak , na aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van de
                            voor een volledig heffingstijdvak verschuldigde heffing als bedoeld in
                            artikel 5, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen als bedoeld in artikel 5, moeten, in afwijking van artikel
                            9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald 1 maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke
                            termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand
                            later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van het rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de rioolheffing wordt slechts kwijtschelding verleend aan natuurlijke
                        personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Tijdstip inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening rioolheffing 2015, vastgesteld bij besluit van de raad
                            van de gemeente Laarbeek van 11 december 2014, wordt ingetrokken met
                            ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing,
                            met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                            die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                        2016'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Laarbeek van 10 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.L.M. van Heijnsbergen F.H.G.M. Ronnes.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>